Romeinen 8:1-2 'Geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn' ds. J.P. Boiten

Predikatie ds. J. P. Boiten Christelijke Gereformeerde emerituspredikant nu wonend te Hendrik-Ido-Ambacht
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Broeksterwoude
Datum: zondag 20 augustus 2017, 9.30

Votum en groet
Zingen Psalm 38 vers 1 en 3
Wet des Heeren
Zingen Psalm 143 vers 10
Schriftlezing: Romeinen 7 vers 18 tot 8 vers 9
Gebed
Zingen Psalm 116 vers 1, 3 en 5

Tekst: Romeinen 8 vers 1 en 2
1 ZO is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.
2 Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.

Geliefde gemeente de apostel Paulus spreekt over het leven door de Heilige Geest. En vooral in Romeinen 8 mag hij getuigen over dat leven door de Heilige Geest hoe dat staat tegenover het leven naar het vlees. En dat is nu de strijd die zich afspeelt in het leven van de gelovigen: vlees en Geest. En wat kan dat moeilijk zijn omdat het vlees, het zwakke, zondige bestaan van de mens, ook van een kind van God, het vlees dat gaat in tegen het nieuwe leven door Gods Geest. En het vlees kan ook na de bekering nog zo sterk ijn, nog zo de overhand krijgen. En dan vraag je je weer af: ben ik nu echt wel bekeerd? En is die vergevende genade wel mijn deel? En mag ik wel dat nieuwe leven door de Geest van God kennen? En als we er zo nog instaan gemeente dan is het toch de vraag of we echt die bevrijdende kracht van die verlossende zondaarsliefde van de Heere Jezus, mogen kennen. En of we inderdaad geleidt worden door de Heilige Geest, de Geest van Jezus Christus. En dat is toch van levensbelang. Want de apostel Paulus zegt in vers 9: zo iemand de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem, (die komt de Heere Jezus), niet toe. Als we niet de Heilige Geest kennen en dat leven door Die Geest openbaar komt, dan horen we nog niet bij de Heere Jezus. Dan zijn we nog niet het eigendom van Hem. Want degenen die bij Hem mogen horen, die in Christus Jezus zijn, voor hen is er geen verdoemenis meer. Zulken wandelen niet meer naar het vlees maar vinden hun lust in het leven door Gods Geest. En zo moet het zijn gemeente. En dat kan het zijn en worden en steeds meer want in vers 2 zegt Paulus hoe dat mogelijk is de wet van de Geest, van dat leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood. Dus je kunt daarvan worden vrijgemaakt. En dat mag ook het deel zijn, de zegen van de bekeerden, van de ware gelovigen en zo gaan zij leren kennen dat nieuwe leven door de Heilige Geest. En daar willen we bij stilstaan:

Het nieuwe leven door Gods Geest
- De grondslag
- Het kenmerk
- Het geheim

De grondslag:
Zal het komen tot die geestelijke levenswandel, dat geloofsleven door Gods Geest, dan moet wel dat wonder gebeuren gemeente dat die grondslag daarvoor is gelegd. Want dat nieuwe leven door Gods Geest komt op niet uit ons eigen werk. Dat is geen product van de vroomheid van de mens. Dat is vrucht van de genade die er in Jezus Christus is. en dat dat nieuwe leven door Gods Geest gekenmerkt wordt door vrijmoedigheid, door blijmoedigheid, door een geloofsgemeenschap met de Heere, dat komt omdat zij geen veroordeling meer hebben. En dat ligt nu verklaard in die eerste woorden van hoofdstuk 8: zo is er nu dan geen verdoemenis meer voor degenen die in Christus Jezus zijn.
