Handelingen 1:14 'Deze allen waren eendrachtig volhardende' ds. C. van der Weele

De Pinksterkerk bijeen in de spanning van het wachten"

Predicatie door Ds. C. v. d. WEELE te Ermelo-Putten.

Ps. 84 : 1

Lezen: Hand. 1 : 12—26

Ps. 119 : 3

Ps. 122 : 1 en 3

Ps. 133 : 1,2 en 3

Ps. 130 : 3

,,Deze allen waren eendrachtig volhardende in het

bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de

moeder van Jezus en met Zijne broeders.”

Hand. I : I4.

Geliefde gemeente,

De eerste zondag na Hemelvaart wordt veel genoemd de ,,weeszondag."

De stilte, die aan de Pinksterstorm voorafgaat, is geen kerkhofstilte, maar een stilte, waarin de activiteit openbaar wordt van de Christelijke Hoop, in het pleiten op de belofte des Vaders. In deze

passiviteit des geloofs komt de weeskerk tot haar hoogste, actieve geloofskracht, de hoogspanning van het wachten en uitzien ......

Wat is dat voor de Kerk des Heeren een benijdenswaardig geloofsgeheim, als zij door onderlinge verbondenheid openbaar komt in ,,stille kracht".

In stilheid en vertrouwen was haar sterkte.

In deze stilte werd doorleefd, dat de Paaskoning was ',,heengegaan" maar de vervullende Geest was nog niet ontvangen.

De Kerk is in stille armoede, na reeds veel genoten te hebben van de schriftuurlijke Christus.

Denk eens aan al het onderwijs van- en de omgang met Jezus in de staat van Zijn vernedering!

Toen was Christus al begonnen, met hen te leren: ,,Moest de Christus niet lijden en alzo tot Zijn heerlijkheid ingaan?"

Hij sprak van hun roeping tot ,,vissers der mensen." ,

Wat hadden ze veel samenvergaderd!

Zeker, ze hadden zich blind gestaard op de weg van de Man van Smarten. Veel onderlinge naijver bracht vaak verwijdering en verdeeldheid.

Maar mét en ná Pasen was alles zo anders geworden.

Het evangelie van de veertigste dag, in al de verschijningen en openbaringen, had hen Christus doen ontdekken in het gewaad der Schriften.

Hijzélf had in die veertig dagen hen de Christus uitgelegd, uit de Schriften en hun verstand was geopend geworden; ze gingen de Schriften verstaan.

Het specifiek blijvende van Golgotha en Pasen, over Hemelvaart naar Pinksteren is toch Christus, in het gewaad der Schriften en ieder ware gelovige zal toch moeten leven uit God's Heilshandelen

in al de Heilsfeiten.

Vroeger wilden ze vanuit de wankele grond van allerlei ervaringen tot Christus komen. Maar dan komt de ziel nooit tot zekerheid. Dan blijft het een op- en neer geslingerd worden: Vandaag

geloven we het en morgen trekken we alles weer in twijfel.

Neen, het ware, oefenende geloof, komt vanuit Christus tot bevinding.

Dan wordt geleerd, het teren op God's beloften en dan wordt het geloof werkzaam met de belovende God.

De Heere had toch beloofd : ,,Ik zal u geen wezen laten."

De weestoestand zal niet altoos duren, want den belofte ligt er, dat een wees bij de Heere ontferming zal vinden.

In dat blijven verwachten van de vervulling van God’s belofte ligt het geheim van de levende Kerk.

Het historisch-tijd-en wondergeloof kent niet de spanning van het uitzien naar de Heere zelf, want, dat geloof is dood en de mens staat in het middelpunt, met zijn verduisterde kennis van God en

Zijn Christus.

Bij dat geloof hoort men niet anders dan dodenpraat en er wordt gewerkt aan de dodenlijn.

En — dat is levensgevaarlijk!

Het is: spelen met het vuur van God's liefde, om er zich eenmaal eeuwig aan te branden.

De levende Kerk is een wachtende Kerk.

