ZONDAG 29
Vraag en antwoord 78 en 79
Psalm 93 : 1,4
Psalm 89 : 4
Psalm 105 : 5
Psalm 119 : 1,25
Psalm 85 : 1
Psalm 36 : 3
Johannes 6 : 22-40
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in Johannes 6 : 32 - 35
Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel.
Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.
Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood.
En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
Onze catechismus zondag 29, vraag en antwoord 78 en 79
78. Vr. Wordt dan uit brood en wijn het wezenlijk lichaam en bloed van Christus?
Antw. Neen; maar gelijk het water in den Doop niet in het bloed van Christus veranderd wordt, noch de afwassing der zonden zelve is (waarvan het alleen een Goddelijk waarteken en verzekering is), alzo wordt ook het brood in het Avondmaal niet het lichaam van Christus zelf, hoewel het naar den aard en de eigenschap der Sacramenten het lichaam van Christus Jezus genaamd wordt.
79. Vr. Waarom noemt dan Christus het brood Zijn lichaam en den drinkbeker Zijn bloed, of het Nieuwe Testament in Zijn bloed, en Paulus de gemeenschap des lichaams en bloeds van Christus?
Antw. Christus spreekt alzo niet zonder grote oorzaak; namelijk niet alleen om ons daarmede te leren, dat, gelijk als brood en wijn dit tijdelijk leven onderhouden, alzo ook Zijn gekruisigd lichaam en Zijn vergoten bloed de waarachtige spijs en drank zijn, waardoor onze zielen ten eeuwigen leven gevoed worden; maar veelmeer om ons door deze zichtbare tekenen en panden te verzekeren dat wij zo waarachtiglijk Zijns waren lichaams en bloeds door de werking des Heiligen Geestes deelachtig worden, als wij deze heilige waartekenen met den lichamelijken mond tot Zijn gedachtenis ontvangen; en dat al Zijn lijden en gehoorzaamheid zo zekerlijk onze eigene is, als hadden wij zelven in onzen eigen persoon alles geleden en Gode voor onze zonden genoeg gedaan.
In deze dienst werden enkele kinderen gedoopt. Omdat ook de dooptoespraak ingaat op de Sacramenten, is deze toespraak in dit boek opgenomen.
Geliefde ouders.
Het is een voorrecht dat u hier vanavond mag staan met uw kinderen. Wij gaan daar straks van zingen: "God zal Zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken".
We weten allen zo goed dat er een Godsdaad nodig is in ons leven. Want de Doop wijst ons in de eerste plaats aan, dat wij verloren liggen in onze schuld en dat wij zelfs der verdoemenis onderworpen zijn. Het teken van de Heilige Doop, het doopwater wijst ons aan dat wij vuil zijn, zodat het nodig is dat wij gewassen worden. David bidt daar om:
Ontzondig mij met hysop, en mijn ziel,
Nu gans melaats, zal rein zijn en genezen.
Was mij geheel, zo zal ik witter wezen
Dan sneeuw, die vers op 't aardrijk nederviel (Ps.51:4 ber.).
Nu voelen we aan wat het doopwater betekent: het wijst ons heen naar het bloed van Jezus Christus Gods Zoon, dat reinigt van alle zonden. Immers onze zonden, ons zondige bestaan wordt door David in diezelfde psalm genoemd: bloedschulden. "Verlos mij van bloedschulden, o God", bidt David (Ps.51:16).
Dan wil dat toch ook zeggen dat bloedschuld nergens anders door te verzoenen is dan door bloed. Het bloed namelijk van Jezus Christus Gods Zoon, dat reinigt van alle zonden.
Ik hoop zo van harte, dat u iets van David mag hebben, van dat gebed: "Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij". Ik hoop dat u iets mag kennen van dat kostelijke gebedsleven van David: "Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw" (Ps.51:5,9).
Weet u wat ik u mee zou willen geven? Och, wanneer gij bidt, vraag dan vooral niet te weinig aan de Heere, maar vraag om de gehele zaak. Om gewassen en gereinigd te worden, samen met onze kinderen. Want dat is nodig om weer een vrije ziel te krijgen, om waarlijk verlost te zijn. Dat is de enige weg waarin de breuk hersteld kan worden met God onze Schepper en onze Formeerder, van Wie wij afgevallen zijn.
De Doop betekent dat die weg er is. God heeft de mens niet aan zichzelf overgegeven. "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft", dat ìs gebeurd, God heeft Zijn Zoon gegeven, "opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (Joh.3:16).
Geliefde ouders, daar heeft de oudtestamentische Kerk zo naar uitgezien, zij hebben gebeden, zij hebben naar de hemel geschreid: "Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt" (Jes. 64:1). En dat is in Jezus Christus een volbrachte zaak geworden. Maar wat wij nodig hebben voor de toepassing, dat is de werking van de Heilige Geest.
Zo mogen wij wel samen met onze kinderen op de knieën gaan om hetzelfde te bidden. O, dat God diezelfde hemel, waaruit Hij Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft, opdat Hij Zijn ziel tot een schuldoffer zou stellen, dat God diezelfde hemel zou willen openen om Zijn Heilige Geest uit te zenden in onze harten. Om ons en onze kinderen te bekeren, voor het eerst en iedere dag opnieuw.
Geliefde ouders, moge de Heere u rijkelijk zegenen met uw kinderen. En moge Hij niet alleen u en uw kinderen zegenen, maar ik bid u toe, dat Hij u en uw kinderen ook tot een zegen zal stellen. AMEN.
Prediking:
Geliefde gemeente, het gaat ook deze avond weer over het Heilig Avondmaal. Daar was in zondag 28 al over gesproken en daar zal in zondag 30 ook nog een keer over gesproken worden. Het is noodzakelijk dat er drie zondags-afdelingen besteed worden aan het Heilig Avondmaal. Want juist het Heilig Avondmaal is met zoveel ketterijen en zoveel onzuiverheden omgeven. Zodat het nodig is, dat u daar veel onderwijs in krijgt, zakelijk onderwijs in wat het dan wel precies is. In de zondags-afdeling van vandaag worden enige ketterijen bestreden.
Het is heel merkwaardig, hoe oud die ketterijen al zijn. Het is al eeuwen geleden, dat men aan de tekenen van het Sacrament, en voornamelijk aan de tekenen van het Heilig Avondmaal dingen toegekend heeft, die er niet in zijn. Dat begon al heel vroeg in de kerk. De eerste sporen daarvan vind je eigenlijk al terug, zodra men het Griekse Nieuwe Testament ging vertalen in het Latijn. Toen is er eigenlijk al iets fout gegaan bij de vertaling van het 'Onze Vader'.
We lezen in Matthéüs 6 dat de Heere Jezus Zijn discipelen bidden heeft geleerd, ook voor de dagelijkse nooddruft van het lichaam. Dan luidt die bede: "Geef ons heden ons dagelijks brood". Dat is dus het brood waarmee ons dagelijks leven, ons natuurlijk lichaam, onderhouden wordt.
Dan is het heel opvallend, dat de bede: "Geef ons heden ons dagelijks brood", bij de vertaling in het Latijn vergeestelijkt werd naar het bovennatuurlijke. Men vertaalde: "geef ons heden ons bovennatuurlijk (supersubstantialem) brood". Toen is de gedachte al gaan leven aan bijzondere machten en krachten buiten het geloof om. Machten en krachten die verborgen zouden zijn in de tekenen van het Avondmaal, in het brood en in de wijn zelf.
Men is dan ook al heel vroeg aan de gedachte gaan hechten, dat het brood in zijn substantie het lichaam des Heeren zou zijn en dat de wijn waarlijk het bloed des Heeren zou zijn. Dat, wanneer de priester de woorden uitspreekt, er dan werkelijk een verandering plaats zou hebben, zodat de gewone substantie van het brood, bovennatuurlijk zou worden, supersubstantiel. En dat de gewone substantie van de wijn, supersubstantiëel zou worden door de woorden die de priester er over uitspreekt. Dat is de leer, u kent die naam wel, van de transsubstantiatie.
Als er één leer is, die ontzettend veel onheil gesticht heeft in de kerk, dan is dat wel deze leer. In zondag 30 zal een groot gedeelte van deze leer ook bestreden worden, vanwege het kwaad dat zij gesticht heeft binnen de kerk.
Maar deze keer wil ik u er ook op wijzen, geliefde gemeente, dat deze leer zo ontzettend veel kwaad gesticht heeft buiten de kerk, toen men ging leren dat na de woorden van de priester, de avondmaalskelk werkelijk het bloed des Heeren zou bevatten. Alsof de wijn veranderd zou zijn in het substantiële bloed van de Heere Jezus Christus.
Om het maar heel kort te maken, dat is een zaak geweest waardoor de eerste Christenen er van verdacht werden, dat zij mensenoffers brachten. Dat zij mensenvlees zouden eten en mensenbloed zouden drinken. Dit is vooral in de ogen van de Joden een vreselijk godslasterlijk idee. Alsof de Zoon van God, in die zin, gegeten en gedronken zou worden. Dat is een van de diepe weerstanden die de Israëliet heeft tegen de Christelijke leer. Die weerstand hebben we te danken aan de leer van de transsubstantiatie.
We weten dat Luther deze leer niet gevolgd is. Maar wij weten ook allen, dat er op Luthers beschouwing van het Avondmaal wel iets aan te merken was. Luther heeft de consubstantiatieleer geleerd. Dat wil eigenlijk dit zeggen: Luther heeft zich niet helemaal gehouden aan de belijdenis van Athanasius, die leert dat de twee naturen van Christus niet gemengd zijn.
Luther heeft geleerd dat ook het lichaam van de Heere Jezus Christus alomtegenwoordig zou zijn. En wanneer dat lichaam van Christus alomtegenwoordig is, dan is dat ook inderdaad tegenwoordig in het bloed en de wijn van het Avondmaal. Toch doen we hiermee tekort aan de menswording van de Heere Jezus Christus. Eén van de pijlers waarop het geloof haar zaligheid gegrond heeft is, dat Jezus niet een schijnmens geworden is, ook niet een alomtegenwoordige mens, maar een waarachtige mens!
De belijdenisgeschriften zeggen het zo schoon. Met de belijdenis van Nicéa belijden wij dat de Heere Jezus Christus om ons mensen en om onze zaligheid, is nedergekomen uit den hemel, en vlees is geworden van den Heiligen Geest uit de maagd Maria, en een mens geworden is. Athanasius belijdt dat het tot de eeuwige zaligheid nodig is, dat wij ook de menswording van onzen Heere Jezus Christus getrouwelijk geloven.
Luther had zo ontzaglijk veel eerbied voor het Woord. Hij had ook zoveel eerbied voor de instellingswoorden van het Heilig Avondmaal. O nee, Luther heeft nooit willen leren dat het brood werkelijk het lichaam des Heeren was in zijn substantie en dat de wijn werkelijk het bloed van Christus was. Maar hij heeft dat verbonden met de alomtegenwoordigheid van de mensheid van de Heere Jezus Christus.
Het is misschien ook moeilijk te vatten waarom Jezus Christus kan zeggen: "dat is Mijn lichaam" (Matt.26:26). Waarom de Heere Jezus kan zeggen: "dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden" (Matt.26:28). Is dat werkelijk zo moeilijk? Als we Johannes 6 lezen waar Jezus zegt: "Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is". Als we al die teksten nagaan, waarin Jezus Christus gezegd heeft: "Ik ben het licht der wereld" (Joh.8:12).
Is het dan zo moeilijk te begrijpen, dat de Heere Jezus Christus ook gezegd heeft: "Ik ben het Brood des levens"? Verklaart de Schrift zichzelf dan niet, wanneer zij spreekt: "die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten".
De formulieren, daarvan heb ik reeds eerder gezegd, dat zij niet uitgaan van ons gevoelen, hoe zwak van moed, en klein wij zijn van krachten. De formulieren spreken uit het volle geloof en hoe spreekt ook de Schrift geloofstaal!
Wanneer dan ook door het geloof geschreven moet worden wat het Heilig Avondmaal is, dan krijgen we krachtige taal. Dan krijgen we dat Sacramentele spreken zoals de Schrift dat ook doet, wanneer zij over de Doop spreekt als over het bad der wedergeboorte.
Het gaat er om dat we goed zullen beseffen gemeente, dat het in het Sacrament gaat over teken en zaak en nìet om bovennatuurlijke krachten. Het teken van het Avondmaal is brood en wijn en de zaak van het Heilig Avondmaal is het lichaam des Heeren en het bloed des Heeren. Dat is geen toverzaak, om het heel oneerbiedig maar wel heel duidelijk te zeggen, maar dat is een zaak van het geloof.
Omdat ik niet om ieder woord van de catechismus heen wil lopen, wijs ik u slechts op de kernwoorden van antwoord 79, waar dat geloof beschreven wordt, wanneer er geschreven staat: door de werking des Heiligen Geestes.
En ik denk dat dìt het is, gemeente! Wanneer die werking van de Heilige Geest ons ontbreekt, wanneer het geloof ons ontbreekt, dan zullen wij de zaak ook niet verstaan. Alleen voor het geloof zijn het zichtbare panden, alleen voor het geloof zijn het zichtbare zegelen. Zoals Christus alleen door het geloof gezien kan worden, zo kan ook Zijn Borgwerk en Zijn Middelaarswerk slechts gezien worden door het geloof.
Ik wil uw aandacht ook nog op een andere zaak vestigen. Wanneer u thuis bent in de catechismus, dan zult u zien wat de vrucht is van het Avondmaal. Wanneer het Avondmaal in het geloof gebruikt mag worden, dan ligt dat niet zo heel ver af van zondag 23. Dat hoef ik niet eens nader uit te leggen, ieder weet wat zondag 23 is. Wij komen daar ook iets van tegen in het antwoord van onze catechismus. Het werk van Jezus Christus, zoals het door de Heilige Geest, door het geloof, toepassing vindt in onze harten. De catechismus spreekt daarvan: en dat al Zijn lijden en gehoorzaamheid zo zekerlijk onze eigene is, als hadden wij zelven in onzen eigen persoon alles geleden en Gode voor onze zonden genoeg gedaan.
Wat is het kostelijk, dat Heilig Avondmaal, geliefde gemeente, wanneer wij daarin onderwezen worden, wanneer wij daar zakelijk in onderwezen worden. O, wat is het dan een werkelijkheid dat Jezus Christus niet alleen gesproken heeft: "Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is", maar wat is het kostelijk dat Hij Zelf brood en wijn heeft ingesteld. Om het niet alleen te horen, om het niet alleen te zien, maar om de zekerheid te proeven en te smaken.
De zekerheid waarvan? Dan komen we bij de kern, bij het hart van het Sacrament: de zekerheid van de gerechtigheid van Jezus Christus, die Hij verworven heeft in lijdelijke gehoorzaamheid en in dadelijke gehoorzaamheid. Opdat wij een Borg en een Middelaar zouden hebben, Die het alles heeft volbracht, zowel dadelijk als lijdelijk. Die gerechtigheid verworven heeft om aan anderen mede te delen, om aan zondaren mede te delen.
Als dan opnieuw het woord geloof gevallen is, dan weet ik het wel gemeente, wat is het geloof? Is het geloof altijd even sterk? Is het geloof altijd even krachtig? Dat was het toch immers in zondag 23 ook niet? Toen ging het toch ook over: in zoverre ik zulk een weldaad met een gelovig hart aanneem. Wat is het toch nodig dat wij ons zakelijk laten onderwijzen door de catechismus, wat het Avondmaal is. En dat de Heilige Geest dit toepast in onze harten.
Dan zijn de Sacramenten heerlijke zaken. Zij zijn niet alleen gegeven tot versterking van het geloof, maar zij zijn ook gegeven opdat ons geloof vermeerderd zou worden. Opdat er een opwassen en een toenemen in de kennis en in de genade van onze Heere Jezus Christus zou plaats hebben.
Dan gaat het ook deze keer in de catechismus om wat al eerder gesproken is, dat de gelovige twee levens heeft. Zoals dat ene, dat aardse leven onderhouden moet worden door dagelijkse spijs en drank, zo is het ook nodig dat ons geestelijke leven onderhouden wordt door de spijs en drank die de Heere Jezus Christus Zelf heeft ingesteld. Waarvan Hij gezegd heeft: "Doet dat tot Mijn gedachtenis" (Luk.22:19).
Dan gaat het om het geloof, "Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen" (Hebr.11:6). Maar mèt dat geloof, o, wat een heerlijke bate, wat een zalige verzekering ligt er dan in.
De gelovige kan op vele manieren verzekerd worden. Hij kan thuis verzekerd worden in zijn eigen huis, hij kan verzekerd worden in zijn binnenkamer. Het ligt in Gods vrijmacht, om u te verzekeren in het geloof, waar dan ook. Het ligt in Gods vrijmacht om u te verzekeren in het geloof, hoe dan ook. Maar er is toch één instelling waardoor God ons wil versterken in het geloof, namelijk door het Heilig Avondmaal.
Het gaat om de zaak van Jezus Christus en Dien gekruisigd. Laten we dan maar eerlijk zijn gemeente, dan zoeken we het in ons dagelijks leven nog weleens daar buiten en dan gaat het daar nog weleens omheen. Onze verzekeringen, onze verzegelingen of hoe we het willen noemen, hoe we het willen wenden, hoe we het willen keren. Maar het heilige Sacrament dat God Zelf ingesteld heeft, dat Christus Jezus Zelf ingesteld heeft, dat is juist zo kostelijk omdat het daar gaat om de zaak zelf, van Jezus Christus en Dien gekruisigd.
Dan is er geloof nodig en dat geloof komt niet met het brood mee, dat geloof komt ook niet met de wijn mee. Maar dat geloof, hoe klein het ook is, dat geloof hoe zwak het ook is, dat geloof, hoe arm het ook is, dàt wordt versterkt. Wat is dat een kostelijke zaak! Als je zó eens Avondmaal mag vieren, als je daar zó eens in geoefend mag worden geliefde gemeente. Dan is er een verzekering die boven alle binnenkamerverzekering uitstijgt. Dan wordt het weleens ervaren, zonder dat we in ketterijen vervallen, dat Zijn vlees waarlijk spijs en Zijn bloed waarlijk drank is.
Dan, naar de werking in het hart en in het leven van de gelovige, bidt de Kerk met het formulier, na de viering van het Heilig Avondmaal, of de verkondiging van Christus' dood, haar tot dagelijks toenemen in het rechte geloof, en in de zalige gemeenschap van Christus mag gedijen. Zoals we over ons dagelijks brood om een zegen bidden, dat het ons gedijen mag naar ons natuurlijk leven, dat het brood en de wijn zó gedijen mogen ten eeuwigen leven.
Het is een kostelijke verzekering voor het geloof, die God gelegd heeft in het Avondmaal. Dan gaat het om de kern, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken.
Dan zit er ook iets zaligs in! Er is zo veel verzekering, gemeente, die haar uitgangspunt neemt in onszelf. We ontkomen niet gemakkelijk aan dat gevaar, om het toch in onszelf te zoeken, om het toch in onze bevinding te zoeken, om het toch in het verleden van ons leven te zoeken. Wat is het dan een kostelijke zaak dat het bij het Avondmaal weleens ergens anders mag liggen, totaal en finaal buiten ons. Zodat er eens niets overschiet van mijn bekeerd-zijn, zodat Christus Jezus alleen de enige grond van mijn betrouwen is.
Men heeft eens aan Kohlbrugge gevraagd: waar zijt gij bekeerd? Toen heeft Kohlbrugge geantwoord: op Golgotha! Ik geloof dat er ook wel persoonlijke antwoorden te geven zijn op deze vraag. Kohlbrugge had ook een andere plaats kunnen noemen. Maar toch wordt zó het geloof geoefend, wanneer wij zakelijk gaan worden. Wanneer wij de vaste punten niet meer gaan zoeken in ons eigen beweeglijke hart, in ons eigen geslingerde gemoed, maar in de vastheid van Jezus Christus, in Zijn volbrachte werk.
Dan moeten we niet in de uiterlijke tekenen blijven hangen, zoals het formulier het zegt. Dan moeten we ook niet aan de dienaar hangen. Dan gaat het er ook niet om wat hij spreekt of wat hij niet spreekt. Dan gaat het ten diepste om de handen, om de doorboorde Middelaarshanden van de Dienaar, Die in waarheid Jezus Christus Zèlf is.
De boodschap van onze catechismus is: overschat de Sacramenten niet, maar onderschat de Sacramenten ook niet. In het bijzonder het Sacrament van het Heilig Avondmaal niet. Het zijn de liefdeblijken van een stervende Heere Jezus Christus. Hij heeft het ingesteld vlak voordat Hij ging uitwerken, wat in het Heilig Avondmaal betekend wordt. Vlak voordat Hij de zaak ging voleindigen, die zichtbaar wordt in brood en wijn.
Hij heeft het geschonken als een Sacrament om het geloof te versterken, het zijn liefdeblijken. En Hij heeft gezegd: "Doet dat tot Mijn gedachtenis". O, het zijn tekenen van verzoening door voldoening, zodat er ook iets zichtbaar wordt van de vrede door het bloed des kruises, vrede met de Vader. Kracht tot een nieuwe gehoorzaamheid, door de werking van de Heilige Geest.
Wij hebben wel te bedenken, wanneer de catechismus spreekt over de werking van de Heilige Geest, dat het geloof daarmee niet uitgesloten wordt. Wanneer de Schrift of de catechismus op andere plaatsen, of wanneer de formulieren spreken over de werking van de Heilige Geest, dan sluit dat het geloof niet uit, maar dat sluit dan juist het geloof in.
Daarom is het ook: "neemt eet"! Er is oefening voor nodig, om er ellendig en arm genoeg voor te zijn, om er hongerig en dorstig genoeg voor te zijn. Om te komen en het Heilig Avondmaal te gebruiken. Avondmaal vieren is dit: dat Jezus Christus Zaligmaker heet en dat Hij Zaligmaker is. Zo komt Hij aan Zijn eer. Zijn werk, Zijn lust, Zijn liefde blinkt uit in dat kostelijke Sacrament. AMEN.