Hebreeën 2:9a 'Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond.' ds. A. Zwiep

Jezus' troonsbeklimming.

Predikatie door Ds. A. ZWIEP te Schiedam.

Ps.24 : 5

Lezen: Hebreën 2

Ps.    8:4,5,6

Ps. 68 :9

Ps.  21:5

,,Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en ere bekroond.”

Hebr. 2 : 9a.

Het is niet zonder betekenis, dat wij in de H. Schrift zovele voorbeelden vinden van wonderbare verhogingen.

Zo verhaalt ons Gods Woord de verhoging van Jozef. Eerst werd hij door zijn broeders als slaaf verkocht en in Egypte gekomen diep vernederd tot in de gevangenis toe, daarna door God op

wondervolle wijze in zijn eer hersteld en verhoogd tot op de troon van Egypteland om een groot volk te regeren en in het leven te behouden.

Ook vermeldt ons de H. Schrift de verhoging van Mozes. Eerst was hij als klein kind met de andere zoontjes der Israëlitische vrouwen ten dode opgeschreven en werd hij door zijn moeder te vondeling gelegd, daarna werd hij door de dochter van Farao als haar eigen kind aangenomen en verhoogd tot kroonprins van het machtige Egypteland.

Voorts bepaalt Gods Woord ons bij de verhoging van David.

Eerst was hij een eenvoudig schaapherder, de kleinste onder al zijn broeders, veracht en vergeten, niet geteld, daarna werd hij de voornaamste onder hen, door God geroepen en gezalfd tot koning

over gans Israël.

Nog een laatste voorbeeld in de H. Schrift hebben wij in de verhoging van Mordechai. Eerst was hij een geringe dorpelwachter in de poort, gehaat en gezocht door Haman, daarna werd hij door Gods wonderbare voorzienigheid en goedheid in de plaats van zijn vijand verhoogd tot eerste minister des lands.

Zijn al deze verhogingen niet het praeludium of voorspel op die enige en grote verhoging, welke wij heden overdenken, n.l. Jezus' verhoging tot in de bovenste hemelen?

Ook Hij was eerst diep vernederd. Deze vernedering begon al met Zijn menswording en is doorgegaan tot de kruisdood en het graf toe. Op de Paasmorgen begon Jezus' verhoging. Op de Hemelvaartsdag ontvangt Hij nieuwe heerlijkheid en ere. Dat is de dag van Jezus' troonsbeklimming.

Evenals de verhoging van Jozef, die van Mozes, die van David en Mordechai ten goede was voor Gods volk, is ook de verhoging van Jezus ten goede voor Zijn volk. Daarvan getuigde de Zaligmaker aan Zijn discipelen: ,,Doch lk zeg u de waarheid, het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien lk henenga, zo zal Ik hem tot u zenden."

Jezus' troonsbeklimming is van de grootste betekenis. Is een bron van grote blijdschap. Wel mogen wij heden het woord van de Bruid uit het Hooglied overnemen en elkander toeroepen: ,,Gaat uit en

aanschouwt, gij dochteren Sions, de koning Salomo, met de kroon waarmede zijne moeder hem kroonde op de dag zijner bruiloft en op de dag der vreugde zijns harten.”

God, de Vader, heeft Jezus na Zijn volbrachte werk op aarde ten hemel doen varen en gezet aan Zijne rechterhand op de troon.

In de Hebreërbrief wijst de apostel de Christenen uit de Joden een en andermaal op Jezus' hemelvaart. Breed handelt hij over het verlossingswerk van Christus, hoe in en door Hem vervuld is al

wat in het Oude Verbond aangaande Jezus was afgebeeld en voorzegd.

Wel was dat nodig, aangezien er onder die Christenen uit de Joden een geest van verslapping en verflauwing begon te heersen.

Daar kwam een verachtering in de genade. Sommigen dreigden geheel af te vallen van hetgeen hun geleerd was aangaande God en Christus. Anderen neigden terug te keren tot het houden van de

ceremoniële wetten.

Om nu de gelovigen onder de Hebreën te zuiveren van de oude zuurdesem, waarvan zij nog maar al te zeer doortrokken waren, wijst de apostel hen op de voortreffelijkheid van het Evangelie boven de Wet. Dat Evangelie vraagt alleen een waar, eenvoudig en kinderlijk geloof, dat in Hem al de schaduwachtige instellingen en wetten vervuld en vervallen waren. Dat geloof in de gekruisten, gestorven, opgestanen en verheerlijkte Christus is genoegzaam tot zaligheid.

Om nu meer en meet hun geloofsoog te openen voor de rijkdom en de heerlijkheid van de diep vernederde en verhoogde Christus, gaat hij zijn lezers bepalen bij de troonbeklimming van Jezus op de hemelvaartsdag.

