Het Godslasterlijke Beest
en
Het Overwinnende Lam
in verband met de
RUSSISCHE GELOOFSVERVOLGING.
Een Tijdwoord over Openb. 17:3 en 14
door
Prof. G. WISSE te APELDOORN.
1931
DE MENSCHHEIDSWORSTELING.
En ik zag.... . een scharlaken rood beest dat
vol was van namen der godslastering………
Openb. 17 : 3.
en het Lam zal ze overwinnen……..
Openb. 17 : 14.
De geschiedenis der menschheid is die van hare worsteling om hare vrijmaking. En deze beweegt zich om tweeërlei vraag: moet de mensch door God, óf moet hij door den mensch, door zich zelf, worden
vrijgemaakt? Deze vragen hangen weer saam met een andere, n.l. ligt het paradijs achter ons, of vóór ons?
Indien áchter ons, dus hebben wij het verloren, en zijn wij uit God en alzoo uit onze heerlijkheid uitgevallen; dan moeten we verlost worden door God. Hij alleen kan ons dan redden. Maar ligt het paradijs nog vóór ons, is het nog op de komst, zal dat een product zijn van ontwikkelingen cultuur, kortom een schepping van ’s menschen hand en geest, dán roepe de mensch ál zijn energie op, en moet de mensch door den mensch verlost worden. Ja meer. Dan is al die redeneering over een verloren paradijs, over zonde en val, en wat dies meer zij, feitelijk een struikelblok, een hinderpaal óp den weg der vrijmaking, dan moet radicaal met de antieke overtuiging worden gebroken; consequent doorgeredeneerd zijn God en godsdienst dan eigenlijk hinderpalen op den weg der menschheidsbevrijding. De laatste sporen die ons zouden herinneren aan onzen hemelschen oorsprong en geestelijk-adelijke afkomst moeten dan uitgewischt: dan dient, naar het vreeselijke woord van Bakounin (den vader van het Russische anarchisme), ,,God te worden afgeschaft.”
De geschiedenis der onherboren menschheid geeft ons nu alle eeuwen door te aanschouwen, hoe de mensch die poging van zelf- verlossing en zelfvrijmaking heeft ondernomen.
In de oudheid zonder (bekendheid met) den Christus; in de middeleeuwen ondanks (de bekendheid met) den Christus, en in den modernen tijd principiëel en overtuigd tegen den Christus. De grondidee
blijft dan macht, machtsstreving, de mensch tot God verheven.
In de Heilige Schrift is ons dit proces der geschiedenis, der machtsopenbaring en der machtsstreving van den mensch uitgebeeld in het geschiedenis-program, hetwelk ons de profeet Daniël teekent in zijn profetie van de wereldrijken. Zie Daniël 7.
Daar teekent de profeet ons achtereenvolgens een leeuw, een beer, een luipaard en een monster met ijzeren tanden. Zij typeeren ons de vier op elkaar volgende wereldmachten, die de geschiedenis
zullen stempelen.
De leeuwgestalte stelt voor: de wereldmacht Babel. De beer: het tweede wereldrijk, dat der Meden en Perzen. De luipaard, dat van Griekenland-Macedonië, Alexander den Groote. Eindelijk de vierde
wereldmacht, die der Romeinen, voorgesteld onder het beeld van een schrikkelijk monster, met ijzeren tanden in den bek, en speciaal herkenbaar aan de tien hoornen op den kop.
Nu kan de vraag rijzen: maar wat beleven we dan thans? Als de vierde wereldmacht, die van het oude Romeinsche riik, de laatste is, dan is feitelijk de geschiedenis al ten einde. Immers in 476 na
Christus ging het oude West-Romeinsche rijk ten onder. Wat beleven we dan thans; hoe moet dit tijdperk dan nu getypeerd worden?
Hierop geeft ons de Openbaring van Johannes het treffende antwoord.
De Openbaring van Johannes, waarin ons de dingen van de laatste wereldperiode worden aangezegd, is kennelijk een perspectief uit Daniël. Althans zeker kan men zeggen, dat de Openbaring op den grondslag van Daniël, onder de leiding des Heiligen Geestes is opgesteld.
Nu merkt men op, hoe van die eerste drie wereldmachten ons geen afbeelding wordt gegeven in de Openbaring. Geen wonder, want die drie wereldmachten (Babel, Perzië en Griekenland) waren in
Johannes’ dagen reeds lang ten onder.
Met het vierde rijk echter stond het anders. Dat vierde beest, dat monster, zie dat verschijnt wel in de Openbaring, en wel tot drie malen toe. Onmiskenbaar treedt dat vierde beest uit Daniel 7 ook op
in de Openbaring. Het is onloochenbaar, ondubbelzinnig te onderkennen aan zijn tien hoornen op den kop.
Sla nu op Openbaring 12, én 13, én 17, dan vindt ge daar dat tienhoornige monster terug. Het vierde beest uit Daniel 7 zal dus drie perioden kennen in de wereldgeschiedenis.
Het komt driemaal op de wereldvlakte der menschheidsworsteling te voorschijn; telkens op andere wijze, maar naar wezen hetzelfde; merk daarop! Dat die machten als beesten worden voorgesteld; is
ook, omdat, als de mensch door den mensch zich wil verlossen, dan wordt hij in de practijk beestachtig. En wel (men merke er wederom op!) in climax, al geweldiger, al afschuwelijker. Eerst leeuw, dan beer, dan luipaard, dan het monster. Er zit proces van beestachtigheid in.
En zoo nu óók dat vierde beest op zijn beurt weer in drievoudig proces. In die derde verschijning in Openbaring 17 bereikt het zijn afschuwelijkste gestalte. Dan komt het op, gelijk het daar altijd
vandaan komt, uit den afgrond; dan zal het zijn ,,afgrondelijkheid” goed openbaren. Uit de diepte, uit de donkerheid, uit het verderf opkomend; uit beginselen der consequente godverzaking zal het
opereeren, en voert het dan ook naar de diepte. Gelijk Groen van Prinsterer in een zijner geschriften zoo treffend opmerkte: diepzinnig heeten de ongeloofsbeginselen; gewis ge komt er zeer diep mede, in den afgrond!
