Hebreeën 9:22b 'En zonder bloedstorting geschiedt geen ver­geving.' N.N.

Psalm    8:1,4

Psalm  34:8

Psalm  51:3,4

Psalm   85:4

Psalm   89:7

Hebreeën  9

Onze tekstwoorden vindt u in Hebreeën 9:22 b.

            

 En zonder bloedstorting geschiedt geen ver­geving.

Geliefde gemeente, het is eigenlijk maar een kort woord en het is ook een heel duidelijk woord: "En zonder bloed­stor­ting ge­schiedt geen verge­ving". Het is ook een abso­luut woord: "Zonder bloed­stor­ting geschiedt geen verge­ving". Het wil eigen­lijk zeggen dat er bui­ten Jezus Chris­tus om géén za­ligheid is.

    U kent het boek Hebreeën misschien wel een beetje. Het is een bijzon­der boek, het is geen gewone zend­brief zoals Paulus die schreef, maar het is eigenlijk van de eerste tot de laatste tekst een preek, een uitge­schre­ven preek. Wanneer het weer eens regent of u kunt niet naar de kerk, dan moet u de brief aan de He­breeën maar eens in zijn geheel gaan lezen, dan zult u zien dat het een echte preek is. Waar gaat die preek aan de Hebreeën dan over? Het is een preek die gehou­den wordt over de oudtes­tamentische of­ferdienst. De toe­passing gaat over Jezus Christus, Die de oudtes­tamen­ti­sche offerdienst heeft vervuld. Die oudtesta­men­tische offer­dienst beeldde uit wat onze tekst zegt: "En zonder bloed­storting ge­schiedt geen verge­ving". Ook onder het Oude Testament niet.

    Als Israël had gezondigd dan was er bloe­dstor­ting nodig om tot verge­ving te komen. Vandaar dat er duizenden schapen geslacht zijn in de tempel. Het bloed van dui­zen­den schapen is ge­stort door een volk dat vergeving zocht. Ieder dier dat men in de tempel bracht, waar het bloed van vloei­de als het geslacht werd, was een predi­king: zonder bloedstor­ting geen vergeving.

    Nu moest de kerk van het Oude Testament ook nog leren, dat het zèlfs niet ging om het bloed van scha­pen en van lamme­ren, maar dat er eenmaal een Lam zou komen, een onstraffelijk Lam: de Zoon van God, Die Zijn bloed zou geven tot verzoening van de zon­den. Deze zaak is heilshistorisch vervuld in Jezus Chris­tus, Wiens bloed gevloeid heeft op Golgotha. Daar is deze tekst, deze spreuk, tot een diepere inhoud gewor­den: "En zonder bloed­storting geschiedt geen verge­ving".

    Weet u wat dat wil zeggen, héél praktisch ge­meente? Wanneer Jezus Christus Zijn bloed niet had geofferd, dat we dan wer­kelijk stuk voor stuk, van de kleinste tot de grootste, overgegeven zouden zijn aan het eeuwige oordeel. Laat ik dat vreselijke woord één keer mogen noemen met de grootste eerbied, dat we allemaal over­gege­ven zouden zijn aan de verdoe­menis, als het bloed van Chris­tus niet gestort was.

    Zonder bloedstorting geen verge­ving! Als er nu niet het bloed was van Jezus Christus Gods' Zoon, mis­schien dat het dan nog te begrij­pen was als u het ergens anders zocht, dan in dat bloed. Bijvoorbeeld in wer­ken, in het werkver­bond! Dat was mis­schien nog te begrij­pen. Maar nu het bloed van Jezus Chris­tus hééft ge­vloeid, dat slachtoffer ìs gebracht, nu wordt de mens die dit bloed mist finaal en radicaal in de schuld gesteld. In de schuld gesteld, want al zouden we over­lo­pen van de goede werken, dan spreekt de Hebreeënbrief: Hoop nergens op. Niet op uw goede werken, want dode wer­ken reini­gen het geweten niet. Maar alléén het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zon­den.

Dan moeten we eerlijk zeggen: wat is daar nu juist weinig beleving van, gemeente. Bele­ving, bevinding van het bloed van Jezus Christus dat reinigt van alle zonden, dat ook het geweten rei­nigt. He­breeën schrijft dat de tegen­spraak en de veroordeling, de aanklacht van het geweten, door het bloed van Jezus Christus wordt gene­zen (Hebr.10:21-22).