We lezen daarvan in Hand. 1 : 12—14, waar we ná Hemelvaart en vóór Pinksteren de Pinksterkerk bijeen zien in de spanning van het wachten.

We letten op:

  1. Dát ze bijeen is :
  2. Hoé ze bijeen is.

Aan de Pinksterstorm des Geestes in de tempelhof gaat het suizen van een zachte stilte vooraf.

Ook hier wordt bewaarheid: ,,Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Géést zal het geschieden."

Dat was al zo in de morgenstond der schepping, toen de Geest God's zweefde, broedde, ademde op de wateren.

Zien we het ook niet heerlijk in de lentepracht van dit jaargetij ?

Als Gij Uw Geest uitzendt, vernieuwt Gij het gelaat der aarde.

Zo gaat het ook in de morgenstond der schepping.

God is in het geestelijke niet onnatuurlijk en in het natuurlijke niet ongeestelijk.

Het gaat alles verbondsgewijze en groeit volgens een bepaald proces.

Het grote, zedelijke gevaar van veel z.g. Pinkstergroepen is het plofmatige.

De Heilige Geest werkt altijd in de stilte: ,,het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en de rokende vlaspit zal Hij niet uitblussen."

We zijn hier zondag na Hemelvaart dan ook niet op bezoek bij een Pinkstergroép, maar bij de Pinksterkérk en tussen deze beide is een principiëel verschil.

De Pinkstergroépen redeneren vanuit het willen van mensen, de Pinksterkerk leeft uit het welbehagen God's.

De Trooster komt niet tot een particulier gezelschap, een conferentie, maar tot de vergaderde vredeskerk, tot de Opstandingsgemeente in weestijd, samenvergaderd onder de belofte: ,,Blijf gij

in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte" ......

In gehoorzaamheid zijn de volgelingen van de Heere Jezus gegaan van de Olijfberg naar Jeruzalem, teruggekeerd in de pijn van het gemis en toch met grote blijdschap.

Lucas vertelt ons, dat ze daar samen zijn in de tempel, lovende en dankende God.

In de stad des groten Koning's hebben ze met sterk verlangen verbeid ,,de kracht uit de Hoogte."

De Pinkstergroepen leven alleen maar uit het werk van de Heilige Geest - horizontaal - stromen van kracht.

De Pinksterkerk leeft ambtelijk -verticaal - totdat ge aangedaan zult zijn met kracht uit de Hoogte.

Wie zijn ze, die tot deze Pinkster-adventskerk behoren? God, de Heilige Geest noemt hun namen in vers 13 : Petrus en Jacobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs en

Mattheus, Jacobus, de zoon van Alfeus en Simon Zelotas, en Judas, de broeder van Jacobus.

Deze allen .... ..

Is dit een bepaalde kring, groep of partij?

Niets van dit alles!

Hier is de Nieuw Testamentische Kerk van alle eeuwen in haar ontstaan bijeen.

De Katholieke Kerk, de Una Sancta, waarvan we lezen in Zondag 21.

Hier is veel meer dan een intieme conferentie of een vroom gezelschap of een bepaalde partijgroep.

Hier is de Kerk ambtelijk samen in gebondenheid aan al de Schriften.

Wat zijn we in ons hedendaags kerkelijk leven ver af van het model van de Pinksterkerk!

Veelal wordt heel het "Kerk"-zijn gekenmerkt door menselijke factoren.

Hoe is het in de meeste kerken als God's Woord op God’s dag in de vergaderde gemeente gelezen wordt?

Is er in onze dagen nog wel kerkbesef, úit en náár de Schriften?

Zou het niet schorten aan persoonlijk geloof?

God houdt Zijn Kerk in stand, maar nu komt voor u en mij de zielevraag: ,,staat mijn naam ook in dat Boek der Kerk? “

Deze allen bezien de Kerk in haar ontstaan, bestaan en voortbestaan vanuit het Heilshandelen God's.

Men kan nog zulke prachtige leuzen aanheffen, maar er is altijd kritiek op de Kerk en de Kerk heeft het altijd gedaan, en moet het altijd ontgelden.

Denk maar aan de leuze: ,,steek kerken en pastorieën in brand."

