Predikatie Prof. Dr. A. Baars Tekst: Hebreeën 13 vers 14 Thema: Het leven: een pelgrimstocht
1
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Christelijke Gereformeerde emeritushoogleraar nu wonend te Woudenberg
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk Bethel te Sliedrecht
Datum: zondag 31 juli 2016, 18.00
Votum en groet,
Zingen Psalm 122 vers 1 en 2
Schriftlezing: Hebreeën 13
Geloofsbelijdenis
Zingen Psalm 49 vers 6
Gebed
Zingen Psalm 39 vers 3, 5 en 8
Tekst: Hebreeën 13 vers 14:
Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.
Geliefde gemeente de oude predikant was met emeritaat gegaan. Het was nog in de tijd dat als je een ambt beklede, of dat nu notaris was of dominee was, langer doorging dan je 65e. 70 jaar dat was de leeftijd voor emeritaat in die tijden. Hij was alleen en eenzaam geworden. Zijn vrouw was overleden en hij had besloten om na zijn emeritaat in zijn geboorteplaats te gaan wonen. Aan de rand van het dorp vlakbij het grote bos waar hij als jongen gespeeld had, stond een prachtig appartementencomplex en daar had hij een plekje gevonden. En toen hij eenmaal gesetteld was maakte hij op een winterse morgen een wandeling door het bos. Vroeger was daar een echoput. Zou die er nog zijn? Zou die het nog doen? Hij zocht en hij vond, overwoekerd veel meer dan vroeger, groen uitgeslagen met mos. En hij riep naar beneden. Hij wist zelf niet waarom: leven! Hij deed het, de echo kwam terug, even, even! Een poosje later was hij er weer in de vroege lente. En opnieuw boog hij zich over de put en hij riep naar beneden, hij wist zelf niet waarom: sterven. En de echo kwam terug: erven, erven! En vooral die tweede keer werd hij heel sterk bepaald bij het feit: wij zijn op reis. En die reis, dat leven hier op aarde is maar even! Maar hij mocht door genade wel weten: als het sterven wordt dan is het erven! En daarmee zijn we bij een belangrijk aspect van onze tekst. Want het gaat in onze tekst over het leven als een pelgrimsreis. En dan zijn er 3 dingen die onze aandacht vragen:
Het leven: een pelgrimstocht
- De uittocht uit de oude stad
- De zoektocht naar de nieuwe stad
- De intocht in de eeuwige stad
De uittocht uit de oude stad:
De brief aan de Hebreeën, deze brief plaatst ons voor een heleboel vragen. Ik zal ze niet allemaal aanstippen maar op z’n minst twee ervan moeten toch even aan de orde komen. Wie waren die Hebreeën eigenlijk? Wel het woord Hebreeër zegt eigenlijk toch wel duidelijk al wordt dat wel betwist, dat het mensen waren met een joodse achtergrond. Christen geworden, dus christenen uit de joden zouden we zeggen. En het merendeel van de gemeente van de Hebreeën bestond uit zulke mensen. Waar woonden ze? Er zijn verschillende plaatsen genoemd in de loop van de eeuwen maar de meest overtuigende plaatsbepaling is volgens mij toch wel
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Tekst: Hebreeën 13 vers 14 Thema: Het leven: een pelgrimstocht
2
Jeruzalem. Jeruzalem de moederkerk ook van het christendom, volgens een oude joodse uitdrukking: de navel van de aarde. Jeruzalem was de plek waar heel veel joden woonden uiteraard maar waar de gemeente ook voor een belangrijk deel uit mensen bestond die een joodse achtergrond hadden. En dat ze een joodse achtergrond hebben dat wordt vooral duidelijk uit de vele, vele toespelingen in deze brief op de eredienst in het oude Israël en de schrijver van deze brief richt zich dan vooral op de tijd van de woestijnreis, toen de tabernakel er nog was, het oude tentheiligdom. Het