Oorlog in de hemel.
Predikatie door ds. P. van Zonneveld te Papendrecht.
Ps. 69:14
Lezen : Openbaringen 12
Ps. 143:2, 9 en 11
Ps. 85:1
Ps. 32:6
„En er werd krijg in de hemel : Michaél en zijn engelen krijgden tegen de draak, en de draak krijgde ook en zijn engelen. En zijf hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in de hemel. En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen. En ik hoorde een grote stem, zeggende in de hemel: Nu is de -zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden onzes Gade; en de macht van Zijn Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onze God dag, en nacht, is nedergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe."
Openbaringen 12 : 7-11.
En ogenblik van onbedachtzaamheid kan maken dat men jaren schreit."
Wat kunnen wij - mensen - soms moeilijk de gevolgen overzien. Eén gedachte, één woord, één daad kan een hele nasleep hebben.
Dingen met name noemen is onnodig. In de wereldhistorie, in de Bijbel, ze zijn er legio. Ze zijn er in elk mensenleven. Wie is er die niet eens gezegd heeft: „had ik maar niet" of „had ik maar wel" ?
Het is een vanzelfsprekendheid dat wij ons altijd zo veel mogelijk van een goed gevolg trachten te verzekeren. Maar dikwijls genoeg is de uitwerking niet gedacht of voorzien, en daarom ontstellend of verrassend.
U weet als kerkmens, dat eens op de heuvel Golgotha, in de nabijheid van Jeruzalem, een kruis heeft gestaan met de Zoon van God daarop vastgenageld. Het door ons gedachte gevolg van die kruisiging moet wel zijn: een toornend en wrekend God, duizendtallen van hemelse legermachten naar beneden suizend met uitgetrokken zwaard, een vernietigde mensheid. Doch het is verbazingwekkend. Er gebeurde niets van dat al.
Al evenzeer verbazingwekkend is het effect van die kruisiging in de hemel. Zoudt u gedacht hebben aan oorlog in de hemel ? Zoudt u gedacht hebben aan een satan die uit de hemel geslingerd wordt ? Zoudt u gedacht hebben aan engelenkoren, die in jubel uitbreken ?
We zouden tot vandaag toe niet geweten hebben wat in de hemel gebeurd was, als de hemel zelf het niet had geopenbaard.
Het is bekend. God wilde het kruis, en Christus aan het kruis triomfeerde door dat kruis.
Het gevolg van deze triomf in de hemel is visionair getoond aan Johannes op Patmos. Door het Woord mogen ook wij weten.
HET EFFECT VAN CHRISTUS' KRUISOVERWINNING IN DE HEMEL.
Dit effect openbaart zich in drieërlei :
le. in een oorlogende hemel,
2e. in een uitgeworpen satan,
3e. in jubelende broeders.
„En er werd krijg in de hemel." Ja - echt -, dat staat in de Bijbel, het Boek van de Waarheid Gods. 't Is voor geen tweeërlei uitleg vatbaar. Glashelder. Oorlog in de hemel! Ontstellend, nietwaar ?
We stellen ons de hemel het liefst voor als een oord van rust en vrede; en dan te horen dat het ook al daar strijd is, werkelijk, dat bevreemd, dat verbaasd uitermate. Wie kan daar nu bij ? Wie houdt dat nu voor mogelijk? Oorlog in de hemel, dat is immers onvoorstelbaar, ondenkbaar ?
Op aarde — nu ja, hoe verschrikkelijk ook, we weten niet anders.
Het begon eerst in 't klein. Kaïn hief de knots op en sloeg zijn broer Abel dood. Sindsdien al groter.
De aardbodem werd al meer roodgekleurd. Twee wereldoorlogen zijn reeds geweest. Als laatste komt naar de profetie der Openbaring de allesovertreffende krijg: wanneer de zesde engel zijn schaal vol van de toorn Gods uitgiet; wanneer de rivier de Eufraat wordt uitgedroogd, de belemmering wordt weggenomen ; wanneer een leger van 200 miljoen, man wordt gemobiliseerd. Het bloed van een derde deel der mensen zal tenslotte de aardbodem doordrenken.
Strijd en nog eens strijd, dat kenmerkt de wereldgeschiedenis.