Wat is men toch vaak hoog van gevoelen!

Hier bij de Pinksterkerk lezen we van de ootmoed uit de Heilige Geest.

Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken.

Kerkelijk leven is nog iets anders dan geestelijk leven -en toch moesten deze beiden elkaar niet úit- maar wel insluiten.

Het gaat hier om de Kerk als instituut.

De Heilige Geest zal op de Pinksterdag tot Zijn werkweek ingaan. Zijn werkplaats zal Hij zoeken met name in Zijn Kerk op aarde. '

De Kerk is toch de Bruid van het Lam, die van haar Bruidegom zingt : ,,Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk.“

Het gaat in het geordend samenkomen om de bediening van het Woord en de Sacramenten.

In deze eerste samenkomst der Kerk is ook een ambtsdrager gekozen. Ambtsverkiezing ligt ook op het werkvlak van de Heilige Geest.

,,Deze allen" ...... Wie zijn deze ?

Niet iedereen! We leren geen álverzoening. Dan kan rechtzinnig en vrijzinnig tronen op één stoel, en dan is er geen scheidslijn meer tussen Rome en Reformatie.

Onze godsdienstige eeuw staat sterk in het teken van valse eenheid.

Leugen heet waarheid en waarheid heet leugen.

,,Deze allen." .... ..

Dit is de Kerk van de nieuwe dag.

De Oud-testamentische Kerk heeft in Israël haar finale bereikt; toen het Voorhangsel scheurde.

De Nieuw-testamentische Kerk komt hier ambtelijk als wereld-Kerk samen. Ze is echter wél in de wereld, maar niet ván de wereld.

Pasen is niet in de allereerste plaats wereldfeest. Dat is carricatuur!

Pasen is ovér Hemelvaart, dóór Pinksteren Kerk-feest, ambtsfeest, verzoeningsfeest, verbondsfeest.

Hier bereiden ,,deze allen" zich voor, om de vervullende Geest te ontvangen.

Lees Hand. 2 eens in zijn geheel en het zal u duidelijk worden, dat Pinksteren ons brengt in het hart van de vervulde Heilsbeloften rondom de Christus.

,,Deze allen" ......

Lucas stelt met name de apostelen voorop.

Het gaat hier om het Ambt, om de voortzetting van het Ambt van Christus, als Profeet, Priester en Koning.

Hij, de tweede Adam, is ingegaan in het binnenste Heiligdom als de grote Ambtsdrager.

In Zijn strijdende Kerk zal Hij ambtelijk blijven voortwerken in de weg van de Bijbelse ambtsbediening.

Deze verkorenen noemt Hij apostelen, van God gezalfd, geroepen en gezonden en bekwaamd, om op de ambtsweg in het voetspoor te wandelen van hun grote Meester, met Jes. 61 in hun lastbrief, om armen een blijde boodschap te brengen, om te verbinden de gebrokenen van hart, om gevangenen vrijheid uit te roepen, om de sleutel van het Hemelrijk te gebruiken; om dóód en levén, zégen en vloék, wél en weé te verkondigen.

Uit de schemering van het O. Testament treedt de Kerk in het volle licht van de N. Testamentische tijd, van het duizendjarig Rijk : de Christusregering.

Hem is gegeven alle macht!

Dit brengt Lucas er toe, om de namen der Apostelen één voor één te noemen.

De volgorde is echter anders, dan tijdens Jezus' omwandeling op aarde.

Ook in het ordenen van deze namen zien we de werkorde van de Heilige Geest in God's Kerk.

Hier beluisteren we het voorspel van de Pinksteraccoorden, die Apostelen roept uit de vleselijk naar de Geestelijke orde, om het werk van Christus, als ambtsdragers, op aarde voort te zetten.

Zo lezen we het in vers 13.

Let op de gans andere volgorde!

Hier zien we in de Kerk rijk glorieëren God's souvereine verkiezing.

Hier mogen we toepassen, wat we lezen in Jes. 55 : ,,Uw wegen zijn niet Mijn wegen en uw gedachten niet Mijn gedachten.”

