,,De laatste ure"
Predicatie door Ds. A. PONSTEIN
Ps. 89:19
Lezen: Psalm 90
Ps. 39:3, 4. 5
Ps. 102:15
Ps. 103: 9
Kinderkens het is de laatste ure. 1 Joh. 2 : 18 a
Daar is hij weer, de ernstige Oudejaarsavond met zijn overstelpende veelheid van herinneringen, zowel droeve als blijde, met zijn gemengde gewaarwordingen, met zijn indrukwekkende roepstemmen.
Tot ieder hart spreekt hij zijn eigen taal, en toch weer tot ieder een andere sprake, en dat, naarmate ieders weg rijker was aan licht of aan duisternis, aan vreugde of aan smart.
Ach, hoe menigeen gaat moedeloos en troosteloos het middernachtelijk uur tegen! Wat al tranen over geliefden, die heen zijn gegaan! Wat al benauwenis over onherstelbaar leed! Wat al beschaming en droefheid over bedreven zonden! Wat al angst en vreze voor de toekomst!
Maar, wat stemt ons nu zo somber op deze dag, wat geeft ons zulk een veelheid en verscheidenheid van herinneringen op deze avond?
Er is toch geen verschil tussen de ene en de andere dag, tussen heden en gisteren, tussen de Oudejaarsavond en andere dagen, - het is alles een rusteloos voortgaan van de ene dag in de andere, en toch zeggen we heden: het is Oudejaarsdag, al weer een jaar is zo wat voorbij gesneld.
Er is feitelijk niets veranderd in het geregeld tempo van de dagenloop - en toch hoe geheel anders beleven we deze laatste dag van het jaar dan zoveel andere dagen.
Bij wie dat verschil?
Wel, bij ons. - De mens toch is aan de tijd gebonden. Hij kan er zich niet van losmaken, omdat de tijd zich niet van hem kan losmaken.
Dat is het geheim van de Oudejaarsavond, het is zijn bedreiging en zijn aantrekkelijkheid.
Zie, als eindpunt en keerpunt in de steeds voortijlende tijd maakt de Oudejaarsavond op ons de indruk van het vergankelijke en voorbijgaande, en daarom spreekt hij als bode van onze God ons zijn sombere sprake.
Want het is God, de Eeuwige, die de tijd in uren, dagen, weken, maanden en jaren en eeuwen verdeeld, nu de Oudejaarsavond wil gebruiken om ons te spreken van onze vergankelijkheid, opdat wij zouden bedenken, dat wij leven in de laatste ure.
In de laatste ure van dit jaar leven we nu, maar naar des apostels woord leven we steeds in de laatste ure. Immers hij zegt tot ons : Kinderkens, het is de laatste ure......
De laatste ure! Inderdaad, in de laatste ure leven we, en dat wat betreft de laatste ure van het bijna afgelopen jaar, als in de laatste ure waarop Johannes ons in het woord onzer overdenking wijst.
Wij willen dan ook in verband met de laatste ure van het Oudejaar, dit woord des Heeren:
„KINDERKENS, HET4S DE LAATSTE URE........
onder biddend opzien tot God, overdenken.
Daartoe staan wij stil
1. Bij de hoge ernst van dit woord.
2. Bij het tedere vermaan in dit woord.
I. Een woord van hoge ernst.
Kinderkens, het is de laatste ure....... Dat is het, wat ons onbewust op deze avond bezig houdt, maar, - opdat dat onbewuste. van deze laatste ure, voor ons een bewust realiseren moet zijn van de laatste ure, waarin wij leven, daarom komt de Geest des Heeren door de pen van Zijn apostel ons zeggen : Kinderkens, het wordt niet de laatste ure, maar het is de laatste ure.
Wanneer de grijze Johannes nu aan zijn christenen, aan zijn „kindertrens", zoals hij ze noemde, schreef : „het is de laatste ure", dan had hij meer dan één reden om te spreken van de laatste ure.
Allereerst was daar voor hem, de grijze dienstknecht des Heeren, het zijn in de laatste ure van zijn leven.
Alle apostelen hadden de goede strijd gestreden, hun hop beeindigd, het geloof behouden, - hij, Johannes, oud van dagen, leeft nog in een wereld, die zwart is van dreiging en brandend van onrust.
Nog korte dagen, en dan staat ook zijn levensuurwerk stil. God weet wanneer, en hoe - en dus voor Johannes is het de laatste ure.
Echter, al kan Johannes in dit opzicht wat hem zelf aangaat spreken, dat het de laatste ure voor hem is, Johannes' woord heeft een dieper zin en wijder omvang, dan het strikt persoonlijke.
Hij toch schrijft niet: „Kinderkens, het is mij n laatste ure", maar: „Kinderkens, het is de laatste ure".
