ZONDAG 8
Vraag en antwoord 24 en 25
Psalm 113 : 1
Psalm 84 : 3
Psalm 2 : 4,6
Psalm 138 : 2
Psalm 118 : 14
1 Johannes 5
Onze tekstwoorden voor vanavond, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in 1 Johannes 5 : 7
Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Eén.
En onze catechismus, zondag 8, vraag en antwoord 24 en 25
24. Vr. Hoe worden deze Artikelen gedeeld?
Antw. In drie delen.
Het eerste is van God den Vader en onze schepping.
Het andere van God den Zoon en onze verlossing.
Het derde van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking.
25. Vr. Aangezien er maar een enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest?
Antw. Omdat God Zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheidene Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
Wel geliefde gemeente, de catechismus had ons de vorige maal gebracht tot de vraag: wat is dan een Christen nodig te geloven? Alles wat ons in het Evangelie beloofd wordt, hetwelk ons de Artikelen van ons Christelijk geloof in een hoofdsom leren.
Voordat de catechismus de twaalf Artikelen van stuk tot stuk zeer uitgebreid zal gaan behandelen, is er nog een zondagsafdeling besteed aan de verdeling van die twaalf Artikelen. Het is precies zoals een leerboek moet zijn, het gaat zo van stuk tot stuk voort. Het geloof, heb ik weleens gezegd, is niet een zaak van álles te weten en het weten voor het geloof is niet een zaak van één keer en dan àlles. Het is ook een zaak van meer en meer, van opwassen en toenemen in de kennis en de genade van God.
En zo is het een heel nuttige zondag, zondag 8. Wanneer er gevraagd wordt: hoe worden deze Artikelen gedeeld? Als dan het antwoord niet is: in twaalf aparte Artikelen, maar als dan het antwoord is: in drie delen. Het is een heel nuttig gedeelte van onze catechismus, omdat er een samenhang is in zondag 8 tussen vraag en antwoord 24 en 25.
Hoe worden deze Artikelen gedeeld? En dan staat er: in drie delen. Het eerste van God den Vader en onze schepping, het andere van God den Zoon en onze verlossing, het derde van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking. Dat is ook de verdeling van de twaalf Artikelen, het eerste gedeelte handelt inderdaad over God den Vader en onze schepping. In het tweede gedeelte, het middelste gedeelte van de twaalf Artikelen, zult u behandeld vinden: van God den Zoon en onze verlossing.
Dan moet u goed onderscheiden, dat het middengedeelte van de catechismus later uitvoerig aan de orde zal komen: van God den Zoon en onze verlossing. Dat spreekt dan over de verlossing in die zin, hoe het door Christus Jezus verworven is in Zijn vernedering. En als dan dat derde, het laatste gedeelte van de twaalf Artikelen, spreekt: van God den Heilige Geest en onze heiligmaking, dan wil ik nu reeds bij zondag 8 zeggen, dat het woord heiligmaking gebruikt wordt in een ruimere zin, namelijk als de toepassing van de weldaden, die door Christus verworven zijn, door de Heilige Geest. Waarbij dan meteen opgemerkt kan worden, dat het in de twaalf Artikelen vastgelegd is, dat er een noodzaak is van de verwerving van de zaligheid, maar ook van de toepassing door de Heilige Geest in onze harten.
Wanneer dan deze catechismuszondag, die drie namen genoemd heeft: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Wanneer dan het antwoord van vraag 24 is: in drie delen, het eerste van God den Vader en onze schepping, het andere van God den Zoon en onze verlossing, het derde van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking, dan kan het ook opgevallen zijn voor de nauwkeurige lezer, dat hier bij iedere Persoon het woord God gebruikt wordt. Van God den Vader en onze schepping, het andere van God den Zoon en onze verlossing, het derde van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking.
Aangezien er maar één enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest? Omdat God Zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheidene Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
Het gaat om het leerstuk van de drie-eenheid gemeente. Een leerstuk wat zeer belangrijk is, waarom ik vanavond met u de belijdenis van Athanasius gelezen heb. "Zo wie wil zalig zijn, dien is vóór alle dingen nodig, dat hij het algemeen geloof houde. Zo iemand dit niet geheel en ongeschonden bewaart, die zal zonder twijfel eeuwig verloren gaan. Het algemeen geloof is dit, dat wij den Enigen God in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid eren" (Art.1,2en3).