De Kerk is bijeen en de ambtsdragers zijn bijeen.

Lucas noemt er hier elf en straks zal de verkiezing plaats hebben van de twaalfde Apostel.

Judas ontbreekt ......

Ontzettende gedachte! ......

Maar .... .. het twaalftal moet weer ,,vol" worden.

Het gaat om Jeruzalem's machtige twaalftal: twaalf het symbolisch getal van drie maal vier : God Drieénig en de vier winden der aarde, opdat de Pinksterkerk kome tot het drie maal vier maal

twaalf maal duizend, d.i. 144.000.

De grondslag der Kerk ligt in God's verkiezend welbehagen.

Dat welbehagen God's zal door en na Pinksteren raken alle volken, talen, geslachten en natieën en daarom moest dat twaalftal compleet worden.

Kind van God, leef uit de troost van het ,,door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen.

Mijn naam in Zijn Boek, als Petrus, Jacobus of Johannes, als Andreas, Filippus, Thomas of Bartholomeüs, als Mattheüs, Jacobus, Simon of Judas of .... ..

Dat u en ik de twaalfde waren!

Staat úw naam al in Zijn Boek?

Hoe kan ik dat weten, vraagt een heilbegerige?

Hij voelt zich ,,naam-loos".

Hoe u dat weten kunt ?

Als Zijn Naam in uw levensboek staat.

Als op al de zwarte bladzijden staat : ,,]ezus"-,,]ezus"-,,]ezus" en alleen ,,]ezus". '

Dan behoort u tot de Pinksterkerk en hebt u een kenmerk, dat u uit de dood overgegaan bent tot het leven.

En - dan hebt u de broeders lief.

Als we Gods Naam, Zijn dag en dienst en Zijn knechten om hun's ambtswil liefhebben, is dat geen werk van vlees en bloed.

Wie deze zijn .... ..

Dan laat Lucas ten tweede het licht vallen op de leden van de Pinksterkerk, in weestijd bijeen.

Er staat in onze tekst ,,met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijne broeders."

Dit is geen valse of vleselijke samenbinding.

Bloedbanden worden hier totaal doorbroken voor het Rijk God's in zijn ontstaan in deze wereld.

Met de vrouwen .... ..

Hier zien we de schone glans van de N.Testamentisch Kerk in bijbelse zin; de functionering van het ambt aller gelovigen.

In Christus is man en vrouw volkomen gelijkwaardig.

Onder de oude-bedeling was de positie van de vrouw in de Kerk ondergeschikt aan de man.

Denk maar aan Tabernakel en Tempeldienst!

Hier breekt in de Nieuw-Testamentische Kerk de nieuwe tempelorde door, vanuit Woord en Geest.

Versta onder dit nieuwe niet de revolutionaire drang van deze eeuw, die de vrouw met het bijzondere, apostolaire ambt wil bekleden van dienaar des Woords, ouderling en diaken.

Was dat geoorloofd, dan had de grote Ambtsdrager bij het twaalftal vrouwen ingevoegd.

Wijlen professor Geels heeft voor de oorlog, in de dertiger jaren ons Christelijk volk al gewaarschuwd voor de opkomende emancipatie van de vrouw, d.i. de vrouw stellen boven de man, of, in de

bijzondere ambten volkomen gelijk aan de man.

Men spreekt dan vanuit de greep naar het verbodene heel vroom ,,de vrouw in het ambt."

Vanuit het evangelie zien we heerlijk in deze Paasvrouwen : ,,het ambt in de vrouw" en ,,de vrouw in het ambt", maar dan raakt dit de vrijmaking en het eerherstel van de vrouw.

Onder de O.T.-bedeling zucht de vrouw onder de zonde van Eva. Maar - nu de tweede Adam volbracht heeft, wat de eerste Adam verbrak, is er in het Heilshandelen God's vóór, óp en ná

Pasen een duidelijke fundering van de plaats van de vrouw in de N.T. Kerk.

Paulus spreekt later van vrouwen, die met mij gestreden hebben in het evangelie.