Deze derde of laatste openbaring nu van het monster met de tien hoornen op den kop, heeft dit speciale kenmerk, dat waar bij de twee voorgaande verschijningen in Openb. 12 en 13, nog kronen op dit monster prijken, hier nu, in Openb. 17, bij de derde phase, zijn de kronen er áf. Zie het goed!
De kronen er áf. De anarchie. Dit wordt de laatste mensch-macht en zelfverlossingsopenbaring.
SCHARLAKEN ROOD EN VOL
VAN NAMEN DER GODSLASTERING.
Dat beest uit den afgrond heeft twee hoofdkenmerken. Vooreerst is het scharlakenrood van kleur. Dat ziet op de ,,rooien”, zegt men wel eens. Voorzichtig. Scharlaken rood was de keizerlijke kleur, de
kleur dus van majesteitelijke heerschappij.
Maar hoe kan dit dan slaan op het beest van communistische anarchie?
Wel zeer duidelijk. Hier vinden we de uitbeelding van de volkssouvereiniteit, waarbij men den oorsprong van het gezag verlegt van uit God in den mensch; nu wordt de massa, de helft plus één, de
Caesar. Anarchisme, naar zijn practische beteekenis wil zeggen: dat we nu net zooveel tyrannen kriigen, als er vroeger onderdanen waren. Men zie het in Rusland.
Voorts is een tweede kenmerk, dat het beest zal zijn vol van namen der godslastering. Let op dit karakter. De sociale revolutie zal gaan hand in hand met godloochenarij en godslastering.
Waar het beginsel stof en nog eens stof is geworden, waar men uit stof een stofpaleis wil opbouwen, daar is God, die absolute Geest is, contrabande.
De godslastering heeft hier een specifieke, plaats gekregen, een bijzondere taak, het is een wezens-element geworden in de moderne worsteling.
,,Godsdienst privaatzaak” dit zal onhoudbaar blijken. Het socialisme, het communistisch, anarchistisch stelsel is ten slotte de wereld-beschouwing, welke alle denken en leven zal omvatten. Wie uit ,,stof” leeft voor de maatschappij, kan niet tegelijk uit ,,Geest” leven voor ,,geestelijke” terreinen. Immers de materialistische beschouwing inzake de maatschappij is juist vrucht en resultaat van de uitbanning van den ,,Geest”.
Bakounin, de wijsgeerige anarchist schreef destijds dan ook dat ,,de democratie (in anarchistischen zin) is een religie”. Hij bedoelde daarmede, hoe het socialisme een alles omvattend albeheerschend
stelsel is; hoofd, hart, hand opeischend.
Het socialisme zou ik willen noemen: de wijsgeerige structuur van het sociale leven op de basis van het materialisme. Het christendom daarentegen is juist omgekeerd de structuur van het menschelijk leven op de basis van den Geest.
Deze zijn dus tegengesteld in den wortel. Daarom is geen verdrag tusschen beide mogelijk, en moet de consequentie der socialistische democratie zijn een strijd tegen het christendom.
We zien thans in Rusland deze dingen reeds aanvankelijk verwezenlijkt. Maar drieërlei dient daarbij te worden opgemerkt.
Vooreerst de brute wijze waarop dit plaats vindt. Men wind er geen doeken om. De leuze is openlijk geworden: door atheïsme tot revolutie. Deze vervolging is vreeselijker dan eenige andere die
voor haar geweest is; niet slechts in foltering; maar vooral naar de idee; n.l. het is hier niet de strijd tegen een of ander leerstuk of tegen een of ander godsbegrip of vorm van religie; maar tegen ,,allen” god, en tegen alle religie, in welken vorm: Jood, Roomsch, Protestant Mohammedaan en Christen vallen er onder. Men schaamt zich het evangelie des ongeloofs niet. Men handelt dienovereen-
komstig tevens: God en Christus, Kerk en godsdienst, geloof en getuigenis het moet alles weggevaagd, bestreden, belet, bespot een onmogelijk gemaakt worden. Ik zal hier niet in den breede uitweiden over de gruwelijke vervolgingen zelf; dat is genoegzaam bekend.
Wel moeten we in de tweede plaats er evenzeer op wijzen, dat geen land zoo geschikt was als Rusland voor zulk een uitbarsting.
Want Rusland was eeuwen lang het land van den knoet. Schandelijk en gruwelijk is het volk, met name arbeider en boer, daar verdrukt.
Vergeten we ook niet, dat de staatsgodsdienst in Rusland de kerk vrijwel versteend had, en een doode orthodoxie hoogtij vierde.
Staatsreligie en staats-atheïsme konden wel eens blijken met elkaar verband te houden.
Eindelijk, en hierbij staan we in ‘t bijzonder stil: we dienen te weten, waar deze communistisch-anarchistische beweging vandaan gekomen is.
Daartoe moeten we terug naar de eerste helft der negentiende eeuw; en dan noemen we den naam Bakounin; die de vader van het Russisch anarchistisch communisme kan heeten.
Bakounin werd geboren in 1814 in Torsjok tusschen Moskou en St. Petersburg gelegen; hij was van adelijke afkomst; bestudeerde de Duitsche wijsbegeerte; bezocht de Universiteit te Berlijn, kortom
hij was een ,,afgericht” man. Zeer begaan was hij met het lot der verdrukten. In 1842 brak hij met alle ,,conservatisme”, en begon van nu voortaan het pleit te voeren voor wat hij noemde de ,,absolute vrijheid.” ‘
Niet déze of die staat is de kwestie; maar alle staat is verkeerd; heelemaal geen staat, dat is de oplossing. Al het oude moet radicaal afgebroken en dan komt vanzelf het betere. Werp het bestaande historisch gewordene radicaal omver, dan zal de wortel ,,lucht” krijgen, en bouwt zich van zelf de nieuwe maatschappij in absolute vrijheid op. Daarom is revolutie, omverwerping de weg naar den paradijsstaat.
