2 Korinthe 3:5-6 'de letter doodt, maar de Geest maakt levend' ds. L.W. van der Meij

Predikatie ds. L. W. van der Meij Tekst: 2 Korinthe 3 vers 5 en 6 Thema: Het goede leven
1
Predikatie ds. L. W. van der Meij Christelijke Gereformeerde predikant van Driebergen-Rijsenburg
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Dordrecht Centrum
Datum: zondag 27 juli 2014,17.00
Votum en groet
Zingen Psalm 119 vers 43
Geloofsbelijdenis
Zingen Psalm 103 vers 11
Schriftlezing: 2 Korinthe 2 vers 14 tot 3 vers 18
Gebed
Zingen Het Gebed des Heeren vers 1, 3 en 4
Tekst: 2 Korinthe 3 vers 5 en 6:
5 Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God.
6 Die ons ook bekwaam gemaakt heeft om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
Thema: Het goede leven
- Een bevoorrechte dienaar (vers 5b en 6a)
- Een dodende letter (vers 6m)
- De Geest maakt levend (vers 6 eind)
Een bevoorrechte dienaar:
Gemeente in de eerste plaats zou ik willen zeggen dat ik het een groot voorrecht acht dat ik zelf ook een dienaar van Het Woord mag zijn en dat de Heere daar van eeuwigheid een besluit over heeft genomen. Want zo ligt het toch eigenlijk. Al Zijn daden zijn God van eeuwigheid bekend. En dan moet ik u eerlijk opbiechten dat ik nooit enige begeerte heb gehad om verbi divini minister te zijn. Eigenlijk verachtte ik dat een beetje. Zo kun je maar zien dat God een wending kan geven aan je leven, ik zeg dat ook tegen jonge mensen, die je echt absoluut niet voor mogelijk hebt gehouden. En dat de Heere daar ook iets in laat zien van: Mijn wegen zijn niet uw wegen. En Mijn raad zal bestaan. En Ik zal al Mijn welbehagen doen in jouw leven. En Ik zal ze zetten op de weg van Mijn voetstappen. En zo is het met die Saulus van Tarsen ook gegaan. Nooit gedacht dat hij een pleitbezorger zou worden van het evangelie van de Gekruisigde Christus. Als er één persoon was die zijn diepe minachting verdiende dan was het wel Die Jezus waarop nog zoveel mensen in hun verblinding, dacht Saulus van Tarsen, hun hoop hadden gevestigd. En hij meende ook God een dienst te bewijzen door deze sekte met wortel en tak uit te roeien. En Die in de hemel zit Die moest lachen. De Heere zou hem bespotten. Maar niet tot zijn verderf. Dan grijpt God in in het leven van Saulus van Tarsen. Hij zet hem stil op de weg naar Damascus. Hij slaat hem met verblinding en opent tegelijkertijd de ogen van zijn ziel voor de heilloze weg waarop hij zich bevond. En tegelijkertijd werd hij genodigd en getrokken tot de weg van het leven namelijk: Jezus Die hij vervolgde. Mijn wegen zijn niet uw wegen, Mijn gedachten zijn niet uw gedachten! En toen heeft God gezegd tegen Annanias: deze is Mij een uitverkoren vat en Ik zal hem plaatsen voor de koningen en de stadhouders en voor de heidenen en voor de kinderen Israëls en hij zal voor Mij een dienaar zijn! En dat is zeg ik, gemeente een bijzonder
Predikatie ds. L. W. van der Meij Tekst: 2 Korinthe 3 vers 5 en 6 Thema: Het goede leven
2
voorrecht. Tegelijkertijd heeft de apostel Paulus ook ervaren, en dat zal hij al die mensen niet kwalijk hebben kunnen nemen, maar dat iedereen in deze wereld op zijn zachtst gezegd niet zit te wachten op het evangelie van de Gekruisigde Christus. Het is nog altijd zo als in de dagen van de apostel Paulus. Dat evangelie is voor de joden een ergernis en voor de Grieken een dwaasheid. Ik las een interview met een vrouwelijke rabbijn en daar stond als een kop boven: christenen geloven en wij joden doen het. Onzin natuurlijk want wij zeggen ook: geen woorden maar daden. Alsof het een contrast zou zijn: geloven en doen. Die gelooft die draagt toch vruchten? Die gaat toch aan het werk? Die komt toch in die liefdedienst van Christus? Het is een ergernis gemeente om een evangelie te moeten horen waarin de mens aangesproken wordt als een misdadiger, als een schuldenaar die zijn schuld nooit meer kan goedmaken! En daar horen we