Daarmee bedoelt hij te zeggen, dat het ook voor hen, zijn kinderkens, de laatste ure is.
Neen, hij laat zijn ,,kinderkens" en ons niet in het onzekere, wat hij met die laatste ure bedoelt.
Kinderkens, (schrijft hij), het is de laatste ure, en gelijk gij gehoord hebt, dat de anti-Christ komt, zo zijn ook vele anti-Christen geworden, waaruit wij kennen dat liet de laatste ure is. -
Nu wordt zijn woord : „Kinderkens, het is de laatste ure", een woord van hoge ernst voor ons.
Nu leven wij, wat de bedeling der tijden betreft, in de laatste ure, de laatste tijd.
Er zal op deze ure, deze tijd, waarin we leven, geen tijd meer volgen. We leven, en dat is wel de hoofdgedachte van des apostels betoog, in de laatste ure of tijd der genade-bedeling.
Nu Christus in de volheid des tijds gekomen is, door Zijn zoendood genade verwierf, het woord Zijner begenadiging in deze tijd, door middel van Zijn Kerk laat uitgaan tot een wereld, die in het boze ligt, - nu is met deze volle genade-openbaring in Christus, weliswaar een heerlijke tijd, maar ook een hoogst verantwoordelijke tijd aangebroken. Een tijd, die de laatste ure van de genadebedeling inluidt.
Deze laatste ure zal zich, naar Johannes' woord, nu vooral kenmerken door de komst van de anti-Christ, de anti-Christ, dat is de mens der zonde en de zoon des verderfs, die in de tempel Gods als een god zal zitten, zichzelve uitgevende, dat -hij God is. En dewijl in deze tijd alreeds vele anti-Christen zijn geworden, dat zijn degenen, die in aanraking met de Christus gebracht, die Christus verwerpen en in plaats van Hem en tegen Hem, de verlosssing niet van God en Zijn Christus, maar van de mens verwachten: - kunnen en mogen we daaruit, zegt de apostel, besluiten, dat het de laatste ure is.
De laatste ure, waarin de anti~christelijke geesten en krachten zich meer en driester zullen vertonen, en bewust stelling nemen tegen Christus en Zijn Kerk.
Deze laatste ure, door God bedoeld als de laatste genade-tijd voor de wereld en mensheid, zal, o, verschrikkelijke gedachte, gekenmerkt: worden door een meer veldwinnende anti-christendom.
Dat maakt het leven in deze laatste ure zo hoog ernstig en verantwoordelijk.
Want het zal naarmate deze laatste ure, deze laatste genadebedeling voortspoedt naar haar einde, steeds meer gaan om de allesbeslissende en beheersende vraag: vóór of tégen de Christus.
In die strijd kan de Kerk des Heeren, kunnen de belijders van 's Heeren Naam niet afzijdig blijven. Daarin zijn ze -onmiddellijk betrokken. En vandaar de roeping der gelovigen, om de geesten te beproeven of ze uit God zijn.
De laatste ure, waarop de apostel doelt, is dus van groot gewicht voor een ieder onzer. Hij voert ons zelf en de wereld naar de eindbeslissing. Naar de tijden van verdrukking en vervolging, naar de tijden van verleiding en afval, naar de tijd van het laatste oordeel.
Kinderkens, aldus wil de apostel zeggen tot zijn gelovigen : ontzet en verbaast u nu niet over die toenemende anti-christelijke geest, want gij weet toch dat de anti-Christ komt, en omdat al reeds zijn geest zich onder u begint te vertonen, en daarom weet en bedenkt, dat het de laatste ure is.
De laatste ure - waarin hij, die slecht is, nog slechter worde. De laatste ure, waarin de wereld zichzelve rijp maakt voor haar oordeel.
Wanneer Hij, onze Heere, dan ook eindelijk ten oordeel zal verschijnen, zo weet, dat Zijn oordeel rechtvaardig zal zijn.
Dat dit oordeel is veroorzaakt door het verwerpen van Gods lankmoedigheid en genade, doordat men, de laatste ure, niet als de ure van Gods genade-tijd heeft erkend en aanvaard.
Inderdaad, hoge en heilige ernst bezielt de oude Johannes, wanneer Hij dit woord tot zijn kinderkens richt. Dit is geen woord van de onbedachte, onbezonnen jeugd, die zo fel en ondoordacht dikwijls haar oordeel en mening geeft over vele zaken.
Dit is een woord van de grijze ouderdom, van de dienstknecht-van Christus, die tot taak had het Evangelie des behouds te verkondigen aan alle creaturen, en die ons nu voorhoudt te bedenken, dat, ondanks alom het Evangelie wordt verkondigd en velen door dat Evangelie voor Christus gewonnen worden, evenwel de Satan, de tegenstander van Christus en Zijn Kerk, niet stil zit, maar bezig is de komst van de anti-Christ voor te bereiden.