Hij gaf vele geschriften uit. Onder deze is een, voor ons doel van zeer belangrijke beteekenis getiteld: God en de Staat. Hierin zet Bakounin uiteen, waarom hij het geloof in God den hinderpaal vond
op den weg van de sociale vrijmaking.
Zijn redeneering komt hierop neer:
Het geloof aan het bestaan van een Opperwezen boven ons, maakt ons daardoor tot ondergeschikten, tot slaven; dit beginsel wordt nu toegepast in de maatschappij, daardoor krijgen wij rangen, standen klassen, hoog en laag, vrijen en ondergeschikten, kortom dit is de aanslag op onze absolute vrijheid. Daarenboven eischt gods-geloof altijd berusting, we worden maar naar de zalige eeuwigheid verwezen, en we worden hier gedoemd slaven te zijn; voor de ,,daad” is geen plaats. Van tweeën één: we gelooven in Gods bestaan, dat is slavernij; of we willen vrij zijn absoluut vrij tot in laatste instantie toe, maar dan moet God weg. Voltaire heeft gezegd, zei Bakounin, dat als God niet bestond men Hem moest uitvinden, ik keer het om: als God bestond moest men Hem afschaffen.
We zien hieruit, hoe voor de sociale revolutie het atheïsme een wezens-element vormt. En godsdienst niet als privaatzaak kan beschouwd worden.
Het is de consequentie van de wijsgeerig-socialistische idee.
Merkwaardig is, hoe in dit verband Bakounin een voorliefde had voor….. Genesis 3. Hoe is dat nu mogelijk? Wel (en dat is leerzaam voor onze dagen!) Bakounin beschouwde Gen. 3 als een mythe, waarin in verhaaltrant ons werd beschreven…… de opstand van den mensch tegen God; de ,,val” was dan de eerste stap op den weg naar vrijmaking; Gen. 3 moest dan een voorbeeld ter navelging zijn.
CRITIEK OP BAKOUNIN.
Het geloof aan God zou de principiëele oorzaak der slavernij en der sociale ellende zijn. Maar het is onwaar, dat we daardoor tot slaven zouden zijn gemaakt. Omgekeerd is het juist. Bolsjewisme
vernietigt de persoonlijkheid en baart den collectief mensch, het kuddedier. Geloof en christendom handhaaft in het organisme de individualiteit. Persoonlijkheidsreligie schittert in de Bergrede.
Practisch is het niet anders: God niet erkennen, dát geeft bandeloosheid, en maakt ons slaven der zonde. En zoolang er nog ééne ziel zingt: ,,Uw liefde-dienst heeft mij nog nooit verdroten”, zoolang
staat deze ongeloofsstelling als leugen gebrandmerkt. God erkennen en dienen is juist behoorende bij den aard van ons menschelijk wezen. Alles beoordeele men toch naar zijn aard; zoo b.v. is een visch juist in zijn element onder water.
Zoo nu is de mensch eerst gelukkig en vrij in de erkenning van God als God. Eerst dan, als eerst de aard van ons menschelijk wezen wordt vernield, zou er voor de stelling van Bakounin (for-
meel dan nog slechts) een schijn van recht komen. Dat deze onze opvatting juist is, wordt empirisch bevestigd, doordien alle ware kinderen Gods zich juist toen en dan eerst vrijgemaakt wisten, toen
zij weer onder God kwamen. Slavernij is het juist, als we ons van God emancipeeren: dat leert Rusland zelf ons; zie maar eens, welk een hel daar geschapen is.
Ja zoo diep zit het godsbesef er bij den mensch in, en zóó is hij daar op aangelegd, dat, als men dan niet buigt voor den eenigen waren God, men dan knielt voor den afgod van….. zichzelf.
Het wordt de religie van het ongeloof; maar toch….. religie.
Voorts: de religie, de godsdienst is er nu eenmaal. Vanwaar dit verschijnsel zelf der religie? Alle eeuwen door, bij alle volken; onder alle hemelstreken. Het blijkt, dat religie behoort tot de fundamenten van ons menschelijk wezen. Alle uitroeiings-pogingen hebben daarom altijd gefaald. Tot geloof in Gods bestaan komt men als vanzelf, het is ons in zekeren zin ingeboren; tot atheïsme komt men eerst na heel wat gewelds; geweld, ook van binnen in onze ziel, ons aangedaan. Hoe komt men op de idee van religie; ja op de idee van God zelf? Priesterbedrog? Maar hoe kwamen die priesters dan op de idee van God? Want men kan toch niet (al is het bedriegender wijs) met iets werken, als men niet eerst de idee er van heeft. Hoe kan het eindige uit zichzelf (denken s.v.p. vrijdenkers!) op de idee van het oneindige komen? Door van het lagere op te redeneeren
tot het hoogere? Maar Bakounin vertelde ons juist, dat het omgekeerd gaat, dat men tot ,,lagere” groepen komt, door eerst aan ,,hooger” een plaats te hebben gegeven. Hoe nu?! De wetenschap
heeft inmiddels bewezen, dat niet de godsdienst uit de priesters, maar wel de priesters uit den godsdienst zijn te verklaren. En als die priesters er dan zijn, en als die dan bedriegen; maar vanwaar
dit alles dan? Op materialistisch-anarchistisch standpunt blijft er maar één antwoord over: wel alles (dus ook bedriegende priesters!) is vrucht van eeuwige(!) stof-ontwikkeling. Aha! Dus ook die
priesters en hun bedrog? Dan hebt gij materialisten hun alvast niets te verwijten.
