ZONDAG 21
Vraag en antwoord 54
Psalm 56 : 4
Psalm 113 : 3
Psalm 84 : 1,2
Psalm 103 : 9
Psalm 106 : 3
Johannes 17
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in Johannes 17 : 20 - 21
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen.
Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
Aan de beurt van behandeling is zondag 21, vraag en antwoord 54
54. Vr. Wat gelooft gij van de heilige algemene Christelijke Kerk?
Antw. Dat de Zone Gods uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.
De vorige keer hebben wij de vraag behandeld: Wat gelooft gij van den Heiligen Geest? Nu behandelen wij zondag 21 vraag en antwoord 54: Wat gelooft gij van de heilige algemene Christelijke Kerk? Daar is heel wat verschil van mening over, geliefde gemeente. Misschien weet u ook wel dat velen de Kerk onderscheiden in een zichtbare en in een onzichtbare Kerk.
Misschien zit u vanavond wel te wachten op mijn mening over de zichtbare en de onzichtbare Kerk. Ik sluit mij daarin graag aan bij van der Groe die deze onderscheiding niet gehanteerd wil hebben. Want dan zou het in feite toch over twee Kerken gaan: een zichtbare en een onzichtbare Kerk, een echte en een onechte kerk.
Ik wil er zelf nog aan toevoegen dat, wanneer we gaan spreken over een zichtbare Kerk en een onzichtbare Kerk, het geloofsartikel dat vanavond aan de orde is, ook anders had moeten zijn. Dat artikel moest dan zijn: Ik zie een zichtbare en een onzichtbare Kerk.
Wanneer het gaat over het vraagstuk van de Kerk, dat zoveel moeilijkheden oplevert, het vraagstuk van die ene algemene, zoals ze genoemd wordt, heilige Christelijke Kerk, dan is het zo frappant dat er in de twaalf Artikelen nog eens extra bij staat: Ik geloof, niet ik zie, maar ik geloof. Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen.
De moeilijkheden over het vraagstuk van die zichtbare en onzichtbare Kerk beginnen eigenlijk al, wanneer je de twaalf Artikelen hoort lezen. Misschien is het u weleens opgevallen dat de één leest: ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, maar een ander leest: ik geloof één heilige, algemene, Christelijke Kerk.
Het is heel jammer dat het geloofsartikel van die heilige, algemene, Christelijke Kerk, zo bijzonder slecht vertaald is. Daarom denk ik dat het wel nuttig is u voor te houden wat de Kerk in dat artikel dan eigenlijk precies belijdt.
Wat wij dus lezen: Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, dat is een erbarmelijke vertaling van: credo unam sanctam ecclesiam catholicam Christi. Daarin gaat het niet meer over een algemene, maar over een heel bijzondere, ja, over een allerbijzonderste Kerk. Een Godswonder in deze wereld, een herschepping in deze wereld, een Godsdaad in deze wereld. Niet iets dat algemeen is, maar iets, dat zo buitengewoon bijzonder is in de ware zin van het woord, dat ook de engelen daar als het ware, met eerbied op neerblikken.
Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk. Ook dat woordje 'Christelijk' daar is veel op aan te merken in deze vertaling. Christelijk dat kan zoveel zijn. Maar de Kerk is niet alleen Christelijk, die Kerk is van Christus. Dat is heel iets anders, dat hebben we eigenlijk al gelezen in de eerste zondag: die Kerk is eigendom van Jezus Christus, Die haar gekocht heeft, niet met goud of met zilver, maar met Zijn dierbaar bloed.
Het gaat dus over de enige, over de heilige en over de niet algemene, maar katholieke Kerk. Dat woordje katholiek klinkt ons nogal rooms in de oren. Dat is waarschijnlijk ook een van de redenen geweest van deze vertaling door Luther. Luther, die door de roomse kerk een aversie gekregen heeft tegen het woordje katholiek.
Men zegt, en dat is niet helemaal ten onrechte, dat daardoor dat woordje algemeen de vertaling geworden is voor katholiek. Dat is een slechte vertaling, want katholiek betekent niet slechts algemeen, maar we zouden het beter kunnen vertalen met universeel, dat betekent algemeen, maar ook algeheel en alles omvattend.