Wat een uitspraak, vindt u ook niet? Wat een machtige belijdenis. Paulus zegt dat niet zomaar. Als we het goed lezen gemeente zien we dat het een geloofsconclusie is. Zo is er dan nu (dus daar gaat wat aan vooraf) geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn. Mag u het beamen? Is het ook zo voor ons? Mogen we in deze geloofswetenschap staan dat je in het geloof ook die conclusie mag trekken voor jezelf in dat machtige wonder van de genade? Zo is er dan nu geen verdoemenis meer want ik mag in Christus Jezus zijn!? Ja dominee als het zo nou eens mocht zijn. Misschien zijn er wel die er naar uit zien dat je dat ook eens mag zeggen en dat dat zo vaststaat voor mij en dat ik tot die zekerheid mag komen. Maar ja zal dat ooit gebeuren? En is dat voor mij wel weggelegd? En misschien zijn er die zeggen: ja maar je kunt toch nooit tot die zekerheid komen? Hoe kan dat nu dat het zo vaststaat, want Paulus zegt niet: ik hoop maar dat het zo zal zijn, of: misschien zal het zo zijn. Nee het is zeker: zo is er dan geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn! En gemeente dat is de grondslag en we kunnen niet zonder. Met minder kunnen we niet toe. Dit is het fundament voor het ware geestelijke leven: geen verdoemenis voor hen die in Christus zijn. Verdoemenis, ja krijgen we nu een hel en verdoemenispreek? Dat willen we liever niet maar het kan toch weleens nodig zijn? Maar gemeente als we Paulus goed mogen verstaan dan is het hier een jubel! Dan juicht hij in het geloof. Dan mag hij getuigen: geen verdoemenis! Waar moeten we aan denken als het over de verdoemenis gaat? Dat woord betekent eigenlijk: de veroordeling. En dan in twee opzichten. De verdoemenis houdt in: het vonnis maar ook de voltrekking van het vonnis. En nu liggen we van nature allemaal onder het vonnis, het vonnis van de dood. Wij liggen onder de veroordeling van Gods heilig recht vanwege onze zonden. De zondeval in Adam stelt ons schuldig maar ook onze dagelijkse zonden. En dat is zo erg, dat stelt ons zo schuldig dat we de verdoemenis hebben verdiend! De toorn van God dat Hij dat vonnis over ons uitspreekt en dat Hij het ook zal voltrekken. En verstaan we dat? Doorleven we dat? Als Gods Geest in ons gaat werken dan ga je dat ontdekken. Wie is de mens? Wat is je verloren en verdorven Adamsbestaan? En belijden we dat? Kwam het zover dat je als een doemwaardig zondaar in jezelf buigt voor de Heere: ik ben Uw gramschap, ik ben die veroordeling waardig vanwege mijn zonden? En is het niet de wet van God die je dan aanklaagt dat je schuldig staat aan het overtreden van al die geboden van Gods recht en wet? Doemwaardig! Er is wel degelijk verdoemenis voor de onbekeerden, voor een ieder die buiten Jezus Christus is! En dat wordt dan toch de nood, nietwaar, als je in die doemwaardigheid buigt voor de Heere, dat je daarvan verlost mag worden, dat je bidt om vergeving van je zonden, dat er bevrijding mag komen van dat welverdiende oordeel. Dat je smeekt: Heere wees mij genadig en verlos mij daarvan! Dat je mag pleiten op dat werk van Christus, want dat ga je dan nodig krijgen dat de Heere Jezus die lijdensweg is gegaan en dat Hij is afgedaald tot in die diepte van het lijden, de nederdaling ter helle. Zo diep moest Jezus gaan. Daarom werd het voor Jezus het kruislijden dat Hij kwam onder de toorn en de vloek van God in die duisternis van Golgotha: waarom hebt Gij Mij verlaten? Daar draagt Hij de straf, daar ondergaat Jezus het vonnis, het vonnis van de eeuwige veroordeling! En in dat volbrengen, in dat smartelijk diepe, smadelijke, angstige lijden als de Gekruisigde, verdient de Heere Jezus het dat Zijn volk van de veroordeling, van de verdoemenis wordt verlost.