mensen zeggen: ja maar wij moeten wel het Koninkrijk der hemelen handen en voeten geven! Ik heb nooit geweten hoe dat moet hoor. Ik weet niet of het u lukt maar ik weet niet hoe ik dat Koninkrijk wel handen en voeten moet geven. Ik hoop wel dat we iets verstaan gemeente van wat het betekent: uit genade zijt gij zalig geworden, het is niet uit u, het is Gods gave! En waarom is dat evangelie dan voor de Grieken een dwaasheid? En waarom heeft de apostel Paulus dan die bekwaam makende genade van Die Geest nodig gehad? Wel gemeente omdat alles wat mijn verstand niet kan beamen, ik eigenlijk af ga wijzen. Ik had afgelopen week een gesprek met iemand. Ik zei: hou je er nooit eens rekening mee dat er na je leven nog een rekening gepresenteerd wordt? Nou ook gedoopt, ook in de kerk getrouwd. Nou ja, zegt die man, emotioneel denk ik dat weleens maar wetenschappelijk kan ik er niks mee. Daar heeft de apostel Paulus gemeente in zijn tijd ook al mee te maken gehad: dat verzet van of van het vrome hart, van de mens die zegt: Heere wat moet ik goeds doen opdat ik het eeuwige leven hebben? Dat is het ene punt van irritatie. En het andere punt van ergernis is: ik moet het kunnen begrijpen. Ik wil geen boodschap accepteren van een dode Jezus Die opgestaan is uit de doden, om door Zijn dood en opstanding mij het eeuwige leven mee te delen! Daar kan ik niet mee uit de voeten!
Vandaar dat de apostel Paulus ook in zijn brieven regelmatig laat voelen hoezeer het evangelie dat God hem heeft opgedragen om dat uit te dragen in de wereld, verzet oproept. En zoveel verzet dat je zou zeggen: man ik zou niet graag in je plaats staan. Ik kom weleens mensen tegen die zeggen: ik zou ook wel graag predikant willen worden. Dan zeg ik: nou dan mag je het wel aan God gaan vragen of het van Hem ook mag want je zult ook wel heel wat tegenstand ontmoeten. En de tijd is voorbij gemeente dat de predikant met de notaris nog een ereplaats had en dat de mensen hun hoed voor je afnamen. Dat kun je gerust wel vergeten. Maar als je nou iets gezien hebt van de heerlijkheid van Christus dan gaat dat werk tóch door en dan zie je dat de apostel Paulus toch uiteindelijk zich een heel bevoorrecht mens acht om in die bediening van Het Woord te staan. En dat hij dus ook zijn tegenstanders, mensen die zich ook zo beriepen op hun geloof, hun werk, hun gewilligheid, wat heeft hij daar veel verzet van ontmoet, dat hij dan toch tegelijkertijd iets heeft van: aan de vruchten van de bediening van het evangelie waar God mij voor afgezonderd heeft, kun je zien dat de boodschap van het evangelie, de boodschap van het nieuwe verbond, het Nieuwe Testament, dat dat zijn vruchten af zal werpen. En dat gebeurt nóg in deze tijd. Niet dat wij van onszelf bekwaam zijn om iets te denken als uit onszelf, maar onze bekwaamheid die is uit God. De apostel Paulus heeft weleens last gehad van mensen die dachten dat hij nogal met zichzelf ingenomen was. Dat kan met een predikant ook bepaalde tijden best weleens het geval zijn. Daar zijn we niet
Predikatie ds. L. W. van der Meij Tekst: 2 Korinthe 3 vers 5 en 6 Thema: Het goede leven
3
gemeente te goed voor. Dat kan ieder mens weleens hebben. Maar ik meen toch niet dat je van de apostel Paulus kan zeggen dat deze man zo hoog stond met zichzelf. Dat merk je ook in het 3de hoofdstuk. Hij weet dat alles wat hij is, dat alles wat hij mag doen, dat dat een gave is van God. Ik moest van de week een lijst met vragen invullen: hebt u weleens hartkloppingen? Nee. Bent u weleens geopereerd? Nee. Ik was verwonderd over Gods goedheid. Toen dacht ik: o God wat ben ik eigenlijk rijk gezegend. Toen stond er één vraag bij: bent u ook ergens allergisch voor? Toen heb ik gezond: voor sambal en verbeelding. Want het ergste gemeente wat je tegenkomt dat een mens denkt dat hij wat is. En ik geloof zeker dat als God aan het werk gaat in je leven, dan gaat de verbeelding eraan!