Laat iedere vrouw en elk meisje in de N.T. Kerk zich voor de vraag stellen: ben ik in al mijn doen en laten zulk een Bijbelse vrouw geworden ?

Van nature zijn we allemaal man en vrouw, ambtloos en alleen de carricatuur van profeet, priester en koning leven we nog uit.

Als God ons door Pasen van dood levend maakt, worden we in beginsel weer ten volle man en ten volle vrouw ; volkomen nevengeschikt in het dienen van de Heere.

Het Levenskenmerk van het werk Gods in deze vrouwen was, dat de drie gezellen op de weg des levens, nl. geloof, hoop en liefde hun niet vreemd waren.

Ga de gangen van de Paasvrouwen maar na...

Is het ook zo bij u, zusters der gemeente ?

Als discipelinnen hebben de vrouwen de Heere Jezus gevolgd en verzorgd in leven en sterven. Op Golgotha werd de heldenmoed des geloofs openbaar, bij het verzegelde graf de heldenmoed der

liefde en bij het open graf de heldenmoed der hoop en zo zijn vrouwen de toekomstige Apostelen tot een hulp geweest.

En de vrouwen .... ..

't Ging om de vrijmaking van de vrouw door de tweede Adam, de vrouw, die de eerste Adam misleidde.

Nu maakt God Drieënig deze vrouwen tot profetessen, priesteressen. Ze worstelen met de mannen in de opperzaal op gebogen knieën, om de vervulling van de Belofte des Vaders. Nu kan het

vrouwenleven vanuit Christus’ Kerk voor alle levensfronten opbloeien tot een harmonisch dienen van God en elkaar.

Nu wordt beleefd, echte, geestelijke eenheid tussen man en vrouw. Hier zien we de durvende Salome naast de vurige Petrus, de schuchtere Magdaleense naast de zwaarmoedige Thomas, de

stille Maria naast de apostel, die Jezus liefhad.

Joëls profetie worstelt naar Zijn vervulling : ,,Zonen en dochters zullen profeteren ....  ,,Op dienstknechten en op dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten."

Later brandt dat liefde-vuur Gods in Lydia, Dorcase Euodia, Syntiché en zoveel anderen.

In Jezus Christus is noch man, noch vrouw, en de staketselen van de oude Bedeling vallen weg.

Uit de mond van deze herboren vrouwen bereidt de Heere zich in het midden der gemeente lof en aanbidding.

Van nature is geen enkele vrouw van dit gevoelen, want de ,,emancipatie-drang" van de gevallen Eva zit haar in het bloed.

Menig huwelijk en gezin ging om deze reden te gronde. Jonge meisjes, het staat lelijk om de "man in alles gelijk te willen zijn. Neem b.v. de ,,rookgewoonte" der vrouw! Ze wil geen vrouw meer zijn. Of de ,,mannenkleding", of ....  ja, ga maar door .... .. !

Als God ons herschept, weten we onze plaats als vrouw in Gods Huis en vandaar uit op alle levensterreinen.

Ten derde vermeldt Lucas in dit bijeen zijn van de N.T. Kerk : Let op de volgorde van de Heilige Geest!

Maria's naam komt achteraan.

Dit is voor de leer van de Mariologie in de Roomse kerk de doodsteek. Zij stelt toch Maria, de ,,moeder Gods", ver boven alle andere vrouwen in de kerk. Het Roomse dogma heeft toch aanvaard en de kerk laten uitspreken, dat Maria ,,mede-middelares” is, dat ze mede-bewilligd heeft in de Raad Gods tot zaligheid en daarom is het refrein in hun liturgische-gebeden : ,,Maria, bid voor ons, nu en in het uur van onze dood. Of, Maria vol van genade”.

Dit alles is in flagrante strijd met Gods Woord en hier en op vele andere plaatsen laat de Schrift duidelijk zien, dat Maria het ook als een arme zondares moet hebben van de ambtelijke bediening uit Christus in Schriftuurlijke zin.

,,En Maria, de moeder van Jezus ....”

Deze bijvoeging illustreert alleen haar plaats in het Heilshandelen Gods, inzake de ontvangenis uit de Heilige Geest en de geboorte van de Zaligmaker, die ook hier Zaligmaker zou zijn.