is, zo krijg je bijna de indruk, alsof er geen tempel is. Die was er natuurlijk wel want de brief is naar alle waarschijnlijkheid voor de verwoesting in het jaar 70 na Christus geschreven. Maar terugkijken naar het begin toen dat oerheiligdom, de oude tabernakel er nog stond. Wie heeft de brief geschreven? Dat is onzeker. Ik weet wel: in onze belijdenis wordt deze brief genoemd als een brief van de apostel Paulus en dat is een oude en wijdverbreide opvatting. Maar er zijn nogal een aantal elementen en een aantal taalkundige elementen waarom grote geleerden onder wie Johannes Calvijn, twijfelden of hij wel echt van Paulus was. Maar als u de brief aan Paulus wilt toeschrijven dan mag u dat gerust doen. Zelf twijfel ik wel. En toen Guido de Brés de Nederlandse Geloofsbelijdenis naar Calvijn opstuurde en vroeg aan zijn leermeester om commentaar te leveren was het commentaar in de brief van Calvijn heel kort: een prachtig stuk werk, alleen Guido de Brés, hoe kom je nou zó dwaas om de brief aan de Hebreeën toe te schrijven aan de apostel Paulus? Wel we zullen het weten misschien als de eeuwigheid aanlicht. Er zijn nog wel een bepaalde dingen in de Bijbel die voor ons nu verborgen zijn. Maar in ieder geval: aan die Hebreeën, waarschijnlijk in Jeruzalem, christenen uit de joden, schreef die nameloze apostel of de apostel Paulus deze brief of deze verhandeling om ze te funderen en te versterken in het geloof en vooral ook in de hoop. Wat was namelijk het geval? Het is de tijd waarin de allereerste getuigen van het leven en sterven van de dood en de opstanding van de Heere Jezus Christus weggevallen zijn. Ze zijn overleden, sommigen de marteldood gestorven. Anderen zijn naar delen van het Romeinse rijk gereisd om daar het evangelie te verkondigen. We lezen ook in dit hoofdstuk dat de voorgangers, de geestelijke leiders van de gemeente weggegaan zijn of heengegaan zijn. Er is een nieuwe generatie gekomen. We zouden zeggen in onze taal: de kerkenraad is erg verjongd en die oude broeders die de gemeente zo gediend hadden en voor zoveel mensen tot zegen geweest zijn, zijn weggevallen. En dat had gevolgen. Niet alleen dat de mensen gingen vergelijken, want dat doen wij mensen altijd, één van de meest onvruchtbare dingen in de kerk trouwens. En ze zeiden: zoals het vroeger was zo is het nu toch niet meer. En misschien hadden ze ook nog wel gelijk. Maar het wortelprobleem van die Hebreeën was niet de voorgangers. Dat was hun eigen hart! En dat is meestal het wortelprobleem in de kerk, vooral als we heel erg met de vinger naar iemand anders wijzen. Want wat was er met hun hart aan de hand? Ze dreigen te verslappen. Dat prachtige oude woord in onze Statenbijbel zegt het eigenlijk zo mooi: te verachteren in de genade. Achterop te raken. Ja zelfs af te vallen van het geloof. Dat waren natuurlijk geen echte gelovigen want wij geloven op grond van de Schrift dat er geen afval van de heiligen is! Maar deze brief maakt het heel erg duidelijk dat het mogelijk is om allerlei gaven ontvangen te hebben van de Heere, (leest u maar na in het 6de hoofdstuk), en dat je toch uiteindelijk openbaar komt als iemand die niet echt de Heere vreest! En dat is een punt wat we maar niet moeten vergeten. Dat zeg ik niet om hard te zijn. Dat zeg ik ook niet om bang te maken. Maar ik vrees weleens gemeente dat het hele woord `afval’, en dan niet in de zin van het verval van de tijden enzovoort, maar de realiteit van de afval van God en van Zijn Christus, veel te veel omhuld wordt in de prediking!