Ik weet, zegt de apostel, dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont. Hij zegt niet: ik weet dat in mij geen goed woont, want hij wist ook dat God in zijn hart woonde en de Geest in zijn hart werkte. Maar hij zegt: wat mijn natuur betreft, en misschien moet u dat ook wel zeggen, weet ik zeker dat in mij geen goed woont. En hoe meer dat licht van de ontdekking van de Heilige Geest door gaat dringen in mijn leven, des te meer kom ik erachter en moet ik het belijden: in mij woont geen goed, in mijn oorspronkelijke natuur! Dat leert God, opdat Christus waarde zou krijgen. Opdat de Heere Jezus één en al heerlijkheid zou worden: wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwt, de heerlijkheid als van de Eniggeboren Zoon des Vaders, vol van genade en waarheid! Bekwaam gemaakt te worden. Ik zeg: je hoeft er geen apostel voor te zijn. Zomaar een gewone Dordtenaar of een jongen of meisje uit de omgeving die kan ook door God bearbeid worden, bekwaam gemaakt worden om een dienaar te zijn van het Nieuwe Testament. En wat wil dat zeggen? Dat is een verwijzing gemeente naar een belofte die God gegeven had aan dat onvruchtbare volk van Israël. Een volk waarmee God een verbond heeft gesloten. Een volk waar God Zich over ontfermd heeft. Een volk waartegen God in de woestijn gezegd heeft: niet Ik was, of: Ik zal zijn, maar: Ik ben voor eeuwig uw God! Ik zal u tot een God zijn! Een belofte aan Abraham werd daar voor heel dat volk herhaalt. Daarom zult gij ook geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Geen gesneden beelden hebben. Mijn Naam hoog houden. Je ouders en allen die over u gesteld zijn eren, niet haten, niet doodslaan, niet echtbreken, geen begeerte naar het bezit van je naaste, de goede naam van je naaste hooghouden. En dan zou je zeggen gemeente: als je door God verlost bent, als je uit de duisternis geroepen bent tot Zijn wonderbaar licht, al moet je dan nog een woestijnreis maken voordat je in het Beloofde Land bent gekomen. Dan zou je toch zeggen: Heere ik zal U al mijn liefde waardig schatten, opdat Gij mijn rechterhand wou vatten! O wij mogen leven uit Uw hand. Brood uit de hemel, water uit de Rotssteen. De Rotssteen Die hen volgde, namelijk Christus. Nu zullen we U altijd dienen. En ze staken de Jordaan over. Na 40 jaar de Heere veel verdriet bezorgd te hebben. En de Heere heeft het volk toch niet laten varen. En dan komen ze bij die berg Cherisim en dan zeggen ze: ja maar we zullen de Heere dienen hoor! Dat komt wel goed. Weet je nog jongens en meisjes wat Jozua toen gezegd heeft? Mensen je bedoelt het goed maar ge zult de Heere uw God niet kunnen dienen! Maar dat geloof je niet hé? Dat geloof je in het begin toch niet? Ik ontmoette ook eens een man die zei: ik wil de Heere dienen. Hij had de Heere lief gekregen. En toen zei ook zo’n oude man: ja maar jongen je zal er ook wel achter komen.. En toen kwam er nog een heel troosteloos verhaal. Toen dacht ik: Heere zou dat zo zijn? Als die man gelijk heeft kom ik er wel achter. Maar nu geloof ik het even niet. Je moet in je leven leren gemeente dat genade ook inderdaad voor 100 procent genade is! En dat het volk van Israël heeft laten zien dat het niet in staat was om God Zijn eer te geven en om de Heere het waardige offer van de dankbaarheid te
Predikatie ds. L. W. van der Meij Tekst: 2 Korinthe 3 vers 5 en 6 Thema: Het goede leven
4