In die harde werkelijkheid leven wij ; en er kan slechts vrede zijn als er bewapeningswedloop is. Die oude spreuk blijkt maar al te waar: „Wie vrede wil, bereide zich voor op de oorlog."
Men kan pacifist zijn, men kan er tegen demonstreren, maar ten spijt daarvan, er blijft strijd : klassenstrijd, rassenstrijd, stelselsstrijd en wat voor strijd er nog meer kan zijn.
Maar nu - oorlog in de hemel. Het meest ondenkbare is werkelijkheid.
Die krijg wás er. Vandaag niet meer. Het was ook geen oorlog van jaren, zelfs niet van dagen. Het was kort, zeer kort. Er kwamen geen mitrailleurs aan te pas, geen kanonnen, zelfs geen atoombommen. Er was wel een machtig wapen. Door dat wapen was de strijd uitermate kort.
Twee partijen waren er, die met elkaar in conflicht kwamen.
De ene was Michaël en zijn engelen. Zijn naam betekent „wie is gelijk aan God ?" Treffend; -, de afloop van de strijd zal dat aantonen ! We zullen straks uitroepen: wie is gelijk aan God?!
Michaël wordt in het boek Daniël genoemd een van de eerste vorsten, de grote. vorst. Hij is een aartsengel. U kunt hem u voorstellen als het hoofd van de hemelse legermachten.
De andere partij wordt met vele namen aangegeven. Het is de draak, de grote draak, de oude slang, de duivel, satanas, die de gehele wereld verleidt. Elke naam heeft hier z'n betekenis.
Het woord draak wijst op het geweldige, het monstrueuze. Dat geweldige komt sterk uit in een voorgaande beschrijving. Hij heeft zeven koppen, tien hoornen en op zijn zeven koppen zeven kronen. Hij is de geweldige wereldbeheerser. Sedert hij de mens, die heerschappij ontvangen had over de aarde, verleid heeft, heeft hij de mens met zijn gehele gebied aan zich onderworpen en bezit en oefent hij de heerschappij over de wereld.
De naam de oude slang verwijst naar het begin van de Bijbel. Daar wordt de slang genoemd als instrument in de hand van Gods tegenstander. Het instrument en Gods tegenstander worden hier vereenzelvigd. Daardoor wordt die tegenstander getekend als bedriegelijk en venijnig. Door de slang de oude te noemen wordt het gevaarlijke van hem nog meer aangegeven. Hij heeft in zijn bedriegen reeds een eeuwenlange ervaring, en daardoor is hij te gevaarlijker.
Door de naam duivel wordt Gods belager getekend als de verleugende, de sluweling, de lasteraar, de kwaadspreker, die de mensen strikken legt om ze te verderven.
Tenslotte de naam satan. Deze naam betekent tegenstander. Dit woord tekent satan als de grote tegenstander van God.
Al deze namen geven aan, dat het hier gaat om een niet te onderschatten tegenpartij. Het is een grote, een sluwe macht.
Bovendien de draak, satan kwam niet alleen. Hij kwam met al zijn engelen. Dat zijn de engelen, die hij met zich mee had getrokken in zijn afval van God. Heel de hel had hij dus gemobiliseerd. Heel de hel met satan aan het hoofd was opgetrokken naar de hemel.
Elke oorlog heeft z'n datering. We dateren oorlogen met zoveel jaren vóór of zoveel jaren na Christus' geboorte.
Het opmerkelijke van de krijg in de hemel is, dat deze niet gedateerd wordt naar het Kerstfeit. Niet het Kerstfeit doch het hemelvaartsfeit staat hier centraal. De oorlog in de hemel had plaats terstond na de hemelvaart van Christus.
Deze datering wijst aan het geheel bijzondere van deze strijd. Zulk een oorlog is er nooit geweest, en zal er ook nooit meer zijn.
Elke oorlog heeft ook z'n oorzaak. Zo ook hier. 't Is eigenlijk zo : toen Christus ten hemel voer, stormde satan met al zijn trawanten achter Christus aan de hemel in. De oorzaak van de strijd ligt in de hemelvaart van Jezus Christus. Nog nader gezegd : in het feit, dat Jezus Christus met doorboorde handen ten hemel voer, dat is na kruislijden, na kruisoverwinning.