Voorts, indien er geen God bestaat, maar alleen stof, eeuwige stof, vanwaar dan het onderscheid tusschen goed en kwaad? Waarom is dan b.v. ,,slavernij” slecht te noemen. Waarom zou ik dan als ik
de macht er toe heb, niet gerechtigd zijn meteen, om te verdrukken?
Is de mensch werkelijk een slaaf geworden? Dan is hij dat door stofproces (volgens u) geworden. Dan kan alleen wat meer dan stof is (God) hem verlossen. Of eigenlijk: is hij dan wel verlosbaar?
Want neem aan: alles is product van stofproces; stof is eeuwig en is eeuwig in ontwikkeling, zoo leert de materialist-communist; maar dan is er in alle eeuwige eeuwigheden geen paradijsstaat van het
anarchisme te verwachten. Want als het eeuwige ontwikkeling is, dan is alles al ,,eeuwig” af; dan heeft alles al eeuwig de gelegenheid, den ,,tijd” gehad, om te worden wat zou kunnen. En is het dan nóg slecht? Dan komt het ook in alle eeuwigheid niet verder, dan late men dus alle hoop eeuwig varen; dan is de heele communistische actie geen duit, geen pistoolschot waard.
Als ge aan vrijdenkers, atheïsten, stofaanbidders, zulke dingen voorhoudt, dan krijgt ge altijd ten antwoord: ja maar uw godsgeloof dan; dan is uw God toch niet almachtig en wijs, om ’t zóó slecht te
laten worden, enz. enz. Maar laat ons dan eens voet bij stuk houden. Als ge dus maar wilt inzien, materialist, dat uw standpunt dus niet deugt; ge maakt u dan niet vrij met te zeggen: ja maar jelui
christenen hebben nog enger standpunt. Neen, ge erkent dan, dat uw stelsel van eeuwige stof vastloopt. Goed, laat de rest dan voor wat het is, als ge dit dan eerst maar eens goed vastspijkert. Laat dan (des neen) het christendom afwijsbaar zijn; het gaat er nu hier om: dat uw materialisme vastloopt, en dat verandert geen zier door te zeggen het christendom is ook geen oplossing. Hoogstens zou dan gelden: allebei zijn ondeugdzaam; uw ,,slechtheid” wordt dan door ons slechte stelsel, kameraad, niet goed gemaakt.
Leg dit goed vast.
Het zou ons te ver buiten ons onderwerp voeren, hier thans zoo terloops een apologie van het christendom te leveren. Ge kunt daarvoor in andere geschriften terecht. Waar het ons hier om te
doen is, het is om aan te toonen, dat de basis van het materialistischcommunisme geen uitzicht openen kan op een heilstaat.
Onze christelijke maatschappij zij heeft vele gebreken. Maar ik ruil haar toch nog niet in voor de Sovjet. Als we nagaan, hoe daar alles ééne machinatie is geworden, de mensch in den arbeider is
gedood, de edelste goederen ons worden ontroofd, de jeugd tot misdadigheid stelselmatig wordt opgevoed; de Zondag is afgeschaft, de zedeloosheid burgerrecht erlangde, het huwelijk die grondpeiler der samenleving is vergruizeld, de troosteloosheid des levens hoogtij viert, de ijzeren boei van despotisme heel het maatschappelijk leven, der boeren voorop, letterlijk heeft vermoord, zoodat duizenden en tienduizenden deze hel wenschen te ontvluchten, enz. enz.; ik zeg als we dit alles nagaan, dan wenschen we voorshands nog niet te ruilen; en strevende naar beter, wenschen we dáárom voor het Sovjet-paradijs bewaard te worden.
DE DIEPSTE BEGINSELEN.
Te midden nu van al deze Russische gruwelen en dezer de menschheid onteerende practijken, is het gevaar verre van denkbeeldig, dat een z.g.n. Christelijk-humanisme opkomt, Men ziet dan allerlei groepen en richtingen samenvloeien, om te protesteeren tegen Rusland’s tyrannie. Nu dienen we dit niet ganschelijk waardeloos te achten. Maar men zij er op bedacht, dat in zulk een vrij beginselloos optreden geen kracht schuilt.
Neen, zoo ooit, dan dient nu, juist nu, fier en hartgrondig te worden verklaard, dat de dingen, die we thans beleven, naar hun diepsten wortel, vruchten zijn van die beginselen, welke in naam eener
valschelijk genaamde wetenschap, den Eenigen en Drieëenigen God en Zijn heilig Woord, den Christus der Schriften en het zaligmakend geloof hebben verworpen.
Er bestaat een onlosmakelijk verband tusschen de revolutionnaire practijk van heden en de leer der Revolutie die des ongeloofs, reeds opgekomen in vroeger eeuw, en sedert de achttiende eeuw officiëel erkend.
De Aufklärung (de z.g.n. verlichting) der achttiende eeuw bracht in Europa de officiëele breuk met het Christendom. Uit Engeland over Frankrijk naar Duitschland en heel de wereld gekomen, deed
het Deïsme en het Rationalisme zijn intrede; en vierde weldra zijn triumfen.
De Revolutie is de religie des ongeloofs (Groen v. Prinsterer), Mannen als Groen, Kuyper e.a. hebben een menschenleven besteed aan de verkondiging der maar al te ware leer, dat de Vrijzinnigheid (wijsgeerig-godsdienstig verstaan) de moeder is van alle verdere afwijking. Vergeet het in onze dagen toch niet, dat onze groote leermeesters het ons met volle recht hebben ingeprent, dat liberalisme op socialisme, en socialisme op bolsjewisme uitloopt.
Wij zullen niet nalaten, thans vooral, het aan het geslacht onzer dagen te herinneren.