     "Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving", wat een ernstige tekst, gemeente. Het betekent dat de zonde, de schuld van ons bestaan, alleen uitgeboet kan wor­den in het bloed van Jezus Christus en nergens an­ders in. Niet in onze tranen, zelfs niet in ons be­rouw, hoe hart­gron­dig het ook mocht zijn. Verge­ving gaat niet buiten berouw om, maar berouw is nooit de grond van onze vergeving. Alleen het bloed, zegt de Hebreeënschrijver, het bloed van Jezus Chris­tus.

    Al zouden we tranen schreien over onze zon­den, een rivier vol of een oceaan vol, die tranen op zichzelf zijn niet aangenaam in de ogen des Vaders. Maar alléén het bloed van Jezus Christus Gods' Zoon is aange­naam voor het aangezicht des Vaders. Al zouden we een zee van tranen schreien, daarmee wordt ons geweten niet ont­last. Alleen door het bloed van Jezus Christus dat mij besprengt, daardoor wordt het geweten van een arme zondaar gestild. Wat hebben we dat toch broodno­dig, ge­meente!

    Onze tekst is zo duidelijk: "Zonder bloedstorting ge­schiedt geen verge­ving". Wat hebben we dat broodno­dig en wat wordt dat eigen­lijk weinig beleefd. Nu moet u me eens proberen te volgen: het is eigenlijk ten diep­ste zo, dat wij in plaats van het bloed van Jezus Chris­tus, zo graag iets stellen van onszelf. Ten diepste stellen we eisen aan onszelf, minimumeisen waaraan we moeten vol­doen, om aange­naam te zijn in de ogen Gods.

Daar moeten we radicaal van afgebracht worden. Het gaat niet om het offer dat ik breng, niet om de tranen die ik pleng. Maar het gaat om het bloed en de tra­nen van Jezus Chris­tus. In het begin van dit hoofdstuk spreekt de Hebreeënschrij­ver over het geweten. Dan gaat het over het geweten in geestelij­ke zaken, in bevinde­lijke za­ken. Als je dat leest zou je haast bang worden dat ons geeste­lijke geweten is toege­schroeid, zo weinig behoef­te komt er in ons leven openbaar naar dat bloed van Jezus Christus Gods' Zoon dat reinigt van alle zonden.

    We zijn er op uit, zoals de Heere laat zeggen door de profeten, dat de breuk in ons leven op het lichtste wordt genezen (Jer.6:14). ­Pleiste­ren met loze kalk, spreekt de Schrift (Ezech.13:10), wanneer we buiten dat bloed van Jezus Christus heengaan. Als het gaat over de duidelijk­heid van dit tekst­woord hoef ik niets meer te zeg­gen. 't Is duidelijk ge­noeg! "Zonder bloed­stor­ting geschiedt geen verge­ving".

Daar moet het heen, dat we iets leren van de noodza­ke­lijk­heid van dat bloed van Christus. Dat we iets leren van de gepastheid van dat bloed van Christus, maar dat we ook iets leren van de dierbaar­heid van dat bloed van Jezus Christus dat reinigt van alle zonden.

We spreken achtereenvol­gens van:

     De noodzaak van het bloed van Chris­tus.

     De gepastheid van het bloed van Christus.

     De dierbaar­heid van het bloed van Christus.

De noodzaak van het bloed van Chris­tus.

Hebreeën 9 vers 22 geeft ons onderwijs dat het er niet een beetje ver­keerd voorstaat in ons leven, maar dat het er totaal verkeerd voorstaat in ons leven.

De gerechtigheid Gods is eisende gerechtigheid te­gen­over onze zonde en schuld. Eisende gerechtigheid en daarom gaat het in het bloed van Jezus Christus om betalende gerechtigheid.

    Het is zo nodig dat het leven van Christus, schuldbe­dekkend over onze doodstaat heen geschoven wordt. Over onze na­tuurlijke, geeste­lijke en eeuwige dood. We zijn niet slechts ziek, maar het gaat om onze dood­staat, dat is de bizar­re werke­lijk­heid van ons leven. Dat we er in ons leven toch iets van zouden leren kennen, dat we onder­wor­pen zijn aan de natuur­lijke dood. De tempel Gods, datge­ne wat Hij geschapen had naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis, die tempel Gods is een kuil van moordenaars gewor­den. Zodat Christus Zelf zegt: "Uit het hart", dat God voor Zichzelf gescha­pen had, "komen voort boze be­den­kingen, doodslagen, overspe­len, hoere­rijen, dieverijen, valse getuigenissen, laste­ringen" (Matt.15:19).