Die hemelvaart in te leven, de rijke betekenis daarvan te overdenken is tot rijke troost en versterking des geloofs. Jezus' hemelvaart is al ten behoeve van Zijn volk, aan welk volk eenmaal alle dingen onderworpen zullen zijn. Nu zien wij dit nog niet, maar schrijft de apostel, aan Jezus zijn alle dingen al onderworpen, want wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond. Als wij u bij dit Schriftwoord gaan bepalen, schrijven wij er als hoofdgedachte boven :

JEZUS' TROONSBEKLIMMING,

en dan zien wij :

  1. een vernederd Koning verhoogd ;
  2. een bestreden waarheid bevestigd ;
  3. een machtige triumph tentoongesteld :
  4. een hemels schathuis geopend.
  5. Een vernederd Koning verhoogd.

Daarvan getuigt allereerst onze tekst uit de Hebreënbrief. Jezus op de hemelvaartsdag met heerlijkheid en ere gekroond is Sions Koning, Die eerst zo diep vernederd was. Tot in de diepste diepte der hel is Hij vernederd. O, wat heeft Jezus voor Zijn opstanding en hemelvaart ontzaggelijk geleden. Maar geen hel en dood kon Hem houden. De Leeuw uit Juda’s stam heeft overwonnen en de Vader in de hemel heeft Zijne Zoon verhoogd.

Van Sions Koning, Wiens Koninkrijk niet van deze wereld is, zegt nu de apostel: ,,Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond." Aan Hem zijn alle dingen onderworpen. Hij ziet in Jezus' hemelvaart vervuld het woord van David uit Psalm 8 : ,,Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij Hem bezoekt, en hebt hem een Weinig minder gemaakt dan de Engelen, en hebt hem met ere en heerlijkheid gekroond !"

David spreekt hier over de mens. Maar wat hij van de mens zegt in Psalm 8 kan alleen in vervulling gaan, wanneer Christus met heerlijkheid en ere gekroond wordt. Het is een profetie van Jezus'

troonsbeklimming. Jezus' verhoging en kroning is, omdat de mens eenmaal gekroond is geweest. God had de nietige mens zo heerlijk geschapen. De Heere gedacht en bezocht dien mens. Het grootste en heerlijkste in dat bezoeken van de mens, was wel dit, dat God een kroon voor dien mens meebracht. De Heere maakte de mens, een weinig minder dan de engelen. Immers de mens is uit het stof, de engelen zijn geesten. Hij werd met eer en heerlijkheid gekroond, want hij werd naar Gods beeld geschapen en was de kroon en het hoofd van al het geschapene.

Zo stond het met de mens, toen God hem geschapen had. Zo is het nu niet meer. De mens heeft zich door de val in zijn verbondshoofd Adam van alle eer en heerlijkheid beroofd. En toch zegt David ook van dien gevallen mens, dat God hem met ere en heerlijkheid kroont.

David gelooft niet alleen aan een schoon, onherroepelijk voorbijgegaan verleden, maar ook aan een heerlijke toekomst, waarin de uitverkoren zondaar weer hersteld en met heerlijkheid en ere gekroond zal zijn. God blijft naar Zijn eeuwig en ondoorgrondelijk voornemen Zijner genade aan de oorspronkelijke bestemming van de mens vasthouden. Hoewel de mens het zich onwaardig heeft

gemaakt, ja waardig is om eeuwig met schande overdekt te worden, zal de Heere toch een overblijfsel naar de verkiezing der genade weer kronen met ere en heerlijkheid.

De Heere zal dat doen door geloof en bekering te werken in de harten van zondaren. In die weg van wedergeboorte wordt gij, kind des Heeren, erfgenaam en bezitter van hemel en aarde. Het gans

heelal ligt straks aan uwe voeten.

De apostel zegt nu in de Hebreërbrief : maar nu zien wij nog niet, dat het heelal onder hem gesteld is. Dat Gods kind zo met heerlijkheid en ere gekroond is. Immers de toestand van de mens, ook van

een kind van God op aarde doet ons allesbehalve aan koningsheerlijkheid denken. De meesten onder hen brengen bun leven al bevend, vrezende en bukkend door.

Wij zien dus nog niets van hetgeen David zegt in Psalm 8 van de mens. Toch wel iets! Wij zien de Zoon des mensen, Jezus, met heerlijkheid en ere gekroond. Op de gevallen mens passen die

Woorden: ,,Gij hebt hem met ere en heerlijkheid gekroond,” niet meer. De mens heeft zijn eer en kroon in het stof geworpen. ,,De kroon onzes hoofd is afgevallen; o wee nu onzer, dat wij zo gezondigd hebben!" Maar in Christus Jezus, Gods Zoon, is weer de mens op aarde verschenen, de tweede Adam in Wien het woord van David in volkomen vervulling is gegaan.