Aangezien er maar een enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest? Deze vraag brengt ons bij het grootste wonder en bij een mysterie dat boven het bevattingsvermogen van de mens uitstijgt. Een onbegrijpelijk wonder: één enig God, tòch Vader, Zoon en Heilige Geest onderscheiden.
Als u hier een uitleg van verwacht, dan vergist gij u. Er zijn heel wat povere pogingen ondernomen om deze zaak uit te leggen, een beetje toe te lichten, enigszins te benaderen. Hoe drie één kan zijn, heeft men weleens gepoogd uit te leggen aan de hand van de drieklank in de muziek: toon, terts en kwint, drietoon, toch één melodie. Er zijn veel meer voorbeelden gegeven, maar daardoor wordt de zaak alleen meer verduisterd gemeente. Wanneer een nietig mens zich gaat onderwinden om te trachten iets te begrijpen, wat niet te begrijpen is, wat ondoorgrondelijk is in God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Deze drie onderscheidene Personen, tezamen de enige waarachtige en eeuwige God!
Uit de leer van hen, die getracht hebben in de theologie om te bevatten, wat niet te bevatten is, zijn al zoveel dwalingen voortgekomen in de loop van de geschiedenis. Dat begint al in de apostolische tijd en dat zet zich voort, heel praktisch, tot aan onze deur, de deur van ons huis. Op de dag van vandaag door het Wachttoren-genootschap.
Aangezien er maar een enig God is, waarom noemt gij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest? Dan vragen ze aan uw deur: bewijs het eens? En als u het dan niet bewijzen kunt, dan zegt de mens in zijn hoogmoed: wat niet bewezen kan worden, dat kan ook niet bestaan. Weet u wat het grote wonder is, het is niet te begrijpen, het is niet te bevatten, maar het is te geloven! En om er zo zuiver mogelijk over te spreken, over de drieëenheid, moeten wij maar zo weinig mogelijk onze eigen woorden gebruiken.
Wat is het dan een geweldige zegen dat God in Zijn voorzienigheid aan Zijn Kerk, die geweldige belijdenis van Athanasius geschonken heeft. Die het Woord naspreekt, die God looft omdat het God gelooft. Die de drieënige God looft omdat het de drieënige God gelooft!
Calvijn heeft gezegd dat het gezongen moest worden. En inderdaad, wat zit er juist in die belijdenis van Athanasius een loflied. Wanneer die belijdenis Gods Woord naspreekt: de Vader is God, de Zoon is God, de Heilige Geest is God; en nochtans zijn het niet drie Goden, maar het is één God. Het is een loflied van het geloof. De Vader is Heere, de Zoon is Heere, de Heilige Geest is Heere; en nochtans zijn het niet drie Heeren, maar het is één Heere.
O, wat een heerlijk loflied om na te spreken, om na te zingen. De Vader is almachtig, de Zoon is almachtig, de Heilige Geest is almachtig en nochtans zijn het niet drie almachtigen, maar het is één almachtige. O, wat een heerlijke zaak gemeente, als eigen woorden te kort schieten, dat God in Zijn voorzienigheid woorden geschonken heeft in de geloofsbelijdenis. Die door Calvijn zo hoog wordt geroemd, zodat hij zegt: ze moet gezongen worden, en daar komt het op aan, ik aanbid het, ik begrijp het niet, maar ik aanbid het.
Goed, wanneer er vanavond gevraagd wordt, aangezien er maar een enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest? Och dan geeft de catechismus het antwoord niet, omdat het zo in onze geloofsbelijdenis staat, niet, omdat het zo in de belijdenis van Athanasius staat. Want: "Zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben" (Jes.8:20), en daarom gaat het in de catechismus op de zaak zelf aan.
Aangezien er maar een enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest? Omdat God Zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheidene Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
Wel gemeente, dan gaat het er over dat de Schrift het ons leert. Dat God Zich in Zijn Woord openbaart als Vader, Zoon en Heilige Geest. Het gaat er om dat God Zich alzo openbaart, niet alleen in de woorden van het Nieuwe Testament, maar ook in het Oude Testament als Vader, Zoon en Heilige Geest.
In het Oude Testament op verschillende plaatsen. Ik herinner u aan Psalm 2 waar gesproken wordt, dat God tot Zijn Zoon spreekt. Psalm 110 waar God tot Zijn Zoon spreekt. Aangaande de Heilige Geest, wat vinden we de gehele zaak duidelijk in de Profeet Jesaja wanneer er gesproken wordt : "Maar zij zijn wederspannig geworden, en zij hebben Zijn Heiligen Geest smarten aangedaan; daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden" (Jes.63:10).
