Psalm 8:1,4
Psalm 34:8
Psalm 51:3,4
Psalm 85:4
Psalm 89:7
Hebreeën 9
Onze tekstwoorden vindt u in Hebreeën 9:22 b.
En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.
Geliefde gemeente, het is eigenlijk maar een kort woord en het is ook een heel duidelijk woord: "En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving". Het is ook een absoluut woord: "Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving". Het wil eigenlijk zeggen dat er buiten Jezus Christus om géén zaligheid is.
U kent het boek Hebreeën misschien wel een beetje. Het is een bijzonder boek, het is geen gewone zendbrief zoals Paulus die schreef, maar het is eigenlijk van de eerste tot de laatste tekst een preek, een uitgeschreven preek. Wanneer het weer eens regent of u kunt niet naar de kerk, dan moet u de brief aan de Hebreeën maar eens in zijn geheel gaan lezen, dan zult u zien dat het een echte preek is. Waar gaat die preek aan de Hebreeën dan over? Het is een preek die gehouden wordt over de oudtestamentische offerdienst. De toepassing gaat over Jezus Christus, Die de oudtestamentische offerdienst heeft vervuld. Die oudtestamentische offerdienst beeldde uit wat onze tekst zegt: "En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving". Ook onder het Oude Testament niet.
Als Israël had gezondigd dan was er bloedstorting nodig om tot vergeving te komen. Vandaar dat er duizenden schapen geslacht zijn in de tempel. Het bloed van duizenden schapen is gestort door een volk dat vergeving zocht. Ieder dier dat men in de tempel bracht, waar het bloed van vloeide als het geslacht werd, was een prediking: zonder bloedstorting geen vergeving.
Nu moest de kerk van het Oude Testament ook nog leren, dat het zèlfs niet ging om het bloed van schapen en van lammeren, maar dat er eenmaal een Lam zou komen, een onstraffelijk Lam: de Zoon van God, Die Zijn bloed zou geven tot verzoening van de zonden. Deze zaak is heilshistorisch vervuld in Jezus Christus, Wiens bloed gevloeid heeft op Golgotha. Daar is deze tekst, deze spreuk, tot een diepere inhoud geworden: "En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving".
Weet u wat dat wil zeggen, héél praktisch gemeente? Wanneer Jezus Christus Zijn bloed niet had geofferd, dat we dan werkelijk stuk voor stuk, van de kleinste tot de grootste, overgegeven zouden zijn aan het eeuwige oordeel. Laat ik dat vreselijke woord één keer mogen noemen met de grootste eerbied, dat we allemaal overgegeven zouden zijn aan de verdoemenis, als het bloed van Christus niet gestort was.
Zonder bloedstorting geen vergeving! Als er nu niet het bloed was van Jezus Christus Gods' Zoon, misschien dat het dan nog te begrijpen was als u het ergens anders zocht, dan in dat bloed. Bijvoorbeeld in werken, in het werkverbond! Dat was misschien nog te begrijpen. Maar nu het bloed van Jezus Christus hééft gevloeid, dat slachtoffer ìs gebracht, nu wordt de mens die dit bloed mist finaal en radicaal in de schuld gesteld. In de schuld gesteld, want al zouden we overlopen van de goede werken, dan spreekt de Hebreeënbrief: Hoop nergens op. Niet op uw goede werken, want dode werken reinigen het geweten niet. Maar alléén het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden.
Dan moeten we eerlijk zeggen: wat is daar nu juist weinig beleving van, gemeente. Beleving, bevinding van het bloed van Jezus Christus dat reinigt van alle zonden, dat ook het geweten reinigt. Hebreeën schrijft dat de tegenspraak en de veroordeling, de aanklacht van het geweten, door het bloed van Jezus Christus wordt genezen (Hebr.10:21-22).
"Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving", wat een ernstige tekst, gemeente. Het betekent dat de zonde, de schuld van ons bestaan, alleen uitgeboet kan worden in het bloed van Jezus Christus en nergens anders in. Niet in onze tranen, zelfs niet in ons berouw, hoe hartgrondig het ook mocht zijn. Vergeving gaat niet buiten berouw om, maar berouw is nooit de grond van onze vergeving. Alleen het bloed, zegt de Hebreeënschrijver, het bloed van Jezus Christus.
Al zouden we tranen schreien over onze zonden, een rivier vol of een oceaan vol, die tranen op zichzelf zijn niet aangenaam in de ogen des Vaders. Maar alléén het bloed van Jezus Christus Gods' Zoon is aangenaam voor het aangezicht des Vaders. Al zouden we een zee van tranen schreien, daarmee wordt ons geweten niet ontlast. Alleen door het bloed van Jezus Christus dat mij besprengt, daardoor wordt het geweten van een arme zondaar gestild. Wat hebben we dat toch broodnodig, gemeente!
Onze tekst is zo duidelijk: "Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving". Wat hebben we dat broodnodig en wat wordt dat eigenlijk weinig beleefd. Nu moet u me eens proberen te volgen: het is eigenlijk ten diepste zo, dat wij in plaats van het bloed van Jezus Christus, zo graag iets stellen van onszelf. Ten diepste stellen we eisen aan onszelf, minimumeisen waaraan we moeten voldoen, om aangenaam te zijn in de ogen Gods.
Daar moeten we radicaal van afgebracht worden. Het gaat niet om het offer dat ik breng, niet om de tranen die ik pleng. Maar het gaat om het bloed en de tranen van Jezus Christus. In het begin van dit hoofdstuk spreekt de Hebreeënschrijver over het geweten. Dan gaat het over het geweten in geestelijke zaken, in bevindelijke zaken. Als je dat leest zou je haast bang worden dat ons geestelijke geweten is toegeschroeid, zo weinig behoefte komt er in ons leven openbaar naar dat bloed van Jezus Christus Gods' Zoon dat reinigt van alle zonden.
We zijn er op uit, zoals de Heere laat zeggen door de profeten, dat de breuk in ons leven op het lichtste wordt genezen (Jer.6:14). Pleisteren met loze kalk, spreekt de Schrift (Ezech.13:10), wanneer we buiten dat bloed van Jezus Christus heengaan. Als het gaat over de duidelijkheid van dit tekstwoord hoef ik niets meer te zeggen. 't Is duidelijk genoeg! "Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving".
Daar moet het heen, dat we iets leren van de noodzakelijkheid van dat bloed van Christus. Dat we iets leren van de gepastheid van dat bloed van Christus, maar dat we ook iets leren van de dierbaarheid van dat bloed van Jezus Christus dat reinigt van alle zonden.
We spreken achtereenvolgens van:
De noodzaak van het bloed van Christus.
De gepastheid van het bloed van Christus.
De dierbaarheid van het bloed van Christus.
De noodzaak van het bloed van Christus.
Hebreeën 9 vers 22 geeft ons onderwijs dat het er niet een beetje verkeerd voorstaat in ons leven, maar dat het er totaal verkeerd voorstaat in ons leven.
De gerechtigheid Gods is eisende gerechtigheid tegenover onze zonde en schuld. Eisende gerechtigheid en daarom gaat het in het bloed van Jezus Christus om betalende gerechtigheid.
Het is zo nodig dat het leven van Christus, schuldbedekkend over onze doodstaat heen geschoven wordt. Over onze natuurlijke, geestelijke en eeuwige dood. We zijn niet slechts ziek, maar het gaat om onze doodstaat, dat is de bizarre werkelijkheid van ons leven. Dat we er in ons leven toch iets van zouden leren kennen, dat we onderworpen zijn aan de natuurlijke dood. De tempel Gods, datgene wat Hij geschapen had naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis, die tempel Gods is een kuil van moordenaars geworden. Zodat Christus Zelf zegt: "Uit het hart", dat God voor Zichzelf geschapen had, "komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen" (Matt.15:19).
