2 Thessalonicenzen 2:7-8 'De anti-christ weggedaan' ds. M.S. Roos

DE HEENWIJZING VAN DE ANTICHRIST

Predikatie over 2 Thess. 2: 7 en 8

Door Ds. M. S. Roos.

Ps. 99:1
Lezen 2 Thess. 2
Ps. 68: 1 en 2
Ps. 95:4 Ps. 20: 4

Tekst: 2 Thess. 2: 7 en 8
Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.
En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, dewelke de Heere verdoen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst.

Wij lezen in Matth. 24: 5a "Want velen zullen komen onder Mijn Naam".
Zij zullen dan zeggen, dat zij de Christus zijn. De Heere Jezus wil Zijn discipelen waarschuwen, dat zij dezulken niet moeten geloven, opdat zij niet verleid zullen worden. De Heere Jezus Christes is de Gezalfde des Vaders. Hij is daartoe verordineerd en bekwaam gemaakt. Als de Gezalfde had Hij een taak. Hij heeft deze taak gedeeltelijk vervuld. Hij is nog bezig om Zijn kerk te vergaderen uit alle geslachten, tongen, talen en natiën. Hij doet dit door Zijn Woord en Geest, en zal straks Zijn rijk volmaken.
De toekomst ligt in Zijn handen. Wanneer dit zal zijn is ons onbekend, hoewel ons in de Schrift verschillende tekenen worden bekend gemaakt,, die aan deze komst zullen voorafgaan. Och dat alle mensen zich lieten leiden door dit Woord. Dat is echter niet het geval. Onze tijd is daar een duidelijk voorbeeld van. Men zoekt het niet bij de God der waarheid, doch neemt de toevlucht tot de bedriegerijen der mensen.
Wanneer wij het ware geloof niet bezitten, dan worden wij des te meer vatbaar voor bijgeloof. Het volk van Israël werd er destijds voor gewaarschuwd. Verschillende weekbladen leveren soms hun aandeel in de zogenaamde en begeerde toekomstvoorspellingen. Soms worden enkele bladzijden gewijd aan de z.g. horoscopen, waarbij wordt opgemerkt: uw lot staat in de sterren. Hoe gretig wordt gegrepen naar deze gegevens.
Hoe meer de Heere en Zijn Woord wordt verlaten, des te meer vervalt men hiertoe. Een ongelovig mens is juist bijgelovig. Het lot van u en mij vinden wij niet in de sterren, doch dat is in de hand des Heeren.
Bij Hem zijn al onze paden en in Zijn hand onze tijden. Gelukkig degene, die dit door het geloof mag weten. Die zal niet worden verleid.
"Velen zullen komen in Mijn Naam".
Goed beschouwd is dit een eer voor Christus. Men komt niet in eigen naam, doch men tracht onder Zijn Naam succes te boeken. Al deze z.g. christussen zullen bedrogen uitkomen en ook een ieder, die hen volgt. Het zal een groot getal zijn. Wij verwachten naar Zijn toezegging, dat Hij zal wederkomen gelijk Hij naar de hemel gevaren is.
De discipelen hebben deze hemelvaart aanschouwd en daarbij de boodschap ontvangen, dat Hij alzo eenmaal Zijn rijk voltooien zal. Dat zal zijn bij de eindworsteling. Dan zal voorgoed een einde gemaakt worden aan de vorst der duisternis en het rijk der duisternis. Er zullen echter aan voorafgaan ernstige en bange tijden.
De satan zal alles op alles zetten.
Daarom zal zijn nederlaag des te groter worden. Aan deze voltooiing van het Godsrijk zullen bepaalde toestanden voorafgaan. Enerzijds zal de satan proberen, ware het mogelijk, zelfs de uitverkorenen te verleiden door vele tekenen en wonderen, en anderzijds zal het zo'n benauwde tijd zijn, dat deze om der uitverkorenen wil zal verkort worden. Voor ons is nodig, dat wij niet de toevlucht nemen tot bijgelovige dingen, doch dat wij letten op het Woord des Heeren. Daar wil de apostel Paulus de gemeente der Thessalonisensen, op wijzen en door dit onderwijs tevens ons daarbij bepalen. Dit is zo nodig in onze ernstige en veelbewogen dagen.