Ja, het is de stem van de oude van dagen, die de oude bevende handen opheft, en ons met een stem bevend van ouderdom en ontroering toeroept: „Kinderkens, het is de laatste ure".
„De laatste ure! Bezint u daarop, mijne kinderkens". Ja, bezint u daarop, gij, die met mij leeft in deze laatste ure.
Wat is de tijdsduur van een uur ?
Zeker niet veel, maar wat is de tijdsduur van het laatste uur? Dat uur is niet alleen kort, maar bovenal hoog. ernstig en gewichtig.
Want, als ons nog maar een enkel uur rest, hoe behoren we dan de kostbare ogenblikken van dit uur, niet ten volle te benutten.
Dit laatste uur is u en mij en de wereld gegeven om te bedenken wat .tot onze eeuwige en blijvende vrede dient.
En helaas, wat al kostbare uren worden er niet verkwanseld met de dingen die geen blijvende waarde hebben.
De ons toegemeten genadetijd is, bezien in het licht van des apostels woord, zo kort. Ja, zo kort, dat de Schrift waarschuwt H e d e n, zo gij Zijne stem hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden.
De apostel Johannes, geïnspireerd door Gods Geest, noemt dus de tijd, vanaf Christus' hemelvaart' tot aan Zijn wederkomst, de laatste ure.
En inderdaad, gemeten naar de maatstaf der tijdloze eeuwigheid, en naar het jaar van het welbehagen des Heerent en de dag der wrake onzes Gods, is het geen overdrijving te spreken zoals Johannes doet van onze tijd, als de laatste ure.
Hij, die door Jezus Christus het eeuwige leven deelachtig werd, hij ziet de dingen van dit tijdelijk gebeuren, zowel wat het geestelijk als stoffelijk gebeuren in deze tijd betreft, in hoger, in goddelijk licht.
Hij leeft uit de realiteit van des Meesters woord: „Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige, waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
Bij dat eeuwige, onveranderlijke leven is hem de tijd, die ligt tussen de tijd van 's Heeren hemelvaart en Zijn wederkomst op de wolken des hemels, maar een laatste ure.
Neen, beter, de laatste ure.
De laatste ure waarin 's Heeren kerk en getrouwen weliswaar veel tegenkanting zullen ondervinden, maar die welhaast voorbij zal gaan.
Waarom u dan, gelovigen, blind gestaard op de anti-christelijke macht en kracht, die naarmate de laatste ure zijn einde gaat nemen, in kracht en omvang zal toenemen, u dan te gedragen, alsof u wat vreemds overkwame ?
Alsof dat niet behoorde tot deze tijd, waarin het Evangelie al den volken moet verkondigd worden. Tot deze tijd waarin de Kerk haar roeping en taak heeft te vervullen.
Het is de laatste ure. Want weldra zal d i e ure geslagen zijn, dat de anti~christelijke macht voor goed ten einde zal zijn. Dat het rijk des duivels niet meer op deze aarde wezen zal.
De laatste ure is aangebroken. Het gaat, voor u gelovigen, deze tijd dan ook als de laatste ure te beleven. Als de laatste ure van de macht des Bozen, die eens niet meer wezen zal.
Verwacht mitsdien niet in deze tijd het vrederijk.
Integendeel, moet gij u, naar Johannes' woord, op steeds toenemender boosheid en tegenstand voorbereiden. Op groeiender tegenstand en intenser en groter afval moet de Kerk des Heeren dan ook bedacht zijn.'
Te veel leven we nog in de gedachte, dat verdrukking en vervolging om des Woords wil, als iets zeer bijzonders de Christen is overkomende, dewijl Christus toch gezegd heeft: in de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.
En sprak de Heiland niet tot Zijn discipelen: Ik zende u als schapen temidden der wolven. Wanneer nu de wolf in Schaapskleren zich vertoont, zo weest op uw hoede, want straks zal hij zijn masker afwerpen en zijn scherpe tanden zetten in uw vlees.
Gij hebt gehoord mijne kinderkens, aldus Johannes, dat de anti-Christ zal komen. Hoort nu mijn vermaan: „Alle geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet, maar dit is de geest van de anti-Christ, welke geest gij gehoord hebt dat komen zal en is nu alrede in de wereld".
Voorwaar dóor deze mededeling heeft de Kerk des Heeren zich geen illusies te maken, als zou geheel de wereld gewonnen worden voor Jezus Christus. Integendeel, naarmate de laatste minuten van de laatste ure aanbreken, zal de tegenstand en openlijke vijandschap tegen Christus en Zijn gemeente zich heviger en bruter te weer stellen.