Het is Christus Die Zelf die plaats inneemt en Die onder dat oordeel Zich geeft gesteld, gewillig uit enkel liefde om plaatsbekledend als de Borg die veroordeling ten volle te ondergaan! Gemeente dat is het evangelie vanmorgen en die boodschap mag komen tot u en jou en mij dat in Deze Christus, in de Gekruisigde, bevrijding is van zonde en schuld, verlossing van vloek en straf! Ja dat Hij de verdoemenis heeft doorstaan, plaatsbekledend. En dat er in Zijn verdienste bevrijding ligt van dat oordeel. En dat is wat de apostel Paulus hier bedoelt, waar hij van mag getuigen: geen verdoemenis meer voor degenen die in Christus Jezus zijn. En dat wordt het machtige wonder als je in je doemwaardigheid voor de Heere buigt en als een verloren mens het gaat bekennen: ik heb het verdiend, niets minder Heere dan dat ik die veroordeling onderga! En wat groot als dan Die Heere Jezus als de Gekruisigde… We spreken daar misschien te gemakkelijk over gemeente: het kruis, de Gekruisigde. Maar Hij wordt juist noodzakelijk. Hij wordt juist als de Gekruisigde zo dierbaar. Nee niet voor een vroom kerkmens die het toch nog wel voor een deel zelf kan doen. Niet voor een godsdienstig mens die zich met zijn eigen vroomheid wat op de been houdt. Dan heb je misschien wel wat genade. Maar een Gekruisigde Die wordt dierbaar voor een doemwaardige in zichzelf. Want dat is ten diepste het kruislijden van de Heere Jezus, onder die veroordeling verlaten van God. Hoe dieper je wordt ingeleidt in die zelfkennis dat je zo’n doemwaardig mens bent, hoe meer de Heere Jezus als de Gekruisigde je lief wordt, hoe meer waarde Hij als de Gekruisigde mag krijgen! O wat een liefde en een genade. En met minder kan het niet toe. Dat moest Hij lijden in mijn plaats om mij te verlossen van het welverdiende oordeel! En mogen we die genade kennen dat Die Gekruisigde die heilvolle betekenis, die bijzondere waarde, als de Verlosser, de Borg voor mijn hart en leven, dat Hij dat mag zijn ook voor mij. Dat Hij dat heeft volbracht in mijn plaats! Want gemeente die kennen het wonder dat ze in Christus Jezus zijn, dat werkt Gods Geest. U vindt die uitdrukking vaker in de brieven van de apostel paulus, en dat geeft aan de innige band tussen Christus en de bekeerden, tussen de Heere Jezus en de verloste ziel. In Christus zijn, zo met Hem verenigd zijn in het geloof, dat alles wat van de Heere Jezus is, jou wordt toegerekend. Dat alles wat Christus heeft gedaan voor mij geldt. En dat niet meer mijn zonden en waar ik schuldig aan sta, dat is er niet meer, dat telt niet meer, dat wordt niet meer gezien want dat ligt bedekt onder die gerechtigheid van Jezus verdienste! Dat ligt bedekt onder het reinigend bloed dat Christus als de Gekruisigde heeft gestort. Het in Christus Jezus zijn dat wil zeggen dat je vergeving van zonden hebt ontvangen op grond van Zijn verdienste en dat je nu helemaal voor rekening van hem staat en dat je die ware troost mag kennen: niet meer van mezelf maar ik ben het eigendom van Christus Die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomen heeft betaald. En ziende op Hem als je in Christus mag zijn door het geloof, door het werk van Gods Geest aan Hem verbonden, dan mag je het wonder kennen: zo is er dan nu geen verdoemenis, geen veroordeling. Want ik mag in Christus zijn en Hij heeft