Wij schrijven hier boven: De verborgenheid der ongerechtigheid door Paulus beschreven. Wij horen:
I Dat deze ongerechtigheid reeds werkt. ' werkt.
II Hoe deze ongerechtigheid wordt wederhouden.
III Hoe deze ongerechtigheid doorbreekt.
IV Hoe deze ongerechtigheid wordt overwonnen.
1
Wij horen allereerst, dat deze ongerechtigheid reeds werkt.
Wij mensen zijn over `t algemeen nieuwsgierig naar de toekomst. Daarom wordt er zo gretig gegrepen naar verschillende middelen, om deze toekomst te' vernemen. Over de toekomst des Heeren wordt in de Schrift veel gesproken. Voor Gods kinderen is deze toekomst de grondslag van de levende hoop.
Petrus zeide: "Wij verwachten naar Zijn toezegging een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid wonen zal". Deze verwachting richt zich op deze toezegging, waarbij God alles volmaken zal.
Wij belijden dit elke zondagavond, wanneer wij samen komen in het huis des gebeds, dat Hij komt om te oordelen de levenden en de doden. Er zal een wederopstanding des vleses zijn enz. Over deze naderende komst spreekt ook de Apostel. Hij wil deze gemeente echter waarschuwen, dat zij niet moeten menen, dat deze komst direct aanstaande is.
In de vorige brief hfd. 4 had hij over deze wederkomst gehandeld. Waarschijnlijk hebben sommigen in de gemeente daar verkeerde conclusies uitgetrokken. Paulus komt nu in deze brief daarop terug.
Een ding is vast en zeker, Hij komt. Voor `t overige moeten zij zich niet laten verschrikken door geest, noch door woord of wat dan ook. Zij moeten zich laten onderwijzen door het Woord van God. Heeft de Zaligmaker niet Zelf getuigd, dat de toekomst van de Zoon des mensen zal zijn, zoals het was in de dagen voor de zondvloed en als in de dagen van Sodom en Gomorra? Die dagen waren dagen van zonde en ongerechtigheid, van afval en verval. Toen was de satan bezig, om ware het mogelijk Gods werk te verwoesten en om te brengen. Ook wanneer de dagen der voleindiging komen, zal de satan eveneens geweldig te keer gaan.
Zoals de Heere Zijn koninkrijk formeert door Zijn Geest en Woord uit mensen en door mensen, zo zal de satan het ook doen.
De gemeente van Thessalonica moet er op rekenen, dat de dag van Christus niet komen zal, tenzij eerst de afval zal gekomen zijn en dat geopenbaard zij de mens der zonde en de zoon des verderfs. Wat hij doet kunnen wij lezen in vrs. 4. Hij verheft zich en stelt zich boven al dat God genaamt op als God : geeërd wordt. .Hij zal in de tempel Gods zitten, alsof hij God ware en zal zich aldus vertonen.
Hier wordt de lijn van Edens paradijs op de felste wijze doorgetrokken. In het leven van de mensenkinderen is het of buigen voor de Heere, of de lijn van Adam volgen in de gehoorzaamheid aan de satan. Deze dingen zullen zich toespitsen.
De apostel zegt, wat hem wederhoudt weet gij, opdat hij geopenbaard worden op zijn eigen tijd. Dan gaat hij verder over hem schrijven.
Hij wil dus aan de ene zijde verkeerde gevolgtrekkingen wegnemen. Men dacht dat deze dag spoedig zou komen en daarom waren zij soms lijdelijk t.o.v. het koninkrijk der hemelen, en nalatig in hun aardse plichten en werkzaamheden. De juiste kunst van leven is zo te werken, alsof wij hier altijd zonden blijven en zo afgestemd te wezen alsof deze dag elk ogenblik zou kunnen komen.