Mochten we iets leren ken­nen van de door­wer­king van het vergif van die para­dijs-appel die wij gegeten hebben. Waardoor we ook geestelijk in de dood liggen. Dat wil zeggen: losge­slagen zijn van de enige Le­vens­bron, van God. Dat we uit de aarde aards zijn en blij­ven. Ons bestaan is een vluchten van God af. En beke­ring is een vluchten naar God toe, door het werk van de Heilige Geest. Om te vluchten naar de bloedstorting van Jezus Christus, Wiens bloed reinigt van alle zon­den.

Als dat er niet is in ons leven, dan zijn we opgeschre­ven voor de eeuwige dood. En die eeuwige dood is niet passief, dood is dood. Die eeuwige dood roept geen halt toe aan onze zonden, maar houdt in: de eeu­wige laste­ring Gods. Een eeuwig door­gaan van mijn geeste­lijke dood, tot in der eeuwig­heid.

    Ook de oudtesta­mentische kerk had daar kennis aan, kennis wat zonde en schuld inhoudt. Daarom roept David in Psalm 51 uit: "Verlos mij van bloed­schul­den, o God, Gij, God mijns heils!" (Ps.51:16). Het was niet alleen Uría, die hij ge­dood had, maar z'n schuld en z'n zon­de was een zaak gewor­den van zijn diepste inner­lijk, van zijn bloed. "Verlos mij van bloedschul­den." Dat is dat we er enige beleving van zullen hebben, ge­meente, dat ons leven en onze onge­rechtighe­den, onze zon­de en onze schuld, roepen om wraak voor Gods aan­ge­zicht. Bloed­wraak, daar gaat het om. De zonde zal gewroken worden in ons leven, daarin ligt de noodzaak van het bloed, het hoogste offer.

    Buiten Jezus Christus zullen we nooit en te nimmer zalig worden. Maar om onze bloedschuld en om de bloedwraak te ontlopen is het bloed van Jezus Chris­tus nodig. Het gestorven-zijn aan de zonde hebben wij nodig van Christus als Middelaar, als Borg voor onze arme zielen voor onze schuldige zielen. Het gaat niet alleen om het hart, maar vooral om het bloed. Dan is het hart nog maar een instrument in het lichaam dat het bloed rond­pompt, maar het gaat om het bloed, het meest essentiële, het gaat om de ziel van Jezus Chris­tus. Als ik het zo eens mag zeggen: het gaat om die ziel, die Hij tot een schuldoffer gesteld heeft.

    Uit de brief aan de Hebreeën leren wij dat er in het Oude Testa­ment duizenden kalveren en bokken ge­slacht zijn, opdat het boek der wet besprengd zou worden, maar ook al het volk (Hebr.9:19). Ik hoop dat u het gehoord hebt toen wij het voor­lazen. Opdat de wet, de gekrenkte wet, de verzon­digde wet besprengd zou worden door het bloed. Maar ook het volk, ook arme zondaren moesten besprengd worden.

Nu preekt van de Hebreeënschrijver dit: dat er in het Nieuwe Testa­ment een Lam is gekomen Dat Zijn bloed heeft gestort, Dat Zijn bloed heeft ge­sprenkeld over die beschadigde wet, over die gebroken wet.

Zonder bloed­storting geschiedt geen verge­ving. Dat bloed moest niet alleen gesprengd wor­den op de wet voor Gods aangezicht, maar ook wijzelf zullen be­sprengd moe­ten worden met het bloed van Jezus Chris­tus, dat reinigt van alle zonden. Met het bloed van Jezus Christus, want er staat dat "Hij Zijn ziel uitge­stort heeft in den dood" (Jes.53:12). Met minder kan het niet!