Haar plaats in de opperzaal is niet op een ,,kerkelijke troon", maar aan de voeten van het Lam Gods.

Lucas moet eerst de zuilen der Kerk, de pilaren en dan de namen van de levende stenen.

Maria, de moeder van Jezus, is in de N.T. Kerk ingeschreven als gewoon lid; ze kent ook het heimwee der liefde, nu niet langer naar haar vleselijke Zoon, maar naar de Christus der Schriften.

Mag ik alle moeders eens vragen: hebt u al zo'n Maria hart ? Een stille en zachtmoedige geest maakt u in bijbelse zin een moeder in de gemeente.

Een vierde tekening in het bijeen zijn der Kerk schildert Lucas ons in de woorden : ,,Met Zijne broeders ....”

Dat zijn dus de Zonen van Jozef en Maria, die aan moeders hand gebracht waren tot Jezus.

Vroeger waren deze broeders vijandig, dood, doof en blind. Ze moesten niets hebben van de Zaligmaker in hun vleselijke broeder en zeiden : ,,Hij is buiten zijn zinnen".

Ook lezen we: ,,en Zijn broeders geloofden niet in Hem".

Maar de vijandschap is veranderd in vriendschap, omdat er met hen een staatsverwisseling heeft plaats gehad.

Ze zijn van dood, levend gemaakt, van blind zijn ze ziende en van doof, horend geworden.

Nu kan Maria tot haar Heiland zeggen : ,,Hier ben ik en de kinderen, die Gij mij gegeven hebt" en van nu af geldt het: ,,wij en ons huis zullen de Heere dienen".

Hier zien we de vervulling van het zeer speciale in het Nieuwe Verbond: ,,Het zaad zal Hem dienen" en ,,U komt de belofte toe en uw kinderen“.

Zalig het ouderhart, dat voor zijn geestelijk vijandig gezond kind de belovende God in Zijn belofte mag aangrijpen.

Kinderen voeden en opvoeden is al een zwaar werk, maar vijandige kinderen Godzalig opvoeden vraagt levend geloof in de souvereine genadebeschikking van Gods Heilverbond.

In deze tijd van vervlakking wordt de belofte van het genadeverbond enerzijds overschat en teken voor betekenende zaak aangezien, alsof het vleselijk in het verbond zijn het kenmerk is van

het kindschap Gods, inzaligmakende zin.

Anderzijds wordt die belofte ook bedroevend onderschat, uit onkunde en ongeloof.

Dan komt men tot de koude redenering, kinderen zijn ,,hellewichten“, zonder meer.

Neen, ouders, in hun doodstaat in Adam liggen onze kinderen onder de verzegelde belofte, dat "het nageslacht Hem dienen zal...

Wordt er toch gelovig mee werkzaam.

Onze kinderen zullen straks de toekomst uitmaken van Gods strijdende Kerk.

Leef ze Godzalig voor, zoals Maria, de moeder van Jezus, want God blijft toch werken in de lijn der geslachten.

Vervolgens tekent Lucas, als laatsten in het bijeen zijn der Kerk een getal naamlozen, want met de genoemden vermeldt Lucas nog de anoniemen, die ook in de opperzaal bijeen waren.

Heus, in onze dagen heeft de Kerk op dit fundament nog niet afgedaan.

Velen zoeken de ruisende stromen van de Geest buiten de Kerk, in eigenwillige vroomheid en ambtsmiskenning.

Velen zijn in onze dagen met al hun kritiek op de Kerk antichristen geworden.

De anti-God en de anti-Christ, de mens der zonde, wordt al meer openbaar.

Aan welke kant staat gij, ambtsdragers?

Waar staat gij mannen, vrouwen en kinderen?

Behoort gij ook tot deze honderdtwintig?

Als ge een levend lid zijt, dan is de Kerk u lief en het ambt en de bediening er van houdt gij dan in hoge ere.

En uw lust zal zijn, om al meer bezig te zijn in dienstbetoon.