De apostel zegt, dat de verborgenheid van deze ongerechtigheid reeds gewrocht wordt. Het is hiermede als bij Johannes. Deze spreekt over de antichrist, die komen zal. Zijn geest n.l. van de antichrist is alrede in deze wereld. Hier moeten wij goed opletten en ernstig rekening mee houden. Alzo moeten wij een open oog hebben voor onze tijd, waarin wij leven.
De verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht. Wij moeten letten op dit werk en de oorsprong ervan. Wij moeten acht geven waar het vandaan komt en hoe het werkt. De werker blijft achter de schermen. Alles is nog niet zo openbaar. Ook over de verborgenheid Gods wordt in de Schrift vele malen gesproken. De Heere doet het niet als de satan. God komt ermede voor de dag. Wat een verschil tussen deze verborgenheden van de ongerechtigheid en de verborgenheden van de Heere.
De verborgenheden des Heeren zijn voor degenen, die Hem vrezen. De Heere openbaart ze zoveel als ze kunnen dragen of kunnen verwerken. Deze verborgenheden hebben de eeuwige zaligheid ten doel. Niemand meer of minder heeft deze verborgenheid omtrent onze zaligheid geopenbaard, dan Gods eigen Zoon Zijn Eengeborene, de Zoon des mensen tevens. De Heere is de God der waarheid en der gerechtigheid. De Heere laat deze verborgenheden uitroepen. De Heere legt de dingen open. Wat is de openbaring dezer verborgenheden welmenend. Zij gaan eigenlijk ieder begrip te boven.
Wij kunnen deze openbaring alleen maar bewonderen. Hierin is de liefde Gods geopenbaard. Hoe anders met de mens der zonde en deze ongerechtigheid. Het ware van de zaak kon de duivel nooit mede voor de dag komen. Bedenk maar hoe het in Eden toeging. De satan moet zijn toevlucht nemen tot de leugen en deze leugen moet hij zo mooi mogelijk voorstellen.
Het is hiermede als met de gifbeker. Deze kon gevuld zijn met een fonkelende drank, doch de gebruiker drinkt er zich dood aan. Hoe opgesmukt is de leugen voorgesteld in Edens paradijs en wat al droeve gevolgen heeft dit gehad. Zie deze wereld aan. Zij bloedt uit i duizend wonden. Ware er geen ongerechtigheid, er zouden geen wonden geweest zijn.
De verborgenheid van deze ongerechtigheid wordt alrede gewrocht, zegt Paulus, Satan moet comedie spelen. Altijd is er een adder onder het gras. Hij is de leugenaar en de mensenmoorder. Als hij de leugen spreekt, spreekt hij uit zichzelf. Paulus heeft met deze verborgenheid der ongerechtigheid kennis gemaakt op verschillende wijze. Hij voerde de strijd niet alleen tegen vlees en bloed, doch ook tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Veel heeft hij geleden en met hem vele bloedgetuigen. Het is als een wolk om ons heen liggende. Wat heeft de Christus kennis gemaakt met deze verborgenheid der ongerechtigheid. Wanneer er één geweest is, die de oorsprong en het werk dezer ongerechtigheid heeft leren kennen, dan is Hij het geweest. Deze verborgenheid der ongerechtigheid zal niet altijd zo gevoerd worden als achter de 'schermen, doch zij zal geopenbaard worden, en daarboven, wanneer de mens der zonde zal geopenbaard zijn.
De strijd zal zich meer en meer gaan toespitsen. Waar de Heere verlaten wordt, neemt deze ongerechtigheid toe.
Onze tijd kenmerkt zich door het verlaten van God en Zijn Woord. Wat worden er een aanvallen op dit woord van God gedaan bijzonder in onze tijd.
Wat is van dit alles het gevolg? Lees maar wat uw courant u meldt. Wat een revolutie en opstand. Is de wereld niet vervuld met wrevel? Bijna overal wordt het gezag omvergeworpen. Moord en doodslag zijn aan de orde van de dag. Men wil a.h.w. een wereldrevolutie voorbereiden. Onze tijd spreekt boekdelen. Hoogconjunctuur is een speciaal middel om deze ongerechtigheid te bevorderen.
De mens komt meer en meer in het centrum te staan. Men wil nog wel van godsdienst weten, maar dan niet God in het centrum, doch de mens.