    Het gaat over vergeving. Zonder bloedstor­ting géén vergeving. Verge­ving is geen Goddelijke wille­keur, die voort­vloeit uit de uitverkiezing. Maar vergeving is dat aan de wrekende gerechtigheid vol­daan wordt door de betalende gerechtig­heid van Jezus Christus, door Zijn bloed. De verkie­zende Vader, Die Zich een Kerk ver­kiest, heeft Zichzelf ook een Lam ten brandof­fer ver­kozen: Zijn eigen dierbare Zoon Jezus Christus. Daarom ligt het zo teer voor het aange­zicht van de Vader. Want ieder die dat bloed van het Nieuwe Testa­ment onrein zal achten, die de Zoon onrein zal achten, die beledigt de Vader tot in der eeuwig­heid. Daar ligt het!

    Als er dan geschreven staat: Zonder bloedstor­ting géén vergeving, dan gaat het om de bloedstorting van Jezus Christus, waardoor de ongerech­tig­heid van een arme zondaar wordt vervan­gen door de gerechtigheid van Jezus Christus. Daar ligt de grondslag van de zalig­heid van de Kerk in het recht Gods.

Iedere bladzijde van het Oude Testament, lees het maar goed, is ge­schre­ven met het bloed van stieren en bok­ken. Iedere bladzijde van het Nieuwe Testament, lees dat ook maar goed, is geschreven met het hartebloed van Jezus Chris­tus, Gods Zoon. Dát is het Evangelie! Heerlijke zaak als we toege­sproken worden uit dat heerlij­ke Evange­lie. Dat we mogen weten een Evangelie te hebben, geschreven met het bloed uit Christus' hart.

    Zonder bloedstorting geen vergeving, zegt Hebreeën. Zoals er in het Oude Testament geen verge­ving was buiten het bloed om, zo ook niet in het Nieuwe Testa­ment. Er was oudtestamentisch geen vergeving zonder het bloed van stie­ren en bokken. Wat dacht u, dat er wel verge­ving is buiten het bloed van Jezus Chris­tus?

Het gaat er om dat we daar enige kennis van zullen dra­gen, door de Heilige Geest. Dat niet alleen de zonde verzoend wordt door het bloed van Jezus Chris­tus, dat niet alleen de verbroken wet besprengd wordt door het bloed van Jezus Christus, maar dat we ook zelf in ons geweten zullen besprengd worden. Er wordt géén zonde uitgedelgd dan door de aanra­king met het kos­te­lijke bloed van Jezus Christus. Dat heer­lijke Evange­lie is zo ruim, zo ruim, dat we er tus­sen­door wel mogen zeg­gen: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld weg­neemt!" (Joh.1:29). En dat we u mogen preken:

     Op dit Godslam rust mijn ziele,

     Vol bewond’ring bidt zij aan;

     Alle, alle mijne zonden

     Heeft Zijn zoenbloed weggedaan

Dat is Evangelie!

    Zoals in het Oude Testament ook het volk besprengd moest worden, zo is het ook in het Nieuwe Testament. Omdat er geen zonde uitge­delgd wordt dan door bloed. Dat wil zeggen dat ziel in plaats van ziel gesteld zal moeten worden. Dat Jezus Christus Zijn ziel heeft uitgestort tot in de dood voor mijn ziel, die de dood was onderworpen. Dat Jezus Christus Zijn leven, dat is Zijn bloed, stelt in de plaats van mijn bloed voor Gods aange­zicht. Dat Jezus Christus Zijn gerech­tigheid, Zijn zuivere bloed stelt in de plaats van mijn onge­rechtig­heid. Niet alleen mijn erfschuld, maar ook mijn erfsmet, mijn dadelijke zonden en mijn lijdelijke zonden. Dat Jezus Christus Zijn bloed, dat is Zijn leven, in plaats stelt van mijn dood. Door dat bloed van Jezus Chris­tus zal de zon­daar be­sprengd moeten worden.

    Zo goed als de zondaar besmet is door de zonden, zo zal hij gereinigd moeten worden door het bloed van Jezus Christus, dat gepast is voor een arme zondaar. Maar dan zal schuld een per­soonlijke zaak moeten worden in ons leven, ge­meen­te! Daar zullen we iets van moeten leren. Zolang schuld een zaak van 6 letters is, bestaat Jezus slechts uit 5 letters. Het gaat maar niet om een gemeenschappelijke schuld van de hele wereld, maar ik moet de schuldige worden, persoonlijk voor God. Dat daardoor het bloed van Jezus Chris­tus Gods Zoon mijn levensbe­hoefte wordt. Daar zullen we iets van moeten leren ken­nen vanuit de schuld en vanuit de nood van ons eigen be­staan.