Jezus is het, Die een weinig, dat wil zeggen, een weinig tijds minder dan de engelen geworden is. Hij, Die toch zoveel voortreffelijker dan de engelen was. ,,Want tot Wien van de Engelen heeft Hij ooit gezegd : Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd ?"

Ja, ,,tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijne rechterhand, totdat Ik uwe vijanden zal gezet hebben tot een voetbank uwer voeten ?" Jezus is het afschijnsel Zijner heerlijkheid en het uitgedrukte beeld Zijner zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door het woord Zijner kracht.

Deze Jezus heeft Zich diep vernederd en is van Koning en Heere der engelen een dienstknecht geworden om diepgevallen en doemwaardige koningskinderen te redden en te zaligen.

Of was dat geen diepe vernedering voor Jezus om de heerlijkheid, Die Hij had bij de Vader, te verlaten en op deze zondige aarde te komen, ons vlees en bloed aannemende. In dienstknechtsgestalte wandelt Hij op aarde en Hij heeft Zichzelven vernietigd tot de dood, ja de dood des kruises. Hij, de Heere der engelen, werd in de woestijn door engelen gediend. In Gethsemané brachten zij Hem troost en hulp.

Toch was en bleef Hij onder dit alles Heere en Koning, de Zoon van God. Hij nam de dienstknechtsgestalte aan om de broederen in alles gelijk te worden uitgenomen de zonde. Zo alleen kon Hij lijden en sterven, aan Gods gerechtigheid voldoen en de straf dragen, die ons de vrede aanbrengt.

In Jezus zien wij dus een vernederd Koning.

Diep was de weg, die Hij gaan moest. Zwaar het lijden, dat over Hem kwam. Wat David heeft ondervonden heeft Jezus nog dieper doorgemaakt. Van Jezus’s vernedering klaagt de Kerk:

Maar ach, mijn God, waar blijkt Uw trouw nu, waar Uw eer ?

Gij stoot en werpt, vergramd, thans Uw Gezalfde neer;

Gij schijnt niet van 't verbond met Uwen knecht te weten ;

Zijn kroon, ontheiligd, ligt ter aarde neergesmeten ;

Zijn sterke muren zijn door 's vijands macht verbroken,

Zijn vestingen verwoest en in het stof gedoken.

Doch nadat Jezus een weinig tijds minder dan de engelen geworden was, is Hij ook met heerlijkheid en ere gekroond. Op de Hemelvaartsdag mocht Jezus gaan zitten aan de rechterhand des Vaders

op Zijne troon. En gelijk Jezus veracht is geweest op de aarde, zo is Hij nu verheerlijkt in de hemel.

Van Jeruzalem, de bloedstad, uitgaande, leidde Jezus Zijne jongeren naar de Olijfberg. Na nog vele dingen met hen gesproken te hebben aangaande het Koninkrijk Gods neemt Hij zegenend afscheid en dan vaart de Koning omhoog naar de hemel, een beter Jeruzalem, om daar met blijdschap ontvangen te worden door de Vader en de engelen en de verlosten.

Jezus' hemelvaart is Jezus' troonsbeklimming.

Hier zien wij een vernederd Koning verhoogd.

Wel mogen wij er van uitroepen:

Hoe groot en schitterend is Zijn eer,

Door 't heil, aan hem bewezen!

Hoe is Zijn roem gerezen!

o Alvermogend' Opperheer,

Wat glans, wat majesteit

Hebt Gij dien Vorst bereid!

Aan Jezus is een kroon van het fijnste goud gegeven. Hij mocht zeggen: ,,Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.”

Ja, ,,Wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond."

Op deze kroning nu had Jezus gewacht. Daar was het Hem om te doen. Om die vreugde Hem voorgesteld, heeft Hij het kruis verdragen en de schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons Gods. Jezus wenste niet anders, dan door de Vader gekroond te worden. Hem was al meer dan eens een kroon aangeboden.

De duivel heeft, toen hij Jezus verzocht in de woestijn, Hem een kroon aangeboden na Hem al de koninkrijken der wereld getoond te hebben met dit woord: ,,Alle deze dingen zal ik U geven, indien Gij nedervallende mij zult aanbidden." Dat was een valse kroon. Had Jezus die aangenomen, dan had Hij geen Borg kunnen zijn en niet door de Vader verheerlijkt kunnen worden en wij zouden niet kunnen juichen: ,,Wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond."

De mensen hebben Jezus een kroon aangeboden, waar zij Hem met geweld Koning wilden maken. Zelfs de discipelen waren daar niet vrij van. Had Jezus die aardse kroon aangenomen, dan had

de ganse wereld Hem aangehangen. Jezus wilde die valse en ijdele ere niet. Hem stond steeds voor ogen: ,,Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijne heerlijkheid ingaan?" Alleen

door het borgtochtelijk lijden kan Jezus de mens verlossen. Alleen in die weg met ere en heerlijkheid gekroond worden. En ook u, kind van God, met heerlijkheid en ere kronen. ,,Want het betaamde Hem, om welke alle dingen zijn, en door welke alle dingen zijn, dat Hij vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de overste Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.”