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Tekst: Hebreeën 13 vers 14 Thema: Het leven: een pelgrimstocht
3
Opmerkelijk hé dat in de bloeitijd van het Puritanisme in de 17de eeuw allerlei verhandelingen gepubliceerd worden, John Owen bijvoorbeeld, over de afval van het geloof! En dan bedoelde hij niet alleen de afval van de waarheid, die ook, maar ook dat mensen beleden christen te zijn en het niet echt waren. En Bunyan die in dezelfde tijd leefde sluit notabene vlak voordat christen de hemelstad binnengaat, met een uitvoerige beschrijving van Onkunde die dacht dat hij naar de hemel ging maar uiteindelijk slaat nhij zijn ogen op in de hel! Daar moet tegen gewaarschuwd worden. Daar mag niet over gezwegen worden! Ook al wordt je dan nooit geroemd als prediker wanneer je daar veel de nadruk op legt. Maar is het niet nodig als God Zelf in Zijn Woord zegt: zie toe, als Hij in Zijn Woord zegt: het is mogelijk om de Naam van de Heere Jezus vele malen op je lippen gehad te hebben, maar niet ieder die daar zegt: Heere, Heere, zal in Mijn Koninkrijk binnengaan! Is het niet nodig als gezegd wordt tegen elke dienaar van Het Woord dat het bloed van de zielen van je hand geëist zal worden. En ik denk aan één van de andere Puriteinen wie gezegd heeft tegen zijn mededienaren in een grote bijeenkomst: denk aan het bloed van de zielen! Denk aan het bloed van de zielen, dat je niet medeschuldig bent aan hun verloren gaan! En zo heeft deze apostel een brief geschreven met een geweldig waarschuwend gehalte. Hij noemt deze brief of deze verhandeling, sommigen zeggen een preek met een briefslot, het woord van het vermaan. U vindt dat in de allerlaatste verzen van dit hoofdstuk. Dit is een woord van vermaning. En onze Statenvertalers hebben dat terecht zo vertaald naar mijn mening maar het woord dat in de grondtekst staat kun je ook vertalen met: vertroosting. Dat is opmerkelijk hé? De Bijbel spreekt altijd met twee woorden: wet en evangelie, recht en genade, vertroosting en vermaning. Het is vooral vermaning maar dan vermaning om de weg te wijzen naar de enige troost van leven en in sterven! En dan is de kernboodschap van de brief vooral dit: volhard in het geloof! wij zijn gewend als ze Hebreeën 11 lezen, dat hele bekende hoofdstuk wat wel genoemd wordt: de galerij van de helden van het geloof, ik houd niet zo van die uitdrukking want gelovigen zijn in zichzelf niet zo heldhaftig, maar die galerij van de zogenaamde helden van het geloof daar wordt gezegd: door het geloof heeft Abraham, door het geloof heeft Mozes, door het geloof heeft Rachab! En wat is dan de bedoeling? Dat aan deze mensen die wankelden, die dreigden achterop te raken, in het geloof, te verachteren in de genade, dat ze vermaand worden om te volharden in het geloof. Want geloven in de Bijbel is niet iets van één moment! Een wonder dat je daar iets van mag vertellen in je leven dat de Heere op dat ogenblik je te sterk geworden is en je levensweg radicaal omboog. Maar of het meer geleidelijk gebeurd is of meer plotseling gebeurd is, als het gebeurd is daar kun je nooit bij blijven staan! Want het geloofsleven is als een reis, een pelgrimstocht. Bunyan heeft er twee geschreven: de christenreis en de christinnereis. Heel verschillend en toch op wezenlijke punten komen ze heel dicht bij elkaar. Daar tekent hij het leven als een reis.