Dan zullen we niet alleen onze val in Adam moeten leren kennen, maar ook wat ik persoonlijk gedaan heb in m'n leven en wat ik nog dage­lijks doe. Zoals de Psalm be­schul­digt: "Des nachts is 't kwaad zijn over­leg" (Ps.36:1ber).

Dat we iets leren kennen van onze ver­wor­denheid, opdat onze ogen getrokken zullen worden naar die Ene, die Vol­maakte, Jezus Christus en Dien gekrui­sigd. Dan komen we niet in de schuldbespre­king, want dit is geen aangena­me zaak. Dan komen we de deur niet meer uit, dan zijn wij uitgepraat, want dan komen we in de schuld­beleving. Zo word ik een arme zondaar, hopen­de op het bloed van Jezus Chris­tus, op Zijn gerech­tig­heid te­genover mijn onge­rech­tigheid.

De gepastheid van het bloed van Christus.

In die schuld­be­leving wordt de noodzaak gebo­ren en ook de ge­past­heid ervaren van de gerech­tig­heid van Jezus Christus. Om gerei­nigd en gehei­ligd te worden, niet door mijn dode wer­ken, ook niet door mijn vroom­heid en zeker niet door mijn verwordenheid, maar door het bloed van een Ander, door Jezus Christus.

Het ontbreekt ons misschien op de dag van van­daag aan de levende ernst ten aanzien van de zaligheid van onze zie­len. Bedrieg u niet! Wij maken zo weinig werk van het bloed van Jezus Christus, om door Hem gerei­nigd en geheiligd te worden. Wij hebben onszelf reeds ge­troost, voordat we ge­troost zijn door het bloed van Jezus Christus, dat reinigt van alle zonden.

    Nu wilde ik zo graag dat u de noodzaak eens zag van dat bloed, maar ook de gepastheid van dat bloed, om u te reini­gen van al het vuil, dat u zelf nooit af hebt kunnen was­sen. Dan roept één van de profeten het uit: "Indien ik mij wasse met sneeuwwater, en mijn handen zuivere met zeep; Dan zult Gij mij in de gracht indui­ken, en mijn klederen zullen van mij gruwen" (Job 9:30-31). Kent u daar persoonlijk ook iets van?

Dan wordt u heden verkondigd dat het bloed van Jezus Christus reinigt, wat door niets anders gerei­nigd kan worden. Daarin ligt de gepastheid van de Heere Jezus Christus. Dat Hij een offer geworden is niet voor enkele zonden, maar voor alle zonden, voor heel de verwor­denheid van uw bestaan. Dat Hij een slacht­offer ge­wor­den is, niet alleen voor uw zonden, maar ook voor uw eigengerechtigheid, voor uw vroom­heid, voor uw tranen. Daar gaat het om, dat we bij het bloed van Jezus Christus, onze eigenwaarde zullen verliezen en een onwaardige zullen worden voor Gods aangezicht. Opdat Christus rijk mag worden, voor ons waarde mag krij­gen. Nu hoop ik dat u die doodlo­pende wegen in uzelf eens zult ontdekken, zodat het alleen nog maar gaat om het bloed van Jezus Chris­tus Gods' Zoon.

    "Zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving". In de wanhoop van ons bestaan, wanhopende aan onszelf, te leren hopen op Jezus Christus. Wanneer de schuld in ons leven nu eens een afgesneden zaak mag maken. Als beterschap nog eens onmoge­lijk mag worden in ons leven. Als het alles nog eens afgebroken wordt wat wij zelf aan willen bren­gen, buiten het bloed van Jezus Chris­tus om.

    Zonder bloedstorting geen vergeving. Alléén verzoe­ning met de Vader door de voldoening van Jezus Christus en anders ligt het niet! Waar de ernst van die zaak wordt beleefd, daar wordt de ge­pastheid van Jezus Christus ervaren en beleefd. Dat Hij het nu precies is, Die bezit wat mij ontbreekt, daar gaat het om voor arme zondaren.

De dierbaar­heid van het bloed van Christus.

Daar wordt het bloed van Jezus Chris­tus dier­baar aan het hart. Wat nergens door bereikt kon worden, wordt bereikt door die bloed­storting. Wanneer niet alleen de wet wordt be­sprengd voor het aange­zicht des Vaders, maar wanneer ook een arme zon­daar wordt besprengd.