Het gaat dus over de ene Kerk.
1. Die Kerk is één.
2. Die Kerk is heilig.
3. Die Kerk is katholiek.
4. Die Kerk is het eigendom van Jezus Christus.
We gaan een geweldig antwoord behandelen.
Wat gelooft gij van de ene, heilige, katholieke Kerk van Christus? Dat de Zone Gods uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.
Als u nu goed opmerkt gemeente, dan hoort u dat dit antwoord eigenlijk direkt aanknoopt bij het vorige. Toen was de vraag geweest: Wat gelooft gij van den Heiligen Geest? Eerstelijk dat Hij te zamen met den Vader en den Zoon waarachtig en eeuwig God is. Ten andere dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make, mij trooste en bij mij eeuwiglijk blijve.
Die slotwoorden 'en bij mij eeuwiglijk blijve', van antwoord 53 vinden we terug in antwoord 54 'en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven'. Dan gaat het dus, en dat heb ik vorige maal reeds aangeduid, over het werk van de Heilige Geest, Die toepast wat Jezus Christus verworven heeft door Zijn lijden. Het is de Heilige Geest Die ons door een waarachtig geloof inlijft in de Kerk.
De Kerk is dus niet slechts een vereniging, maar het gaat hier over de inlijving in die enige waarachtige Kerk. Dan zouden we ook kunnen zeggen dat het gaat over de inlijving door de Heilige Geest, door wedergeboorte, in Christus Zelf.
Want die heilige, die katholieke Kerk van Christus is ook meteen het lichaam van Christus. U vindt dat in de brieven van Paulus, waar Christus het Hoofd genaamd wordt van dat lichaam, omdat Hij die Kerk gekocht heeft, niet met goud of met zilver, maar door Zijn dierbaar bloed (Kol.1:18-22). Dat zijn diegenen waarvan Hij gezegd heeft: "Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw" (Joh.17:9). Dat zijn Gods uitverkorenen, dat moet hier gezegd worden: Gods uitverkorenen.
Dat de Zone Gods uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente, en dan zou ik daar voor de duidelijkheid tussenin kunnen lezen, door den Vader, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.
De catechismus heeft het op een andere plaats al geleerd, dat het de Heilige Geest is Die het geloof in onze harten werkt. De catechismus heeft ook al geleerd dat het is door het Woord. De Geest gebruikt daarvoor het Woord in de waarachtige wedergeboorte.
Door Woord en Geest, door die Beiden wordt het geloof gewerkt. Het geloof in al zijn delen. Het geloof, dat daarmee begint, dat we schuldig staan voor Gods Aangezicht, dat we ellendig zijn en dat we verloren zijn.
Het is eigenlijk in de derde vraag en in het derde antwoord reeds aan de orde geweest: Waaruit kent gij uw ellende? Uit de wet Gods! Uit het Woord Gods, maar dan ook het Woord in die zin, wanneer de Middelaar bekend gemaakt wordt in de catechismus. Vertaal het rustig heilsbevindelijk naar uw eigen hart, wanneer het God behaagt Zijn Middelaar te openbaren aan ons hart. Ik hoop, dat u dat kent in uw leven.
Ook dan moet de vraag gesteld worden: vanwaar? Dan vraagt de catechismus: Waaruit weet gij dat? Uit het heilig Evangelie, dat God geopenbaard heeft, om het maar kort samen te vatten, aan onze eerste ouders in het paradijs, Adam en Eva. Daar ligt het begin van dat heilig Evangelie, dat door de Heilige Geest bediend werd aan de eerste zondaren, aan Adam en Eva.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat zo prachtig in artikel 17, dat God daar onze eerste ouders Adam en Eva ging troosten. De Heilige Geest, ik heb het u bij het desbetreffende artikel gezegd, heet Trooster en Hij ìs Trooster.
Zo zien we dat God het geloof werkt door Geest en door Woord. Ook al was er in het paradijs nog geen geschreven Woord, het was toch het Woord van God.
Dat de Zone Gods uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld vergadert. Zo is het met Adam en Eva gegaan en zo zal het blijven gaan zolang er een wereld is. Zolang God nog zondaren toebrengt, zal dat door het Woord geschieden.
Ik denk aan Maarten Luther, toen de Kerk vervreemd was van het Woord. Toen is het Maarten Luther geweest die drie dingen gezegd heeft: alleen genade. En waar genade zich baanbreekt in ons leven, waar genade thuiskomt in een zondaar, daar is het ook weer in twee dingen die God uitwerkt: alleen de Schrift en alleen het geloof.
Het mag hier misschien wel gezegd worden, wat ook in de Dordtse Leerregels behandeld wordt, dat het geloof geen zaak is van elkaar aanraden, van elkaar aandringen: 'je moet geloven'. Het staat heel uitdrukkelijk in de Dordtse Leerregels (DL 3/4 art.12), dat dit geen geloof is. Het is geen geloof dat wij het onszelf en dat wij het elkaar aanpraten en aanraden: je moet geloven. Het is de Heilige Geest Die met dat Woord gaat werken.
Het geloof is een Godswonder in deze wereld en dat is het geweest in de eerste wereld van Adam en Eva, maar dat zal ook zo zijn als het geloof geschonken zal worden aan de allerlaatste uitverkorene, in de laatste dagen van deze wereld. Dat geloof is iets heel bijzonders, dat geloof is niet menselijk meer.
Ik wil nog iets zeggen van dat kostelijke geloof gemeente, omdat het ook gedevalueerd is onder ons. Als je teveel spreekt van dat geloof, dan denken ze al gauw dat je Gereformeerd bent. Ja, dan ben je ook Gereformeerd, maar in de goede zin.
Dat geloof, dat geloof is zo'n kostelijke zaak en dat is zo'n Godswonder. Want de val is geweest dat we door de leugen overwonnen zijn en zelf leugen geworden zijn. Dat is het ongeloof. Wanneer de apostel Johannes later zijn pastorale brieven schrijft, dan schrijft hij over het ongeloof: "die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt" (1 Joh.5:10). Dat is onze zonde in het paradijs geweest: God tot een leugenaar maken. De vader der leugenen, de duivel heeft gevraagd: zeg, hoor eens even, is het ook zo? Is het niet een beetje overdreven? Heeft God gezegd dat je niet eens van al die bomen mag eten? En sinds die tijd is de mens verleugend.
Ik hoop dat u een beetje kijk hebt op de maatschappij waarin wij leven, ik hoop dat u de krant ook leest. De hele wereld is verleugend, dat is het drama van een wereld die gevallen is. Er is in de hele wereld geen waarheid meer over, dat is het ongeloof, het huiveringwekkende ongeloof.
Ongeloof ten opzichte van elkaar, omdat we in de eerste plaats God niet meer geloven, God tot een leugenaar maken. En dat is de huiveringwekkende ondergang van deze wereld, wanneer er geen geloof meer zal zijn, wanneer dat Woord geen gezag meer zal hebben. Wanneer de bijzondere genade er niet meer zal zijn en wanneer ook de laatste rest van de algemene genade weg zal zijn uit deze wereld, dan is deze wereld al een hel. Dan hoeft er geen vuur en geen sulfer aan te pas te komen, dan is de wereld al een hel vanwege de leugen, vanwege het ongeloof.
Totaal verleugend is de maatschappij. Dat is het drama waarin de wereld gevangen zit. De wetenschap klimt met de dag hoger en toch is de wetenschap verleugend. De cultuur gaat zogenaamd vooruit, maar ook de cultuur is verleugend. Er zijn geen neutrale gebieden meer in deze wereld.
De techniek, u moet niet zeggen dat dit er niet bijhoort, om daar ook eens een keer over te preken, de techniek, vergeet het maar dat het een neutraal terrein zou zijn, ook de techniek is verleugend. De hele wereld is verleugend. Het zit niet alleen in het hart van de zondaar, maar ook in het maaksel van zijn handen. Alles waar wij mee te maken hebben is verleugend.
Het is niet waar dat deze wereld een wereld van evolutie is. Dit is niet een wereld die op een hoger peil komt van dag tot dag en van jaar tot jaar. Men spreekt over miljoenen jaren, maar ik huiver als ik denk aan honderd jaren verder. Dan kan de wereld gewoon niet meer bestaan, dan is het één klit verleugende materie in het universum. Dan is er een zwarte planeet, dat is de aarde, totaal verleugend en dat nochtans is de wereld waarin de Geest werkt.
Toen deze wereld gaaf geschapen is, toen hebben de engelen gejuicht. De kinderen Gods, daarmee worden de engelen bedoeld, in de eerste schepping, hebben gezongen, toen de aarde op hare pilaren zonk (Job 38:7). Dan staat er: "De aarde nu was woest en ledig" (Gen.1:2), maar die aarde was niet verleugend, die was nog gaaf. Het was een gave woestheid en het was een gave leegheid. "En de Geest Gods zweefde op de wateren" (Gen.1:2).
Weet u wat nu zo'n eeuwig wonder is? Dat de Heilige Geest niet van deze wereld is weggegaan, van deze walgelijke wereld, die bevuild is door de onwaarheid, die zo verleugend is. Daar is Saturnus nog heilig bij, daar is Mars nog heilig bij, daar zijn de andere planeten nog heilig bij.
Dan is dit het grote wonder, dat de Heilige Geest zweefde op de wateren van een aarde die nog niet gevallen was, maar dan is dit het grote wonder lief kind, dat de Geest Gods nòg zweeft over deze wereld. U zegt misschien: ja, maar in deze wereld zijn toch immers mensen. Dat is juist zo erg, geliefde gemeente, als er in deze wereld geen mensen waren, dan was deze wereld gaaf gebleven.
Als we onszelf leren kennen, dan weten we dat het bitterste van deze wereld, juist de mens is. De mens die geschapen is naar Gods beeld en naar Gods gelijkenis. Och, ik wil niet overdrijven, maar de Dordtse Leerregels (DL 3/4 art.4), zeggen dat er nog slechts enige vonkskens over zijn van het beeld Gods. Laat ik niet overdrijven, maar wat is deze wereld bitter geworden.
Dan is dit het grote wonder, het grote wonder van dit geloofsartikel van de enige heilige katholieke Kerk van Christus, dat de Geest Gods nog zweeft over deze wereld en nog steeds zondaren bearbeidt door Woord en Geest.
Al is dan de schepping gevallen, Hij is bezig met de herschepping van zondaren. Wie zichzelf een beetje heeft leren kennen als aardbewoner van een wereld die verleugend is, kan daar geen distantie van nemen. Maar die moet ook belijden dat hij mens is, dat hij bij deze wereld hoort, dat hij bij die verleugenaars van God hoort. Daarin is het ongeloof getekend als een onmogelijke werkelijkheid.
Wat is het dan een eeuwig wonder in deze wereld, die zo smartelijk gevallen is en zo smartelijk van God vervallen is, dat we zo verleugend zijn dat we onze naaste niet meer kunnen geloven en dat we zelfs God in de hemel niet meer kunnen geloven. Wat is het dan een wonder, wanneer de Heilige Geest dit Godswonder aan ons voltrekt, dat we tòch weer kunnen en mogen geloven dat God bestaat en dat God goed is. Dat we een streep gaan trekken gemeente, een streep en een grens in ons leven waar die behoort te zijn. Namelijk: God is waarachtig en alle mens is leugenachtig.
Dan mogen we toch zeggen met blijdschap in ons hart: ja, inderdaad het is een eeuwig, eeuwig Godswonder. Dat de Zone Gods uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.
Dan wordt er op deze plaats niet gesproken over de prijs die Christus betaald heeft, dat is reeds aan de orde geweest in de catechismus. Dat mogen we allemaal weten, dat is de grote vooronderstelling van dit geloofsstuk, dat Jezus Christus alle zondaren die in Hem geloven stuk voor stuk gekocht heeft, niet met goud of met zilver, maar met Zijn dierbaar bloed.
Het gaat in de Kerk om het eeuwige Godswonder waarvan Johannes zegt: "Wie zijn zij, en van waar zijn zij gekomen?" (Openb.7:13). Er gaat een stroom van mensen de hemel in, een optocht van mensen, zodat hij zich verbaast. Zoveel, zoveel, er lijkt wel geen einde aan te komen. Een grote schare die niemand tellen kon, dat is de Kerk. Dan vraagt de Heere: "Wie zijn zij?" Dat vraagt Hij door die engel. Wat is dan het antwoord aan Johannes? "En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange klederen gewassen, en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams" (Openb.7:14).
Dat is het heerlijke leerstuk van de Kerk, waarvan ik een levend lidmaat ben en eeuwiglijk zal blijven. Dat ik daar een lidmaat van ben, dat is niet anders dan door de Heilige Geest. Omdat God, door de Heilige Geest, aan die onheilige verleugendheid van mijn bestaan is te pas gekomen, gemeente!
Ik wil het vanavond maar heel praktisch zeggen, dat de Heilige Geest niet één keer werkt, maar voortgaat, moet dóórwerken in onze harten met eerlijkmakende genade. Juist door eerlijkmakende genade worden we van onze verleugendheid verlost. Daar gaat het om, in het werk van de Heilige Geest.
Het Godswonder van de Kerk is, dat God enkelingen, individuen door de Heilige Geest eerlijk gaat maken en met de Geest des geloofs gaat begiftigen en nieuwe schepselen van hen gaat maken.
Dan wordt er iets gezegd van die enigheid des waren geloofs. Daar wordt mee bedoeld, dat waar de Geest werkt, daar werkt de Geest één werk, één geloof, door dat ene Woord, dat de Heilige Geest Zelf heeft laten beschrijven.
Dat geloof of die eerlijkmakende genade of hoe je het maar noemen wilt gemeente, dat principe van de zaak, heeft de Heere ook reeds gewerkt door de Heilige Geest in Adam en Eva. Dat werkt de Geest nog steeds. Zonder dat werk van de Heilige Geest zal niemand het Koninkrijk Gods berven. Vlees en bloed, dat leugenachtige, dat verleugende vlees en bloed zal Gods Koninkrijk niet beërven.
Dan kunnen we er nu misschien iets van begrijpen, dat die Kerk één is. Dan hoeven we niet te spreken over een zichtbare en een onzichtbare Kerk. Dan is er maar één Kerk die door de Heilige Geest bewerkt is, die ligt voor kosten van de Zaligmaker en Middelaar Jezus Christus, Die met Zijn bloed betaald heeft. Dan gaat het over de Heilige Geest, Die Christus toepast in een weg van eerlijkmakende genade. Dat we de Geest des geloofs mogen ontvangen om terug te keren tot onze Schepper.
De verleugendheid en het ongeloof keert de rug toe naar God, maar het geloof maakt dat we ons weer tot God gaan wenden. Dat is één werk in deze wereld en dat is één werk, waar de Heilige Geest dat ook doet.
Die Kerk is heilig en waarom is ze heilig? Dat zien we er zo niet aan af. Omdat ze door de Heilige Geest bewerkt is, daarom is die Kerk heilig. Die Kerk is heilig, niet omdat zij zich heilig manifesteert en omdat zij uit heiligen bestaat, maar omdat ze geheiligd is door de Heilige Geest in Jezus Christus.
De Heere Jezus heeft het Zelf aan de Vader betuigd: "En Ik heilige Mijzelven voor hen" (Joh.17:19). De Kerk die haar gerechtigheid in Christus heeft, heeft net zo goed haar heiligheid, door de Heilige Geest, in Jezus Christus.
Er ligt een grote dwaling op de loer, wanneer we denken dat we de rechtvaardigmaking geheel voor Christus moeten laten liggen, maar dat we de heiligmaking dan zèlf wel in eigen handen zouden kunnen nemen. Dat is niet zo. Christus is ons gegeven en dat is ten nauwste verbonden met het werk van de Geest in zondaren. "Christus is ons geworden rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing" (1 Kor.1:30).
Ook in de heiligmaking moeten wij er buiten gezet worden, zodat het alleen in Christus' verdienste ligt. De toepassing van de rechtvaardigmaking is door de Heilige Geest en de toepassing van de heiligmaking is ook door de Heilige Geest en zelfs de heerlijkmaking is door de Heilige Geest. Want het is de Geest waardoor de Kerk veranderd zal worden "van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest" (2 Kor.3:18).
Het gaat over een heerlijk geloofsartikel gemeente. Het gaat er niet over hoeveel wij er van geloven en of wij doorgeleid zijn. De vraag is: zijt gij wedergeboren? Heeft de Heilige Geest u begiftigd met dat allerkostelijkste geloof wat reeds in Adam geplant is en wat ook in Eva geplant is? Is het ook in u geplant?
Het gaat om die Kerk in zijn eenheid, die Kerk is één. Dan mag ik zeggen dat het werk des Geestes ondanks alle verdeeldheid doorgaat. Goddank, want het werk des Geestes is niet tegen te houden door kerkmuren, gemeente! Hoe zuiverder het werk des Geestes Zich vertoont en hoe meer eerlijkmakende genade er is, hoe meer eenheid of er ook is.
Die eenheid, ze ligt ook onder de zonde besloten. De Heere Jezus heeft gebeden, en dat geldt voor de gehele Kerk: "En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt".
Dan is er wel een opdracht om één te zijn, geliefde gemeente. Maar dan ligt die opdracht in Johannes 17 toch niet besloten in het menselijke gebed, maar in de voorbidding van Christus, de barmhartige Hogepriester, de enige Hogepriester over het huis Gods, Die gebeden heeft: "Vader, Ik wil". En als Hij gebeden had, kon Hij ook zeggen: "Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt. Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort" (Joh.11:41-42).
Het gaat op de eeuwigheid aan, daar zullen we ervaren dat het één kudde is en één Herder, de enige heilige katholieke Kerk. Dat woordje katholiek laat zich een beetje moeilijk vertalen. Katholiek, er is eigenlijk geen nederlands woord voor. Het wil aan de ene kant zeggen algemeen en aan de andere kant juist bijzonder.
Dan wil dat praktisch gezegd eigenlijk dit zeggen, of er nu een Chinees bekeerd wordt of een Nederlander, of er nu een vrijzinnig mens bekeerd wordt of een rechtzinnig mens, het is allemaal hetzelfde! Of het nu een Jood is of dat het nu een heiden is, het is allemaal hetzelfde, als we maar bekeerd worden door Woord en Geest.
Dat woordje katholiek wil ook zeggen: God werkt overal nog wel met Zijn Geest. Dat woordje katholiek wil zeggen: ze zullen komen van het oosten en van het westen, ze zullen komen van het noorden en van het zuiden, en ze zullen aanzitten, ook de heidenen, met Abram, Izak en Jakob.
Dat de Zone Gods uit het ganse menselijke geslacht... Wat een heerlijk Evangelie, uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben.
Dan zit er vanavond ook een stukje toepassing in, geliefde gemeente. "De Heere Jezus begon de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden. Wee u, Chórazin! wee u Bethsáïda! want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds in zak en as bekeerd hebben. Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden." (Matt.11:20-22). Dan heeft Jezus gezegd: "De mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jona is hier!" (Matt.12:41). Hoe staat u er voor?
Dit geloofsartikel wil ons ook zeggen dat de heidenen op zullen staan tegen ons in het gericht. Misschien een Chinees, misschien een bekeerde Indiaan of misschien een gezaligde neger uit Afrika. Dan zullen zij opstaan in het gericht, indien wij ons niet bekeren, want dat is de tegenkant van dat geloof dat door de Heilige Geest gewerkt wordt.
Want daar ligt een stuk verantwoordelijkheid gemeente, daar ligt een stuk persoonlijke verantwoordelijkheid in onze levens, hoe onafhankelijk God ook werkt door Zijn Heilige Geest en het werk van Christus toepast. Er ligt een stuk verantwoordelijkheid: bekeert u!
Hier ligt ook een stuk verantwoordelijkheid in de catechismus, want de vraag moet zijn: ben ik een levend lidmaat? Er wordt hier niet gezegd dat ik daarvan een lidmaat ben, maar een levend lidmaat. Want, waar geloof is daar is ook leven. En waar leven is, daar is ook geloof dat ik een eeuwig lidmaat zal blijven.
Het gaat ten diepste in Johannes 17 om God de Vader, Die Zijn uitverkorenen gegeven heeft aan de Heere Jezus Christus. En de Heere Jezus Christus heeft Zijn bloed voor de uitverkorenen gegeven. De Vader en de Zoon Beiden, hebben de Heilige Geest gegeven in deze wereld, opdat Hij zou toepassen, wat Christus verworven heeft. Bent u daar reeds een voorwerp van? Bent u al een levend lidmaat van die Christelijke Kerk, de Kerk van Christus?
Christus wordt de Eigenaar van de Kerk, het Hoofd van die Kerk genoemd. De Zone Gods vergadert, beschermt en onderhoudt Zijn Kerk. Dan wil dat zeggen: Christus, de Alfa en de Oméga, vergadert, beschermt en onderhoudt tot in der eeuwigheid.
Dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven. Dan gaat het om dat Godswonder, dat Jezus gezegd heeft: "Ik ben de goede Herder" (Joh.10:11), daar herinnert dat woordje vergaderen mij nog het meeste aan. "Ik ben de goede Herder". "Heden, zo gij Zijn stem hoort, verhardt uw hart niet!" (Ps.95:7-8).
Het is Jezus Christus, Die Zijn Kerk beschermt. Hij heeft gezegd: "Een huurling vliedt, overmits hij een huurling is, maar de goede herder stelt zijn leven voor de schapen" (Joh.10:13,11). Dan zijn zij geborgen, ook achter het ijzeren of bamboe gordijn, want Christus beschermt ze en Hij onderhoudt ze. Zodat zij ook kunnen zeggen in de beproevingen, en als u geen vreemdeling bent van het geloofsleven dan zegt ook u: ja, dat is het juist in de beproevingen, "Gij onderhoudt gestaâg het heuglijk lot, dat Gij, zo mild, voor mij hebt uitgelezen (Ps.16:3 ber.).
Wat een heerlijke zaak: Jezus Christus vergadert door Zijn Heilige Geest en beschermt door Zijn almacht. Hij troost door Zijn Heilige Geest en Hij onderhoudt door Zijn Heilige Geest.
Eeuwiglijk zal blijven, zegt de catechismus. De Heere Jezus heeft het ook gezegd: "En niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken" (Joh.10:28). Hij is Hoofd van die Kerk, Hij is Herder van die kudde. Dat houdt ook in dat Hij gezegd heeft: "Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan" (Joh.18:8). Hij heeft Zijn leven gesteld voor de schapen.
Jezus Christus is nu niet de Vernederde meer, maar Hij is de Verheerlijkte. Daarom noemt de catechismus ook het einddoel van dat werk van Jezus Christus, waarom Hij een Kerk vergadert, beschermt en onderhoudt ten eeuwigen leven.
Het is heel duidelijk dat de Schrift ons ook onderwijst in de eeuwige zaligheid, in de eeuwige heerlijkheid, die wacht voor allen, die de Heere vrezen, allen die door de Heilige Geest wedergeboren zijn. Het einddoel is niet de vernedering, maar dat is het leven. Dat wij de vernederde Christus gelijkvormig gemaakt worden, gelijkvormig aan Zijn lijden, dat is een tussenfase.
Wanneer Romeinen 8 zegt dat de Kerk verordineerd is om het beeld van Christus gelijkvormig te zijn, dan betekent dat inderdaad dat in dit leven de Kerk het beeld van Christus, naar Zijn vernedering, gelijkvormig wordt. Maar dat is het einddoel niet.
Het einddoel is dit: "Zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden" (Rom.8:17). Het einddoel van die verordinering, van die onbegrijpelijke liefde des Vaders, die Hij heeft doen verwerven door Zijn Zoon, het einddoel is: "Opdat zij één zijn, gelijk als Wij" (Joh.17:11).
Dan houdt dat ook in dat zij verheerlijkt worden, het beeld van Christus gelijkvormig worden, naar Zijn verheerlijking. Opdat de eeuwigheid zal zijn, geliefde gemeente, niet alleen een verheerlijkte Herder, maar ook een verheerlijkte kudde tot in der eeuwigheid. Waar Jezus als de goede Herder, Zijn Kerk zal leiden langs de grazige weiden der eeuwigheid.
O, blij vooruitzicht! De Kerk staat nog heel wat te wachten. Wie wedergeboren is door Woord en Geest, zal ook eenmaal verheerlijkt worden door des Heeren Geest, Christus gelijkvormig gemaakt worden. Die Kerk is de Bruid van Jezus Christus.
U weet het, dat het nooit het doel-in-zich is, om Bruid te zijn. Het doel van het Bruid-zijn is om verenigd te worden. "En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt".
Dan gaat het op de zaligheid aan gemeente, dat mag ook weleens gezegd worden, nietwaar? Dan mag het ons in de eerste plaats om God begonnen zijn, maar dan mogen we er toch ook van gewagen dat het op een zaligheid aangaat, waar wij altijd bij de Heere zullen zijn. Maar ook altijd Christus gelijkvormig zullen zijn, Die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Dan zullen wij van onze verleugening volledig verlost zijn. Dan zal ook de zondaar weer waarheid zijn, in de toegerekende gerechtigheid van Christus. Dan zullen wij heiligen zijn, "een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk: opdat gij zoudt verkondigen Gods deugden" (1 Petr.2:9).
God heeft geweldige bedoelingen met zondaren, geliefde gemeente! God heeft de bedoeling om zondaren te zaligen, opdat de drieënige God Zich met gezaligde zondaren zou vermaken en opdat gezaligde zondaren zich tot in der eeuwigheid met een volzalige God zouden vermaken.
Dat is het scheppingsdoel geweest en wij zijn daar afgevallen, maar God is Zijn plannen nooit verloren, het is God nooit uit handen gevallen. Hij zal het op een voortreffelijke manier in de herschepping wederkrijgen, wanneer Christus het Koninkrijk over zal geven aan God den Vader, zoals we lezen in 1 Korinthe 15. Dan zal God den Vader zijn, alles en in allen. Dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden. Dat is een verborgenheid! Dat raakt de grenzen van ons theologisch denken, dat moeten we dan maar besluiten met: "Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben" (1 Kor.2:9).
O zaligheid, niet af te meten!
O vreugd, die alle smart verbant!
Daar is de vreemd'lingschap vergeten;
En wij, wij zijn in 't vaderland!
Wat gelooft gij van die ene, algemene katholieke Kerk? "Vader, Ik bid niet alleen voor dezen". Het is niet alleen de Kerk die nu op aarde is, het is ook niet alleen de Kerk die er geweest is, maar het betreft ook de Kerk, die er nog zijn zal. Wat nu de triomferende Kerk is, maar wat ook strijdende Kerk geweest is, wat nù strijdende Kerk is en de strijdende Kerk die nog komen zal. Het ligt allemaal voor rekening van Hem: "Die is, en Die was, en Die komen zal" (Openb.1:4).
"En ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt".
Worden er ook weinigen zalig? Het zal toch een schare zijn die niemand tellen kan, uit alle geslachten, natiën en volkeren. Dan wordt het toch wel heel belangrijk, dat wij onszelf de vraag stellen: behoor ik er bij? Zullen ook wij eenmaal staan rondom de troon Gods en des Lams? Zal Hij dan eenmaal ook van ons ontvangen de aanbidding en de lofprijzing tot in der eeuwigheid?
Onderzoek u zelf, gemeente. Zo gij de stem van de goede Herder dan heden hoort, gelooft Zijn heil- en troostrijk woord, verhardt u niet, maar laat u leiden. AMEN.