brengen. O er waren wel tijden dat ze zeiden: Heere we zullen U dienen, we zullen U vrezen, we zullen U liefhebben. Maar in de dagen van Jeremia gemeente was het zo laag afgelopen, toen waren ze zó diep weggezakt. Toen zei de Heere: nu moet Ik ingrijpen en nu zal het volk worden gedeporteerd en er zullen vreselijke dingen staan te gebeuren! Dan kun je niet zeggen dat de Heere zo ongeduldig is hé? Het heeft even lang geduurd tussen dat eerste verbond bij de Sinaï en dat nieuwe verbond, zegt God, dat nog geopenbaard zal worden. En te dien dage zal het geschiedden dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda, weet u wel: die waren ook gescheiden, die zijn ook met elkaar gaan vechten die broeders. Maar zowel met het huis van Israël als het huis van Juda, zal Ik een nieuw verbond oprichten! Niet gelijk het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb, hetgeen zij vernietigd hebben! Een mens moet er gewoon achter komen in zijn leven dat ondanks: Ik ben de Heere uw God, mijn goedheid raakt niet tot U Heere. Ik kan U niet geven wat U waardig bent te ontvangen. En toen heeft God gezegd: dat wordt nooit meer wat! Dat zal uitlopen op een definitieve, een eeuwige scheiding. En daarom zegt God: te dien dage zal het geschieden. En dan tekent de Heere het toekomstbeeld van het Koninkrijk van de Heere Jezus Christus Dat zich uit zal breiden over Israël maar ook over alle volkeren der aarde. Dan zal Ik een nieuw verbond maken, zegt God, en dan zullen zij Mij allen kennen! Want dan zullen zij Mij kennen van de oudste tot de kleinste toe, en Ik zal maken dat ze in Mijn wegen zullen wandelen, zegt de Heere, en Ik zal al hun ongerechtigheden vergeven! Met andere woorden: in dat nieuwe verbond neemt God gemeente alles voor Zijn rekening. Ook zelfs de zogenaamde heiligmaking. Sommige mensen denken dat een mens God trakteert op Zijn heiligmaking. Zo van: de Heere heeft dat gedaan, en nu zal ik de Heere eens iets terug gaan geven! Dat is het niet. In het Nieuwe Testament, in het nieuwe verbond dat God maakt met Zijn kinderen is alles genade, vergeving, verzoening, vernieuwing, volharding, alles ligt vast en blijft onverbroken! Daarom zeiden ze vroeger dat je zo gelukkig bent als je een kind van God bent. Want dat betekent dat God van a tot z je hele verlossing, je zaligheid voor Zijn rekening heeft genomen! Nou dan zeggen ze: dat is zwaar. Jullie zijn zo zwaar. Wat zwaar? Zwaar is gemeente: als je een leer aanhangt van een halve Zaligmaker. Jezus heeft Zijn bloed gestort maar jij moet het nog in gaan vullen. Het Koninkrijk der hemelen handen en voeten gaan geven! Je zou toch wanhopig gaan worden gemeente? Kennen wij onszelf wel goed genoeg? Of houden wij die uiterlijke werken die we doen, of dat geloof, houden we dat voor het nieuwe leven? Dan is er zelfonderzoek nodig. Dan moet ik in het licht van de Heilige Geest komen te staan. Want ik moet leren wat de apostel Paulus hier zegt heel nadrukkelijk en dat zegt hij ook tegen zijn opponenten in die tijd… Dat waren geen mensen die zeiden: Jezus stelt niks voor! Dat waren mensen die over Jezus spreken en dat Hij zo’n lichtend Voorbeeld voor ons is en dat wij Jezus moeten volgen! Maar ja hoe je dat precies doet zeiden ze niet. Ze wisten wel hoe het moest maar ze wisten niet hoe het gaat. En ze hadden nog nooit ontdekt wat Paulus hier zegt: en de letter dood, die slaat je dood. Hij bedoelt eigenlijk: de letter van de wet, de letter van Het Woord van God zonder de verlichting van de Heilige Geest, zal je doen eindigen in het eeuwige verderf! Dat zou je niet verwachten hé? Want je bent toch blij als ouders als je kinderen in de voetstappen van Het Woord proberen te wandelen? Gelukkig zeg, ze zitten niet in de kroeg. Gelukkig ze gaan nog naar de jeugdvereniging. En het is maar goed dat ze op de Reformatorische school nog wat meekrijgen want o, o, anders zouden ze toch helemaal verdwalen! Zet daar geen punt gemeente. Want natuurlijk zijn die dingen goed. Die letter van Het Woord van God, die letter van de wet van God die zegt: gij zult de Heere uw God liefhebben boven alles en de naaste als uzelf.