Geen vergeving zonder dat bloed en geen vrijgemaakt geweten zonder die bloedstorting! Zien we daar naar uit? Of kunnen we het uithouden in onze eigen toe­stand? Weet u, het komt weleens dichtbij in ons leven, maar het komt niet verder. Want we hebben een leu­ning gemaakt boven de eeuwi­ge afgrond en we blijven maar hangen op onze zelfgemaakte leuning.

Dan zegt de Schrift, dat die leuning nog eens af moet bre­ken. Dat u alles nu eens uit moet bannen, schade en drek moet leren achten, buiten de uitne­mend­heid van Jezus Christus en Zijn dierbaar bloed (Fil.3:4-9). Wat tobben we rond, gemeente. Zalig wie dat bloed niet meer kan missen. Zalig wie het als een laat­ste woord mag horen: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld weg­neemt!"

Er wordt u een ruim Evange­lie ver­kon­digd, dat alles aan de kant schuift wat we zelf aan zouden kunnen brengen. Een Evangelie dat de armen uit­strekt naar de hele gemeente: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt". Uw zonden ook? Want zonder bloed­stor­ting ge­schiedt geen verge­ving.

Het Evange­lie ver­kondigt u dat er in het bloed van Jezus Christus volop verge­ving is tot de laatste drup­pel van Zijn be­staan. Reinig­making en heiligmaking tot de laatste druppel van uw bestaan. Zodat we kunnen zeggen dat Jezus Christus, het bloed van Jezus Chris­tus medicijn wordt voor een arme zondaar. Dat is de heerlijke zaak van Zijn vergoten bloed, dat een eeuwi­ge oorzaak is gewor­den van verge­ving. Niet in onze boe­tedoening, maar in de boete­doe­ning van Chris­tus ligt de oorzaak van de eeuwi­ge vrij­spraak. Daarin is Jezus Christus de Rots der eeu­wen.

    Afgelopen week onweerde het zo ontzettend hard. Als je tijdens zulk noodweer in de bergen bent, dan wordt je zeker door de blik­sem getrof­fen. Er was noodweer in Enge­land, de donder rolde langs de bergen en de blik­sem kliefde de lucht. Toen was er een eenzame wande­laar die een rotsspleet vond waar hij heel alleen in kon staan. Zo is Jezus Chris­tus de Rots der eeuwen, Die voor mij gekliefd werd tot een Schuil­plaats in de nood van mijn bestaan.

    Zonder bloedstorting geen vergeving. Bloed is gerech­tig­heid, de enige gerechtigheid die geldend is voor het aange­zicht van de Vader tot een volkomen ver­zoening voor al uw zonden, gemeente. Dat bloed van Jezus Chris­tus!

    Als de hogepriester op de Verzoendag geroepen werd om voor het aange­zicht Gods te verschijnen in het heilige der heiligen, dan moest zo'n hoge­priester eigen­lijk hetzelfde doen, wat wij ook zullen moeten doen wanneer wij ster­ven en voor Gods aangezicht verschij­nen. Dan kwam die hoge­priester het heilige der heili­gen binnen met bloed. Had de hoge­priester dat bloed niet bij zich gehad, hij zou weggevaagd zijn door de toorn Gods, zoals ook de zonen van Aäron dood vielen voor het altaar Gods. Maar waar dat bloed van Jezus Chris­tus is, waar de hogepries­ter bloed in de schotel had van stieren en bokken, daar mocht hij ingaan voor Gods aange­zicht.

Dat kan ik u zinnebeeldig voorstellen. Zonder bloed fungeerden die stenen tafelen van de wet als het ware als grafstenen over de verbonds­kist. Maar wanneer de hogepriester het bloed aan de ark streek, dan liepen die ingeschreven letters van de wet als het ware vol met dat bloed. Behalve het opschrift, zodat het nog te lezen was: "Ik ben de HEERE uw God". En boven die ark was de "kabod Jahwe", de heer­lijkheid des HEE­REN, de genadige tegenwoordigheid Gods. Dàt is vrede door het bloed des kruises.

Zò kan een arme zon­daar sterven, wanneer hij bekleed is met het bloed van Jezus Christus, om te verschijnen voor Gods rech­ter­stoel. Het Woord spreekt: "Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israël" (Num.23:21).