Onder het Oude Testament stond de draak vóór de vrouw, die baren zou. Dat was dus hier op aarde. Hij stond vóór de Kerk van het Oude Testament, uit wie het Vrouwenzaad geboren zou worden, de Beloofde, de grote Slangenvertreder, Jezus Christus, Die 's vijands kop zou vermorzelen. Zijn enige doel was het Kind, dat de vrouw zou baren, te verslinden.
De draak heeft de geboorte niet kunnen verhinderen. De vrouw heeft het Kind gebaard.
De draak heeft, nadat het Kind gebaard was, getracht Het te vermoorden. Hij heeft geprobeerd Het te verleiden. Hij heeft Het willen wegstoten in de hel. Maar tevergeefs! Het Kind werd weggevoerd naar God en Zijn troon. Het voer ten hemel op.
Nog gaf satan het niet op. Hij ging Christus achterna. Dit achternagaan moet u zien als een wanhoopsdaad, als een uiterste poging om Christus uit de hemel te halen, om Christus te verslinden, om zijn rechtspositie tegenover God, die tegelijkertijd een machtspositie was, te handhaven.
Het moet zeer bevreemden, dat Gods grote wederpartijder in de hemel kon komen. Mocht dat nu ? Liet God dit zo maar toe ? Wij zetten onze deur toch ook niet voor iedereen open ? Wij houden toch ook buiten die wij niet binnen willen hebben ?
Het begin van het boek Job zegt duidelijk dat dit kon. Satan kon naar de hemel gaan. Hij kon komen vóór de troon van God.
Dat kon, omdat satan een machtspositie tegenover God had.
Het wordt u toegegeven, dat dit wonderlijk klinkt. Satan, die toch ook schepsel is, macht over de almachtige God ? We kunnen ons dit niet indenken. Doch let u eens even op die andere naam die aan satan wordt gegeven. Hij wordt ook genoemd: de verklager der broederen, die hen verklaagde voor God dag en nacht. Satan is aanklager. Hij stelt in staat van beschuldiging.
In een van de visioenen van de profeet Zacharia treedt satan als zodanig op. Hij staat daar aan de rechterhand van Jozua met als enig doel Jozua te wederstaan, dat is aan te klagen, te beschuldigen, aan het oordeel prijs te geven ; en dan niet slechts Jozua. Jozua is de hogepriester. Hij vertegenwoordigt als ambtsdrager Sion, dat Sion dat rijke beloften van de Heere heeft ontvangen: de Heere zal Sion nog troosten en Jeruzalem nog verkiezen ; en: de dochter Sions mag zich verheugen en verblijden, zij mag juichen, want zie, Ik kom en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de Heere.
Satan klaagt in Jozua de hogepriester heel het door God verkoren Sion aan; en zijn aanklacht is geen leugen. Hij wijst op Jozua's vuile kleed, en...... Jozua wás bekleed met vuile kleren. Deze vuile kleren zijn beeld van de zonde en ongerechtigheid van Jozua. Jozua en heel het door God verkoren Sion zijn zondaars, moedwillige overtreders van Gods heilige wet, en daarom schuldenaars. Hoe kan de Heere dan zulk een volk Zich verkiezen? Hoe kan de Heere zulke rijke beloften aan zulk een volk geven ? Hoe kan de heilige en de rechtvaardige God zo iets doen ? Dit is toch niet te rijmen met Zijn deugden ?
Satan klaagt de broeders aan. Zij zijn het volk van Gods eeuwig welbehagen. Het volk waarnaar Gods liefde reeds van eeuwigheid is uitgegaan. Doch hoewel verkoren dat volk is niet anders dan de anderen. Ze zijn ook zondaren, onheiligen, wetsovertreders, schuldenaars.
Hoe kan de heilige en de rechtvaardige God Zich inlaten met zulken ?
Satan speelt zijn listig spel met God. Hij chanteert. Hij wil God dwingen het volk van Zijn welbehagen los te laten. Dat moet. Het kan niet anders, om de deugden Gods niet. God zou geen God meer zijn.