Predikatie ds. L. W. van der Meij Tekst: 2 Korinthe 3 vers 5 en 6 Thema: Het goede leven
5
Daar is niks mis mee. De wet, zegt de apostel Paulus, is heilig, de wet is goed. Maar hij zegt: de wet is ook zonder de Geest van Christus, zonder de liefde van God uitgestort in ons hart krachteloos! De wet kan mij niet geven wat God waard is om te ontvangen: de liefde van mijn hart. Dat kan de wet niet. De wet is de eis van God en die is rechtvaardig want we zijn goed geschapen. De wet is de opdracht van God aan de mens om naar Zijn bevelen te leven! Samengevat met de woorden van Mozes: doe dat en gij zult leven. Als er een wet was, zegt de apostel Paulus, die machtig was om levend te maken, nou dan had je ook geen evangelie nodig. Maar de letter dood. Hebt u dat ook weleens gevoeld? Jonge mensen voel je soms niet de weerstand in je hart tegen Het Woord van God? Als iemand zegt: jongen, jongen waar ben jij mee bezig? En als je dan zoiets hebt in je hart van: ach man waar bemoei jij je eigenlijk mee? Maar dat is eigenlijk ook opstand tegen God. En ik laat me niet de les lezen! Herkent u dat? Dat is eigenlijk wat de apostel Paulus bedoelt: de letter roept de vijandschap op in je hart als de Geest van de Heere Jezus Christus, de liefde van God er niet in meekomt. Dan zeg je misschien wel: ja en nee, op huisbezoek als je ja of nee moet zeggen. Maar is dat echt?
De kerkvader Augustinus gemeente heeft een heel mooi boekje geschreven over de letter en de Geest. Dan gaat het over Jeremia 31, over dat nieuwe verbond dat in de tijd van Christus zal komen en waardoor God alles voor Zijn rekening zal nemen: vergeving, vernieuwing, volharding, heiliging van het leven en volkomen verlossing! God zegt: Ik neem het allemaal in eigen hand want anders komt het nooit meer goed! En die Augustinus herkende iets van dat verzet tegen God in zijn eigen leven. Want hij had een Godvrezende moeder. Een moeder die niet zei: kind ik heb zoveel gebeden. Nee een moeder waarvan de bisschop zei: een kind van zulke gebeden kan niet verloren gaan. Maar het zit ook niet in de veelheid van je gebeden natuurlijk. Maar zoals die moeder bad voor Augustinus. En die jongen was één en al koppigheid. Hij zat in het verzet totdat God zijn hart ging breken. Maar weet je wat hij dan ook zegt? Je merkt dan zo wat Paulus ook zegt dat als alleen die letter van de wet op je afkomt, dat het dan net is alsof je de zonde nog meer wil doen! De zonde oorzaak genomen hebbende in het gebod, heeft mij verleid en heeft mij uiteindelijk, zegt Paulus, gedood. Zodat ik aan het einde ben gekomen van al mijn pogingen om via de letter van de wet Thuis te komen. Dan moet je de rest van je leven als een bedelaar langs de straat. En dat is hij eigenlijk ook gebleven: een bedelaar bij God! En toen heeft hij een heel goed leven leren kennen. Een leven dat hij alle mensen aanbeveelt. Een leven uit de kracht van het nieuwe verbond. Ik weet dat er heel veel discussies zijn over verbonden. Daar moet je je niet in mengen. Ik zeg niet dat je er nooit eens iets over moet lezen. Er zijn nou eenmaal bepaalde theorieën, bepaalde visies over: is het nou wel gemeend of niet wel gemeend? Is het nou voorgesteld of aangeboden? Je wordt er niet goed van gemeente. Je komt er nooit meer uit. Tenzij je vanuit Het Woord zorgvuldig gaat onderzoeken. En meng je dan maar niet in al die strijd want de praktijk heeft geleerd dat heette hoofden brengt en ijskoude harten. Want ook al heb je nog zo’n rechtzinnig verhaal maar als de Geest van God er niet in meekomt en die liefde van Christus, dan zal je merken dat de letter je zal doden. En dat het eigenlijk alleen maar kan leiden tot een levenslange verharding tegen God! Een dronkaard moet bekeerd worden en een prostituee. Maar een mens die door de letter van de wet gerechtvaardigd wil worden, moet ook bekeerd worden door de kracht van het nieuwe verbond. Ik weet niet wat een groter wonder is gemeente: of God een kroegloper bekeerd of dat Hij een kerkmens bekeerd. Ik heb daar geen inzicht in, ik ben God niet. Maar ik weet wel dat het een Godswonder is als een mens