Mochten we iets leren kennen van de doorwerking van het vergif van die paradijs-appel die wij gegeten hebben. Waardoor we ook geestelijk in de dood liggen. Dat wil zeggen: losgeslagen zijn van de enige Levensbron, van God. Dat we uit de aarde aards zijn en blijven. Ons bestaan is een vluchten van God af. En bekering is een vluchten naar God toe, door het werk van de Heilige Geest. Om te vluchten naar de bloedstorting van Jezus Christus, Wiens bloed reinigt van alle zonden.
Als dat er niet is in ons leven, dan zijn we opgeschreven voor de eeuwige dood. En die eeuwige dood is niet passief, dood is dood. Die eeuwige dood roept geen halt toe aan onze zonden, maar houdt in: de eeuwige lastering Gods. Een eeuwig doorgaan van mijn geestelijke dood, tot in der eeuwigheid.
Ook de oudtestamentische kerk had daar kennis aan, kennis wat zonde en schuld inhoudt. Daarom roept David in Psalm 51 uit: "Verlos mij van bloedschulden, o God, Gij, God mijns heils!" (Ps.51:16). Het was niet alleen Uría, die hij gedood had, maar z'n schuld en z'n zonde was een zaak geworden van zijn diepste innerlijk, van zijn bloed. "Verlos mij van bloedschulden." Dat is dat we er enige beleving van zullen hebben, gemeente, dat ons leven en onze ongerechtigheden, onze zonde en onze schuld, roepen om wraak voor Gods aangezicht. Bloedwraak, daar gaat het om. De zonde zal gewroken worden in ons leven, daarin ligt de noodzaak van het bloed, het hoogste offer.
Buiten Jezus Christus zullen we nooit en te nimmer zalig worden. Maar om onze bloedschuld en om de bloedwraak te ontlopen is het bloed van Jezus Christus nodig. Het gestorven-zijn aan de zonde hebben wij nodig van Christus als Middelaar, als Borg voor onze arme zielen voor onze schuldige zielen. Het gaat niet alleen om het hart, maar vooral om het bloed. Dan is het hart nog maar een instrument in het lichaam dat het bloed rondpompt, maar het gaat om het bloed, het meest essentiële, het gaat om de ziel van Jezus Christus. Als ik het zo eens mag zeggen: het gaat om die ziel, die Hij tot een schuldoffer gesteld heeft.
Uit de brief aan de Hebreeën leren wij dat er in het Oude Testament duizenden kalveren en bokken geslacht zijn, opdat het boek der wet besprengd zou worden, maar ook al het volk (Hebr.9:19). Ik hoop dat u het gehoord hebt toen wij het voorlazen. Opdat de wet, de gekrenkte wet, de verzondigde wet besprengd zou worden door het bloed. Maar ook het volk, ook arme zondaren moesten besprengd worden.
Nu preekt van de Hebreeënschrijver dit: dat er in het Nieuwe Testament een Lam is gekomen Dat Zijn bloed heeft gestort, Dat Zijn bloed heeft gesprenkeld over die beschadigde wet, over die gebroken wet.
Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving. Dat bloed moest niet alleen gesprengd worden op de wet voor Gods aangezicht, maar ook wijzelf zullen besprengd moeten worden met het bloed van Jezus Christus, dat reinigt van alle zonden. Met het bloed van Jezus Christus, want er staat dat "Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood" (Jes.53:12). Met minder kan het niet!
Het gaat over vergeving. Zonder bloedstorting géén vergeving. Vergeving is geen Goddelijke willekeur, die voortvloeit uit de uitverkiezing. Maar vergeving is dat aan de wrekende gerechtigheid voldaan wordt door de betalende gerechtigheid van Jezus Christus, door Zijn bloed. De verkiezende Vader, Die Zich een Kerk verkiest, heeft Zichzelf ook een Lam ten brandoffer verkozen: Zijn eigen dierbare Zoon Jezus Christus. Daarom ligt het zo teer voor het aangezicht van de Vader. Want ieder die dat bloed van het Nieuwe Testament onrein zal achten, die de Zoon onrein zal achten, die beledigt de Vader tot in der eeuwigheid. Daar ligt het!