Het kennen en kunnen, cultuur en techniek werkt dit alles in de hand. Er zou nog veel meer te noemen zijn.
De mens, wanneer God er niet aan te pas komt, gaat zijn eigen weg. Dit is echter een vreselijke weg, een doodlopende weg. Wat ontzinkt een mens dan aan hetgeen hij worden kan door Gods genade.
Wanneer een mens opgaat alleen en uitsluitend in de dingen van het tijdelijke leven gaat hij steeds meer een dierlijk bestaan lijden. Wat stelt de Heere andere dingen voor. Hier staan twee beginselen tegen elkander over. Wij zouden kunnen zeggen, leven en dood, zegen en vloek, licht en duisternis, behouden worden en verloren gaan.
Waar het beginsel van de verborgenheid der ongerechtigheid meer en meer baanbreekt, is er schier geen plaats meer voor het woord van God. Zal alles dan ten onder gaan?
Dat lijkt soms wel. In het Oude Testament treffen wij soms al deze dingen aan. De dichter klaagt "wij zien onze tekenen niet meer. De vijand heeft zijn tekenen tot tekenen gesteld. Niet één profeet is ons nog overgebleven".
Elia zeide, dat hij er alleen nog was. Ach ja, zo kortzichtig zijn wij menigmaal. De Heere zorgt echter voor Zijn kerk. In Elia's ogen had de Heere er nog zeven duizend.
Er is en er zal blijven een overblijfsel naar de verkiezing der genade. De mens der zonde kan veel en zal in de toekomst veel kunnen, doch de Heere is de Almachtige. Hij heeft gezegd: "ziet, Ik ben met ulieden alle de dagen tot de voleinding der wereld. Ik zal Mij doen overblijven een ellendig en arm volk, die op den Naam des Heeren zullen vertrouwen. Ja, de poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen. Vrees niet, gij klein kuddeke, want het is des Vaders welbehagen, ulieden het koninkrijk te geven."
Dat koninkrijk is een erfenis, die voor hen bewaard wordt en zij worden bewaard voor de erfenis.
Gods kerk is altijd door de verdrukking gegaan, doch de Heere heeft ze niet losgelaten. Hij redde hen keer op keer. Wie denkt hier niet aan Ps. 74 en aan Ps. 124.
De vijanden waren op de been. Ten ware de Heere, die bij ons was, zegge nu Gods kerk, de vijanden zouden ons levend verslonden hebben.
De verborgenheid der ongerechtigheid werd alrede gewrocht en daardoor hadden Gods kinderen het benauwd.
De Heere blijft gelukkig dezelfde. Wat een troost is dit, te meer, wanneer wij nu gaan letten:
11
Hoe deze ongerechtigheid wordt wedergehouden.
Eerst was ze als het ware nog verborgen. Zij werkte wel, doch kwam niet zo zeer nog openbaar, althans niet zo, zoals ze eenmaal zal doorbreken.
Er staat dat hij wederhouden wordt. Er is nog niet een algehele doorbraak.
Door wie wordt hij nu wederhouden? Op deze vraag is meer dan één antwoord gegeven.
De gemeente, aan wie Paulus schrijft, wist dit!
Wij zullen niet alle antwoorden, hierop gegeven aanvoeren. Wie zal deze mens der zonde wederhouden?
Dat doet God natuurlijk, doch de Heere gebruikt hier middelen voor. Sommigen menen, dat Paulus de overheid bedoelt. Wij geloven zeer zeker, dat God deze inschakelt. Zij is toch immers Gods dienaresse ons ten goede. Zij draagt het zwaard niet tevergeefs, tot straf der kwaden.
Wat is het een voorrecht en een zegen, dat zij er is. Hierin moeten wij bewonderen de goedheid Gods, anders zou er geen samenleving mogelijk zijn. Wij lezen van Israël, dat er geen koning was in Israël en een ieder deed, wat recht was in j zijn ogen. De Overheid is een geschenk,van God, de Heere ten dienste ons. Stel u eens voor dat zij er niet was, wat zou het dan een chaos worden.