De geest van de anti-Christ moge soms voor een tijd schuil gaan, zich niet openlijk vertonen, maar straks zal hij zich met des te meer list en geweld openbaren.
En wijzen de tekenen der tijden ons al niet meer` en duidelijker naar die openlijke, gewelddadige openbaring van de geest van de anti-Christ heen ?
De geest der volken en vooral der christenvolkeren, wordt al meer en meer vergiftigd. De brute godverzaking en Christusverwerping neemt hand over hand toe, en met, angst in het hart
vraagt menigeen, wat de naaste toekomst brengen zal.
Geweldig, zal voorwaar de worsteling der komende eeuwen zijn.
Dat maakt de apostel, (die al wat nog geschieden moet voor dat het einde daar is, door Jezus Christus op Patmos is getoond), ernstig, en hij stapelt daarom de ene waarschuwing en vermaning op de andere, om de gelovigen vooral te doen beseffen in welk een ontzettende tijd zij leven, en met welk een omzichtigheid en trouw zij hebben te wandelen.
Met, de trouw en nauwgezetheid, zoals dat betaamt aan hen, die weten, dat zij nog slechts de laatste ure tot hun beschikking hebben.
De laatste ure rest u nog. De wereld en haar begeerlijkheid gaat voorbij.
Bedenkt en bezint mitsdien, dat, zo gij de begeerlijkheid des vleses en de hoogheid der ogen en de grootsheid des levens, welke alle dingen dezer wereld zijn, najaagt, gij met deze wereld, die brandende zal versmelten, zult vergaan; maar zo wie de wil Gods zal hebben gedaan, die zal blijven in der eeuwigheid.
En wat is nu de wil Gods? Immers, niet anders, niets meer, en niets minder, dan naar Johannes' woord, te geloven in Zijn Naam en in de Naam Zijns Zoons, die Hij gezonden heeft.
Hoog ernstig is dus te weten naar Gods Woord in de laatste ure te leven.
Weliswaar is het laatste uur der eindbeslissing nog niet geslagen; hoeveel jaren of eeuwen ons daar nog van scheiden, weet niemand, maar laten we toch, een ieder voor zich, bedenken, dat die ure persoonlijk voor ieder onzer aangebroken is, wanneer ons laatste levensuur geslagen heeft.
Zoals dat laatste uur ons vindt, zo zal het ons ook vinden straks in de jongste dag, doch dan zal het voor ieders oog openbaar worden of dat laatste uur ons gevonden heeft als een, die gelovig de toevlucht nam onder de schaduw der dekkende en verzoenende genade Gods, óf als een die stierf in zijn ongeloof en zonde. Een iegelijk, die in Hem gelooft (zegt de Schrift) zal niet beschaamd worden.
Het gaat, zoals u nu wel is duidelijk geworden, met de laatste ure naar de eind-ontknoping van het zonde-proces, naar het eind van de vijandschap, welke God reeds in het Paradijs tussen het zaad der vrouw en dat der slang, gezet heeft.
Op de volheid des tijds, waarin Jezus Christus werd geboren als de Zaligmaker der wereld, volgt nu der tijden volheid, waarin Hij verschijnen zal als de Rechter over levenden en doden.
Dan zal het tijdelijke voorgoed hebben opgehouden te bestaan.
De tijd, opgelost in en; verslonden d o o r de eeuwigheid, zal alsdan niet meer zijn.
Johannes, zoals we gehoord hebben, levend uit de realiteit van het eeuwige leven, dat in God is, oordeelt dan ook zo geheel anders over de tijd waarin wij leven en worstelen, ons vermalen en verheugen, dan wij, die nog zoveel van deze tijd verwachten.
Wij, kinderen des tijds, kunnen het ons zo moeilijk realiseren, dat de tijd eigenlijk een opeenvolging van ogenblikken is, en dat ons slechts het ogenblikkelijke, het heden, dat met dat wij het zeggen weer voorbij is, behoort.
Alleen het oor dat door genade Gods stem uit de H. Schrift hoort en verstaat en ter harte neemt, begint dit tijdelijk leven op de rechte waarde te taxeren. Voor hem is en wordt de tijd, de tijd van voorbereiding voor de eeuwigheid. De dag der genade die God over hem nog doet lichten. Doordat die tijd voor hem ieder ogenblik zijn laatste ure kan doen slaan, daarom geeft en gaf hij gehoor aan de roep van 's Hèeren woord: „laat u met God verzoenen". Ja, die laat zich, dank zij Gods genade, vermanen en leiden.
Dié laat zich vermanen door het woord des apostels: Kinderkens, het is de laatste ure.