Dat zondige, schuldige volk moet prooi van satan zijn. Daar heeft hij recht op. God, de Heilige moet toch gruwen van het onheilige ? God, de Rechtvaardige en de Waarachtige kan toch schuldenaars niet voor onschuldig houden ?
Dag en nacht klaagt satan Gods kinderen bij God aan. Permanent dus. Op elk willekeurig moment kan hij naar de hemel gaan, voor Gods troon komen, voor Gods aangezicht verschijnen om het volk Gods aan te klagen; en God kan die aanklachten niet loochenen. God kan die aanklachten niet wegslingeren als louter leugen. God zou geen God meer zijn.
Dat is nu satans machtspositie tegenover God. Satan heeft macht, de macht van het recht, over de almachtige God!
U wilt naar de hemel ? U wilt zalig worden ? Dat kan toch niet?! Als onheilige in de nabijheid van de Heilige komen, dat is vreselijk. God is een verterend' vuur. Als schuldenaar in de nabijheid van de Rechtvaardige en de Waarachtige komen, ook dat is vreselijk. De rechtvaardigheid en de waarachtigheid Gods eisen immers volledige betaling van de schuld ? In Zijn nabijheid komen betekent niet anders dan -de hitte van Gods gramschap, de eeuwige dood.
In het rechtsgeding, dat de profeet Zacharia visionair aanschouwde, zwijgt Jozua. Wie zwijgt, stemt toe. Jozua kon niet ontkennen, dat hij met vuile kleren bekleed was. Hij moest satan gelijk geven.
Dat is nu het werk van de Heilige Geest. Hij is gekomen om te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Door dat werk gaat de mond dicht. Door dat werk scheurt het kleed van eigengerechtigheid. Door dat werk is er zwijgen, is er de zelfveroordeling: O God, satan heeft volkomen gelijk; met recht kan hij aanklagen; ik heb een vuil kleed; een rein kleed hadt Gij mij gegeven, maar ik heb het bezoedeld; ik, ik ben Uw gramschap dubbel waardig ; als Gij het vonnis des doods voltrekt...... dat vonnis is gans rechtvaardig.
Kan God, de Heilige, de Rechtvaardige en de Waarachtige anders ? Moet Hij het vonnis niet voltrekken ? Hij is toch God ? !
De draak geeft zijn oude rechts- en machtspositie niet zo gemakkelijk prijs. Met al zijn helse trawanten stormt hij achter de ten hemel gevaren Christus de hemel in. En er werd krijg in de hemel. De draak vecht tot het uiterste om zijn plaats te behouden. Evenwel - het is adembenemend -, satan krijgt geen toegang meer tot de troon van God. Van de troon is een bevel uitgegaan tot Michaël en zijn engelen; en de hemelse legers rukken op het helse leger tegemoet. De oorlog ontbrandt. Wie overwint ? Satan? Dan ieder prooi van satan! Dan ieder verloren! Dan voor ieder Gods gramschap, het vonnis, de eeuwige dood, de hel! Doch neen! Er is dat wapen, dat wapen Gods, waardoor de hel het verliest : de kruisoverwinning van Jezus Christus!
Hier komen we aan het tweede. Het effect van Christus' kruisoverwinning is niet slechts strijd in de hemel, maar ook een uitgeworpen satan.
En zij hebben niet vermocht. Hier is de overwinningsproclamatie van de hemel. De hel heeft het moeten afleggen tegen Michaël en zijn engelen, tegen, God. De hel bleek niet almachtig te zijn. Satan en al de zijnen zijn overwonnen door de almachtige God.
En hun plaats is niet meer gevonden in de hemel. Voorheen en dat is heel de Oud-Testamentische situatie - kon satan de hemel ingaan en zijn sluw spel spelen. Maar nu is satans spel uit, voorgoed.
De deur van de hemel is voor altijd voor hem in het nachtslot geworpen. Nooit kan hij meer voor de troon van God zijn vuisten opheffen tot een aanklacht tegen de uitverkorenen Gods.
Hier is een blijde boodschap voor de kinderen Gods. Satan kan u niet meer aanklagen! Nooit meer! Al leert u hem gelijkgeven in zijn aanklachten, al leert u de vuilheid van uw kleed steeds meerzien, al leert u de inhoud van het zondaar-zijn steeds meer verstaan, al leert u de zonde als schuld kennen, satan kan u niet meer voor God aanklagen.