Paulus heeft gezegd, dat wij voor de Overheid zouden bidden opdat wij een stil en gerust leven mochten hebben in alle eerbaarheid en godzaligheid.
Alle macht is van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God verordend. Wanneer iemand zich tegen deze macht stelt, wederstaat hij de ordinantie Gods.
De Overheid geeft wetten. Zij oefent toezicht en handhaaft het recht door te straffen. Zij draagt het zwaard niet tevergeefs. Denk u eens in dat er geen politie was. Wat zou er dan van onze maatschappij worden?
Deze genoemde dingen moeten deze ongerechtigheid en wetteloosheid te keer gaan.
Hoe deze toestand nu is, spreekt onze tegenwoordige tijd duidelijk uit: Deze tijd is kenmerkend! Wij leven in deze wereld. Onze kinderen groeien in deze maatschappij op.
Hoe is de situatie tussen Oost en West.
Wat een spanningen zijn er. Een bange wereld is het. Wij hebben God verlaten. Wat vrede zullen wij dan hebben. Een gewapende vrede! Een vrede bewerkt door angst. Men wapent zich tot de tanden toe. Er is geen vrede, zoals God ze geeft. De Heere Jezus zeide: "Mijn vrede geef Ik U en Mijn vrede laat Ik u. Niet gelijkerwijs de wereld de vrede geeft." Wij worden in onze tijd wel bepaald bij deze vrede van de wereld. Het is geen vrede die voortkomt uit het hart.
Er is zoveel haat en nijd. Het innerlijke van de mens is niet veranderd. Men durft elkaar niet aan uit angst. Het gist echter overal. Van de humaniteit en medemenselijkheid wordt tegenwoordig veel verwacht. Meer dan leuzen zijn het echter niet. Dit zal alles teleurstellen.
Er zijn ook nog andere meningen en wij geloven, dat Paulus ook deze bedoeld heeft, welke deze ongerechtigheid wederhouden. De Heere heeft nog andere middelen n.l. Wet en Evangelie. Deze beide getuigen dienen om de mens nog een halt toe te roepen. Wij denken onwillekeurig aan Paulus. Wanneer hij het over gezanten van Christus heeft, merkt hij op; "wij dan wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof." Wat zijn er een vuurprofeten geweest als Elia. Wat ging hij door woord en daad deze ongerechtigheid te keer. En om niet meer te noemen, dan zouden wij nog willen wijzen op Johannes de Doper en de Christus zelf.
De Doper getuigde tegen deze ongerechtigheid en de Heere Jezus kwam om de werken des duivels te verbreken.
Aan de andere zijde werden zij gedrongen door de liefde van Christus. Er werd zelfs gebeden, namens de Heere Zelf zich te laten verzoenen. In het oude Testament zijn de vermaningen en de opwekkingen legio. Wij denken aan Jes. 55. Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is en roept Hem aan terwijl Hij nabij is. Verlaat uw weg en gedachte en bekeer u tot de Heere, opdat gij behouden wordt.
Deze wederhouding is van tijdelijke aard. Dit zal veranderen. Er zal een crisis komen. Er zal een eindworsteling komen. Wij wezen daar reeds op. Het zal erger worden. Daar spreekt de Schrift van op meer dan één bladzijde. De ongerechtigheid zal toenemen. Toen werkte ze reeds in de dagen van Paulus en eveneens in de tijd van Johannes. Hij werd nog steeds wederhouden om in al zijn kracht nog niet door te breken. Doch dat komt wel en daar willen wij op letten,
III
Hoe deze verborgenheid der ongerechtigheid doorbreekt.
Er wordt van een doorbraak en openbaring gesproken. Eerst was het de verborgenheid en nu wordt van openbaring der ongerechtigheid getuigd. Wanneer deze openbaring komt is er wel het een en ander op te merken.
De achtergrond dezer openbaring komt duidelijker naar voren. Eerst genoemd de verborgenheid der ongerechtigheid. Onder deze ongerechtigheid worden alle zonden en misdaden verstaan. Doch ook alle pogingen om te verwoesten en te verderven. Nu wordt er meer een persoon aangewezen n.l. de ongerechtige. De werking der ongerechtigheid krijgt meer gestalte en wordt als een persoon, als de ongerechtige getekend.