De Vader heeft Jezus een kroon gegeven van het fijnste goud.

Wat een verhoging voor de Borg. Jezus ging van een zondige aarde naar een reine hemel. Van uit de kring van zondige mensenkinderen naar de gemeenschap van duizenden en tienduizenden heilige

engelen.

In die verhoging van Jezus nu ligt ook de verhoging van de Bruidkerk. Het is al ten goede voor Zijn volk.

Bevestigd werd hiermede het profetisch woord van David, gesproken naar aanleiding van de opvoering der Ark: ,,Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd;

Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, 0 Heere God."

Bevestigd werd hiermede ook het woord van Jezus zelf, gesproken tot Maria Magdalena: ,,Ik vaar op tot Mijne Vader en tot uwe Vader, en tot Mijne God en uwe God." Ja al wat Hij gesproken heeft aangaande Zijn heengaan. Ook dat woord: ,,Ik ben van de Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen, wederom verlaat Ik de wereld en ga heen tot de Vader."

Hiermede heeft Jezus krachtelijk bewezen de Zoon van God te zijn. De enige en ware Zaligmaker. Daar is geen andere te wachten.

Wat troostvol, de waarheid, dat God in Christus de wereld met Zichzelven is verzoenende, staat onwankelbaar vast. Jezus is de Christus der Schriften.

Op Hem kan een arm, zich schuldig kennend en verlegen zondaar zich geheel verlaten. Jezus maakt u, door de Heilige Geest ontdekte, verslagene en heilbegerige zondaar zalig door Zijn lijden en sterven,

opstanding en hemelvaart. Hij maakt u, rampzalige, zalig, dat is, Hij brengt u van het hoogste kwaad tot het hoogste goed. Weer in de gunst en gemeenschap met God. Hij doet dit door Zijn verdienste

en toepassing. Hij heeft gaven genomen om uit te delen aan wederhorigen om bij Hem te wonen. Ook de gave des Heiligen Geestes, waardoor gij Jezus met al Zijn weldaden deelachtig wordt.

Wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond. Jezus! Is er dierbaarder naam voor het ontdekte en zaligmakend bearbeide en ingewonnen zondaarshart? Met de Bruid uit het Hooglied zegt Gods kind: ,,Uw naam is ene olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief." ,,De naam des Heeren is een sterke toren: de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een hoog vertrek gesteld worden.” Die naam is voor 't oprecht gemoed van al Gods gunstvolk goed." Wat heil, wat troost heeft die naam gebracht aan verslagen zondaarsharten op de slagvelden, op de krank- en sterfbedden.

Met Jezus' troonsbeklimming zien wij ook bevestigd de waarheid van de Heilige Schrift. Wat is dat heerlijk! Hoe nodig is dat voor onze tijd, waarin het ongeloof hoogtij viert. Waarin zovelen het

geloof in de Heilige Schrift missen. En daardoor ook de enige troost, beide in leven en sterven. Verworpen wordt de Schrift, omdat de mens verduisterd is in het verstand. Hij loochent daarom, wat hij niet vatten kan.

Ook het wonder van Jezus’ hemelvaart wordt geloochend. Hoe zou een mens kunnen opvaren? Zelf aan het bestaan van een hemel en een hel wordt getwijfeld. Ja sommigen hebben het Godsgeloof

geheel verloren. De duivel en het ongeloof zijn altijd de bestrijders van de waarheid. Ook van de Waarheid, dat Jezus ten hemel gevaren is. En waar het kind van God na ontvangen genade nog zo

bestreden kan worden door het aanklevend ongeloof, dat hem niet loslaat tot de dood toe, daar vermaant de apostel verder in zijn brief: ,,Dewijl wij dan ene grote Hogepriester hebben, die door de

hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus de Zoon Gods, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.”

Jezus is ten hemel gevaren. Hij kon dat, als de Almachtige en waarachtige Zoon van God. Het ongeloof ziet dat niet. Het is blind voor Jezus' werk en Persoon. Maar wij zien Jezus met heerlijkheid

en ere gekroond, zegt de apostel. Dat ziet het geloof.

De apostelen hebben echter Jezus' troonsbeklimming ook met het lichamelijk oog gezien. Zij waren bij Jezus' hemelvaart tegenwoordig. Zij waren ooggetuigen. Zij predikten wat zij gezien en gehoord

hadden.