Als er dan geschreven staat: Zonder bloedstorting géén vergeving, dan gaat het om de bloedstorting van Jezus Christus, waardoor de ongerechtigheid van een arme zondaar wordt vervangen door de gerechtigheid van Jezus Christus. Daar ligt de grondslag van de zaligheid van de Kerk in het recht Gods.
Iedere bladzijde van het Oude Testament, lees het maar goed, is geschreven met het bloed van stieren en bokken. Iedere bladzijde van het Nieuwe Testament, lees dat ook maar goed, is geschreven met het hartebloed van Jezus Christus, Gods Zoon. Dát is het Evangelie! Heerlijke zaak als we toegesproken worden uit dat heerlijke Evangelie. Dat we mogen weten een Evangelie te hebben, geschreven met het bloed uit Christus' hart.
Zonder bloedstorting geen vergeving, zegt Hebreeën. Zoals er in het Oude Testament geen vergeving was buiten het bloed om, zo ook niet in het Nieuwe Testament. Er was oudtestamentisch geen vergeving zonder het bloed van stieren en bokken. Wat dacht u, dat er wel vergeving is buiten het bloed van Jezus Christus?
Het gaat er om dat we daar enige kennis van zullen dragen, door de Heilige Geest. Dat niet alleen de zonde verzoend wordt door het bloed van Jezus Christus, dat niet alleen de verbroken wet besprengd wordt door het bloed van Jezus Christus, maar dat we ook zelf in ons geweten zullen besprengd worden. Er wordt géén zonde uitgedelgd dan door de aanraking met het kostelijke bloed van Jezus Christus. Dat heerlijke Evangelie is zo ruim, zo ruim, dat we er tussendoor wel mogen zeggen: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!" (Joh.1:29). En dat we u mogen preken:
Op dit Godslam rust mijn ziele,
Vol bewond’ring bidt zij aan;
Alle, alle mijne zonden
Heeft Zijn zoenbloed weggedaan
Dat is Evangelie!
Zoals in het Oude Testament ook het volk besprengd moest worden, zo is het ook in het Nieuwe Testament. Omdat er geen zonde uitgedelgd wordt dan door bloed. Dat wil zeggen dat ziel in plaats van ziel gesteld zal moeten worden. Dat Jezus Christus Zijn ziel heeft uitgestort tot in de dood voor mijn ziel, die de dood was onderworpen. Dat Jezus Christus Zijn leven, dat is Zijn bloed, stelt in de plaats van mijn bloed voor Gods aangezicht. Dat Jezus Christus Zijn gerechtigheid, Zijn zuivere bloed stelt in de plaats van mijn ongerechtigheid. Niet alleen mijn erfschuld, maar ook mijn erfsmet, mijn dadelijke zonden en mijn lijdelijke zonden. Dat Jezus Christus Zijn bloed, dat is Zijn leven, in plaats stelt van mijn dood. Door dat bloed van Jezus Christus zal de zondaar besprengd moeten worden.
Zo goed als de zondaar besmet is door de zonden, zo zal hij gereinigd moeten worden door het bloed van Jezus Christus, dat gepast is voor een arme zondaar. Maar dan zal schuld een persoonlijke zaak moeten worden in ons leven, gemeente! Daar zullen we iets van moeten leren. Zolang schuld een zaak van 6 letters is, bestaat Jezus slechts uit 5 letters. Het gaat maar niet om een gemeenschappelijke schuld van de hele wereld, maar ik moet de schuldige worden, persoonlijk voor God. Dat daardoor het bloed van Jezus Christus Gods Zoon mijn levensbehoefte wordt. Daar zullen we iets van moeten leren kennen vanuit de schuld en vanuit de nood van ons eigen bestaan.