Hij, de grote draak is geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen. Als een krachteloze, als een weerloze is hij uit de hemel gebannen; als een bliksem is hij geworpen naar omlaag.
Huiveringwekkend is de betekenis daarvan voor de aarde. Vanaf dat moment vangt de vervolging van de Kerk aan. De draak en zijn engelen neergeworpen op de aarde werpen zich op de Kerk. Satan weet dat hij slechts een kleine tijd heeft. In de toekomst wacht hem de poel des vuurs. Dat prikkelt hem tot het uiterste. Hij komt tot de hoogste razernij. Echter vanuit de hemel wordt hij verhinderd de Kerk aan te grijpen en te doden. Doch straks, als de vijfde engel heeft gebazuind, wordt de put des afgronds geopend. Satan wordt ontbonden. Aan het beest uit de zee, de Antichrist, in dienst van de draak wordt macht gegeven om de heiligen krijg aan te doen en...... om die te overwinnen! Het wordt voor de Kerk zeer bang, zeer benauwd. Maar in die hoogste nood openbaart Zich de Koning der Kerk in macht en heerlijkheid. Zijn Kerk wordt verlost, en de hel voor eeuwig geworpen in de poel des vuurs.
Satan op aarde. De Kerk weet dat bij ondervinding. Strijd en nog eens strijd. De kerkgeschiedenis spreekt duidelijke taal. Die strijd is er ook vandaag. Wie tot die Kerk behoort, staat er midden in.
Er is gezegd : „Wie God leert kennen, leert ook satan kennen."
Dit is onmiskenbaar waar. Kennen we God niet, dan kennen we geen strijd, geen bestrijder, geen aanklager, dan laat satan met rust. Zeker -, we zijn godsdienstig, we zijn kerkmens. Doch dit op zichzelf maakt satan nog niet tot tegenstander. Satan is en blijft vriend van vormelijke kerkmensen, van vormelijke bidders, van vormelijke Avondmaalgangers, van tijdgelovigen, van eigengerechtigen. Alleen door Geesteswerk wordt satan van vriend tot vijand. Door wedergeboorte. Als de heerschappij van satan gebroken wordt. Als er de overgang is vanuit de dood in het leven. Als er werkzaamheden komen aan Gods genadetroon.
Satan als tegenstander, ja -, als doodsvijand, een vijand die als enig doel heeft om weer in de dood terug te brengen. Hij bestrijdt onophoudelijk. Hij schiet zijn giftige pijlen af om dodelijk te verwonden, om te brengen tot ongeloof, tot wantrouwen, tot wanhoop.
Niet alleen bestrijdt hij, maar ook klaagt hij aan. Hij beschuldigt, hij wijst op het vuile kleed. Hij wil hiertoe brengen : dat gezegd wordt: mijn kleed is te vuil, mijn zonde te veel, mijn schuld te groot, er is geen hoop meer voor mij.
Maar hóórt u. Satan kan slechts hier op aarde aanklagen. Daar boven niet meer!
De vragen moeten zich nu wel opstapelen. Hoe is het mogelijk, dat satan voor Gods aangezicht niet meer kan aanklagen? Heeft satan dan geen recht van aanklacht meer? Is het volk Gods dan niet meer onheilig en onrechtvaardig ? Of is God God niet meer ?
Nu - God is God gebleven. Hij is immers de Onveranderlijke?!!
Toch is satan terecht uit de hemel geworpen. Hij had geen enkel houvast meer, en geen recht van enige aanklacht meer. Dat komt, omdat Gods volk anders is geworden. Het vuile kleed is weg. De ongerechtigheden zijn weggedaan. Het heeft nu weer een blinkend, rein kleed.
Dit is het wonder.
Neen, het volk Gods heeft niet zelf dit wonder tot stand gebracht. Het heeft niet zelf de vuilheid van het kleed weggekregen. Daar kunnen we veel en lang mee bezig zijn. Doch het is een onmogelijkheid om het zelf te reinigen. „Al wiest gij u met salpeter en al naamt gij u veel zeep, zo is toch uw ongerechtigheid: voor Mijn aangezicht getekend."