    Jezus Christus redt niet alleen Zijn eigen leven wan­neer Hij ingaat in het hei­ligdom, maar Hij redt Zijn Kerk die besprengd wordt met Zijn bloed. Hoe moeten wij be­sprengd worden, ge­meente? Door het geloof! Niet uw hoofd, niet uw handen, maar uw gewe­ten moet besprengd wor­den, zoals de posten van de deur in Egypte besprengd moesten worden.

Wat is dat, be­sprengd wor­den? Wat is dat, geliefde gemeen­te? Dit! Aangeraakt te wor­den door het bloed van Jezus Chris­tus. Besprengd worden, dat is dat wij het teken dragen dat op ons achterblijft. Dat we gete­kend zijn met het bloed, het merkte­ken van Jezus Christus, door het geloof, door de Heilige Geest, Die dat bloed van Jezus Christus onmid­dellijk en dadelijk toepast aan een arme zondaar.

Hoe kan ik dat weten? Omdat daarmee tegelijk de geest des geloofs geschon­ken wordt. Hoe kan ik dat weten? Omdat door het bloed van Jezus Chris­tus ook het geweten gerei­nigd wordt, zodat iedere be­schul­diger moet zwijgen. Zodat Paulus kan zeggen en ieder wiens geweten met dat bloed besprengd is: "Wie zal beschul­diging inbren­gen tegen de uitverko­renen Gods?" (Rom.­8:33).

Het bloed van Jezus Christus is de grond om op te staan voor het aange­zicht des Vaders. Bloed! Heerlijke zaak, want dat is het leven! Dat is leven ontvangen uit het leven van Jezus Christus. Zo wordt het leven pas echt leven. Vrede in het hart, vrede met God in Jezus Christus onze Heere. In die vrede ligt ook de liefde ver­klaard, de liefde van God tot arme zondaren: "Alzo lief heeft God de wereld gehad", laat ik nu die tekst eens kleiner maken: 'Alzo lief heeft God onze gemeente gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gege­ven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet ver­der­ve, maar het eeuwige leven hebbe'. In die vrede ligt ook de liefde verklaard, de liefde van arme zondaren tot God: "Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterk­te!" (Ps.18:2).

    Wat zal het een vreselijke zaak zijn gemeente, om onder zo'n Evangelie verloren te gaan. Wanneer het bloed van Jezus Christus er is om u te wassen en te reinigen, tot de laatste zonde toe. Om u aange­naam te stellen voor het aangezicht van de Vader. ­Vrede, vrede door het bloed des kruises. Geen vergeving dan door bloed. De enige gestalte waarin de Kerk aange­naam is voor de Vader, waarin de Kerk wordt vrijge­sproken op grond van recht.

Dan gaat de Kerk zingen: “Dit trooste mijn geweten: 't is al voor mij ge­schied!” Dat zingt de Kerk der verlossing en der dank­zeg­ging.

Hoe kunt u het weten?

     Op dit Godslam rust mijn ziele,

     Vol bewond’ring bidt zij aan;

     Alle, alle mijne zonden

     Heeft Zijn zoenbloed weggedaan.

 

     Ruste vond hier mijn geweten;

     Want Zijn bloed – o heilfontein –

     Heeft van alle mijne zonden

     Mij gewassen blank en rein.

 

     Met de vrede Gods in ’t harte

     Ga ik hier door smart en strijd;

     Eeuw’ge rust vind ik daarboven

     In des Godslams heerlijkheid.

Hoe kan ik het weten? Omdat ook het geweten gewas­sen wordt door het bloed van Jezus Christus en her­schapen wordt tot een tempel van de Geest. Waardoor het te­gensprekende geweten wordt ver­nieuwd door het bloed van Jezus Christus in een vrijspre­kend geweten door de Heilige Geest. Dan schrijft Paulus ook aan de Hebreeën: "En de Heilige Geest getuigt het ons ook. Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het ver­bond, dat Ik met hen maken zal na die da­gen,­ zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden". Een lief­dewet in het bin­nenste van hun harten: "En hun zon­den en hun onge­rech­tigheden zal Ik geenszins meer ge­den­ken" (Hebr.10:15-17).

Alléén door het bloed van Jezus Chris­tus, Gods Zoon, maar zonder die bloed­storting geschiedt geen ver­ge­ving. AMEN.