Dan zullen we niet alleen onze val in Adam moeten leren kennen, maar ook wat ik persoonlijk gedaan heb in m'n leven en wat ik nog dagelijks doe. Zoals de Psalm beschuldigt: "Des nachts is 't kwaad zijn overleg" (Ps.36:1ber).
Dat we iets leren kennen van onze verwordenheid, opdat onze ogen getrokken zullen worden naar die Ene, die Volmaakte, Jezus Christus en Dien gekruisigd. Dan komen we niet in de schuldbespreking, want dit is geen aangename zaak. Dan komen we de deur niet meer uit, dan zijn wij uitgepraat, want dan komen we in de schuldbeleving. Zo word ik een arme zondaar, hopende op het bloed van Jezus Christus, op Zijn gerechtigheid tegenover mijn ongerechtigheid.
De gepastheid van het bloed van Christus.
In die schuldbeleving wordt de noodzaak geboren en ook de gepastheid ervaren van de gerechtigheid van Jezus Christus. Om gereinigd en geheiligd te worden, niet door mijn dode werken, ook niet door mijn vroomheid en zeker niet door mijn verwordenheid, maar door het bloed van een Ander, door Jezus Christus.
Het ontbreekt ons misschien op de dag van vandaag aan de levende ernst ten aanzien van de zaligheid van onze zielen. Bedrieg u niet! Wij maken zo weinig werk van het bloed van Jezus Christus, om door Hem gereinigd en geheiligd te worden. Wij hebben onszelf reeds getroost, voordat we getroost zijn door het bloed van Jezus Christus, dat reinigt van alle zonden.
Nu wilde ik zo graag dat u de noodzaak eens zag van dat bloed, maar ook de gepastheid van dat bloed, om u te reinigen van al het vuil, dat u zelf nooit af hebt kunnen wassen. Dan roept één van de profeten het uit: "Indien ik mij wasse met sneeuwwater, en mijn handen zuivere met zeep; Dan zult Gij mij in de gracht induiken, en mijn klederen zullen van mij gruwen" (Job 9:30-31). Kent u daar persoonlijk ook iets van?
Dan wordt u heden verkondigd dat het bloed van Jezus Christus reinigt, wat door niets anders gereinigd kan worden. Daarin ligt de gepastheid van de Heere Jezus Christus. Dat Hij een offer geworden is niet voor enkele zonden, maar voor alle zonden, voor heel de verwordenheid van uw bestaan. Dat Hij een slachtoffer geworden is, niet alleen voor uw zonden, maar ook voor uw eigengerechtigheid, voor uw vroomheid, voor uw tranen. Daar gaat het om, dat we bij het bloed van Jezus Christus, onze eigenwaarde zullen verliezen en een onwaardige zullen worden voor Gods aangezicht. Opdat Christus rijk mag worden, voor ons waarde mag krijgen. Nu hoop ik dat u die doodlopende wegen in uzelf eens zult ontdekken, zodat het alleen nog maar gaat om het bloed van Jezus Christus Gods' Zoon.
"Zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving". In de wanhoop van ons bestaan, wanhopende aan onszelf, te leren hopen op Jezus Christus. Wanneer de schuld in ons leven nu eens een afgesneden zaak mag maken. Als beterschap nog eens onmogelijk mag worden in ons leven. Als het alles nog eens afgebroken wordt wat wij zelf aan willen brengen, buiten het bloed van Jezus Christus om.
Zonder bloedstorting geen vergeving. Alléén verzoening met de Vader door de voldoening van Jezus Christus en anders ligt het niet! Waar de ernst van die zaak wordt beleefd, daar wordt de gepastheid van Jezus Christus ervaren en beleefd. Dat Hij het nu precies is, Die bezit wat mij ontbreekt, daar gaat het om voor arme zondaren.
De dierbaarheid van het bloed van Christus.