Alle zelfreiniging is vruchteloos.
Dit wonder is alleen te verklaren door Hem, Die satan vooruit ten hemel is gevaren. Jezus Christus, Hij heeft satan de grond onder de voeten weggetrokken. Hij heeft satan het recht van aanklagen uit handen geslagen.
Sinds op Golgotha de triomfroep „het is volbracht" geklonken heeft, is de plaats van Gods volk een andere. Het is niet meer zondaar, schuldenaar. Het kan niet meer beschuldigd worden. Er is geen zonde meer, er is geen schuld meer. Door het werk van Christus is alles veranderd.
Hier treedt naar voren de rijke betekenis van Christus' werk, van Zijn lijden en sterven, van Zijn kruisdood. Satan kón uitgeworpen worden, omdat Christus uitgeworpen is geworden.
God heeft Zijn Zoon verworpen, vervloekt, prooi van satan laten worden, omdat Zijn Zoon Borg was geworden. Christus is in de plaats gaan staan van het volk van Gods welbehagen. Hij heeft het vuile kleed overgenomen. Hij is tot zonde gemaakt. Hij heeft ook de schuld van dat vuile kleed op Zich genomen.
Niets was er, dat Hem dwong. Hij wilde, omdat Hij Zijn Vader liefhad en omdat Hij het volk van Zijn Vader liefhad. Liefde dreef Hem slechts. Liefde tot hen, die moedwillig het schone kleed, dat God had gegeven, hadden bezoedeld. Liefde tot zondaars, onheiligen, onrechtvaardigen.
U weet waar die liefde Hem gebracht heeft. Op Golgotha, aan het kruis, aan het vloekhout, in de helse benauwing en verlating. Christus met uitgebreide armen en vastgenagelde handen geeft het bewijs van Zijn liefde. Zo lief heeft Hij mensen, die een vuil kleed dragen......
Hier knappen de woorden af. Hier stokt de stem. Hier blijft slechts over verwondering, aanbidding.
Christus is de vloekdood gestorven, maar stervend heeft Hij alles volbracht. Aan het kruis door het kruis heeft Hij overwonnen. Op de door God aan Hem gepresenteerde rekening heeft Hij met Zijn bloed geschreven : voldaan.
Wat nu op Golgotha is geschied, dat treedt in de hemel in volle klaarheid aan de dag. Neen, God heeft Zijn heiligheid, Zijn rechtvaardigheid en Zijn waarachtigheid niet te niet gedaan. Dat kon niet. God is God, de Onveranderlijke. Doch nu zonder krenking van een van Gods deugden is Gods volk gerechtvaardigd en geheiligd. Door Christus' kruisoverwinning. Daarom wordt satan de hemel uitgeslingerd.
De hemel, God Zelf spreekt hier uit: de kruisoverwinning van Jezus Christus is volkomen.
Ziet u die uit de hemel neervallende satan ? Hoort u dat woord: zijn plaats is niet meer gevonden in de hemel ?
Hier is stof te over om er van te zingen. Hier past de psalm:
Gij hebt Uw land, o Heer', die gunst betoond,
Dat Jakobs zaad opnieuw in vrijheid woont ;
De schuld Uws volks hebt G' uit Uw boek gedaan;
Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan;
Gij vindt in gunst, en niet in wraak, Uw lust ;
De hitte van Uw gramschap is geblust.
O heilrijk God, weer verder ons verdriet.
Keer af Uw wraak, en doe Uw toorn te niet.
Ps. 85 : 1.
Er is nog meer. Het effect van Christus' kruisoverwinning in de hemel is niet slechts een oorlogende hemel en een uitgeworpen satan. Het effect is drieërlei. Het derde gevolg is :
jubelende broeders.
Toen David Goliath had verslagen, waren er in de straten van steden en dorpen in Israël jubelende vrouwen en meisjes. Davids overwinning deed hen uitbreken in het jubellied. Bij de overwinning hoort het zegelied.
In de hemel is het niet anders. Wanneer in de hemel gebleken is door het uitwerpen van satan dat Christus waarlijk triomfator is, dan gaat er op dat ogenblik een groot gejuich op in de hemel.