In het Grieks heeft het de betekenis van de wetteloze of de onwettelijke. Noch God, noch meester. Hier zullen geen normen en waarden meer zijn. Wanneer wij nu op onze tijd letten, dan bemerken wij, dat normen en waarden met voeten getreden worden. Wat wordt in onze tijd het gezag ondermijnd. De overheid heeft niet meer die zeggenschap, die zij vroeger had. Wat laat de tucht in de gezinnen veel te wensen over. Wat krijgen wij zodoende een losgeslagen jeugd. De jeugd wordt daardoor mede een slachtoffer van deze tuchteloosheid. Wie komt hiermede niet schuldig te staan voor God?
Onze ouders zijn door God met gezag bekleed en waar dit gezag niet voldoende uitgeoefend wordt, krijgen wij de openbaring van deze wetteloze of ongerechtige. Wordt ook het Woord van God niet veel van zijn kracht beroofd? De satan, de wetteloze weet, welk machtig wapen het Woord van God is. Daarom worden a.h.w. de aanvallen op dat Woord gedaan.
Hoe meer dat Woord van zijn kracht inboet, des te meer zal de ongerechtige geopenbaard kunnen worden. Wij moeten niet vergeten, dat wij naar de eindworsteling toegaan en dat satan geweldig te keer zal gaan, wetende dat hij een korte tijd heeft. Het is in deze als met licht en duisternis. Naarmate het licht minder wordt, neemt de duisternis toe. Naarmate de overheid en het Woord van God hun greep op de mensen kwijt raken, krijgt de ongerechtige de mensen meer onder zijn macht. Wat is er een groot verschil tussen deze ongerechtige of deze mens van de zonde en de zoon van het verderf en de Heere Jezus Christus. Ook de Zaligmaker staat met de mensen in contact en wordt de Zoon des mensen genoemd.
Hij kwam niet om de zielen van de mensen te verderven, doch
te behouden. Nu komt deze droeve persoon n.l. de zoon van het verderf, deze ongerechtige wordt geopenbaard. Voor het woord openbaren wordt hetzelfde woord gebruikt als voor de openbaring des Heeren. Maar wat een verschil. De openbaring des Heeren is een heilsopenbaring.
Die God is ons een God van volkomen zaligheid en daartegen over de zoon van het verderf. Al wat deze laatste doet en wil is verderven en verwoesten. Zijn naam wijst daarop. Deze mens van de zonde wordt geopenbaar. Tegenstelling tussen Christus en hem. De zonde moet volgroeien, rijp worden. De satan moet zijn maat volmaken. Ook de wereld maakt de maat vol. Denk maar aan de ongerechtigheden van de Kanaanieten. Er is bij God een volheid van de tijden. De Heere schrijft de geschiedenis. Gedurig weer een volheid.
Zelfs de volheid van de ongerechtige zal de lof des Heeren nog groter maken. In Ps. 2 is alles vergaderd tegen de Heere en Zijn Gezalfde Zij zeggen: "laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen. Die in den hemel woont zal lachen. De Heere zal hen bespotten". De Heere weet, dat hun dag komt". De grimmigheid der mensen zal de Heere loffelijk maken. Ja het overige van de grimmigheden zal opgebonden worden. Wanneer bij de Heere de tijd vol is, komt de ontknoping. Het zonde proces moet volgroeien. De oogst der aarde moet rijp worden. De ongerechtige zal alles op de spits drijven. Het zal dan een bange tijd zijn.