Zondag 12, waarom wordt ge een christen genaamd, zal in u gestalte hebben en ge zult Zijn Naam belijden, priesterlijk uw leven offeren en koninklijk strijden tegen de zonde.

Als zulk een Kerk op de weeszondag bijeen is, kunnen ze van harte instemmen met alle verzen van psalm 133.

zingen: Ps. 133 : 1,2 en 3.

II

We hebben in onze eerste gedachte gehoord, dat de Pinksterkerk op de weeszondag bijeen is.

In onze tweede hoofdgedachte tekent Lucas ons vervolgens, hoe deze Pinksterkerk bijeen is.

,,Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken", lees ik in onze tekst en in Hand. 2:42.

,,En zij waren volhardende in de leer der Apostelen en in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden."

En in vers 46 :

,,En dagelijks eendrachtelijk in de tempel volhardende”.

In dat volhardende in de gebeden, in de leer, in het leven, ligt heel het geheim van de Kerk van alle eeuwen.

Niet alleen dat, maar ook hoe ze bijeen is en welke gezindheid werkt in die harten van de honderdtwintig in de opperzaal, is van grote betekenis.

In het toeven van Jezus vinden zij oorzaak, om op gebogen knieën de Heere aan te lopen als een waterstroom, wetende dat des Vaders beloften in Christus ,,ja" en ,,amen" zijn.

Waartoe al dit bidden en smeken ?

Omdat de Geest wil komen tot een wachtende Kerk, een Kerk die leeft in hoogspanning van het: ik heb de Heere lang verwacht.”

Bidden en smeken zijn twee woorden, om de kracht van dit bidden te doen gevoelen.

Het is geen sleurgebed, zonder meer, maar hier klopt in het biddend smeken de geestelijke hartslag van het oefenend geloof. Hier horen we het zuchten des Geestes in de gelovigen, die in hope zalig

worden.

Het ware gebed in smeking is altijd de ademtocht der ziel.

Het is de schreeuw naar God, om God, zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen.

Hoor zo'n ware bidder:

,,Och, dat Gij de Hemelen scheurdet”

,,Och, mocht ik in die heilige gebouwen"...

,,Och, sohonkt Gij mij de hulp van uwe Geest"...

,,Kom, o Geest des Heeren"

,,Ontwaak noordenwind en kom zuidenwind"

,,Dat mijn liefste tot Zijn hof kwame"...

Het karakter van dit bidden wordt getekend in het ,,volhardende", dus niet een enkele maal, maar steeds meer.

,,Wie volharden zal tot het einde, zal zalig worden."

De levende Kerk heeft een geestelijk uithoudingsvermogen.

De honderdtwintig hebben de tien dagen na Hemelvaart biddende en smekende doorgebracht.

Ze hebben biddend gewerkt en wisten zich van ademtocht tot ademtocht van de Heere afhankelijk.

Ze leerden verstaan: ,,Zonder Mij kunt ge niets doen" en ze brachten dat ook in praktijk.

In de Oude Bedeling kreeg de Kerk haar ontstaan door het aanroepen van de Naam des Heeren.

,,Toen begon men de Naam des Heeren aan te roepen".

Zo is het ook in het geboorte-uur van de N.T.-Kerk en dan ,,eendrachtelijk".

Vóór Pasen was er steeds naijver onder hen, wie toch wel de meeste van hen zou zijn.

Maar door Jezus' lijden, dood, begrafenis, opstanding en Hemelvaart zijn de schellen van de ogen gevallen en nu zien ze in de weestijd, hoe hard ze elkander nodig hebben.

Ze zijn niet alleen gebonden aan Christus, maar ook aan elkaar, als Christenen.

De gemeenschap der heiligen heeft hier diepe wortelen geschoten: ,,eendracht maakt macht".

Hier zien we in dat ,,eendrachtelijk" het ,,atoomgeheim" der Kerk in de eindtijd:

Eén Naam is onze hope,

Eén grond heeft Christus' Kerk,

Ze zijn één in de leer, één in het leven.

Zoals de ranken één zijn in de Wijnstok zijn ze bezield door één gevoelen.