Daar wordt het bloed van Jezus Christus dierbaar aan het hart. Wat nergens door bereikt kon worden, wordt bereikt door die bloedstorting. Wanneer niet alleen de wet wordt besprengd voor het aangezicht des Vaders, maar wanneer ook een arme zondaar wordt besprengd.
Geen vergeving zonder dat bloed en geen vrijgemaakt geweten zonder die bloedstorting! Zien we daar naar uit? Of kunnen we het uithouden in onze eigen toestand? Weet u, het komt weleens dichtbij in ons leven, maar het komt niet verder. Want we hebben een leuning gemaakt boven de eeuwige afgrond en we blijven maar hangen op onze zelfgemaakte leuning.
Dan zegt de Schrift, dat die leuning nog eens af moet breken. Dat u alles nu eens uit moet bannen, schade en drek moet leren achten, buiten de uitnemendheid van Jezus Christus en Zijn dierbaar bloed (Fil.3:4-9). Wat tobben we rond, gemeente. Zalig wie dat bloed niet meer kan missen. Zalig wie het als een laatste woord mag horen: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!"
Er wordt u een ruim Evangelie verkondigd, dat alles aan de kant schuift wat we zelf aan zouden kunnen brengen. Een Evangelie dat de armen uitstrekt naar de hele gemeente: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt". Uw zonden ook? Want zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.
Het Evangelie verkondigt u dat er in het bloed van Jezus Christus volop vergeving is tot de laatste druppel van Zijn bestaan. Reinigmaking en heiligmaking tot de laatste druppel van uw bestaan. Zodat we kunnen zeggen dat Jezus Christus, het bloed van Jezus Christus medicijn wordt voor een arme zondaar. Dat is de heerlijke zaak van Zijn vergoten bloed, dat een eeuwige oorzaak is geworden van vergeving. Niet in onze boetedoening, maar in de boetedoening van Christus ligt de oorzaak van de eeuwige vrijspraak. Daarin is Jezus Christus de Rots der eeuwen.
Afgelopen week onweerde het zo ontzettend hard. Als je tijdens zulk noodweer in de bergen bent, dan wordt je zeker door de bliksem getroffen. Er was noodweer in Engeland, de donder rolde langs de bergen en de bliksem kliefde de lucht. Toen was er een eenzame wandelaar die een rotsspleet vond waar hij heel alleen in kon staan. Zo is Jezus Christus de Rots der eeuwen, Die voor mij gekliefd werd tot een Schuilplaats in de nood van mijn bestaan.
Zonder bloedstorting geen vergeving. Bloed is gerechtigheid, de enige gerechtigheid die geldend is voor het aangezicht van de Vader tot een volkomen verzoening voor al uw zonden, gemeente. Dat bloed van Jezus Christus!
Als de hogepriester op de Verzoendag geroepen werd om voor het aangezicht Gods te verschijnen in het heilige der heiligen, dan moest zo'n hogepriester eigenlijk hetzelfde doen, wat wij ook zullen moeten doen wanneer wij sterven en voor Gods aangezicht verschijnen. Dan kwam die hogepriester het heilige der heiligen binnen met bloed. Had de hogepriester dat bloed niet bij zich gehad, hij zou weggevaagd zijn door de toorn Gods, zoals ook de zonen van Aäron dood vielen voor het altaar Gods. Maar waar dat bloed van Jezus Christus is, waar de hogepriester bloed in de schotel had van stieren en bokken, daar mocht hij ingaan voor Gods aangezicht.
Dat kan ik u zinnebeeldig voorstellen. Zonder bloed fungeerden die stenen tafelen van de wet als het ware als grafstenen over de verbondskist. Maar wanneer de hogepriester het bloed aan de ark streek, dan liepen die ingeschreven letters van de wet als het ware vol met dat bloed. Behalve het opschrift, zodat het nog te lezen was: "Ik ben de HEERE uw God". En boven die ark was de "kabod Jahwe", de heerlijkheid des HEEREN, de genadige tegenwoordigheid Gods. Dàt is vrede door het bloed des kruises.