Voor die wordt de laatste ure van het Oudejaar een uur van inkeer tot zichzelve en toekering tot God. Temidden van het ópen neergaan der tijden, van het komen en gaan der jaren, van het verschijnen en verdwijnen van de dagen, staat voor hem vast, onbewegelijk en sterk, de Eeuwige God, Wiens raad zal bestaan, en Die al Zijn welbehagen zal doen.
Van dat welbehagen hebben hem gezongen de engelen in Efratha's velden: „vrede op aarde, in mensen een welbehagen".
Bij al de woeling en onrust der tijden en der geesten en der volken, vindt hij door het geloof rust en vrede in Jezus Christus, die onze Vrede is. Ja, Godlof, Jezus Christus is onze Vrede. De Vrede, de Rust en de Veiligheid voor al de Zijnen tegen het woeden en woelen van bozen en Boze.
En te midden van al wat wisselt en wankelt, wat ontvalt en bezwijkt staat voor hem vast en onbewogen de Eeuwige God, de Heere, de genadige en getrouwe Verbondsgod, die ons een toe- vlucht is geweest van geslacht tot geslacht.
Moegestreden en geprangden van hart, blikt in dit uur, dat u in alles spreekt van de laatste ure, de laatste ure ook van uw leven, met de smarten van uw leven, met de vragen van uw hart, met de rouw- en weedom van uw ziel op tot Hem, die aanschouwt uw moeite en verdriet opdat gij het in Zijn hand zoudt leggen.
En gij die gebukt gaat onder dé drukkende last uwer zonden en die van onrust schier verteerd worden die van verre staande uw oog niet durft opheffen tot die Gen Christus, omdat gij u een te groot zondaar voelt, o slaakt voor Hem uw bede: „o God, wees mij zondaar genadig Voorwaar; Hij zal deze uw bede
horen, als de Heiland en Heere, die gekomen is om te zoeken en zalig te maken de zondaren, en dat horen van Hem is verhoren, zodat ook gij het zult mogen aanvaarden met ootmoed en diep ontzag : ,,Mijn zoon, mijn dochter wees welgemoed, uwe zonden zijn u vergeven".
Gelukkig de mens, wien het mag gebeuren, dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren. En dubbel gelukkig de mens, de christen, die te midden van de strijd en worsteling der anti-christelijke machten, die zich in de laatste ure, in deze laatste genadebedeling al driester zullen opbaren; mag staan i n en leven u i t het geloof, dat hem spreken doet:
Rust mijn ziel, uw God is Koning,
Heel de wereld Zijn gebied,
Alles wisselt op Zijn wenken,
Maar Hij Zelf verandert niet.
Maar laat ons vooral en bovenal, een ieder onzer, een ieder voor zich, de ernst van des apostels woord: „Kinderkens, het is de laatste ure". - ter harte nemen.
Laat een ieder onzer bedenken in welk een hoogst gewichtvolle tijd, met het aanbreken van de laatste ure, wij leven.
Ja, laat een iegelijk onzer zich ernstig rekenschap geven, dat hij leeft in de laatste ure van Gods genade-dag.
Wie zal zeggen hoe spoedig de laatste minuten van dat genadeuur voor u geslagen zullen zijn?
Dat kan plotseling en onverwachts voor ons aanbreken, het kan ook meer geleidelijk naderen, doch altijd zal het komen onverwachts. Daarom is ons leven zo ernstig, omdat het is de tijd van onze voorbereiding voor de eeuwigheid, en wij niet weten het uur van onze dood.
Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord,
Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Ofschoon dit woord van Johannes een woord van hoge ernst is, het is evenwel ook:
II. Een woord van teder vermaan.
Immers Johannes bedoelt er vooral mede, zijn kinderkens, die hij door het Evangelie geteeld heeft, te vermanen. Maar, en dat is zo troostvol en bemoedigend' voor allen, die zich door dit woord
van Godswege laten vermanen, dat achter en in dat woord de liefde klopt, de liefde voor de dienstknecht, de apostel des Heeren, wiens liefde ontsprongen is en gevoed wordt uit de liefde Gods in Christus Jezus onze Heere.
De liefde van de in de dienst zijns Heeren vergrijsde ,dienaar spreekt hier zijn teder vermaan. En als de grijsheid het woord van vermaan opheft; leggen eerbied en piëteit ons het zwijgen op. En zelfs de bruisende jeugd, tenzij ontaard, zal de ouderdom niet in de rede vallen, en zo ze meent te moeten tegenspreken, het doen met schroom.
Maar wanneer de oude van dagen begint met een woord als „kinderkens", dan is reeds alle verzet bij voorbaat ontwapend. Dan buigen wij het hoofd, dan wordt er iets stil en zeer ontroerd in ons.
Wie, hoe oud ook, hoort zich niet graag. door een nog oudere toespreken als kind, als mijn kind. Dan voelen wij het; de liefde gaat spreken, wat nu gezegd zal worden zal zijn om het beste te zeggen, wat te zeggen valt. Wat nu volgen gaat, zal bedoelen ons te troosten en te bemoedigen, ons op te heffen en te sterken.