Wat nog enigszins verborgen is in het Oude Testament, wat komt dat klaar aan het licht in het Nieuwe Testament. Al terstond in de geboorte-aankondiging van de Heere Jezus Christus. Wat openbaart God Zich daar alzo, dat die drie onderscheidene Personen, de enige en waarachtige en eeuwige God zijn. Wanneer de engel Gabriël tot Maria spreekt: "De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden" (Luk.1:35).
O, wat ligt het klaar door de Schrift verspreid, in het bijzonder in het Nieuwe Testament. We zullen ons houden aan wat de Nederlandse Geloofsbelijdenis er van zegt: "De getuigenissen der Heilige Schriften, die ons leren deze Heilige Drievuldigheid te geloven, zijn in vele plaatsen des Ouden Testaments beschreven; welke niet van node is te tellen, maar alleen met onderscheid of oordeel uit te kiezen. Maar hetgeen voor ons wat duister is in het Oude Testament, dat is zeer klaar in het Nieuwe" (NGB art.9). Wanneer de Heere Jezus Zelf de doop instelt: "Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes" (Matt.28:19).
We zien het verklaard bij de doop van Jezus Zelf, wanneer de Heilige Geest op Jezus daalt in de gedaante van een duif, wanneer de Vader uit de hemel getuigt: "Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!" (Matt.3:17). Wat ligt de zaak ook duidelijk in de apostolische brieven, dan bedoel ik met name de zegenwensen van de apostel Paulus. In het bijzonder, wanneer hij de gemeente gaat groeten, wanneer hij de gemeente gaat zegenen in de Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest onderscheiden, en toch niet gescheiden.
Wanneer die twaalf Artikelen in drieën gedeeld worden: het eerste dat handelt over God den Vader en onze schepping, het tweede over God den Zoon en onze verlossing en het derde over God den Heiligen Geest en onze heiligmaking. Dan is dat een verdeling aan de hand van Gods weldaden, maar dan mogen we daar géén scheiding in lezen.
Als het eerste gedeelte spreekt van God de Vader, als de Schepper en Onderhouder van hemel en aarde, dan is dat inderdaad wel iets dat zeer in het oog springt, dat we God de Vader voornamelijk de Schepper noemen van hemel en aarde. Maar we moeten toch ook daarin niet te veel gaan scheiden, want u weet toch immers hoe het heilig Evangelie van Johannes begint? Waarin ook Jezus Christus de Zoon van God wordt voorgesteld, als de Schepper van hemel en van aarde. "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is" (Joh.1:1-3).
En scheidt dan niet te veel, geliefde gemeente, wat bij elkander hoort. Want de schepping is immers ook niet los te denken van de Heilige Geest. Dan is het heel opmerkelijk: "In den beginne schiep God den hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond", maar ook daar lezen we dat de Heilige Geest scheppend "zweefde op de wateren" (Gen.1:1-2). Gemeente, we worden vanavond gewaarschuwd, om niet al te veel te gaan scheiden.
Wanneer de twaalf Artikelen gedeeld worden en dat tweede gedeelte wordt genoemd: van God den Zoon en onze verlossing, mogen we niet zo ver gaan scheiden, want zonder de Vader en zonder Zijn eeuwig welbehagen, zou geen verlossing mogelijk zijn. We worden vanavond gewaarschuwd niet te veel te scheiden, want zonder het werk van de Heilige Geest zou er ook geen verlossing zijn. We moeten ook dat laatste gedeelte: van den Heiligen Geest en onze heiligmaking, niet zo gaan scheiden, los gaan maken uit de drieënige God.
Och, wanneer de catechismus de twaalf Artikelen gaat onderscheiden in drie delen, het eerste van: God den Vader en onze schepping, het andere van God den Zoon en onze verlossing en het derde van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking, dan hebben we heel goed te bedenken dat de catechismus een onderscheid maakt, maar dat er geen scheiding aangebracht wordt.
Zondag 8 is zo ontzettend praktisch, omdat we het nodig hebben voor onze geloofsbeleving. Want als er staat dat de drie Personen van gelijke eer zijn, dan ligt er vanavond ook veel onderwijs in zondag 8. Dat de kerk in het algemeen daaraan niet mank zal gaan en dat een ieder van ons persoonlijk hierin niet mank zal gaan, dat God Zich openbaart: trinitarisch, drieënig. Dat er onder ons niet een doorvloeien moet zijn naar het een, noch naar het ander.