Predikatie ds. L. W. van der Meij Tekst: 2 Korinthe 3 vers 5 en 6 Thema: Het goede leven
6
die zijn leven lang gedacht heeft: ik heb het er goed vanaf gebracht, dat hij met Bartimeüs gaat roepen: o Gij Zoon van David, ontferm U over mij! Maar ik weet ook wat Paulus zegt in de derde plaats:
De Geest maakt levend:
De Geest waarvan de apostel de werking niet kende voordat Die Geest de hof van zijn hart en leven ging doorwaaien. En wat gebeurde er toen? Toen begonnen de takken uit te lopen, toen werd de bloesem gezien, toen ging de boom vrucht zetten en toen heeft de apostel Paulus veel vruchten mogen voortbrengen. Hij zegt: niet uit mezelf hoor want of om mijn persoonlijke leven gaat of mijn ambtelijke dienst, ik heb geen vruchten. Ik heb geen vruchten. Maar hij had wel geleerd wat de Heere Jezus zegt: blijf in Mij en Ik in u! Blijf in Mij door het geloof en Ik blijf in u door Mijn Woord en door Mijn Geest. En dan zal je vrucht dragen. Dan zal Ik zorgen dat je uit Mij vruchten voort zal brengen. Nou, zegt de apostel Paulus tegen de Korinthiërs: kijk nou zelf, Korinthiërs ik heb jullie niet willen wijzen met die wetsleraars op die dodende kracht van de wet. Ik heb je het evangelie verkondigd. Ik heb jullie het nieuwe verbond verkondigd. Ik heb jullie het bloed van Christus verkondigd. Ik heb jullie de levendmakende Geest verkondigd en Die is onder u gaan wonen en werken en de hof gaan doorwaaien en de specerijen zijn uitgevloeid. Dat zien de mensen toch? Hij zegt: jullie zijn een brief, een leesbare brief van Christus. Mocht dat gemeente ook maar van heel de gemeente van Dordrecht gezegd worden! Ik heb geen aanbeveling van mensen nodig zoals mijn opponenten in de gemeente die zeiden: kan je geen briefje voor me schrijven dat ik zo’n geweldige herder en leraar ben? Nee niet nodig. Jullie zijn mijn aanbevelingsbrief. Dus je helpt je predikant gemeente nog het meeste en je troost hem nog het meeste, als u veel vrucht draagt. En dat de Heere daarin laat zien dat Hij een brief Zelf geschreven heeft, niet met inkt. En dat Hij ook meer gegeven heeft dan twee stenen tafelen met letters in steen, want daar kom je niet verder mee. Dat verbond is vernietigd. Maar waar de Geest is gaat God Het Woord van God in je hart schrijven en dan schrijft Hij bijvoorbeeld: Ik heb in gunst en niet in wraak Mijn lust, want de hitte van Mijn gramschap is geblust! Zie maar het Lam Gods Dat de zonde der wereld wegneemt! Wat krijg je dan zin gemeente om God te dienen. Eigenlijk hoeft het dan niet meer hé in die zin dat het je niet meer of minder zal zalig maken, wat je er nog aan toevoegt. Maar tóch wil je dat omdat alles al gereed is, alle dingen al gereed zijn. En de Heere Jezus geroepen heeft: het is volbracht! En toen die verloren zoon thuiskwam zei de vader niet: en nu aan het werk! En laten zien dat je spijt hebt! Nee hoor, hij zegt: ga je eerst maar wassen en je krijgt nieuwe kleding, een ring aan je vinger en dan gaan we samen eerst eten en drinken en vrolijk zijn! En toen de maaltijd voorbij was gemeente, ik kan u verzekeren: die jongste zoon heeft gewerkt alsof hij door zijn werken zalig zou worden, en het hoefde niet eens meer want hij was uit genade aangenomen. Dat is alles. Dat is het hele evangelie: als een dakloze zwerver Thuiskomen! Alleen maar eerlijk zijn. Je hoeft niet eens te zeggen: ik ben het niet waard. Al zeg je alleen maar: ik heb gezondigd! Dat is voor God al genoeg!
AMEN
Zingen Het gebed des Heeren vers 8 en 9
Dankgebed
Zingen Psalm 119 vers 25
Zegen des Heeren