Kinderkens, - hoort de stem der liefde spreekt, de stem van vaderlijk vermaan: „Kinderkens, het is de laatste ure".
Omdat het de laaste ure is, bedenkt nog heden wat tot uw vrede dient. Wilt niet stug en wederstrevend zijn als het paard welks muil men breidelt met toom en gebit. O, laat die dwang voor u niet nodig wezen. Wilt u door de ernst en het gewicht van deze laatste ure en meer bepaald van deze laatste ure van het oude jaar laten gezeggen en vermanen, als gij nog geen vrede hebt voor uw hart, als gij nog twist met uw Schepper en Formeerder, om die tegenstand tegen Hem op te geven. Want wie heeft met zijn God getwist ooit vrede gehad?
Wilt niet met uw beperkt, zondig mensenverstand, doordringen tot het onbegrepene en onverklaarbare in de regering uw Gods, over uw en der volkeren leven. Wilt niet antwoord hebben op vragen, waarop Hij geen antwoord geeft. En dat niet, omdat Hij daarop geen antwoord heeft, maar omdat gij met uw eindig, beperkt klein mensenverstand, dat bovendien nog staat onder de macht der zonde, dat antwoord niet begrijpen noch vatten kunt.
Leert u daarom buigen onder Zijn hand, ook al kastijdt die hand u, ook al heeft die hand u mogelijk het liefste wat gij op aarde bezat, door de dood ontnomen.
Het is zo waar, goddelijk waar, wat Zijn Woord u zegt, dat Hij niet plaagt uit lust tot plagen ! Uw God heeft daar met u Zijn doel mee. Mogelijk om u voor het eerst of opnieuw u Zijn heil en vrede te schenken.
Vraagt Hem in ootmoed des harten, of Hij u doet rusten en berusten in Zijn wil, in Zijn doen en laten met u, ook al is dat doen en laten Gods nog zo raadselachtig en onverklaarbaar voor u.
O, indien gij met oprechtheid des harten met uw nood en vraag u tot Jezus wendt, zie dan zal Hij u niet verstoten. Ook in de laatste ure van dit bijna voorbijgevlogen jaar is Hij degene die met barmhartigheid over de schare, innerlijk bewogen is. Dezelfde, die ook nu nog spreekt: „Komt herwaarts allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven''.
En als dan de bruising en beroering uwer ziel zich langzaam aan gaat effenen, als de noodkreet uw hart ontglipt: „Heere, behoud mij, ik verga", dan, ja dan zult gij 't ontwaren, dat ook in uw grote smart en ellende welke u trof, Zijn hand reeds ondersteunend om u geslagen was, zodat gij niet der wanhoop en vertwijfeling ten prooi zijt geworden.
De vermaning des apostels : „Kinderkens, het is de laatste ure", richt zich zo lieflijk teer tot allen, die zich als kinderkens willen laten leiden, waarschuwen, onderrichten en vertroosten door Jezus Christus, de Heiland en Heler aller smarten.
O, zeker we weten het wel, dat de gedachte aan de laatste ure altijd verder schijnt weg te zijn, naarmate die ure langer uitblijft. Ja, soms kan hij geheel weggevaagd zijn uit onze "gedachten, tot opeens, op de Oudejaarsavond, de gedachte aan het vergankelijke en het eeuwigblijvende ons weer grijpt en vasthoudt.
Dan staan ze weer om ons heen; ongeroepen komen ze op en scharen zich in een wijde kring rondom ons - al de dagen met hun uren van het oude jaar, dat sterven gaat, dat ons in ernstige waarschuwing, voordat het verdwijnt, toeroept: „Kinderkens, het is de laatste ure, - zijt gij bereid uw God te ontmoeten". Want:
Als een kleed zal 't al verouden,
Niets kan hier zijn stand behouden.
Ps. 102 : 15
„Kindertrens, het is de laatste ure:.....". Dit woord willen we nog even vasthouden en nu zeer bepaald benadrukken in verband met de laatste ure van dit bijna vervlogen jaar.
Driehonderd vijf en zestig maal bracht dit jaar ons een dag, en iedere dag bracht vier en twintig uren, nu - is het „de laatste ure" van het ten einde spoedende jaar.
Als een mens nu nagaat, wat hij van al die uren van een jaar in zijn herinnering over heeft, dan is het bedroevend weinig. Het meeste glipt ons voorbij en laat ons leven onberoerd. Maar de laatste uren houden ons vast en wij hen, zij doen ons stilstaan en omzien, en uit de stroom der voorbijgesnelde uren opgaren, wat waarde heeft.