in mijn plaats de gramschap, de toorn van God gedragen! Zo is er dan geen verdoemenis meer. Dat is het grote wonder als je de vrijspraak mag kennen. Daar ligt het in dat de Heere je vrijspreekt van schuld en straf, van zonde en oordeel en vloek, van de helse verdoemenis. De Heere spreekt vrij door dat werk van de Heere Jezus. En dat is een machtig wonder, dat is een heerlijke bevrijding. O dan mag de vrede in je ziel dalen: geen verdoemenis, geen veroordeling maar verlossing, vrijgesproken op grond van Jezus verdienste! O dan mag het geloof juichen met blijdschap en verwondering: geen wet kan mij verdoemen, Christus droeg de vloek voor mij! O gemeente mogen we daar in staan? Mag zo die vrijspraak van de genade door dat werk van de Heere Jezus ons deel zijn? Dat je mag instemmen met Paulus dat machtige wonder, dan is het zeker: geen verdoemenis want ik ben in Christus en dan ziet God geen van mijn zonden meer aan. Dan geldt de gehoorzaamheid, het volbrachte werk van de Heere Jezus. Het wordt alles mij toegerekend, het wordt krachtig toegepast. En dit is de grondslag gemeente, dit is het fundament voor het nieuwe leven door Gods Geest. Want als je die vrijheid niet kent, als je niet in dat wonder van die vrijsprekende genade bent gesteld, dan probeer je het misschien wel: ik moet geestelijk zijn, en mijn zonden dat zit me dwars, en dan probeer je het netjes te doen. En natuurlijk zijn er altijd zonden. En dan blijft er onzekerheid, dan ben je nooit zeker van je heil en dan komt er een krampachtig leven: kon ik nu maar beter bidden, kon ik maar geloven en had ik nu maar dat vertrouwen! Is dat niet allemaal van het vlees? Ja het vrome vlees dan? Maar toch, dat hoort bij het vlees gemeente. En denk dan niet dat je een beetje geestelijk bent en dat dat vleselijk zijn niet zo erg is want het is halfvroom. Nee het gaat om dat wonder: rechtvaardig verklaard in Christus! De vrijspraak van schuld en straf! Geen verdoemenis. Mag u het weten? Niets van veroordeling meer. Ik mag voor God, voor de heilige en rechtvaardige God in Christus Jezus volkomen vrij zijn van zonde en ongerechtigheid. En ik hoef niet meer te vrezen voor de straf. Ik hoef niet meer bang te zijn dat ik toch nog in de hel zal komen. Ik ga niet meer krampachtig proberen geestelijk te leven opdat ik maar niet verloren zou gaan. Nee het is de genade van de vrijheid der kinderen Gods: geen verdoemenis nu niet en straks niet! Die vrijspraak geldt in leven en in sterven, in Christus Jezus. En het geloof mag dan schuilen bij de Heere Jezus en mag als het ware in Hem kruipen. Schuil maar achter Hem en wees maar zo dicht bij Hem dat God alleen maar Christus ziet en Zijn gerechtigheid en niets meer van jezelf! Dat is een machtig wonder en dat is een troost als het recht en de wet je achtervolgt, als die eis je op de hielen zit: wees heilig want Ik ben heilig. En ik kan er maar nooit aan voldoen! En hoe meer je je best probeert te doen, hoe slechter het gaat! Is het een doodlopende weg geworden? Gelukkig, in Christus Jezus. En hoe meer je van de Heere Jezus en Zijn genade, Zijn vergevende liefde mag kennen, hoe vaster die verzoening mag komen te staan, hoe meer zekerheid er mag zijn: zo is er dan nu (dan weet je waarover je spreekt, dan mag je die conclusie in het geloof trekken) geen verdoemenis meer!
Daar zijn nog wel beschuldigingen. Ja Paulus zegt dat niet: er zijn geen beschuldigingen meer. Die beschuldigingen zijn er wel en er zijn nog wel zonden en dat klaagt je nog wel aan. En dat gaat door dat je gaat inleven: ik sta schuldig tegenover die heilige wet! Maar met dat alles steeds weer vluchten tot Christus, opdat het bevestigd mag worden: in en door Hem geen verdoemenis! Bevrijd van het oordeel! In die wonderbare vrijspraak ligt er vrede! En dat is het fundament, de grondslag gemeente om het echte leven door de Heilige Geest te mogen leiden. Want dan wordt het waar wat Paulus zegt: die niet naar het vlees wandelen maar naar de Geest. En dat is dan toch het kenmerk van het nieuwe leven door Gods Geest: niet meer wandelen naar het vlees, dat doen we van nature, dan zijn we vleselijke mensen en dan leven we ons in dat vleselijke, in dat zondige bestaan met al zijn hartstochten en begeerten uit het boze hart! Dat is het leven naar het vlees! Maar dat wordt anders, dat wordt een wandelen naar de Geest volgens de zin en mening van Gods Geest, zoals God het wil door de Heere Jezus en Zijn Geest. Dat wordt het nieuwe leven: wandelen naar de Geest. Want als je het wonder van die vrijspraak mag kennen: geen verdoemenis, van de straf voor eeuwig ontheven! O gemeente dat is zo’n rijke genade, dat is zo’n krachtige liefde, dan gaat dat je bekeren, dan wordt je een ander mens! De Heilige Geest gaat je dan vernieuwen! Wandelen niet naar het vlees maar naar de Geest. En Kohlbrugge zegt dan: dat zijn zulke lieden die zich wachten voor hun ongerechtigheid en die de paden des doods mijden. Erkent u het? Je wacht je voor de ongerechtigheid, je gaat niet over de paden des doods? Dat typeert het nieuwe leven. Kijk als je naar het vlees wandelt dan ga je op wegen van de dood. Je leeft je uit in de zonde en we zien het rondom ons in de wereld gemeente, het gebeurt volop en wat neemt de wetteloosheid toe. Dat is een uitleven van het vlees: ik wil en ik doe! Maar zalig als je gaat zien: dat loopt uit op de dood. Daarin wordt een mens niet gelukkig. Ze denken het wel en zeggen: doe wat je zelf lekker wilt. Maar dat is het ware geluk niet, integendeel dat wordt je ongeluk! Wandelen naar de Geest dat wordt het nieuwe en daar vindt je het geluk in want in die levenswandel naar de Geest gaat het om de Heere, om Zijn nabijheid, om die genade en liefde van de Heere Jezus in de praktijk gestalte te geven. En dat is dus het kenmerk van het nieuwe leven: die wandel door de Geest. Calvijn zegt ook: evenals Christus niet in stukken gescheurd kan worden, zo zijn ook onscheidbaar deze twee: de rechtvaardiging en de heiligmaking. Als de Heere je rechtvaardig verklaard in die vrijspraak: geen verdoemenis, dan is dat te merken, dan komt dat openbaar, dan draagt dat vrucht, dan ga je een nieuw Godzalig leven leiden! Dan komt daar een leven in de heiligmaking.

En dan merken we wel gemeente dat dat niet zonder strijd gaan. Want Paulus noemt ze allebei: vlees en Geest. En dat zijn dan twee polen waar de christen mee te maken heeft. En die polen: vlees en Geest, dat wordt een strijd, de strijd van het geloof. Want als de Heere dat nieuwe leven werkt, die vrijsprekende genade, dan kan het niet anders of er is het verlangen om ook voor de Heere te leven, naar Zijn wil te handelen. En dan kom je erachter: dat lukt niet! In eigen kracht is het onmogelijk! Dan kom je erachter: wat wandel ik van mezelf naar het vlees! En vandaar dat die beiden hier worden genoemd want dat is een realiteit in het leven van Gods kinderen: vlees en Geest. En dan ga je beseffen hoe zondig je bent en dat je nooit in eigen kracht, door de Geest van de Heere Jezus in praktijk kunt brengen. Maar dan vraag je ook: Heere wilt U het doen? Kom Heilige Geest, bekeer en vernieuw mij en vervul mij zo met de liefde van Christus dat ik bereid ben om voor Hem te leven! Dat ik genade ontvang om Hem te volgen en Zijn voetstappen te drukken. Om in een heilige wandel, in Godzaligheid dat nieuwe leven in praktijk te brengen. Dat is nooit volmaakt, dat is nog maar ten dele. Er zit nog zoveel van het vlees tussen. Maar toch: het mag worden een wandelen naar de Geest. En dat wil zeggen dat het vlees na de wedergeboorte, na die heerlijke vrijspraak, dan is het vlees een vreemd aanhangsel geworden. Je hebt er nog last van, het kan nog sterk opspelen, je bent er zomaar niet vanaf. Maar wat de Dordste Leerregels zeggen: je wordt wel verlost van de heerschappij der zonde maar nochtans niet geheel van het lichaam der zonde. En je hebt er nog mee te maken, je bent van jezelf nog vleselijk. Maar door genade mag je dan gaan zeggen en gaan zien: het is het vreemd aanhangsel, het hoort er principieel niet meer bij. En de Heilige Geest gaat zo’n vrijgesproken zondaar ook met liefde en kracht steeds meer vernieuwen. En dan vraagt dat een leven door het geloof. Want dat vlees is er nog maar wandelen door de Geest kan alleen in de geloofsgemeenschap met de Heere Jezus.