Zò kan een arme zondaar sterven, wanneer hij bekleed is met het bloed van Jezus Christus, om te verschijnen voor Gods rechterstoel. Het Woord spreekt: "Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israël" (Num.23:21).
Jezus Christus redt niet alleen Zijn eigen leven wanneer Hij ingaat in het heiligdom, maar Hij redt Zijn Kerk die besprengd wordt met Zijn bloed. Hoe moeten wij besprengd worden, gemeente? Door het geloof! Niet uw hoofd, niet uw handen, maar uw geweten moet besprengd worden, zoals de posten van de deur in Egypte besprengd moesten worden.
Wat is dat, besprengd worden? Wat is dat, geliefde gemeente? Dit! Aangeraakt te worden door het bloed van Jezus Christus. Besprengd worden, dat is dat wij het teken dragen dat op ons achterblijft. Dat we getekend zijn met het bloed, het merkteken van Jezus Christus, door het geloof, door de Heilige Geest, Die dat bloed van Jezus Christus onmiddellijk en dadelijk toepast aan een arme zondaar.
Hoe kan ik dat weten? Omdat daarmee tegelijk de geest des geloofs geschonken wordt. Hoe kan ik dat weten? Omdat door het bloed van Jezus Christus ook het geweten gereinigd wordt, zodat iedere beschuldiger moet zwijgen. Zodat Paulus kan zeggen en ieder wiens geweten met dat bloed besprengd is: "Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods?" (Rom.8:33).
Het bloed van Jezus Christus is de grond om op te staan voor het aangezicht des Vaders. Bloed! Heerlijke zaak, want dat is het leven! Dat is leven ontvangen uit het leven van Jezus Christus. Zo wordt het leven pas echt leven. Vrede in het hart, vrede met God in Jezus Christus onze Heere. In die vrede ligt ook de liefde verklaard, de liefde van God tot arme zondaren: "Alzo lief heeft God de wereld gehad", laat ik nu die tekst eens kleiner maken: 'Alzo lief heeft God onze gemeente gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe'. In die vrede ligt ook de liefde verklaard, de liefde van arme zondaren tot God: "Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!" (Ps.18:2).
Wat zal het een vreselijke zaak zijn gemeente, om onder zo'n Evangelie verloren te gaan. Wanneer het bloed van Jezus Christus er is om u te wassen en te reinigen, tot de laatste zonde toe. Om u aangenaam te stellen voor het aangezicht van de Vader. Vrede, vrede door het bloed des kruises. Geen vergeving dan door bloed. De enige gestalte waarin de Kerk aangenaam is voor de Vader, waarin de Kerk wordt vrijgesproken op grond van recht.
Dan gaat de Kerk zingen: “Dit trooste mijn geweten: 't is al voor mij geschied!” Dat zingt de Kerk der verlossing en der dankzegging.
Hoe kunt u het weten?
Op dit Godslam rust mijn ziele,
Vol bewond’ring bidt zij aan;
Alle, alle mijne zonden
Heeft Zijn zoenbloed weggedaan.
Ruste vond hier mijn geweten;
Want Zijn bloed – o heilfontein –
Heeft van alle mijne zonden
Mij gewassen blank en rein.
Met de vrede Gods in ’t harte
Ga ik hier door smart en strijd;
Eeuw’ge rust vind ik daarboven
In des Godslams heerlijkheid.
Hoe kan ik het weten? Omdat ook het geweten gewassen wordt door het bloed van Jezus Christus en herschapen wordt tot een tempel van de Geest. Waardoor het tegensprekende geweten wordt vernieuwd door het bloed van Jezus Christus in een vrijsprekend geweten door de Heilige Geest. Dan schrijft Paulus ook aan de Hebreeën: "En de Heilige Geest getuigt het ons ook. Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden". Een liefdewet in het binnenste van hun harten: "En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken" (Hebr.10:15-17).
Alléén door het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, maar zonder die bloedstorting geschiedt geen vergeving. AMEN.