In zijn weergalooze boek Ongeloof en Revolutie, schrijft Groen, dat men ,,óf met onvoorwaardelijke onderwerping aan de Heilige Schrift Christen; óf met wegredeneering dezer oorkonde Jacobijn
en Radicaal wordt”. Dat wil in de taal van onzen tijd zeggen, dat de afval van Gods Woord consequent voert tot socialisme en bolsjewisme. Dit is de fataliteit van de Revolutie, als leer, als stelsel; gelijk deze is een ommekeer in het denken van het gekerstende Europa; waaruit de omwenteling als daad volgen moet. Zoo treffend zegt Groen op een andere plaats: ,,de Revolutie in verband tot de wereldhistorie is, in omgekeerden zin, wat de Hervorming voor de Christenheld geweest is. Gelijk deze Europa uit het bijgeloof gered heeft, zoo heeft de Omwenteling de beschaafde wereld in den afgrond van het ongeloof geworpen.”
,,Het beginsel, het wortelprincipe der Revolutie is opstand tegen God. Geen andere Revolutie is er, dan die in het Paradijs begonnen is, zij behoudt altijd haar zelfde karakter en is altijd ontwijfelbaar
hieraan te onderkennen.”
Van de revolutiebegrippen zegt Groen: zij zijn de toepassing van het ongeloof op het staatsrecht. Er is tusschen het Evangelie en de practische ongodisterij een strijd op leven en dood, waarbij het
denkbeeld van toenadering ongerijmd wordt.”
Met instemming haalt Groen voorts de woorden van La Mennais aan, dat de fundamenteele dwaling in de religie er ook eene is in de staatkunde. Hij wijst er zoo treffend terecht op, dat er eerst is de
fundamenteele afwijking in de religie, dat daaruit voortvloeit eene in het staatsrecht, en dat daarop volgt de bloedige practijk. Ter illustratie verwijst hij dan naar Voltaire, Diderot, La Mettrie (religie-
afwijking); daarop volgde: Montesquieu, Rousseau, Condorcet (afwijking staatsrecht) en ten besluite: Mirabeau, Robespierre, Marat (de mannen van de valbijl).
Ook thans worden deze woorden gerechtvaardigd. Men verbaze zich niet al te zeer over de vervolgingen in Rusland. Gezien de ongodistische ontreddering, door de beginselen der revolutie, van
heel Europa, en van heel de wereld, verwachte men veeleer in niet al te verre toekomst een werelduitbarsting; voorwaar de geestelijke electriciteit des ongeloofs is in geweldige massa opgehoopt: een wereld-onweder nadert.
In den echt-revolutionnairen staat is verdraagzaamheid jegens het Evangelie ondenkbaar. We beleven ,,slechts” de consequente toepassing van wat gij, gij mannen des ongeloofs, der vrijzinnigheid, der verlichting, der bijbelcritiek, der Christusverloochening…… jaren lang den volke verkondigd hebt.
Zeker Voltaire was van de valbijl afkeerig, maar…… Robespierre, zijn geesteskind, niet. En zoo is het thans ook. Men werke in naam van z.g.n. ,,christelijk” of ,,godsdienstig” humanisme, hier niet
overheen.
Integendeel, nu, nu is het de tijd, de tijd bij uitnemendheid, om den volke goed onder het oog te brengen, wat de vruchten zijn van de ongeloofs-theorieën, op Hoogere en Lagere Scholen geleeraard; opdat men versta, wat anti-revolutionnair eigenlijk te beteekenen heeft; en welk een recht van spreken deze richting had. De nachtschool wordt nu in het gelijk gesteld; maar ik vrees……. te laat, althans voor deze bedeeling.
Waar heeft Bakounin zijn ongeloofstheorieën opgedaan? Op de Staats-universiteiten, o.a. te Berlijn. Waar heeft hij de mythehypothese van Gen. 3 kunnen leeren? Bij de moderne theologen.
Zij, zij staan voor geen gering deel aansprakelijk voor de geestelijke ontreddering des volks.
Eerst heeft men de valbijl op……den bijbel laten werken; toen had men van die zijde geen behoefte aan protest-meetings; thans, nu de valbijl ook hun hoofd gaat bedreigen, ja, nu zal men protesteeren! Gij protesteert aan den verkeerden kant, en op een te late ure, mijne heeren.
Sommigen vragen: of er geen leger, een Europeesch leger naar Rusland gezonden moet worden. Zonder hierop staatkundig diep in te gaan, merk ik slechts op: al zou dit mogen, het kan m.i. niet.
Alle landen zijn reeds te veel ,,vercommunist” dan dat men zoo iets zonder Europeesche revolutie zou kunnen durven bestaan.
Er gist in alle landen veel meer iets anders. Ook in Azië, in China, in Indië; zelfs in Afrika; het is alom één geest van opstand en bolsjewisme. De wereldoorlog is de inzet voor de wereldrevolutie ge-
weest. In de dagen van den wereldoorlog hebben we in tal van tijdredenen uitgeroepen: de dagen zullen komen, dat men in Londen zal wenschen, dat er in Berlijn nog een Caesar op den troon zat. Ik
vrees, dat dit naar waarheid gesproken is.
Het wereldonweder nadert, Gods Woord heeft het al voorzegd.
Het is niet te keeren. Verberging, niet afwenteling moet ons hoogste zoeken worden.
En tot dit wereldonweder werken mede, niet slechts de revolutionnaire beginselen van een publiek anti-kerkelijk en anti-godsdienstig ongeloof; maar evenzeer de practijken van een z.g. veramerikaanscht .”christendom”, hetwelk in onze dagen het Godsrijk wil ,,bevorderen” door werelddienst; de kerk wil redden door de er naast gebouwde danszaal. O, die goddelooze vermenging, o, dat óók het Beest aanbiddende ,,Christendom” (de naam is te mooi) onzer dagen, hetwelk met Christus’ naam gesierd, Christus’ zaak met voeten treedt; dat is nog erger feitelijk dan de openlijke ontkenning.
Een vormelijk, nagemaakt, dood, geesteloos, het kapitalisme dienend, egoïstisch, goudbelust christendom, kortom een den Geest bedroevend christendom is eveneens een hefboom voor de revolutie.