En dan moet je het ook niet zelf gaan proberen want de heiligmaking is ook een gave van de Heere. Dat vloeit ook uit Christus. Hij is gegeven tot rechtvaardiging maar ook tot heiliging. En wat heerlijk als dat ook mag opengaan. In Christus Jezus dat betekent ook een heilige levenswandel leiden in Hem. Dan zijn er de goede werken die God heeft voorbereid in Jezus Christus, opdat we daarin zouden wandelen. En dan is het alles Gods werk, ook in de heiligmaking, alles genade. En dat is ook de strijd tegen het vlees, ook tegen het vrome vlees: niet mijn werk maar het is alles het werk van Christus alleen! En dan mag het worden: een wandelen naar de Geest. En wandelen dat doe je voor je ontspanning. Wandelen dat kan een intiem gebeuren zijn dat je samen aan het wandelen gaat en al wandelend mag je dingen met elkaar delen. Dan kan er soms een open gesprek zijn. Al wandelend gaan de harten weleens open voor elkaar. En zo is het dan geestelijk ook gemeente. Wat een mooie uitdrukking, wat een prachtige typering voor dat nieuwe christenleven: het is een wandelen naar de Geest. Het is een wandelen aan de trouwe Vaderhand van God. Wat een wonder dat ik dan mag wandelen aan Zijn hand. En die hand geleidt mij veilig. En dan mag je al wandelend je hart weleens uitstorten voor de Heere wie je bent en wat je hebt gedaan en hoe het vanbinnen ligt. En wat is het weer een warboel! En ik heb zo’n last van dat vlees Heere! Vergeef het mij, bevrijd mij ervan! En al wandelend mag je het eerlijk gaan zeggen want je wordt oprecht gemaakt: wat heb ik gestruikeld in vele zonden. Ik beken het oprecht, ik verberg geen kwaad wat in mij wordt gevonden. En wandelen door en naar de Geest mag dan het Vaderhart van God ook opengaan. En dan mag er zoveel liefde uitstromen dat die genade zo rijk en vrij is, dat je hart vervuld wordt met die vrede, de sjaloom, de vrede die de Heere Jezus heeft verworven met die dure prijs: wandelend naar de Geest. Dat wandelen kent momenten van vallen en opstaan. Die wandel wordt steeds meer: Heere zie of er een schadelijke weg bij mij is en leidt mij op de eeuwige weg. En hoe gaat het als een vader of moeder met een kind aan de wandel is? Je hebt het bij de hand maar het kind rukt zich los en wil een ander kant opgaan. Nee dat is gevaarlijk, kom terug!
Wat moet de Heere dat wandelend volk vaak weer terugroepen. En Hij neemt ze bij de hand. Hij is getrouw. Zo gaat het toch voort op de weg. Hij wijst de weg. Dat is wandelen door de Geest, een nieuwe levenswandel. En dat mag met blijdschap gepaard zijn want dan ga je juist de wet van de Heere liefkrijgen. Zoals de dichter van Psalm 119. Dan vindt je in die Psalm de vreugde der wet. Want dan merk je ook hoe vaak hij bidt: maak mij levend naar Uw Woord. O dan krijgt hij zo’n zicht op die getuigenissen, die inzettingen, die rechten van de Heere. Dat is goed, daar ligt het leven in. Maak mij levend naar Het Woord! Het wordt een aangebonden leven aan de heilige wet van God. Nee niet krampachtig: hoe kan ik het doen? Hoe kom ik tot het volbrengen? En wat erg dat het niet lukt! Dat is allemaal vlees. Maar door de Geest! Wat een wonder: Uw wet is goed, ik krijg die geboden lief en ik heb lust om ze te doen. Al is dat niet volmaakt maar in Christus Jezus. Hij is Degene Die de wet volmaakt heeft gehouden. En dan kleeft dat aan hem. Dan mag het geloof steeds uitgaan tot Hem en nieuwe kracht ontvangen. Zo wordt het een Godzalig leven met de vreugde van de wet. Dan mag de Heere Jezus het ook zeggen: hierin is Mijn Vader verheerlijkt: dat u veel vrucht draagt. En dat hoort bij het kenmerk van het nieuwe leven door Gods Geest. Zijn er vruchten van liefde tot God en Zijn dienst? Liefde tot de naaste? Van een vrij en blijmoedig getuige van de Heere en Zijn verlossende genade? Dat het leven iets uit mag stralen van dat machtige wonder: geen verdoemenis meer in Christus Jezus, vrij, rijk! Dan sta je in de ruimte die er in Jezus Christus is. Dat is tot eer van God de Vader.


Het geheim:
En dan ga je ook meer inzicht krijgen: hoe is dat mogelijk? Hoe wordt dat nu verklaard? Dan mag je het heilgeheim gaan kennen, vers 2. Het is de wet van de Geest, van het leven in Christus Jezus die mij heeft vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.
Ja die wet is er in het leven van de apostel Paulus. Dat is de wet der zonde, de wet van de dood. En daar spreekt hij over in Romeinen 7. Dan vindt hij deze wet, vers 21: als ik het goede wil doen dan ligt het kwade mij bij. Paulus zegt: dat is een wet in mij. En dat is onderdeel van zijn strijd: als ik het goede wil doen dan ligt het kwade mij bij. En dan is de praktijk: het goede dat ik wil dat doe ik niet en het kwade dat ik eigenlijk niet meer wil, dat gebeurt dan toch! Maar dan mag Paulus zeggen: als het zo ligt dan doe ik het niet meer maar de zonde die mij woont. Verstaat u? Dat is die wet der zonde en des doods. En dat werkt in je leden, in je lichaam, dat is een wet: als je het goede wilt doen dan ligt het kwade erbij. Dan doe ik het niet meer maar de zonde die in mij woont. Maakt Paulus zich nu van zijn verantwoordelijkheid af? Nee gemeente maar door de genade mag het dan gelden dat hij in Christus Jezus is. En wat er nog aan kwaadheid en zonde is, dat is voor rekening van de zonde. Dat wordt mij niet meer toegerekend want dan zou er toch nog iets van oordeel en straf zijn! Er is geen enkele vorm van verdoemenis meer. Je bent vrijgesproken in Christus Jezus. En hoe kan dat? Want die wet der zonde en des doods die leeft toch? Ja, zegt Paulus, maar daar ben ik van vrijgemaakt. Kijk dat hoort bij elkaar: de vrijspraak en de vrijmaking. Dus in de praktijk dat het nieuwe leven krachtig werkt, dat daar een nieuwe wet komt: de wet van de Geest, van het leven in Christus Jezus. En die wet is sterker dan dat woelen van de zonde en dat vleselijk bestaan wat uitloopt op de dood, wat