En daarvan zegt onze tekst allereerst: wij hebben hier geen blijvende stad maar wij zoeken de toekomende. Dus wij mogen onderweg net als Abraham, net als Mozes, net als al die andere Bijbelheiligen die stuk voor stuk genoemd worden, niet blijven staan op één punt. Daarom wordt je daar zo moe van als mensen altijd maar zeggen: ja toen en toen is het gebeurd dominee. En je hoort nooit meer wat anders. Dan deugt er iets niet! De vorderingen. Het geloof is een onrustig ding en het vindt nooit rust hier op aarde totdat het rust vindt in God. Een reis. Geen blijvende stad. Ja dat is een prachtig beeld wat vooral in die tijden heel erg sprak. Een stad, daar dacht de lezer van de brief onmiddellijk aan een versterkte stad zoals Jeruzalem was, zoals
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Tekst: Hebreeën 13 vers 14 Thema: Het leven: een pelgrimstocht
4
zelfs Bethlehem was, zoals zeker Rome was, zoals Constantinopel, nu Istanbul. En zo kun je een heleboel steden noemen. Die werden gekenmerkt niet alleen dat de mensen dicht op elkaar woonden zeker in het oude Rome, maar ook doordat ze een ommuurde vesting hadden. Daarachter waren ze veilig want het was in die oude tijden voor de uitvinding van het buskruit buitengewoon lastig om een stad te veroveren. Al in de oudheid waren er belangrijke generaals die als bijnaam hadden: de stedendwinger. Frederik Hendrik in onze Vaderlandse geschiedenis had die naam maar die naam was al heel oud: de stedendwinger. Dat was een man die met zijn leger de stad had veroverd. En u weet misschein dat toen de Romeinen eenmaal kwamen om de opstand van het joodse volk in 70 na Christus neer te slaan, dat het jaren geduurd heeft voordat ze Jeruzalem veroverd hadden en zeker voordat ze het versterkte tempelplein op konden trekken en de tempel konden verwoesten. En als u in Jeruzalem komt, misschien bent u er geweest, dan moet u niet alleen naar de Klaagmuur gaan. Dat is natuurlijk een prachtige gelegenheid om allerlei dingen te zien ook van de beleving van het joodse volk, maar dan moet u naar de zuidelijke muur gaan. En dan liggen de grote brokken steen die de Romeinen hebben losgewrikt terwijl de tempel brandde en de tempelberg in vuur stond, in woede, en je kan nog iets van de woede zien in de nauwelijks opgeruimde brokken steen die neergeworpen zijn, 70 na Christus. Een stad, een versterkte stad. Een stad was ook in de spreekwoorden van de klassieke oudheid een beeld van vastheid. Permanent, blijvende stad. Wat er ook gebeurt. Rome, de eeuwige stad zal nooit vergaan. En toen Rome eenmaal door de barbaren verwoest werd, ja toen was het hele Romeinse rijk in rouw gehuld. En zelfs een man als Augustinus was in het diepst van zijn ziel geschokt. Rome vergaan, dan vergaat de wereld! De stad, het symbool van het blijven. En dan gaan we dat maar toepassen op ons eigen leven. Waarvoor leven wij? Wat zal blijven als wij er niet meer zijn? we kunnen denken aan een naam. Dat is het geloof van de oude Grieken. Je moet zorgen dat je iets buitengewoons doet tijdens dit korte leven zodat je naam onsterfelijk beroemd blijft voortbestaan. Maar wie denkt er nog aan al die namen van mensen die in hun eigen tijd zo beroemd waren? Wie zou over 100 jaar de naam van onze minister-president nog weten behalve een aantal historici en policiti misschien? Gij doet hun naam met hen vergaan in het hoogste strafgericht. Dat zegt de Bijbel daarover. Of misschien denkt u aan een geweldig bedrijf, aan een machtige carrière, aan grote geleerdheid, een boek dat blijft, zegt een uitgever dan. Hebt u er weleens op gelet dat echte boeken die blijven dat zijn de hele gewone praktische werken van die oude Godgeleerden. Dat is zoiets als de redelijke Godsdienst van Brakel, of het ABC des geloofs van Comrie. Dat waren helemaal geen grote geleerden met machtige namen want die zijn vergeten. Want wij hebben hier geen blijvende stad! En laten we ons ook maar niet druk maken om onze stad te bouwen en ervoor te zorgen dat onze stad blijft. Ons leven is kort. Wat die oude dominee zo persoonlijk beleefde: het leven is maar even. En voordat je het weet is het voorbij, komt de avondzon, de avondhemel van je leven. En wat hou je over? Wat hou je over? Wat heeft waarde? Onze apostel zegt hier in onze tekst: wij zoeken de toekomende. En als je zorgvuldig Hebreeën 11 doorleest met al die namen van de Oud-Testamentische vromen, de leiders van het volk, de koningen, de richters, dan ziet u die trek daar ook terug. Abraham verwachtte een stad die fundamenten heeft! Wat was het kenmerkende van het leven van Abraham? Hij zag uit, nee niet naar een vaste woon of verblijfplaats in Kanaän al heeft hij die op zekere hoogte wel gekregen, maar hij zag uit naar een beter Vaderland! Hij was op reis naar de eeuwige Stad! En daardoor was hij een vreemdeling hier! Hij woonde in tenten. Hij mocht de pinnen van zijn tent hier niet te
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Tekst: Hebreeën 13 vers 14 Thema: Het leven: een pelgrimstocht
5
diep in de aarde slaan. Trekken van hier naar daar. Door kwaad gerucht en goed gerucht. Want wij hebben hier geen blijvende stad maar wij zoeken de toekomende. Ja dat woord: zoeken, wat in onze tekst staat, dat heeft een geweldige klemtoon. Eigenlijk staat er iets sterkers dan alleen maar het woord `zoeken’. De Engelse vertaling, de King-James uit 1611 heeft het ook zo vertaald: die nauwgezet hem zoeken. Misschien nog beter is: die vurig hem zoeken met ingespannen krachten! Die stad zoeken! Wat is het zoeken naar die stad? Hoe houd je het vol op de pelgrimstocht door dit leven? Wel, door voortdurend te zoeken de dingen die boven zijn! En wat zijn de dingen die boven zijn? Wat is het geheim van de Stad die hier de toekomende Stad genoemd wordt? Dat het een Stad is van Koning Jezus! Of liever nog: de Stad van de Drie-enige God! Zoeken naar de Stad, daar bedoelt de schrijver van de brief aan de Hebreeën mee: het zoeken van de Opgestane Christus! Het zoeken van de liefde van de Vader, het zoeken van de genade van de Heere Jezus Christus en het zoeken van de gemeenschapstichtende werking van de Heilige Geest! Dat is het. Zoekt u dat? Zoek jij dat?
De meesten van ons zijn als kind gedoopt. Misschien wel net zo als ik heel lang geleden hier vooraan in deze kerk, in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. En als je dan het oude doopformulier speld dan hebben je ouders beloofd dat zij hun kinderen zullen opvoeden volgens de regels van Het Woord van God. Maar er staat ook iets over als je tot je verstand gekomen bent, als je zelfstandig gaat functioneren en zelfstandig gaat leven. Dan neem je die belofte van vader en moeder over en dan beloof je eigenlijk: U Drie-enige God, Vader, Zoon en heilige Geest, God van mijn doop, God van eed en van verbond, U wil ik zoeken! Zoekt u? En zoals het grondwoord hier in onze tekst zegt: zoekt u Hem met ingespannen krachten? Is het u alles waard om de Heere te zoeken en de Heere te vrezen? Gemeente wat kunnen we in onze kringen daar makkelijk langs heen leven of is het bij u anders? Ik ben de laatste tijd weer wat bezig met de oude Puriteinen en ik ben op een paar preken gestuit. De ene is van Watson in het Nederlands vertaald en dat gaat over het Koninkrijk der hemelen ingenomen met geweld. En Jonathan Edwards heeft over dezelfde tekst: de geweldhebbers nemen het met geweld, een andere preek geschreven, een nog beklemmender preek waarin hij zo de gemeente waarschuwt: gemeente hebt u gezocht want straks als u voor de Rechterstoel staat zult u niet kunnen zeggen: ik heb onder dominee Edwards gekerkt! