ZONDAG 47
Vraag en antwoord 122
Psalm 147 : 6
Psalm 21 : 13
Psalm 89 : 3,4
GdH : 1,2
Psalm 146 : 3
Johannes 17
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in het voorgelezen Schriftgedeelte, Johannes 17 : 12 en 13
Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik ze in Uw Naam. Die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard, en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon der verderfenis, opdat de Schrift vervuld worde.
Maar nu kom Ik tot U, en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap vervuld mogen hebben in zichzelven.
Onze catechismus voor vanavond is zondag 47, vraag en antwoord 122
122. Vr. Welke is de eerste bede?
Antw. Uw Naam worde geheiligd.
Dat is: Geef ons eerstelijk dat wij U recht kennen, en U in al Uw werken, in welke Uw almachtigheid, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid klaarlijk schijnt, heiligen, roemen en prijzen; daarna ook dat wij al ons leven, gedachten, woorden en werken, alzo schikken en richten, dat Uw Naam om onzentwil niet gelasterd, maar geëerd en geprezen worde.
Het Onze Vader wordt nu behandeld in de catechismus, geliefde gemeente. Nadat de aanspraak uitgesproken is: Onze Vader, Die in de hemelen zijt, komen er drie lofprijzingen, drie zaken aan de orde, drie beden omtrent God: Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Dan komen er drie beden omtrent de mens. Drie beden waarin alle nooddruft van de mens vervat is: Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Daarna volgt de geweldige afsluiting van het gebed: Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. We zijn er het meeste bij gebaat wanneer we dit gebed op een heel eenvoudige manier kunnen uitleggen.
Wat is dat eigenlijk: Uw Naam worde geheiligd? Als je daar over na loopt te denken, geliefde gemeente, dan kom je er zonder de Schrift en zonder de catechismus helemaal niet uit! Dan blijft het eigenlijk maar een vaag begrip.
Uw Naam worde geheiligd. Dat blijft zo vaag, dan voelen we er wel iets van aan dat hier veel op het spel staat, we voelen ook de richting wel aan. Maar wat het precies is, dat is zo moeilijk onder woorden te brengen. Is dat waar? Toch niet, gemeente. We hoeven alleen maar na te gaan wat het tegendeel is van: Uw Naam worde geheiligd. Dat is ook verwerkt in het antwoord, dan wordt Gods Naam ontheiligd en gelasterd. Het heeft iets te maken met dat ontzaglijke gebod: Gij zult den Naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken. Gij zult die Naam niet ontheiligen. Zo vinden we ook in de catechismus dat die Naam om onzentwil niet gelasterd, maar geëerd en geprezen moet worden.
Ik meen dat ik het u verteld heb toen het ging over het misbruik van Gods Naam, dat het zó ver kan gaan dat er mensen geweest zijn, die zich dood gelasterd hebben, die zich dood gevloekt hebben. Al lasterend en al vloekend, ik weet er voorbeelden van, zijn ze in de eeuwigheid terecht gekomen. Vreselijk!
Uw Naam worde geheiligd, dat is precies het tegendeel! God is zó goed! Daarom gebruikt de catechismus hier drie woorden: heiligen, roemen en prijzen. Wij hebben met elkaar in deze dienst enkele psalmen gezongen. Zoals een goddeloze zich dood vloekt de verdoemenis in, zo zouden wij met elkaar ons eigenlijk ook dood moeten zingen voor Gods aangezicht. De Heere Jezus sprak in Johannes 17 in dat wondere Hogepriesterlijke gebed: "En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken" (Joh.17:26). Dat is ten diepste het sterven geweest van die lieve Zaligmaker. Is dàt Zijn sterven geweest? Zeker, Hij is gestorven om de zonde, maar Hij is ook gestorven van liefde. "Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest" (Luk.23:46). "Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden" (Joh.15:13). "Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren" (Rom.5:8).
Uw Naam worde geheiligd, dan is het nodig dat we ook iets van God kennen. Daar spreekt de catechismus ook van: dat wij U recht kennen in al Uw werken, in welke Uw almachtigheid, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid, en waarheid klaarlijk schijnt. Hoe kent de ene mens de andere mens? Is dat immers niet door hun naam? De Heere Jezus zegt: "Ik heb Uw Naam geopenbaard" (Joh.17:6). We kunnen allemaal weten, als het gaat om de bede Uw Naam worde geheiligd, dat het gaat om iets dat ver boven het menselijke uitstijgt. Zover dat het niet te zeggen is.
Uw Naam, wat is de Naam van God? Mensen dragen namen, daarmee worden ze genoemd. De een heet zus en de ander heet zo. Namen zijn in onze samenleving dikwijls niet méér zinvol, dan een nummer. Maar we zijn met de Schrift bezig, geliefden! Er zit in die Naam al heel wat besloten. Een Naam, wat zegt deze Naam? Voor ons zegt een naam wie gij zijt, maar in de Schrift betekent een naam wát gij zijt. Ik wil er één noemen, een naamgeving die een geloofsdaad was. Het was het antwoord aan God toen Zacharias geschreven heeft: "Johannes is zijn naam" (Luk.1:63). Kijk, die namen waren zinvol. Johannes heette Johannes en hij was een Johannes: God is genadig! Zo kan een naam heel wat inhouden. Wat hebben we reeds over veel namen gesproken, ook in de catechismus. Over zinvolle namen en dan bedoel ik de Namen van de Middelaar, de Heere Jezus Christus.
Maar het gaat in deze bede om nog iets meer: Uw Naam worde geheiligd. Welke Naam? Uw Naam, Vader! Dan komen we voor iets wat haast niet uit te spreken is. Hoe is dan de Naam van de Vader? God heet zoals Hij is en wie Hij is. Dan gaat het om het kennen van God. In Johannes 17 spreekt de Heere Jezus Zelf zo teer over die Naam. "En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt" (Joh.17:3).
Wat wordt het dan een belangrijke vraag of het mogelijk is dat een mens God kan kennen. Of het mogelijk is dat een zondaar God kan kennen. Want dan hangt daar ook alles van af. Want als dit het eeuwige leven is, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. Dan betekent dat meteen dat God niet te kennen, de eeuwige verlorenheid zal zijn.
God kennen. Dat gaat om veel meer dan het menselijke kennen. Wanneer we menselijk bezig zijn en vragen: kent u die en kent u die? Dan is het antwoord meestal: ik heb hem weleens gezien of ik heb hem niet gezien. Dan betekent iemand kennen, dat we iemand gezien hebben. Hoe is dat met de Vader? "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard" (Joh.1:18). Zo loopt ook dat kennen van die kostelijke Naam door de Middelaar, door de Heere Jezus Christus. Johannes 17: "Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt". Het kennen van de Vader is door de Zoon. We horen Filippus vragen: "Toon ons den Vader, en het is ons genoeg. Jezus zeide tot hem: Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien" (Joh.14:8-9).
Het gaat over het kennen van de Heere, het kennen van die onuitsprekelijke volmaakte God. Dan staan we voor een geweldig wonder dat we God kunnen kennen. Dat God zo onuitsprekelijk goed is, dat Hij Zich laat kennen, dat Hij Zich openbaart door de Heere Jezus Christus. God was niet verplicht om Zichzelf te laten kennen. Dat heiligdom waar God woont kon afgesloten zijn, zodat niemand het zou weten. Wat een wonder dat God Zich laat kennen.
Als het dan gaat om de Naam van de Vader, dan mag ik het wel zo zeggen, dat God Zich in Christus Jezus voorgesteld heeft aan arme zondaren. Hij heeft niet zomaar gezegd hoe Hij heet, maar Wie Hij is, Wie Hij was en Wie Hij zijn zal. Wat een geweldige zaak, dat nietig stof, dat een mens, een druppel aan de emmer, een stofje aan de weegschaal God kan kennen. Dat tòch die grote God Zich openbaart, Zichzelf een Naam geeft aan zondaren.
Om iemand volledig te kennen moeten we van dezelfde orde en grootte zijn. Het mindere kan het meerdere nooit volledig kennen. Ons kennen is daarom maar ten dele. Alleen de Zoon, Die éénswezens met de Vader is, kent Hem. Als God Zich openbaart aan de mens, laat weten wie Hij is, dan mogen we ons bewust zijn dat, wanneer we iets kennen van die grote God, het nog maar een stipje is. Eén druppel uit de oceaan is de kennis van de mens die er het meest van geleerd heeft. Van de gehele uitverkoren Kerk, van alle heiligen tezamen, geldt wat de apostel zegt: "Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele" (1 Kor.13:9).
Weet u wat het grote wonder is, gemeente? Al kennen we nu maar zo'n klein stukje van God, die grote God Die Zich niet laat omvatten, dan is dit het wonder, dat die kennis toch ware kennis kan zijn. Dan gaat het toch om waarachtige kennis!
Ik kan wel een voorbeeld geven. Een heel klein kind kan nooit helemaal bevatten wat een volwassen mens is. Wat die sterke vader is, wat die liefhebbende moeder is, daar weet zo'n kind niet alles van. Zo weten Gods zuigelingen en kleuters, met eerbied gesproken, ook niet alles van God. Laat ons maar heel bescheiden zijn. Het is een wonder wanneer dat kleine beetje kennis van God, als het door Woord en Geest gewerkt is, toch ware kennis is. Wat weet zo'n klein kind van vader en wat weet het van moeder? Toch komt het daar niet bedrogen mee uit. Het is wel kleine kennis, maar het is ware kennis. Wat heerlijk, hè? Het is wel ware kennis, want zelfs dat kind weet één ding: als ik schrei, als ik mijn nood en mijn honger en dorst uithuil, dan zal moeder zich buigen over de wieg. Dat is ware kennis! Dat is geloof, dat is hoop en dat is liefde en dat wordt nooit beschaamd.
Uw Naam worde geheiligd. Toen Mozes vroeg naar Gods Naam, toen heeft God verklaard Wie Hij was: IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL! De Onveranderlijke. Ik zeg dat zo graag nieuwtestamentisch: "Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid" (Hebr.13:8). Dat is heel belangrijk. Want ik heb goede vrienden gehad en ik kende hen goed, maar toen ik hen nodig had waren zij veranderd. Toen ik in nood zat, zoals de verloren zoon. Hij had vrienden bij de vleet toen er nog iets te verteren en te trakteren was. Wat geweldig, dat God de Onveranderlijke is, de absoluut Heilige. Waar God Zijn Naam maar uitspreekt, daar beeft zelfs de woestijn. Nochtans, de Kerk wordt niet verteerd. De Naam Gods zegt Wie Hij is in Zijn volzaligheid, Wie God is in Zijn deugden.
Er staan hier heel wat woorden op een rij: almachtigheid, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid. Ik geloof niet dat we al die woorden langs hoeven te lopen met elkaar. Maar het gaat er heel eenvoudig om dat God de Pottenbakker is en wij zijn het leem Zijner handen. Daarom gaat het er over, dat als God Zich dan openbaart aan een mens, dat God dan ook vraagt om Zijn heerlijkheid, om verheerlijkt, om geëerd en geprezen te worden. Wanneer? In de eeuwigheid? Als het dan pas moet beginnen, dan is het te laat!
Uw Naam worde geheiligd, dat betekent ten diepste Uw Naam worde verheerlijkt en Uw deugden worden verheerlijkt. Lees het nog maar eens na in de catechismus. De Naam Gods is de volzaligheid van God, Die oneindig boven ons verheven is. De Naam Gods, dat is dat Hij, de Oneindige, Zich bemoeit met de mens. Het is het welbehagen van de volzalige God, Die geen mensen nodig heeft, Die geen schepping nodig heeft, dat Hij tòch door Zijn schepsel verheerlijkt en geprezen wil worden.
Als we dan bidden: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd, dan is dat maar niet een misschientje. Alsof, wanneer wij daar maar veel om bidden die Naam dan pas geheiligd zal worden. Nee, de Kerk mag bidden om de dingen die reeds bij God besloten zijn, die bij God vast liggen. Die Naam wordt geheiligd, die Naam wordt verheerlijkt. Door wie en door wat? Door alle dingen en in alle dingen die Hij geschapen heeft.
Uw Naam worde geheiligd. God faalt niet, er is Hem nog nooit iets mislukt, er is nog nooit iets gebeurd wat Zijn Naam schaden kan. O, dan wordt Hij zelfs verheerlijkt in het vloeken van een goddeloze. En dat is tegelijk de ernst van de zaak.
Uw Naam worde geheiligd, Uw Naam worde verheven, Uw Naam worde geprezen. In de sterren aan de hemel, in de vissen in de zee.
Laat al de stromen vrolijk zingen,
De handen klappen naar omhoog" (Ps.98:4 ber.).
Uw Naam worde geheiligd door rozen en door doornen. Uw Naam worde geheiligd door het edele gewas en door het onkruid. Uw Naam worde geheiligd door damslapers en door kerkmensen. Uw Naam worde geheiligd in gezaligden en verdoemden. Dan moet het ook gezegd worden wat de HEERE van Farao zegt: "Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde" (Ex.9:16).
Uw Naam worde geheiligd. Gods' Naam zal geheiligd worden door u en door mij. Maar hoe? Dan is het toch niet onverschillig voor ons of Zijn Naam geheiligd zal worden in een eeuwige vergelding of in een eeuwige zaligheid? Dat is niet onverschillig.
Het gaat om de ernst van de prediking: Uw Naam worde geheiligd. Wanneer wij ons niet bekeren zullen, dan zal Gods Naam dag en nacht tot in der eeuwigheid gelasterd worden. Maar wij zullen God nochtans niet aan kunnen tasten, de ganse hel zal God niet aan kunnen tasten, zodat God nochtans verheerlijkt zal worden. Maar dat kan voor ons toch nooit een onverschillige zaak zijn? O zondaar, om verloren te gaan, een nimmer eindigende eeuwigheid tegemoet te gaan zonder bekeerd te zijn. Dan zo ver verloren te zijn, dat u niet meer bekeerd kunt worden. Wat zeg ik? Zelfs niet meer bekeerd wilt worden. Dat zal de eeuwigheid zijn.
Dat kan ons toch nooit onverschillig laten? Waarom niet? Omdat het God ook niet onverschillig is. Jongeren en grijsaards, het is God ook niet onverschillig. Er zit een prediking in de bede: Uw Naam worde geheiligd. Daar zit de prediking in: laat u met God verzoenen. Dat die Naam geheiligd zal worden in positieve zin. Dat u als schepsel terug zult keren tot uw Schepper, om God de eer te geven. Dacht u dat het een onverschillige zaak was? Zo wordt er weleens gesproken over verkiezing en verwerping, alsof het een zaak is van geluk en ongeluk. Dat is goddeloos, gemeente! Het is zeker waar dat, als er geen verkiezing was, er niemand zalig zou worden. Ook Jezus Christus heeft het ons Zelf geleerd, wanneer Hij spreekt over de mensen, die de Vader Hem gegeven heeft. Maar van deze zaken mogen geen karikaturen gemaakt worden. Dan zijn we Gods Naam niet aan het heiligen maar aan het ontheiligen.
U wilt een voorbeeld? De Heere Jezus Zelf heeft op de straten van Jeruzalem geweend, eerlijke tranen en echte tranen. "En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar. Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient!" (Luk.19:41-42). "Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?" (Luk. 13:34).
Uw Naam worde geheiligd. O, wat zou het de gehele wereld passen dat Gods Naam verheerlijkt en geprezen wordt.
God recht kennen, daar hoort zeker bij, dat we naast Zijn rechtvaardigheid, naast Zijn gestrengheid ook Zijn barmhartigheid leren kennen. Wat was het een heerlijke zaak toen Mozes gevraagd heeft: "Toon mij nu Uw heerlijkheid!" (Ex.33:18). Dat God Zijn Naam heeft uitgeroepen: "HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid" (Ex.34:6-7).
Uw Naam worde geheiligd. Dacht u dat het onverschillig was, of we tot in der eeuwigheid Gods Naam zullen heiligen door te vloeken en te lasteren, of dat we tot in der eeuwigheid die Naam zullen heiligen voor Gods troon. Te midden van de schare die niemand tellen kan.
De catechismus is niet fatalistisch. Er zit ook een opwekking in, het is immers een gebed, dat Gods Naam geheiligd zou mogen worden. Maar er zit ook iets heel persoonlijks in dat bidden: o God, maak mij zoals U wilt dat ik zijn zal.
Uw Naam worde geheiligd. Dat is: o Vader, geef mij veel kinderlijke vreze, vermeerder mij het geloof, Heere open Gij mijn lippen door Uw kracht. Er zit iets in van het geloof dat zich uitstrekt tot God.
Uw Naam worde geheiligd. Er is zo'n prachtig boekje van Warburton, daaruit kan ik wel een voorbeeld gebruiken. John Warburton vond vrede met God de Vader in zijn hart. Uw Naam worde geheiligd, dat vond toen plaats. Daarna ging Warburton over de wereld in de grootste verwondering, zodat hij vroeg: "O God, hoe kan dat nu dat die arme John Warburton een kind van U mag zijn?"
Toen bezocht Warburton een gezelschap van Gods volk. Misschien kent u het verhaal wel, en anders moet u nodig dat boek: "De weldadigheden van een Verbondsgod", eens lezen. Het is prachtig! Toen kwam hij op dat gezelschap en wat denkt u: gingen die mensen toen met elkaar Gods lof zingen? Welnee, ze gunden het Warburton helemaal niet. Ze zeiden: "Allemaal vreemd vuur, allemaal vreemd vuur". Dan kunnen er twee dingen gebeuren, het kan gebeuren dat alles in je sterft, maar het kan ook zijn, dat hoe meer er op af komt, hoe meer het geloof mag triomferen in je leven. Van al die blusmiddelen, van al die pogingen gaat het vuur soms des te meer branden. Zo was het ook met Warburton, de mensen zeiden: "Het is allemaal vreemd vuur". Maar Warburton riep: "O God, geef mij maar veel van dat vreemde vuur".
Uw Naam worde geheiligd in heel ons leven, in onze gedachten, in onze woorden en werken. Inderdaad gaat het hier om een stukje heiligmaking in de praktijk. Dat we al onze gedachten, woorden en werken, alzo schikken en richten, dat Uw Naam om onzentwil niet gelasterd, maar geëerd en geprezen worde. O geliefden, dat is iets zaligs.
Uw Naam worde geheiligd. Dat is ten diepste dit, dat ons leven, ons worstelen, ons kruipen, ons bidden eenmaal zal overgaan in aanbidden. Hier op aarde ligt het begin. Gods' eer is teer! Hem te heiligen, roemen en prijzen, dat gebeurt wanneer een zondaar die zaliggesproken is door God, God zalig gaat spreken.
Uw Naam worde geheiligd. Dat is een gebed. Wat voor een gebed? Een gebed tegen vlees en bloed in. Want wat is nu eigenlijk ons natuurlijke leven? Dat is: mijn naam worde geheiligd. Zo gaat het in die eerste bede ten diepste om een stervensproces. Dat het eigen 'ik', het hoogmoedige 'ik' gaat sterven, dat mijn naam vergaat en Gods Naam worde geheiligd. Waar we het 'ik' af gaan leren, daar wordt Gods Naam geheiligd. Als Paulus zegt: "Ik ben met Christus gekruist", dan wil dat zeggen dat hij geen vrijwillige dood gestorven is. "Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij" (Gal.2:20).
O dat ons eigen 'ik' moge vergaan, dat vermolmde, hoogmoedige 'ik'. Want dat 'ik' is al zesduizend jaar oud. Dat er eindelijk eens een ander voornaamwoord in ons leven zou komen.
Uw Naam worde geheiligd. Als je daar iets van mag hebben, wat doet het er dan nog aan toe, hoe het met ons gaat en hoe het met ons zal gaan. Het gaat om die grote Naam: "Wat zult Gij dan Uw groten Naam doen" (Joz.7:9), vroeg Jozua eens.
Uw Naam worde geheiligd, dat is geroemd en geprezen te worden. Wij zijn dat allemaal wel van plan, maar dan straks in de eeuwigheid. We willen echt allemaal wel zalig worden, niet waar? Maar Uw Naam worde geheiligd dat betekent zalig te worden in het verlies van onszelf, opdat God mag zijn alles en in allen.
Uw Naam worde geheiligd, daar zit iets van de eeuwigheid in. Zoals God straks geprezen zal worden door alle gezaligden tot in der eeuwigheid. Dat is een nieuw lied waarvan de eerste noten toch reeds in dìt leven geleerd worden. Laat de levende Kerk door al haar gebreken heen dan vals zingen, maar toch leren zij iets van dat lied. U zij alle eer, U zij alle dankzegging, U zij alle glorie.
Wat dat betreft zou ik zeggen: het gaat er niet om of u zuiver kunt zingen, maar of u al geleerd hebt te zingen: Uw Naam worde geheiligd. Dat is afwijzen van onszelf en heenwijzen naar God. Dat is God zalig gaan spreken in dìt leven vanuit het geloof, maar in de eeuwigheid zal alles gaan vanuit de vervulling. Omdat God dan zal zijn: alles en in allen. Wat er nu reeds inzit, zal er dan uitkomen. Dan zal God geprezen worden: Ere zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, als in den beginne, nu en immer, en tot in der eeuwen eeuwigheid. AMEN.