Johannes hoort een grote stem. Het lied komt uit de mond van velen. Het wordt met luider stem gezongen.
Wie het zingen? Het zijn niet de reeds gezaligden. Het zijn de engelen. Zij zingen het zegelied.
Ze zingen : „Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden onze Gods ; en de macht van Zijn Christus ; want de aanklager van onze broeders, die hen aanklaagde voor onze God ,dag en nacht, is neergeworpen."
De inhoud van hun lied is geweldig. Vier feiten worden er in genoemd. Neen, ze hebben het hoofd niet ongeïnteresseerd afgewend toen de hel de hemel kwam binnenstormen. Ze hebben nauwlettend acht gegeven op wat er geschiedde. Nu kunnen ze er van zingen.
In de eerste regel van hun lied zeggen ze, dat nu de zaligheid geworden is onzes Gods. Nu, dat wil zeggen nu satan is neergeworpen en uitgebannen uit de hemel, nu de kruisoverwinning van Christus ten volle is gebleken. Vanaf dit moment is de zaligheid geworden onzes Gods.
Geworden. De zaligheid voor zondaren is niet zo maar uit de lucht komen rollen. Die zaligheid is geworden. Geworden uit God door Jezus Christus; en omdat die zaligheid is uit God daarom is die zaligheid, van God. Nu kan God zaligmaken, redden, behouden zondaars, schuldenaars. Op goede grond. In een rechte weg. Geen duivel, geen hel, die dat Hem meer kan betwisten. Onheiligen, onrechtvaardigen kunnen als kinderen Gods worden aangenomen. Het kan weer worden de paradijssfeer: God en mens bijeen, Vader en kind.
Welk een boodschap, welk een evangelie!
Aan u wordt het verkondigd. Aan u, zondaar, schuldenaar. Zonder die zaligheid blijven we zondaar, schuldenaar, en worden we straks rampzalig. Het is heden de dag der zaligheid. De God van volkomen zaligheid komt tot u. Zelf kunt gij u niet zaligmaken, op generlei wijze. Zelf kunt gij ook niet over die zaligheid beschikken, Die is van God. De Heere wil er om gebeden zijn. In de weg van het gebed geeft Hij deze genade, om niet. Bid dan toch en houd aan, totdat de Heere uw gebed verhoort.
Mogelijk hebben alle voornemens schipbreuk geleden. Mogelijk staat ge voor de grootheid van het bedreven kwaad, en is satan uw aanklager. Mogelijk zegt ge: het kan voor mij niet meer, ik kan niet meer zalig worden. Dat is dan uw woord. U hebt u iets wijs laten maken door satan. Dit is hét Woord: de zaligheid is geworden onzes Gods. Hij maakt zondaars, schuldenaars volkomen zalig.
Het engelenlied zegt ook dat ,de kracht geworden is onzes Gods. Door het uitwerpen van satan is ook gebleken, dat bij God de kracht is. Alle krachten van de hel konden de Goddelijke kracht niet weerstaan. Hij is de Almachtige.
Ook hier is een rijke boodschap. Gij kunt uzelf niet bevrijden van de helse banden, van de banden des doods. Doch wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Hoe gebonden ook, Hij kan waarlijk vrijmaken. Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot.
In de derde plaats zingt het engelenlied er van dat nu ook het koninkrijk geworden is onzes Gods.
Nu - met het uitwerpen van satan - is ook aan het daglicht getreden, dat God als dé Koning over alles regeert. Niet satan maar Hij, Hij is de Koning aan Wie alle dingen onderworpen zijn. Duidelijk is dat nu uitgekomen.
Kinderen. Gods, hier is de troostboodschap. Satan neergeworpen op aarde, dat betekent voor u druk, strijd, benauwdheid, vervolging. Hij sterk, machtig. Gij zwak van moed en klein van krachten. Daarom elk ogenblik in nood. Moet ge nu maar al vrezend voortgaan ? Neen! Heft uw hoofden omhoog, verdrukten, benauwden, vreesachtigen. Uw God, o Sion, heeft de kracht en het Koninkrijk!
Van nog meer zingen de engelen. Nu is ook de macht geworden van Zijn Christus, Hij, Die satan overwonnen heeft op Golgotha kan en mag nu de heerschappij uitoefenen. De Gezalfde Gods is nu de bevoegde autoriteit in hemel en op aarde. Nu is Hij gezeten op de troon aan de rechterhand van Zijn vader.