Niet minder de revolutie-religie zelve. Immers men hult thans zelfs heel het anarchistisch en revolutionnair streven in pantheistisch mystiek gewaad. God moet met God bestreden.
God en ook Zijn daden, ook Zijn Christus, alles moet in naam van God en van Christus vernietigd worden. Dat beet dan het alleen met God wagen. Hier noem ik den naam van Dostojewsky, en
inderdaad (hoe onbedoeld ook) zelfs Barth’s (een Duitsch theoloog) Theologie levert uiterst gevaarvolle consequenties.
Inderdaad alles wijst er op; we zullen terugmoeten naar de aloude positieve christelijke belijdenis, naar het Woord van God, naar den ouden bijbel, naar de waarachtige heilsfeiten; om op dien
grondslag onze beleving door den Heiligen Geest te construeeren; of we zullen geen dageraad hebben.
HET LAM ZAL OVERWINNEN.
Het Lam. Dat is de teedere benaming van den Zone Gods, als den lijdenden Borg. Als de Borg op wien de Revolutie als het ware is uitgewoed. De Revolutie, aangevangen in het Paradijs, bereikte feitelijk haar hoogtepunt op Golgotha. Hier zien we de voleindigde, de tenvolle ontplooide Revolutie; gelijk daar n.l. Jood en Heiden, de menschheid, zich vergreep aan den eigen Zoon van God. Zij heeft den Zoon van God, Zijn heilig kind Jezus, vermoord. Schrikkelijker dan ooit, dan ook in Rusland, is aanschouwd, kwam zij hier aan het woord.
Tegelijk heeft zij daarin hare machteloosheid moeten vertoonen; gelijk de apostel Paulus zegt: Hij heeft op het kruis de overheden en de machten in hunne machteloosheid openlijk tentoongesteld.
Zoodat de Christus, juist als Lam, de Revolutie heeft ontkracht.
Alle revolutiegeweld daarna haalt niet in beteekenis bij deze centrale toegespitste revolutiedaad op Golgotha.
Tevens bewees Christus in deze zelfovergave de voleinde, absolute gehoorzaamheid aan God.
Het Lam. Dat houdt dus twee groote gedachten in: De Revolutie heeft Hij op zich laten uitwoeden; en; God is op ’t hoogst als God door Hem geëerd. Door atheïsme tot revolutie, dit is hier dus omgekeerd: door volstrekte Godserkenning de Revolutie krachteloos gemaakt.
Dies triumfeert het Lam.
Is alle zondevloek in Hem uitgewoed, en tevens alle gerechtigheid volbracht, dan staat Hij triumfantelijk op uit de dooden; uit het rijk der Revolutie. Want de dood is het rijksgebied van den opstand tegen God. Christus staat er uit op.
Alle revolutie ná dien is natrilling van een reeds gevelden vijand.
Maar die zich dan nog in armoede werpt op Christus’ Bruidskerk. Maar dan staat ook te voren vast, dat het Lam zal overwinnen. Omdat het overwonnen heeft.
Het Lam, Dat is de Zone Gods als Borg, die met zijn Zelf-offer aan God den Vader de eere heeft gebracht, door den mensch als anarchist aan God ontroofd. De diepste oorzaak van dat offer was
de liefde niet maar tot zijn Bruid, maar allereerst tot Zijn Vader.
God de Vader had in eeuwige liefde een volk uitverkoren, om er Zijn deugden in op te luisteren. Dat volk was aan den Zoon tot Bruid geschonken. Uit liefde tot den Vader heeft Hij die Bruid aanvaard,
om in hare redding en herstelling God te verheerlijken, opdat er in plaats van een anarchist-mensch weer een godzalig mensch zou komen.
Geen wonder dat nu heel de hellevloed aangolft tegen dien Zoon, dat Lam, en Zijne Bruid. De vervolging van de Bruid, is eene van den Zoon. Hierom heeft de Vader ook dat Lam de eeretaak en bevoegdheid verleend, om Zelf den krijg te voeren, te leiden, en het Beest te overwinnen. Dat is dus een speciale majesteit van heerlijkheid aan het Lam geschonken. Hem komt de eer toe, om als Triumfator in de wereld-worsteling uit te komen. En daarin staat dan ook de triumf der Bruid gewaarborgd.
Wat een woord: het Lam zal ze overwinnen. Het beestmonster overwonnen door het Lam. Ja dit is de goddelijke triumf: het Lam. Het Lam dus de teedere schijnbare kleinheid en nietigheid en
toch overwinnaar. Ja, dat is het juist: doordien de eeuwige ontzaglijke Zone Gods zich als een lam ter slachting heeft laten leiden, ligt de ondergang van het beestmonster gewaarborgd; ja principiëel
beschouwd, is het al overwonnen. Geen zonde, geen zondemacht, die het ooit meer op God kan winnen, als de Zone Gods zich tot een slachtoffer heeft gesteld. Wat is sterker: zondemacht of genade Gods? In het Lam staat het antwoord (daarom ,,Lam”). God heeft de zonde aangekund, en dat getoond op alovertreffende, heerlijke wijze, door haar te overwinnen door verzoening. Waarom dan ook hef Lam al, de vijanden aan Zijne voeten zal onderwerpen. Heel de zonde- en wereldmacht is, zooals we zeiden, als het ware op Hem uitgeraasd, en alzoo zijn de overheden en de machten juist op het kruis in hun machteloosheid openlijk tentoongesteld. Al wat thans geschiedt, en al wat nog geschieden moet, hoe vreeselijk dit alles ook zij, het is slechts de natrilling van het reeds gevelde (op Golgotha) monster. Al het woeden der hel zal slechts te meer moeten vertoonen, dat de Christus triumfator is.
Zoo konden dan ook deze dingen reeds voor eeuwen voorspeld worden.