Bij Jezus' hemelvaart waren niet de groten en edelen der aarde uitgenodigd, maar alleen Jezus' discipelen. Hier geen aardse glorie en grootheid. Een kleine eenvoudige discipelkring werd verwaardigd om Jezus' troonsbeklimming te aanschouwen. Ook geen vijanden hebben Jezus' verheerlijking gezien. Alleen de Kerk, vertegenwoordigd in de elven, kan jubelen : ,,Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond."

Na Jezus' hemelvaart heeft ook de apostel Paulus op bijzondere wijze gezien, dat de Heiland met heerlijkheid en ere is gekroond.

Dat was op de weg naar Damascus, toen God hem te sterk werd.

Daar werd hem de hemel geopend en hoorde hij een stem: ,,Saul,

Saul, wat vervolgd gij Mij.” En op de vraag: ,,Wie zijt Gij Heere? " antwoordde de verheerlijkte Christus uit de hemel: ,,Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt." Had Paulus eerst de waarheid van Jezus'

Messiasschap en Godheid bestreden, nu werd hij een vurig verdediger en voorstander van Jezus.

Ook Stefanus heeft gezien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond.

Dat was in zijn stervensure. Toen de vijanden de stenen namen om Stefanus te doden, mocht deze discipel vol des Heiligen Geestes zijnde, de ogen opheffen naar de hemel, en hij zag de heerlijkheid

Gods, en Jezus staande ter rechterhand Gods: en hij zeide: ,,Zie, ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des mensen ter rechterhand Gods." Daardoor werd hij getroost en zijn sterven een zalig sterven.

Aan Johannes is eveneens vergund een blik in de hemel te slaan en daar Jezus te zien met heerlijkheid en ere gekroond. Hij schrijft: ,,Na deze zag ik, en zie, ene deur was geopend in de hemel ...... en zie daar was een troon gezet in de hemel, en er zat een op de troon .... .. en ik zag, en zie, in het midden van de troon en van de vier dieren en in het midden van de Ouderlingen een Lam, staande als geslacht." Jezus, het geslachte Lam Gods in de hemel, wat is dat tot troost en blijdschap voor Gods bedrukte volk in dit Mesech en tranendal.

Doch niet alleen de apostel mag jubelen: ,,Wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond,” maar allen, die een even dierbaar geloof met hem deelachtig zijn.

Het geloof is een zien. Een zien van eigen zonde en doemwaardigheid. Een zien van Gods heiligheid en majesteit. Een zien van Zijn dienenswaardigheid en beminnenswaardigheid. Een zien van

eigen onmacht en verlorenheid. Zalig als dat zien des geloofs een zien wordt op Jezus, op Zijn borgtocht, op Zijn Middelaarswerk, op Zijn verdienste, op Zijn algenoegzaamheid en dierbaarheid.

Het geloof ziet in Jezus' hemelvaart, dat God, de Vader voldaan is. Dat Jezus het rantsoen der zonde betaald heeft. Dat de Vader van de in Christus zijnden niets meer te eisen heeft. Jezus met

heerlijkheid en ere gekroond, is het bewijs en bevestiging van de waarheid, dat degenen, die door een oprecht geloof deel aan Jezus hebben, volkomen vrijgesproken zijn van schuld en straf en in

Christus gerekend vergeving der zonde hebben.

Wat kan ook die waarheid, door genade deel te hebben aan Jezus' borgtocht en verworven weldaden, bestreden worden. Jezus' hemelvaart is een zeker onderpand voor u gebogenen onder schuld en zonde, dat de schuld is uitgedelgd. Gij hebt er maar licht over nodig. Als uw zielsoog geopend wordt voor de rijkdom in Christus en gij moogt door het geloof Hem omhelzen of toeëigenen, dan zegt gij : ,,Nu weet ik een waarheid, zo diep als gewis, dat Jezus alleen

mijn gerechtigheid is." ,,Wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond."

Jezus is lichamelijk opgevaren naar de hemel. Ook deze waarheid, vaak bestreden, zien wij bevestigd. Jezus' heengaan op de hemelvaartsdag is maar niet een verdwijning, zoals Hij vroeger wel eens weg kwam uit hunne ogen na Zijn opstanding. Neen, Jezus is waarlijk heengegaan naar de hemel der hemelen, de plaats, waar God Zijn majesteit op het heerlijkst en luisterrijkst openbaart.

Jezus' lichaam is met Zijn hemelvaart niet alomtegenwoordig geworden. Dat zou een verandering van toestand zijn en niet van plaats. Jezus is heengegaan en toch in zekeren zin gebleven.

Lichamelijk is Hij niet meer bij ons, doch met Zijn genade, majesteit en Geest wijkt Hij nimmermeer van de Zijnen. Vandaar dat Jezus zeide: ,,lk ben met ulieden al de dagen tot aan de voleinding der

wereld.” De ten hemelgevaren Jezus is in het midden van Zijn volk al zouden er maar twee of drie in Zijne naam vergaderd zijn. ,,Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht en Hij troost het hart, dat

schreiend tot Hem vlucht."