De Heere zal er echter te meer door verheerlijkt worden. De doorbraak van de mens van de zonde of de zoon van het verderf zal dan geschieden als God dat toelaat. Wij schreven reeds boven, dat de macht berust bij de Heere. Het kan soms schijnen, alsof de vijanden alle macht bezitten en kunnen doen wat zij willen. Hoe menig kind van God heeft hiermede een zware strijd gehad. Asaf beschrijft deze strijd in Ps. 73. De vijanden zijn oppermachtig De goddeloze tast met zijn mond de Allerhoogste aan. 0, als in de eindtijd de mens van de zonde geopenbaard wordt. Hij stelt zich tegen en verheft zich boven al wat God genoemd of als God geeerd wordt; ja, hij zal in de tempel Gods zitten zichzelf vertonende, alsof hij God is. Ach wij zullen hier maar geen voorspellingen gaan doen, waar deze mens van de zonde zal geopenbaard worden of in welke hoedanigheid hij zal verschijnen.
Laat ons deze beschrijving welke Paulus van hem geeft, genoeg zijn. Wij geloven, dat hier duidelijk naar voren komt, dat het dan een boze tijd zal wezen, als deze ongerechtige geopenbaard zal worden. Dan zijn er geen remmen meer. Het zal een uiterst bange tijd zijn voor Gods kerk. In de Openbaring van Johannes worden er namen gegeven aan deze verschillende machten o.a. het beest en de valse profeet. De wetteloze of ongerechtige zal vreselijk te keer gaan en Gods kerk niet willen dulden. Die hem wederhield zal uit het midden worden weggedaan. Zijn de voortekenen hiervan niet duidelijk? Wanneer wij letten op de tuchteloosheid, is het dan niet meer dan erg?
De machten, die God gebruikt om te weren en te wederhouden worden meer en meer zwakker. Begint ook Gods Woord niet steeds meer de greep kwijt te raken op de mensenkinderen? De gelegenheid voor de ongerechtige, om zich te openbaren, wordt steeds gunstiger. Hoe zal het dan aflopen? Gaan zich hier de vragen niet vermenigvuldigen? Is er dan nog toekomst voor Gods kerk of hebben de vijanden inderdaad gelijk, dat de kerk op retour is? Wij willen daar nog opletten, doch laat ons eerst zingen; zoals de dichter van Ps. 94: 11 dat beschrijft.
Zou ooit de stoel der schaad'lijkheden
Bij Uwe troon een plaats bekleden,
Die moeit' en wetten boos verdicht?
Zij rotten saam, en, wars van `t licht,
Verdrukken zij het vroom gemoed,
Ja, doemen zelfs `t onschuldig bloed.
IV
Hoe deze ongerechtigheid wordt overwonnen.
Wij hebben zo even opgezongen met deze dichter, hoe ook hij zijn vragen en zijn strijd had. Heel geel was de gang van Gods kerk hier op aarde een weg van bloed en tranen, in het algemeen of soms in het persoonlijk leven.
Deze dichter zegt: "zou ooit de stoel der schadelijkheden bij uwen troon een plaats bekleden? " De apostel zal daar een antwoord opgeven. Hoe zal het gaan in het einde? Hoort hoe hij dat beschrijft!
Vrs. 8 zegt, en alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, welke de Heere verdoen zal door de Geest Zijns monds en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst. Wij werden eerst bepaald a.h.w. bij de schier alles beheersende macht van de rechtige. Wanneer de tijd echter vol is, de maat vol is, zal de Heere opstaan tot de strijd.
Reeds hebben wij gezegd: "Die in den hemel woont, zal lachen, want Hij ziet, dat zijn dag komt", n.l. van de goddeloze. Welnu, ook de dag voor de antichrist komt. Het was de ure van de antichrist, doch als de tijd vol is, staat de Heere op, vol majesteit en heerlijkheid. Neen, er staat niet, dat de Heere opstaat, doch het staat er veel rijker n.l. al is de macht, die zich stelt tegen God nog zo groot, de Heere verdoet hem door de Geest Zijns monds. Wij lezen: "Hij spreekt, en het is er, Hij gebiedt en het staat er! " Zo zal het straks gaan. Wat een majesteit! Hij wordt verdaan door de geest zijns monds.
De Heere zal verschijnen tot de vreugde van Zijn kerk. Zijn volk krijgt de zegen. De boze wordt verdaan en te niet gemaakt,al leek het heel anders. De verschijning van Jezus' toekomst! Dat een openbaring en het zal een verschijning van de heerlijkheid van Christus. Wie zal bij machte zijn, om een tekening te geven van de glorie van de Heere Jezus? Wanneer Johannes Hem zag, viel hij als dood aan Zijn voeten neder.