Ook hier is weer evangelie.
Zondaren onder de heerschappij van satan. Dit niet alleen. Doch ook afkerig van God en van Zijn Christus. Vijanden. De machtige Christus verlost van alle heerschappij des duivels en de machtige Christus geneest de afkerigheid. Hij maakt onwilligen zeer gewillig. Hij maakt vijanden tot vrienden.
De engelen spreken in hun lied van onze broeders. De broeders van de engelen - wie zijn dat? Dat zijn mensen! Doch dan mensen die onderscheiden zijn van hun medemensen. 't Is beslist niet algemeen!
Broeders van de engelen zijn zij, -die hun aanklager hebben overwonnen door het bloed van het Lam.
Wonderlijk is dat. De engelen bejubelen de overwinning van drie : van God, van Christus en...... van mensen. Ook mensen hebben de satan overwonnen, hun aanklager, die hen terecht in staat van beschuldiging stelde. Ja, terecht! Immers onze naam is zondaar, schuldenaar. Maar hoe kan dit dan ? Hoe vervalt satans recht van aanklacht ? Hoe verstomt de mond van de aanklager ? Hoe ontvangt hij de doodsteek ? Alleen dan, wanneer u de beschutting zoekt achter het bloed van het Lam ! Ja, alleen dan! Maar dan ook ten volle. Tracht satan met iets -anders te overwinnen, en hij overwint u. U kunt goede voornemens als wapen tegen satan hanteren, ook uw vroomheid, uw bekering, uw geloof, uw tranen. Och, we hebben wel ` honderd wapens in ons arsenaal. Doch met al onze wapens verliezen wij. Alleen door het bloed van het Lam overwinnen we. Het bloed van het Lam, dat geslacht is geworden, dat Zich heeft laten slachten, dat Zijn bloed plaatsvervangend heeft gestort. Dat dierbare bloed! De Heilige Geest leert dat verstaan, leert dit wapen hanteren, leert alzo overwinnen.
Naast dit wapen wordt een tweede genoemd waardoor mensen hun aanklager overwinnen. Dat is het woord hunner getuigenis. Dit tweede staat echter niet los van het eerste. Immers de inhoud van het woord hunner getuigenis is het bloed van het Lam waardoor goddelozen worden gerechtvaardigd. Dit getuigenis kan allerlei vijandschap openbaren. Dit getuigenis kan zelfs op de brandstapel brengen. Het kan de schijn hebben dat satan overwint.
Maar 't is niet waar. Door dit getuigenis wordt satan overwonnen! Dit is de werkelijkheid!
Wie vasthoudt aan het bloed van het Lam, wie het Lam niet verloochent ondanks alles, wie alzo zichzelf verloochent, triomfeert over de aanklager!
Welnu, dit zijn de broeders van de engelen. Zij dus die tegen satan strijden met twee zwaarden: het bloed van het Lam en het woord hunner getuigenis, en hem op deze wijze overwinnen.
Hoort u, strijders, hoe heerlijk uw broeders in de hemel jubelen?! Hun zegelied zegt u, dat Christus door het kruis waarlijk heeft overwonnen. Satan is met recht uit de hemel geworpen. Wie zal nu beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods ? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is ; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Het effect van Christus' Kruisoverwinning in de hemel is een oorlogende hemel, een uitgeworpen satan en jubelende broeders.
Dit effect in de hemel heeft effect voor de aarde. Strijd, benauwing, vervolging. Doch ook de echo van het hemelse lied wordt gehoord op aarde. Engelenbroeders gaan ook zingen het zegelied.
't Is slechts een kwestie van tijd. Het effect van Christus' Kruisoverwinning zal straks zijn satan, heel de hel, en allen die van hem zijn geworpen in de poel van vuur en zwavel, en jubelende engelenbroeders!
Dit is het vooruitzicht, de lichtende toekomst voor alle strijders en overwinnaars.
Straks enkel jubel.
In het lange, witte, reine kleed.
Voor Hem, Die op de troon zit, en het Lam!
Amen.
Juli 1969