Zie, de laatste uren van zijn leven maken menig mens helderziend. Dan vallen de schellen van de ogen en ontwaakt dikwijls het geweten met onstuimige kracht. Zo is liet ook vaak met de laatste ure van het jaar. Het herinnert ons aan de uren van droefheid en leed, van zorg en kommer, van pijn en verlies, — en dat wel het allereerst.
Dat is menselijk!
Als een mens herinneringen ophaalt, voelt, hij het eerst oude wonden schrijnen. De donkere uren weven de diepste schaduwen. Wat een verdriet en verslagenheid, wat een pijn over teleurstellingen en gebroken verwachtingen, wat een smart over geleden verlies, zouden wij lezen, als alle harten opengingen in deze „laatste ure". Wij zouden elkaar aanzien en zeggen: broeder, zuster, geef mij uw hand, zoveel diep verborgen leed had ik achter uw stille glimlach dit jaar niet vermoed.
Wat hebben die uren al niet gebracht? Gij zijt ziek geweest, gij. hebt getreurd, gij zijt geslagen, gij zijt in rouw gedompeld, gij zijt ……vult het zelf maar in, maar ik vraag u, wat zegt ge nu van die uren, in de laatste ure van het oude jaar! Het leed en de teleurstelling kunnen de mens verbitteren, zij kunnen hem zo opstandig maken, zij kunnen hem doen zondigen tegen de hemel en tegen God.
Maar ook - 't is wonderlijk doch waar — door donkere uren heeft de Heere weerbarstigen gedwee gemaakt, uitgelatenen ernstig, en onverschilligen wakker. Nog dikwijls volgt God de weg des lijdens om te komen tot de zondaar, - o neen, niet om hem te verderven, maar om hem eeuwig te behouden. Dit wil echter niet zeggen, dat bij de begenadigden. de bitterheid der smart, de schrijning der geslagen wonden niet zou gevoeld worden, of dat al wat vleselijk in hen is zich niet zou verzetten en kanten tegen de beproeving en de smart.
Ook de gelovige kent zijn strijd in dezen. getuige de worsteling van Asaf in Psalm 73 met het probleem van Gods raad en bestier. En dan wordt ook hem niet terstond de balsem der vertroosting geboden. Slechts druppelsgewijze wordt ze soms toegediend. Menigmaal voelen zij zich als het hijgend hert, achtervolgd door vele belagers, om uitgeput van vermoeienis ten langen leste neer te zijgen, met de angstkreet, gestoten uit het beprangde hart: „O God, help mij, ik kan niet verder".
Dat gebed, geboren uit grote nood, hoort uw Heiland. Ziet het aan Petrus op de zee. En Hij, die gisteren en heden en tot in eeuwigheid dezelfde is, zal ook u, begenadigde, die u bevindt in grote nood, optrekken uit uw nood en Zijn woord van vertroosting en bemoediging u niet onthouden.
Nog altijd volgt de Heere de beproefde weg des kruises, waarop Hij Zijn kinderen leidt en tot kinderen maakt. Door, het leed wil Hij de Zijnen dichter en nauwer aan Zich verbinden. Door de smart ons bereiden Zijn vertroosting. Door de strijd ons geven de overwinning. Door de loutering ons doen kennen de echtheid van ons geloof. Gewis, de nacht des lijdens kan donker en dreigend zijn, maar welk een genade dan, gelovig te erkennen
Door een nacht zo zwart, zo dicht,
Voert- Hij mij naar 't eeuwig licht.
Wel u, indien gij God gevonden hebt in donkere uren!
Wel u, zo gij geleerd hebt, dat ook dat Zijn uren waren! Wel u, als gij nu in dit uur, overpeinzend de donkere uren, die Hij u in dat jaag zond, de handen kunt vouwen en zeggen: Heere, Gij hebt mij neergebogen om mij op te richten. Gij hebt mij gekastijd om mij te vaster aan U te binden. Heere, Gij hebt mij in alles liefgehad!
Het is echter waardig en billijk, dat een christen ook de lichte uren telt, die „de laatste ure" hem voor de geest brengt. Het zijn weliswaar doorgaans niet de talrijkste, maar geheel ontbreken doen zij zelden. En het is niet overbodig elkander te herinneren, hoe aards geluk, veel meer dan aards leed, het gevaar bergt om God te vergeten en van Hem te vervreemden.
Het geluk maakt menig mens, ook menig christenmens, overmoedig, zelfgenoegzaam, vermetel en hoogmoedig. Wij schrijven zo gauw en zo graag de voorspoed op eigen rekening. Ook het kind Gods gaat aan dat euvel mank. Het luisterend oor spitst zich dan niet zo scherp meer op de stemme Gods. Het geestelijk gehoorvermogen wordt dan afgestompt. Ach, ook kinderen Gods kunnen soms zo doof zijn voor de liefelijke klanken des Evangelies.