We vloeien door als we praktisch alleen zouden spreken en werkzaam zouden zijn met één Persoon, zeg met de Vader, dan doet de Kerk toch onrecht aan de drienige God. Wanneer alleen de Vader de eer zou krijgen. Maar ook wanneer we alleen in de verlossing werkzaam zouden zijn en zouden spreken over Jezus. O, dan kan er ook iets fout gaan, dan kan er ook een tekort in zijn ten opzichte van God de Vader en van God de Heilige Geest. Wanneer Jezus alleen de eer zou krijgen. Och, daar liggen toch ook zoveel gevaren gemeente, wanneer we alleen de Heilige Geest zouden preken.
En zo brengt zondag 8 van de catechismus ons er toe om in de prediking, maar ook in het luisteren, als het ware, tot een herwaardering gebracht te worden. Het is als het ware een waarschuwing, dat de drieënige God gepreekt zou worden en dat ook de drieënige God geloofd zou worden.
Want als er gevraagd is: wat is dan een Christen nodig te geloven? En als er dan gezegd is: al wat ons in het heilig Evangelie beloofd wordt, moet het dan in de eerste plaats niet zo zijn in de praktijk van zondag 8, dat we de vraag enigszins anders zouden stellen en zouden gaan vragen: wat betaamt ons dan te geloven van God Zelf? Moet het dan niet een gehele God zijn, geliefde gemeente. Ik zeg het maar gebrekkig, maar dan bedoel ik inderdaad de drieënige God.
Moge de Heere ons bewaren voor een zondige eenzijdigheid, ook in de praktijk, dat we nooit verder zouden komen. En dat wijst enigszins terug naar de drie stukken genoemd in het tweede antwoord. Dat we zouden blijven steken bij: God de Vader als onze Schepper. Dat we zouden blijven steken in onze ellendigheid, in ons gezondigd te hebben tegenover onze Schepper en Formeerder.
We worden vanavond ernstig gewaarschuwd, dat we ook bewaard moeten blijven om eenzijdig bezig te zijn met Jezus, alsof er een Verlosser zou zijn, alsof er kennis zou zijn van de Verlosser, indien we toch niet enigszins onze schuld hadden leren kennen ten opzichte van de Vader, van Wie we afgevallen zijn in onze val, in onze bondsbreuk in Adam.
We worden gewaarschuwd om niet alléén te spreken over de Heilige Geest. Hetzij in een activiteit die grenst aan de Pinkstergemeente, u kent dat, dat hoef ik niet uit te leggen. Hetzij in een lijdelijke zin, dat het alleen maar zou zijn onder ons, 'de Geest moet het doen'. Het gaat om de drieënige God, geliefde gemeente!
Het is vanavond een zielsonderzoek, een harteonderzoek of God aan Zijn eer komt in onze levens, als drieënige God. Wat liggen er dan veel gevaren, juist wanneer de Kerk gaat vertrouwen op haar ervaringen, wanneer de Kerk gaat vertrouwen op haar geloofservaringen, op haar geloofsbevinding. Dàn is het juist zo nodig gemeente, ik zeg dat niet tégen de bevinding, maar juist in een pleidooi vóór de bevinding. Wanneer de bevinding los komt te staan van het Woord, verachteren onze levens in het onderwijs uit het Woord.
We worden vanavond gewaarschuwd dat we gezondigd hebben. Dat we een Schepper hebben en dat er een Verlosser is. We worden gewaarschuwd dat we niet één Persoon nodig hebben, maar dat we de drieënige God nodig hebben tot zaligheid.
Nu kan het in de ervarings-sfeer van het geloof en de bevinding weleens zo zijn, dat we wat kennis hebben van Jezus Christus, maar dat er zo'n duisternis is aangaande de andere Personen, de Vader en de Heilige Geest. Dan kan er zo'n duisternis zijn, zoals we ook lezen bij de discipelen. Jezus kennende en Jezus veel horende spreken over de Vader, heeft die discipel gevraagd, en wat is dat een kostelijk gebed geweest: "Heere, toon ons den Vader, en het is ons genoeg" (Joh.14:8).