onderworpen is aan de macht van zonde en dood. Hoe kom je daarvan verlost? Hoe wordt je daarvan bevrijd? Niet door zelf te proberen beter te gaan leven. Niet door enig middeltje maar Paulus getuigt, en dat is het heilgeheim gemeente: vrijgemaakt van die zonde en dood en die machten van zonde en dood, vrijgemaakt door de kracht van de Heilige Geest! Want als de Geest werkt dan komt daar het leven. Het leven dat in Christus Jezus is dat is het echte leven want dat is het opstandingsleven, dat is het leven dat achter de dood ligt. Dat is het leven waar de zonde geen vat meer op heeft. Dat is het nieuwe bestaan van de opstanding. Daar kan de zonde, de dood en de duivel niet meer aankomen! En dat is het wonderbare van die kracht, dat heilgeheim: vrijgemaakt door de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus. Dat is het opstandingsleven, dat is gemeente het overwinningsleven. Worden we nu evangelisch? Want evangelischen hebben het daar veel over: het overwinningsleven in Jezus. Het is Bijbels gemeente. Wel op de goede grond. Wel vanuit dat wonder: geen verdoemenis. Hoewel ik dat wel verdiend had maar geen verdoemenis meer in Christus Jezus! Wat een liefde en genade! Het vlees wordt gedood en gekruisigd! En alzo vrijgemaakt van die doodsmacht, van dat zondeleven, door het nieuwe leven van de Opgestane Christus, het overwinningsleven!

Ja dat is de hoogte van het nieuwe leven door de Heilige geest. En mag je dat dan bemerken dat er overwinningen zijn op bepaalde zonden, dat er groei en voortgang is in de heiligmaking. Dat er ook zaken zijn waarvan je dan mag getuigen: daar ben ik van vrijgemaakt. Een ander is nog in die macht, is nog slaaf van die zonde. Maar de Heilige Geest, dat nieuwe bestel van de Opgestane dat maakt mij vrij van die verslavingen van het vleselijke bestaan! En mogen we in die vrijheid verkeren om het nieuwe leven door de Heilige Geest te betrachten, dan is er echt blijdschap en vrede! Dan ga je ook verstaan: de wet zelf kun je onmogelijk houden en dat ligt niet aan de wet maar dat ligt aan mij, aan mijn vleselijk bestaan. Maar dan ga je ook zien: die wet kan geen heil, geen leven schenken. Die wet brengt het niet verder dan de vloek. Maar het leven dat is door de genade. De wet doet zonde kennen. De wet doet geen verlossing kennen maar dat is door de Geest van het leven in Christus Jezus. Daarin ligt de verlossing, daarin ligt mijn zaligheid! En zeker: dan blijft het een strijd. Maar dat is een strijd waarvan de overwinning al is behaald! Dat is niet tevergeefs en dat is een strijden in de kracht van de liefde. Laat al mijn vleselijk bestaan er maar aangaan. Uw kracht moet in mij overvloeien dat ik met Uw liefde vervuld mag zijn. dat ik in die blijdschap mag dienen en U vrezen. En zeker: het bedenken van het vlees komt er steeds weer tussen, het is vijandschap tegen God. Maar er is vergeving, geen verdoemenis! Mag u het getuigen die verlossende genade? Dan roep je uit: ik ellendig mens, wie zal mij verlossen? Zo: ik dank God door Jezus Christus, mijn Heere, door Hem geen verdoemenis, vrijspraak en eens volkomen vrijgemaakt van alle zonden en ongerechtigheid! Bevrijd uit alle doodsmacht. Dat volle nieuwe leven te beërven in die zaligheid die wacht! Eens zal het volmaakt zijn! Al ben ik zwak en struikel ik in vele, al ben ik onvolmaakt maar in Christus Jezus volmaakt! Dan ligt het heil vast! Dan mag de roem en de blijdschap er zijn: geen verdoemenis maar vrede, vrede voor een ieder die zo Gods wet mag beminnen.
AMEN

Zingen Psalm 119 vers 83
Dankgebed
Zingen Psalm 35 vers 13
Zegen des Heeren