,,Mijne kinderkens, het is de laatste ure........ Ziet, de Bruidegom komt!
Zijt gij gelijk aan die wakende dienstknechten, die hun Heer zijn verwachtende? Zijn uw lampen brandende, en uw lendenen opgeschort ?
Uw roeping en taak is, als Zijne kinderen, te bedenken: „Kinderkens, het is de laatste ure!" Leeft, gedraagt en openbaart u dan, niet slechts in deze laatste ure van het oude jaar, maar in alle de dagen uws levens, als levende in de laatste ure. Dan zult ge ook zijn de wakende dienstknechten en dienstmaagden des Heeren, die hun Zaligmaker en Heere verwachtende zijn.
En gelukkig zijn we, als wij in de laatste ure van deze Oudejaarsavond uit het diepst van ons hart kunnen zeggen: Heere, het is alles uit Uwe milde hand geweest, wat ik van U ontvangen heb. Zelfs de tegenspoed en de smart, ze was Uwe. Gij hebt mij er door getuchtigd en gelouterd.
Ja Gij wildet me met Uw gunst omringen,
Meer dan een Vader zorgdet Gij,
Gij milde Bron van zegeningen,
Zulk een Ontfermer, waart Gij mij.
Kinderkens, het is de laatste ure......
Het tedere en liefelijke vermaan, dat wij in dit woord beluisterden, beheerst in feite alle uren van dit jaar, die onmiddellijk onze verhouding tot God raakten. Uren waarin wij toegaven aan zwakheid en boosheid in ons, aan zelfzucht en hartstocht, aan drift en afgunst, ' aan eerzucht en ijdelheid, aan boos humeur en onverdraagzaamheid. Uren, waarin wij in strikken van satan waren; uren, waarin wij gestruikeld zijn, maar ook uren, waarin wij werden opgericht.
O, hoeveel uren zijn er misschien in dit jaar, dat gij niet gaarne zoudt willen, dat anderen u gezien hadden. Uren waarin gij u zo te buiten gingt, waarin gij droefheid en smaadheid over u en des Heeren Naam hebt gebracht. Uren, waaraan gij met schrik en wroeging terugdenkt. Uren, waarin gij niet gaarne zoudt zijn opgeroepen voor de rechterstoel Gods. Dat zijn uren, waarvan God eenmaal in de allerlaatste ure zal vragen: „Geef rekenschap van uw rentmeesterschap".
Wanneer gij nu al .die uren gaarne uit uw geheugen zoudt willen wissen, ja, waarvoor gij heimelijk bang zijt, dat zij aan het licht zullen komen, zo hebben wij- u niet meer van de zondigheid dezer uren te overtuigen: Als uw eigen hart u al veroordeelt, hoe moet God dan, die meerder is dan uw hart, u niet veroordelen.
En hoeveel uren zijn daar niet dat God u heeft laten verkondigen: dit is de weg, wandelt in dezelve.
Hoe zijn die uren door u benut? Hoevele uren hebt ge achteloos terneer gezeten onder het gepredikte woord ? Van al die uren zullen wij eens verantwoording moeten afleggen — gelijk van elk ijdel woord door ons gesproken.
Zal de laatste ure van dit jaar u verstokter vinden dan ooit? Zult ge op zulk een grote zaligheid geen acht nemen, die ook de laatste ure nog predikt ?
Nog is het de tijd der genade - de laatste evangelietijd, waarin Jezus Christus u Zijn genadescepter nog toereikt.
Voor dat het wegstervend jaar is weggevloden - voor goed - vinde dit jaar u op gebogen knieën, worstelend om vergeving, om behoud aan de voet van het kruis.
Ons aller bede zij of wordt waarheid: Heere, vergeef ons wat wij misdreven, en sterk ons tegen de verzoeking en het kwaad. Schep ons een rein hart en vernieuw in het binnenste van ons een vaste geest.
Zo roept, Gel., het laatste avonduur van het wegvliedend jaar ons op, om alle uren van ons leven te zien in het onbedriegelijke licht van Gods aanschijn. Geen uur mogen wij geringschatten.
God is het, die ze ons alle gaf, en - die ze alle weegt. Hij is het, die ze alle heeft doen slaan met hun leed en hun vreugd, met hun val en hun overwinning, met hun zaad en met hun vrucht. Nu is het laatste gekomen.
Ook dat laatste ontvangen wij van Hem en wij stellen met dat uur ons in Zijn handen.
D God, Uw Naam zij hoog verheven!
Uwe goedertierenheid heeft ons geleid van uur tot uur. Heere, wees met ons in deze laatste ure, nu en altoos, tot in de ure onzes doods......
Amen.
December 1947