Het gaat erom gemeente, dat we de Drieheid in de Eenheid en de Eenheid in de Drieheid zullen eren. Dat we God onderscheidenlijk zullen kennen, maar dat we toch dit ene vast zullen houden, dat God één is. Zoals iedere Jood het had geschreven op de post van zijn deur, zoals iedere Jood het geschreven had op de zomen van zijn kleed, dat de Heere één is, in dat kostelijke lied: "Sjema Israël Jahweh Elohenoe Jahweh echad" (Deut.6:4). Dat is: "Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!" Maar dan wel enigheid in drieënigheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Waarom? Omdat God het zo waard is geloofd en gedankt te worden, omdat ze van gelijke eer en heerlijkheid zijn!
Waarom een verdeling van de twaalf Artikelen, als er toch maar één God is? Omdat God Zich alzo in Zijn Woord openbaart. Ik wil er vanavond nog iets kostelijks bijhalen uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, uit artikel 9, waar die heerlijke woorden gesproken worden die ook een antwoord geven op de vraag: waarom noemt gij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest? Omdat God Zich zo kostelijk openbaart in Zijn Woord, maar dan zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis erbij dat we de werkingen van God drieënig onderscheidenlijk in onze harten kunnen gevoelen. Dat is het unieke van onze christelijke godsdienst, het is naar het Woord een godsdienst van de drienige God. Het gaat om pure bevinding, dat we de werkingen Gods, van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest in onze levens kunnen gevoelen!
Laat ik het maar zo zeggen, wanneer ons leven is in de ontdekkende gang, maar ook in de verzekerende gang, wordt God drieënig in het hart gekend. In de ontdekkende gang, het is zeker waar, wanneer de Geest van God ons gaat ontdekken, geliefde gemeente, wat voelt het hart dan haarscherp aan, voornamelijk tegen God de Vader gezondigd te hebben. Ik zeg voornamelijk, omdat dat nooit zuiver uit te drukken is. Maar wanneer een mens iets van zijn gevallenheid beleeft, wat is dat meteen een confrontatie met God de Vader, onze Schepper, onze Formeerder.
Wat is dat heerlijk juist gezegd, dat we nu die werkingen van die Personen in ons hart gevoelen, al in de eerste ontdekkende gangen in het leven. Wat kunnen we het gevoelen in onze harten: de zaak van Jezus Christus, de tweede Persoon, wanneer Hij, door de Heilige Geest noodzakelijk, dierbaar en gepast gemaakt wordt aan de ziel. Wat voelen we dan de onderscheiden werkingen in ons hart. Als de ontdekking verder gaat geliefde gemeente, wat leren we dan de noodzaak van, niet alleen de Vader te kennen, de Zoon te kennen, maar ook de Heilige Geest in de toepassing te kennen in het hart. Wat wordt dat een even grote noodzaak als de verzoening van Christus tot zaligheid.
Wat is dat een heerlijk artikel gemeente, dat artikel 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de drienige God. En wat wordt het zalig in het leven, wanneer we enige kennis krijgen van de Personen. Dat harte-onderwijs is niet los van de Schrift, maar die Schrift vindt weerklank in onze harten, dat het alzo is. Wat een kostelijke zaak als we er iets van leren kennen, niet door één Persoon zalig te kunnen worden, niet door twee Personen zalig te kunnen worden, maar door drie Personen, Die nochtans tezamen de enige en de drieënige God is. Wat een kostelijke zaak, dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: dat we dat in onze harten kunnen gevoelen, dat God drienig is. Zo wordt er ook in onze harten een hartelijke liefde geboren tot die drie Personen, zodat wat God gebiedt, dat God dat ook gaat werken in de harten van Zijn kinderen. Dat Hij aan Zijn eer gaat komen als drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
Er is nog een zaak, ik schroom haast om het te zeggen, het is een tedere zaak voor de Kerk. Zo dierbaar als het is in de weg van ontdekking, wanneer we God leren kennen als drie Personen, zo dierbaar is het wanneer God Zijn werk gaat bevestigen op aarde in een zondaarshart. Ik wil er maar weinig van zeggen, het is zo'n tere zaak, die we bij Paulus lezen. Wanneer God de verzoening gaat uitwerken in het hart, wat wordt het dan een werkelijkheid, dat we een levende God hebben, een levende drienige God. Wanneer de Heilige Geest geschonken wordt in het hart, zodat Paulus zegt: "Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn" (Rom.8:16). O gemeente, wat een liefde voor de Heilige Geest, Die immers dezelfde liefde waardig is als de Zoon en als de Vader.