Jezus is nu als Die grote Gezant in het hemelhof om daar voor Zijn volk, dat zich gast en vreemdeling kent op de aarde, werkzaam te zijn. Die waarheid wordt zalig ervaren als de Heere een engel der vertroosting zendt aan de discipelen, die Jezus bedroefd nastaarden. Jezus zal eenmaal wederkomen, gelijk ze Hem hadden zien opvaren. En in de hemel vergeet Sions gezalfde Koning Zijn volk niet. Hij is daar bezig om voor hen plaats te bereiden. Gods Kerk ziet dan ook op naar de hemel, wetende dat daar is haar verheerlijkt Hoofd en Koning en jubelt: ,,Bij U, mijn Koning en mijn God, verwacht mijn ziel een heilrijk lot; geduchte Heer' der legerscharen, Welzalig hij, die bij U woont, gestaag U prijst en eerbied toont."

Maar niet alleen een bestreden waarheid zien wij hier bevestigd, doch in de 3e plaats ook :

  1. Een machtige triumph tentoongesteld.

Of is dat geen machtige triumph over de gehele aarde, over de wetten der natuur, over alle vijandige, duivelse en menselijke machten wanneer daar Jezus van de Olijfberg opvaart naar de hemel?

Hij heeft met Zijn hemelvaart de gevangenis gevankelijk gevoerd.

De vijand aan Zijn zegewagen geketend.

Om dat te kunnen doen moest Christus eerst van uit de hemel nederdalen, op deze aarde komen, het strijdperk betreden.

Op aarde gekomen, werd de hel op Hem losgelaten. De ganse hellemacht is op Hem aangekomen. Het werd satan vergund om Jezus de verzenen te vermorzelen. Wat waren de helle-angsten en

benauwdheden, welke over Jezus kwamen ontzettend. Geweldig was de strijd, maar de Leeuw uit Juda's stam heeft overwonnen.

Jezus heeft met Zijn dood en opstanding de satan met onverbreekbare banden gebonden. Hij kan niet verder gaan dan de Heere toelaat.

Jezus is Triumphator over dood en hel.

Bij Zijn hemelvaart verlaat Hij het strijdperk met ere. De vijandige machten zijn overwonnen. Sion is verlost. Het werk op aarde volbracht.

Jezus heeft Zijn overwinning behaald door Zich te vernederen, door Zijn dierbaar bloed te storten. Borgtocht en eeuwige zondaarsliefde dreef Hem.

Scheen Jezus in de dood onder te gaan, het verloren te hebben, met en door Zijn hemelvaart stelt Hij Zijn triumph ten toon. Hij toont, dat Hem gegeven is alle macht in hemel en op aarde. Zalig hij, die Hem tot zijn Borg en machtige Helper heeft. Die door een oprecht geloof Jezus' discipel is. Die in Zijn triumph mag delen.

Wat een machtige triumph wordt hier door Jezus' hemelvaart ten toon gesteld. De hel ligt overwonnen. Deze wordt gesloten voor Jezus' discipelen. De hemel, door onze zonde gesloten, wordt met Jezus' hemelvaart geopend. De gunst Gods, die wij buiten Jezus moeten derven, kan de Vader weer betonen. De toorn des Heeren, waaronder de mensheid zucht en waaraan niemand zich kan ontworstelen, is door Jezus' genoegdoening gestild. De eis der wet, die de mens bindt tot een plicht, waaraan hij niet meer voldoen kan, is volkomen vervuld, zodat die wet degenen, die in Christus zijn niet meer veroordeelt. Het geweld des duivels, waaruit niemand zich verlossen kan, is verbroken.

Jezus heeft de troon in de hemel beklommen. Hij regeert en zal Zijn almacht tonen. Wat weldaad als Jezus' machtige triumph in de weg des geloofs en der bekering ervaren wordt. Dan wordt alles

anders. De dood, die koning der verschrikking wordt een doorgang tot het eeuwige leven. De wet, die u kennis der ellende gaf en u veroordeelde, wordt een tuchtmeester tot Christus. Satan, die hel-

hond, die u zo benauwde, een middel om u wakker te houden en uit te drijven tot de Goede Herder. De wandel, eerst op het pad der zonde wordt nu een wandel in de hemel, vanwaar gij de Zaligmaker

gaat verwachten. De voeten, die eerst snel waren om bloed te vergieten, worden nu bereid om het Evangelie te verkondigen.

Dit alles is vrucht van Jezus' troonsbeklimming.

Wat was dat een zegetocht!

Hier stelt Jezus Zijn almacht ten toon.

Hier verheerlijkt de Vader Zijn Zoon.