Dat reeds voor eeuwen al deze dingen, die haastelijk geschieden moeten, in de Heilige Schrift ons zijn uitgebeeld, zijn voorspeld, is vrucht van des Lams overwinning; en stemt ons tot wondere rust; nu weten wij, dat God niet verrast wordt door dit alles; dat het in Godsraadsplan ingeschakeld ligt, en daarom zál dienen de komst van het Godsrijk, zal strekken tot des Lams heerlijkheids-voltooiing.
Heel de strijd van al de hellemacht gaat tegen Eén, die den kop van het monster reeds vermorzeld heeft, en daarom overwinnen zal.
Neen, dit is niet de eerste vervolging, daar in Rusland. Reeds zoo menigmaal zijn de instrumenten van list en geweld, van wreedheid alsook van z.g.n. wetenschap, tegen het christendom, aangewend, met geen ander resultaat echter, dan dat het bloed der martelaren het zaad der kerk bleek te zijn. Zonder vervolging en druk stond het geestelijk leven der kerk daarbij in den regel lang niet op zoo hoog niveau, dan in zulke dagen van bloed en tranen.
Als religie (gelijk het is) behoort tot de fundamenten van ons wezen, dan zal dit onder meer daarin uitkomen, dat onderdrukking te krachtiger reacties voortbrengt.
Dit zien we ook thans, ook in Rusland. Als communistische ouders hun kinderen verbieden te bidden, zijn er kinderen, die op de vraag, of zij nu het bidden laten, antwoorden: nu doen we het onder de dekens.
Wij vernamen van een meisje van twaalf jaar oud, hoe heerlijk zij op een school getuigde. Een der z.g.n. inspecteurs kwam op de school een onderzoek in stellen, of er nog aan godsdienst gedaan
werd. Dit kind beleed vrijmoedig haar geloof. ,,Weet je wel”, zei de ongure bolsjewist tegen dit kind ,,dat ik je hier op staanden voet kan laten ophangen?”
,,Ja zeker, meneer”, antwoordde het meisje, ,,dat weet ik, en als u dat doet, dan ga ik naar den hemel, en dan zal ik in den hemel nog voor u blijven bidden, of God u bekeeren mocht.” Het kind werd niet opgehangen. Uit den mond der kinderkens grondvest God Zich sterkte. Zulk een antwoord uit zulk een mond is een nederlaag voor heel het ,,rooie” leger.
Het bekende blad, het ,,Zoeklicht”, publiceerde voor eenigen tijd een brief uit Rusland, waarin medegedeeld werd dat een voorganger gevangen werd genomen, en naar den kerker gebracht, waar zijn dood voor handen scheen. Gevolg was, dat meer dan twintig personen zich nu openlijk aan den Heere overgaven.
In vele streken van Rusland is er zulk een opleving, zulk een honger naar het Evangelie ontstaan, zulk een openlijk getuigen voor God en Zijn Woord te vernemen, dat zelfs de Bolsjewisten daar met de zaak verlegen staan.
De vijanden hebben dan ook reeds een en ander maal hun plan de campagne veranderd, en zinnen telkens op nieuwe methoden om het christendom ten onder te brengen. Telkens met nieuwe en
krachtiger teleurstelling.
Inderdaad evenals bij den Christus zelf, wordt ook nu bij het woeden tegen de Bruid van Christus, de machteloosheid van de machten der wereld openbaar.
Ondanks al de vervolging zal religie blijven bestaan, en de Bruid worden toebereid tot hare Bruiloft. In de Kerk zelve komt inmiddels Christus in dezen weg tot meerderen luister.
Reeds merkten wij het op, dat het waarlijk niet altijd de beste tijden zijn voor Gods Kerk, als uiterlijke druk verre is.
Het is een regel, doorloopend geldig voor al Gods volk, dat juist in de woestijn wordt genoten, dat Gods goedertierenheid beter is dan het leven.
Dan worden geheimnissen van Gods wonderen en deugden openbaar en genoten, die anders niet gekend waren.
Zóó is het ook in Rusland. Op hooger, veel hooger geestelijk niveau dan ooit te voren moet thans in Rusland het christelijk leven zijn gekomen.
Dat is óók overwinning des Lams.
Zóó laat de Heere als het ware de zondemacht toe alle stadiën van wrochten en pogen te doorloopen, opdat deze blijke ijdel te zijn.
Neen, niet de zondemacht dadelijk te niet maken; maar haar als het ware gelegenheid geven, alle kansen ter onderneming toelaten, opdat alzoo haar wezen, gelijk haar beloften en vóórspiegelingen
zouden blijken leugen te zijn; en het kruis van Christus in zijn goddelijke redelijkheid worde gerechtvaardigd als te zijn de kracht Gods en de wijsheid Gods.
Voorwaar de Kerk in Rusland met haar versteend orthodoxisme vertoonde niet de Bruid op haar schoonst. Thans ontwaakt zij uit haar doodslaap; er breekt door tegenover het kerkelijk formalisme
een nieuw, frisch, individueel levendig geloof. De vraag naar ritueel, naar bedwelmende liturgie, gekleurde glasvensters, brandende kaarsen, wegsleepende orgelmuziek enz. enz. wordt almeer vervangen door een direct geloofscontact met den levenden Christus uit en naar het levende Woord.
De christelijke religie als die der genade en van den Geest, gaat zich weer als zoodanig vertoonen. Dit is groote winst; als triomf van Christus.
,,Godsdienst is opium voor het volk”, zegt de Bolsiewist. Dit woord is als zoodanig lasterlijk, onwetenschappelijk, onwaar, onsociaal zelfs; maar er is in landen als Rusland toch eenige aanleiding
voor deze foutieve taxatie geweest.
Inderdaad als de religie in bijgeloovigheden opgaat, of verwrongen is tot een dood formalisme en formulisme, dan kan ze wel eenige suggestie en bedwelming veroorzaken; maar het leven klopt er
niet in; en dan is ze daarbij zelve aanleiding, dat de vijanden verachtelijk over haar spreken.
Dan is het waar, dat er meer van opium dan van den Heiligen Geest kan gesproken worden.