O wat zal die verschijning voor degenen, die van Christus zijn, heerlijk wezen. Denk het u in, de benauwdheid en de verdrukking van de ongerechtige. Op medelijden van deze ongerechtige kan niet worden gerekend. Met recht zal de kerk dan komen uit de grote verdrukking. Let wel, zij komen er uit en zij komen er doorheen.
Wat is dit een rijke vertroosting voor Gods kerk. Wat is het kostelijk, dat dit beschreven is. Dit is belofte en profetie. Dit mag nu verkondigd en uitgeroepen worden. Dit behoort bij de verborgenheid, die de Heere openbaart. Dit wordt geopenbaard, opdat wij ons tot die God zouden wenden. Hoe anders zal het met zijn vijanden en met de antichrist. In vrs. 8 wordt gezegd, dat de ongerechtige zal worden verdaan en te niet gemaakt. Paulus wil deze ongerechtige nog even uitschilderen en de achtergrond van zijn handelen aanwijzen.
Hij zegt: "hem zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des, satans, in alle kracht en tekenen en wonderen der leugen". Het zal wondeilijk en krachtig zijn, alles wat hij doet, och het is alles leugen en bedrog. Wee degenen, die door dit bedrog, dit onrecht en deze leugen worden verleid. Zij gaan verloren. Dat zal wat zijn. Een volgeling te zijn van deze leugenaar. Alles wat deze ongerechtige doet is bedrog, en hij wordt verdaan en te niet gemaakt. Deze dingen worden ons voorgesteld. enverkondigd. Dat moet altijd gedaan worden. Er moet voorgesteld worden de liefde der waarheid om zalig te worden.
Er moet pressie uitgeoefend worden. Er moet bewogen worden tot het geloof, door de liefde der waarheid. Wat is het nodig, wanneer dit onze taak is, dat wij doordrongen zijn van deze liefde en bewogen worden door deze liefde der waarheid. Wat staat het hier toch aangenaam. Wat wordt hier onze verantwoording beklemtoond, zowel wanneer wij deze liefde moeten voorstellen en deze ons voorgesteld wordt.
Er wordt hier gesproken over het niet aannemen van deze liefde der waarheid. Wat is dit erg. Ach, dat al degenen, die nog de leugen der ongerechtigheid en dit bedrog nalopen, zich tot de Heere mochten wenden.
Hij is toch die God, Die ons tegemoet treedt met deze liefde der waarheid. Hij begeert uw dodelijke dag niet. Hij wacht om genadig te zijn. O, besef dit toch, opdat gij niet tot erger voort vaart. Lees wat er staat van hen, die deze liefde der waarheid niet aan, genomen hebben om zalig te worden, doch een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid. God zal hen zenden een kracht der dwaling, zodat zij de leugen geloven. Dit is het ergste wat er is. Val de Heere te voet en doe geweld op het Koninkrijk der hemelen.
De Heere is alles machtig. Hij wil gebeden zijn, opdat Hij u dat doen zal. Zoek Hem, terwijl Hij te vinden is.
En gij, die de liefde der waarheid door Gods genade mocht aannemen. Wat was dit een wonder! De liefde der waarheid legde u geheel en al bloot, en ontdekte u en gaf de leugen bij u van nature aan. Als zodanig waart gij in alles te veroordelen.
En nu is dit het wonder van de liefde der waarheid. Zij openbaarde bij u leugen en bedrog, deed u de ongerechtigheid van de zonde zien niet alleen, doch deed ze u haten en vlieden. En diezelfde waarheid werd voor u de mogelijkheid van deze God der waarheid gaf God Zijn Zoon, opdat wij in Hem het leven zouden vinden.
Het mag dan hier zijn verdrukking benauwdheid en een tranenvol, wanneer de verschijning van de Heerti Jezus daar zal zijn, zult u een eeuwige vertroosting ontvangen. Zo mag dan uwe harten versterkt worden. Amen.

December 1970