Wanneer het ons te beurt mag vallen, dat die Heilige Geest ons geschonken wordt, wanneer we door die Heilige Geest onderwezen worden, wanneer de geest van de dienstbaarheid wordt weggenomen uit onze levens. Wanneer de verlossing zover doorwerkt in mijn ziel en in mijn geweten, dat alle tegenspraak in mijn ziel gestild wordt door de inspraak van de Heilige Geest, dat we kinderen Gods zijn: "Die Geest getuigt met onzen geest". Wat een zaak, dat Gods Geest Zich verwaardigt om met onze geest te getuigen, dat we kinderen Gods zijn. Wat een zalige liefde gaat er dan uit van het hart naar de Heilige Geest, maar wat een zalige liefde gaat er dan ook uit naar de verdienende oorzaak, Jezus Christus, Die gestorven is, opdat Hijzelf de Erfenis zou worden van de kinderen Gods.
O, wat een liefde tot Jezus Christus wanneer de zaak bevestigd wordt. "En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus" (Rom. 8:17). Dan wordt de Kerk ook in de liefde geplaatst. Dan wordt de Kerk weleens verzekerd van haar zalige toepassing van de Heilige Geest, van de zalige verlossing in Christus Jezus, maar dan mag de Kerk ook weleens verzekerd worden van haar genadige verkiezing van eeuwigheid, uit het Vaderhart.
O, wat een liefde wordt er uitgestort in het hart, als zo een arme zondaar als een verloren zoon aan de borst des Vaders valt. Ik vind het haast te teder om er veel van te zeggen, maar ik zeg het u toch: wanneer er van die geheiligde ogenblikken zijn in het leven, van die geheiligde zeldzame ogenblikken, dat ze Christus Jezus na gaat spreken. Wanneer door de Heilige Geest, door de vrijmakende kracht in de geest van het kindschap, een zondaar verwaardigd wordt, een zondaar, o ja, maar een verloste, om het 'Abba Vader' uit te spreken.
Alleen nog dit ervan, geliefde gemeente, wat een liefde van God drieënig tot een zondaar, maar ook wat een liefde van een zondaar tot God drieënig. Waarom wordt die Kerk nu verwaardigd om te spreken 'Abba Vader'? Waarom geeft God zulk Aramees aan Zijn kerk, om 'Abba' te zeggen? Dat is hetzelfde woord, waarmee de Heere Jezus Zelf Zijn hemelse Vader heeft aangesproken.
En nu is er een vrijheid in Christus Jezus en er is een vrijheid in de Heilige Geest, er is een geopend Vaderhart, zodat wanneer de Heilige Geest in mijn hart fluistert, ik mag doorfluisteren wat de Zoon gefluisterd heeft, de eniggeboren Zoon, Die Zijn Vader heeft aangesproken met het Aramese woordje 'Abba'.
Dan klinkt het uit de mond van een zondaar, o ja, een zondaar, maar een verloste o Heere, dan klinkt datzelfde woordje, dat liefdewoordje, wat de eniggeboren Zoon van God mocht zeggen in de dagelijkse omgang. Dat ene liefdewoordje mag dan opklinken van die aangenomen kinderen, door genadige adoptie door de Zoon, door de Heilige Geest. Opdat we erfgenamen zouden zijn, mederfgenamen van Jezus Christus in de vòlle zaak.
O, wat zalig, dan komt God drieënig aan Zijn eer en dan laten we alles maar rusten, dan laten we het verleden maar rusten, daar rusten we in God. Dan leven we niet zozeer meer uit de weldaden die God ons verleend heeft, maar dan gaan we leven uit het Wezen Gods, de drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, te prijzen tot in der eeuwigheid.
Dan gaan we leven, niet meer uit het verleden, dan gaat de toekomst open naar die dag, dat de volle glorificatie van de Kerk zal plaatsvinden voor Gods aangezicht. Wanneer Jezus Christus het Koninkrijk zal overdragen aan God en de Vader. Wanneer Hij Zelf ook onderworpen zal zijn. Wanneer God zal zijn, God de Vader, de Schepper van hemel en aarde, wanneer Hij zal zijn alles en in allen.
Wanneer het alles vervuld zal zijn in een eeuwig groot halleluja.
Wanneer de schepping teruggekeerd is in God.
Ere zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest,
als in den beginne, nu en immer
en van eeuwigheid tot eeuwigheid!
AMEN.