Wat aan geen der engelen of enig schepsel is gegeven, dat heeft God, de Vader, aan Zijn Zoon gegeven, n.l. de onderwerping der toekomende wereld. Wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond. Hij is gezeten aan de rechterhand des Vaders op Zijne troon. Aan Jezus is de eer gegeven om op aarde een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, bijeen te vergaderen. Voor dat werk

zijn engelen te zwak. Dat laat God ook niet aan de mens over. Jezus heeft alleen de macht en de eer zondaren te bekeren.

Wat een machtige triumph betoont de ten hemel gevaren Christus telkens weer, wanneer Hij door Zijnen Geest verloren en machteloze zondaren komt te redden. Hen ontdekt aan hun ellendigheid

en brengt aan Zijne voeten. Of is dat geen machtige triumph van Koning Jezus als Hij op Zijn machtwoord en door Zijn Geest de tegenstand van vijanden overwint? Als Hij het stenen hart verbreekt en een vlesen hart geeft, een nieuw Verbond met hen maakt en Zijn wet in hun binnenste gaat schrijven? Als daar een vrome Paulus en een goddeloze stokbewaarder wordt toegebracht, die

beide gaan vragen : ,,Heere, wat moet ik doen om zalig te worden ?"

Jezus triumpherende over alle vijandige machten is gezeten aan de rechterhand des Vaders in de hemelen. Daardoor is die troon van gerechtigheid en gericht een genadetroon geworden, waar de

diepst gezonken zondaar mag komen om genade en vergeving te zoeken. Die tot Hem komt, zal de Heere geenszins uitwerpen.

Jezus hemelvaart was een triumphtocht. God, de Vader, heeft Zijne Zoon met heerlijkheid en ere gekroond. Jezus triumph zal al groter worden en eenmaal volkomen zijn, wanneer al de koninkrijken der aarde te niet zullen gedaan zijn en alleen het Koninkrijk van Jezus zal bestaan.

Jezus regeert. Hij heeft Zijn troon beklommen. Wat troost voor Gods Kerk! niet de wereld, niet de toenemende zondemacht, noch de antichrist zal het laatste woord hebben. Aan Jezus is de toekomende wereld onderworpen.

O, dat Jezus ook regere in uw hart. Zit Hij daar al op de troon ?

Heeft Jezus al een triumph behaald op uw zondig hart? Gelukkig als die Grote Ruiter op het witte paard voorspoedig rijdt op het Woord Zijner Waarheid om steeds meer overwinningen te behalen

en alle tegenstand in u te verbreken. Daar moet nog zoveel neergeworpen en verbrijzeld worden in de mens na ontvangen genade.

Zelf zijn wij daartoe onbekwaam, maar zalig wanneer wij mogen zeggen: ,,Maar de Heer' der Heeren doet ons triumpheren; Hij geducht in macht, slaat elk gunstig gade, die op Zijn genade in

benauwdheid wacht."

Wat een machtige triumph heeft Jezus tentoongesteld door Zijn hemelvaart. Wij kunnen dit het beste vertolken door in te stemmen met de dichter :

Gods wagens, boven 't luchtig zwerk,

Zijn tien- en tienmaal duizend sterk,

Verdubbeld in getalen.

Bij hen is Zijne majesteit,

Een Sinaï in heiligheid,

Omringd van bliksemstralen.

Gij voert ten hemel op, vol eer :

De kerker werd Uw buit, o Heer;

Gij zaagt Uw strijd bekronen

Met gaven, tot der mensen troost;

Opdat zelfs 't wederhorig kroost

Altijd bij U zou wonen.

Psalm 68 : 9.

  1. Een hemels schathuis geopend.

Dat is onze laatste gedachte. Jezus is ten hemel gevaren enkel ten goede voor Zijn volk. Hoe menigmaal heeft de Heiland dat Zijn discipelen voorgehouden. Zeide Jezus niet: ,,Uw hart worde niet ontroerd, gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen: anderzins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.” Het is ons nut, dat Jezus is henen gegaan, anders kon de Trooster, de Heilige Geest niet komen. Nu kan de apostel Paulus schrijven aan de Efeziërs: ,,Gezegend zij de God en Vader onzes Heeren Jezus Christus, Die

ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus.“ De opgevaren Christus heeft gaven genomen om uit te delen aan wederhorigen om bij Hem te wonen.

Bij de ten hemel gevaren Christus is nu alles te verkrijgen wat een arm, verloren en schuldig zondaar van node heeft. Vergeving der zonde, vernieuwing des harten, vrije toegang tot de Vader en het eeuwige leven. Troost en sterkte. Daar is door Jezus' troonsbeklimming een hemels schathuis geopend.

Jezus is het hemels schathuis ingegaan om daar werkzaam te zijn als onze hoogste Profeet. Hebt gij licht en raad nodig, het is bij Hem te verkrijgen. Gij hebt het nodig, wanneer gij door Gods genade met u zelven bekend gemaakt zijt. Wat gevoelt gij u dan blind in 's hemels wegen. Welnu, de verheerlijkte Jezus in de hemel komt uit dat geopende schathuis u onderwijs te geven. Hij leert u

de weg der zaligheid, openbaart u heilsgeheimen en is daar om u steeds te leiden en raad te geven. Al de gaven van wijsheid en verstand zijn bij Hem.

Jezus is het hemels schathuis ingegaan, ook om daar werkzaam te zijn als onze enige Hogepriester. Gaat gij gebogen onder schuld en zónde, in de hemel is Jezus ingegaan met het bloed der verzoening. Bid om dat bloed deelachtig te mogen worden en de vrijmakende kracht daarvan te mogen ervaren. Jezus is in de hemel met Zijn voorbede. Die voorbede kunt gij, arm volk van God, niet missen. Gij staat dagelijks schuldig aan zonde, overgebleven zwakheden en gebreken. Gij blijft in u zelf onmachtig en wat arm is vaak gebed. In Jezus' voorbede ligt uw behoud. Dat heeft Petrus ondervonden. Dat is de troost van Paulus: ,,Die ook voor ons bidt."

Jezus is het hemels schathuis ingegaan om daar werkzaam te zijn ook als onze eeuwige Koning. Kent gij strijd en eigen zwakheid, bij Hem is bescherming en bewaring. Hebt gij van u zelven aan alles

gebrek, bij de Heere is alles te vinden wat gij nodig hebt. Hij zorgt koninklijk voor Zijn onderdanen. Hij zal niet laten varen het werk Zijner handen.

Zijt gij al een onderdaan van die met heerlijkheid en ere gekroonde Koning? Hebt gij al voor Hem leren buigen? Zo niet, wat zijt gij dan nog diep ongelukkig. Gij viert misschien wel hemelvaart, maar zonder Christus. Zonder hemelse gedachten en genegenheden.

Zonder hemelse blijdschap. Jezus' hemelvaart geeft u geen troost.

Uw belangstelling gaat nog uit naar de aardse dingen. O mocht gij eens gaan verstaan wat iemand uitriep, die Jezus gevonden had: ,,Weg wereld, weg schatten, gij kunt niet bevatten, hoe rijk ik wel

ben; ik heb alles verloren, maar Jezus verkoren, Wiens eigen ik ben."

Bedenk toch, gij die nog onbekeerd zijt, dat het eind van uw leven geen hemelvaart zal zijn, indien het niet tot bekering komt.

Bid om Jezus' discipel te mogen zijn. Dan zult gij wel een hellevaart van zelfkennis doormaken, maar ook de troost ontvangen van in Christus geborgen te zijn.

In Christus Jezus is een hemels schathuis geopend voor arme zondaren. Ook voor mij? Voor zulk een grote zondaar als ik ben?

Voor zulk een onwaardige? Dat is de troost van Jezus' hemelvaart, dat Hij gaven heeft genomen om uit te delen wederhorigen om bij Hem te wonen. Gij kunt wel te rijk, niet te arm voor Jezus zijn.

Wel te vroom, niet te goddeloos. Voor zulken is Jezus gekomen, Zondaren tot bekering.

Uw droefheid naar God en uw betrekking op Jezus is een bewijs, dat gij al deelt in Jezus' hemelse schatten en gaven. Gij hebt maar licht nodig. Immers, een hartelijke droefheid naar God, zelfkennis,

lust tot alle gerechtigheid, is al een genadegave uit het hemels schathuis. Met al uw strijd en schuchterheid kent gij heden toch blijdschap, dat Jezus met heerlijkheid en ere gekroond is? Nu, dan

is Jezus' hemelvaart u al ten goede.

Wat hebt gij, volk van God, een rijk schathuis in de hemel. Wat een heerlijk Hoofd en Koning in uw Heiland en Zaligmaker. O, dat gij Hem veel met een geopend geloofsoog moogt zien als met heerlijkheid en ere gekroond. Dat geeft troost en kracht in alle omstandigheden van het leven. Ook op uw stervenssponde. Een zalig uitzicht.  

In het hemels schathuis wordt de erfenis voor u bewaard en gij wordt bewaard voor de erfenis. Het is alleen uw taak om in Jezus' voetstappen te wandelen en Hem te verheerlijken en te bedenken de dingen, die boven zijn, daar, waar Christus is. ,,Gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uwen geest, welke Godes zijn.” Dan zult gij ook eens zijn, waar Christus is en het altoos uitjubelen: ,,Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en ere gekroond."

Amen.

Hoe groot en schitterende is Zijn eer,

Door 't heil, aan Hem bewezen!

Hoe is Zijn roem gerezen!

O alvermogend' Opperheer,

Wat glans, wat majesteit

Hebt Gij die Vorst bereid!

Psalm 21 : 5.