Hier benijdt Juda Efraïm niet langer.

Voorbij is de tijd der twisting.

De poorten van het vrederijk gaan open en de Kerk is in de

weestijd vredes-kerk geworden.

Als eigen kerkelijk leven in deze gezindheid des geloofs, der hoop en der liefde samenkomt, is er vaak een wonderlijke groei van binnen uit.

Vanuit Pinksteren bezien is er niet één kerk vacant, De grote Herder is en blijft bij haar in het gewaad der Schriften.

Als de onderlinge levenseenheid uit de Heilige Geest maar aanwezig is en beoefend wordt, dan is Gods weeskerk een Licht op de kandelaar, een stad op een berg ......

Vereenzelvig dit eendrachtelijk niet met valse eenheid.

,,Vrijheid, gelijkheid en broederschap” is ook een eenheidsleuze, maar niet uit de Geest geboren.

Over de ware eenheid kunnen we lezen in Joh. 17 : 22 en 23, waar staat: ,,Opdat zij één zijn, gelijk als wij één zijn, Ik in hen en Gij in Mij".

De Kerk des Heeren was eendrachtelijk volhardende in bidden en smeken om de komst des Geestes, om de beloofde Trooster.

Christus Kerk hijgt naar de vervulling van de beloften Gods.

De Heilige Geest zal hen straks in alle waarheid leiden en het alles uit Jezus Christus nemen.

Die dierbare Geest zal niets anders doen dan Christus verheerlijken en deelachtig maken aan een gemeente, die in de opperzaal ligt op gebogen knieën, met de smeking : .,Heere, U hebt toch beloofd, dat U ons geen wezen zult laten.”

Ook nu zijn er nog vele kinderen Gods, die, na veel van de Heere te hebben genoten, nog in een levend gemis staan.

Zij hebben in de weestijd de vervullende Geest nodig.

Jezus ging heen.

Al de gevoeligheden weken ......

En toch, de spanning week niet, maar werd sterker en het werd:

Geef mij Jezus, of ik sterf,

Buiten Jezus is geen leven,

Maar een eeuwig zielsverderf."

Is die enigheid des waren geloofs ook in ons midden?

Of slapen de wijze- met de dwaze maagden?

Ontwaakt, gij die slaapt,

Staat op uit de dood.

Laat Christus over u lichten I I l

Span de snaren van uw ziel in de heimwee-schreeuw: ,,Kom, Heere Jezus, ja, kom haastelijk "'

O, die zalige trekkingen uit en naar de Christus der Schriften, om Hem te mogen kennen in dat drieledige advent!

Voorwerpelijk de komst in het vlees - onderwerpelijk de komst in het gewaad der Schrift in hart en

verstand beide en dan die gezegende wederkomst op de wolken!

Pinksteren stuurt heen naar de voleinding!

Laat ik een ieder onzer vragen mogen: ,,kent ge die eerste trillingen van het werk van Gods Geest? Afhankelijkheid, kleinheid, ootmoed, armoede, uitzien en verwachten?

Het ware Kerk zijn hangt niet in de eerste plaats af van geleerdheid, grote collecten, goede organisatie, zinrijke liturgie.

Dit alles wordt er vanzelf een heerlijke vrucht van.

Maar eerst moeten we leren kennen dat ontledigende werk des Geestes, waar de rijke jongeling bedroefd om wordt en geen weg mee weet.

In de weg van ontlediging, in het missen, in hulpbehoevendheid, in uitzien, in sterk verwachten zijn we Godzalig één.

Dan kunnen we van het vroeger genotene niet meer leven, maar armoede, gemis en nood verbindt tot solidariteit in de Heere.

De honderdtwintig stralen vallen samen in één brandpunt en samen stemmen ze in met Ps. 130 : 3 :

Ik blijf de Heer’ verwachten,

Mijn ziel wacht ongestoord.

Ik hoop in al mijn klachten

Op Zijn onfeilbaar Woord.

Mijn ziel, vol angst en zorgen,

Wacht sterker op de Heer,

Dan wachters op de morgen.

De morgen, ach wanneer?

Amen.