En daartegenover nu is deze wakkerschudding, deze terugroeping tot den levenden God en diens Woord zelf, een triomf in de kerk en in de religie te noemen.
Een triomf des Lams.
Zoowel het egoïstisch kapitalisme c.a. als het Bolsjewisme zijn beide uit de Revolutie als antigoddelijk humanisme. Menschvergoding en menschvernietiging, beide worden in en door het Lam opgeheven tot de ware mensch-wording. De kerk wordt thans doorzuiverd opdat ze meer den Beelde Zijns Zoons zoude gelijkvormig worden.
Het Lam dat is de zichzelf gevende liefde tegenover kapitalistisch individualisme en Bolsjewistisch collectivisme. Beide zullen voor het Lam moeten wijken, maar dan moet de kerk vrij worden.
Terecht is er op gewezen, dat er verband kan gezocht, zooal niet geconstateerd worden tusschen staats-godsdienst en staats-atheïsme.
Thans ja, nu viert het staats-atheïsme hoogtij; maar is niet eeuwen lang in Rusland staats-religie het wachtwoord geweest?
Zoo iets wreekt zich altijd op een of andere wijze. De geschiedenis is daar om het te bewijzen, nu weer. Wee toch, als dat in zijn tegendeel omslaat!
Staats-religie, ’t moge goed bedoeld zijn, maar slaat de religie zelve in onnatuurlijke banden; vermindert haar geestelijken inhoud en breekt haar levenskracht naar buiten.
Eerste levensvoorwaarde te dezen opzichte is en blijft: de waarachtige vrijheid, de kerk onder haar éénigen Koning, Jezus Christus. God is bezig ook in Rusland, zij het anderen landen ten voorbeeld, de ,,Kerk”, door ze in banden te slaan, uit ,,banden” te bevrijden.
Ja, het Lam overwint toch.
Zoo wordt én in haar geheel én afzonderlijk in haar levende leden, de kerk des Heeren gelouterd.
Dat is eigenlijk zalig, al is die loutering door vuur en smeltkroes.
Want o het is thans zoo droef gesteld met de ware schoonheidsvertooning van Jezus’ bruid.
Er is wel een bruid, maar zij draagt het sieraad zoo weinig.
De Heere, haar Koning en Bruidegom is daar jaloersch op.
Wat een recht heeft Hij er ook op.
Hij komt. ,,Maranatha” lezen we aan de hemelbogen, die zwaar en donker zijn van de wolken van Gods oordeelen en gerichten.
Zoo ooit dan moest in zulk een tijd de Bruid op het allerschoonst verschijnen.
En ai mij, waar, waar is het sieraad?
Zelfs kan het blanketsel der wereldgelijkvormigheid op haar wangen ontdekt worden.
Het oordeel, zegt God in zijn Woord, zal beginnen van het huis Gods uit.
Dat verkondigt ook het Rusland van thans. En verder zal God doortrekken.
Maar opdat in dien weg de Bruid alles verlieze wat voor haar niet schoon is: heel de wereld en haar sieraad.
Maar opdat zij alzoo ontvange en weêr aantijge al het schoon dat haar past, haar Jezus en Zijn geestelijke gaven.
Het Beest moet al meer Beest, de Bruid al meer Bruid worden.
Welk een uitzuivering, welk een consequenties, welk een botsing zal het geven. En welk een taak hebben we te beleven; met gebed en daad. O, gedenken we toch met liefde en gave al onze verdrukte broeders en zusters. Het zal nog eenmaal vreeselijker worden. Maar de Koning der Kerk zal er in verheerlijkt worden.
Want dan komt de anti-Christ zelf op de wereldvlakte straks; maar de Bruid zal de moeite waard blijken verlost te worden.
Haar Bruidegom zal dan als ze weer in haar sieraad staat, al is het dan ook in haar bloed en tranen, Hij zal dan het de moeite waard achten, de hemelsche Bruidskoetse te zenden, om haar af te halen.
O, bedenk het, wie dan tot het Beest behoort zal onder zijn voeten vertreden worden. Beken het dan nog heden, o gij wereldsche menschen, o gij schijnvromen die genoeg meent te kunnen hebben aan
een vorm zonder wezen; o beken het toch: Heere dat Beest woont ook in mij; dierbaar Lam Gods verlos ook mij door uw bloed en Geest. Het kan nog lezer, het mag nog. Wie weet hoe kort nog maar.
Alles wijst er op dat de Heere wel eens kon doortrekken tot het einde. En dan zal dat Lam overwinnende uitkomen, maar om in Zijn toorn de volken te vertreden. Ook U? 0, Bedenk het dat eens de toorn, ja de toorn des Lams zal branden. Niets ontzettender is denkbaar, dan de toorn des Lams. O, Wat zou dát zijn, als gij onder Zijn koperen voeten vertreden moest worden. En dat zou toch recht zijn. Het vreeselijkste oordeel, n.l. dat der verharding bedreigt ons.
Haast U dan om uws levens wil. Want als dat dierbare Lam Zijn liefderoepstem in toorn verandert!....... O, lk ken geen schrikkelijker woord in Gods Getuigenis: de toorn des Lams. Val Hem dan nog heden te voet; en roepe uw ziel het uit: ,,O Heere Jezus, dierbaar Lam Gods, wil ook mij overwinnen, nu, nu nog, in genade; nu, nu uw overwinning over mijn ziel nog mijn behoudenis zal zijn.”
Dan zult ge wel door de verdrukking heen moeten; maar na onze korte verdrukking komt de eeuwige bruiloft. Jezus verlangt zelf naar die ure.
Hij overwint.
Zoo waar als het eene der voorspelling uitkomt, zal ook het andere vervuld worden.
Omdat het de Bruid geldt, komt Hij straks zelf persoonlijk van de hemelen, met al Zijne heirlegens, om de wereld in bezit te nemen.
Driemaal zalig wie dan gereed is, als het geroep weerklinken zal: ziet de Bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet.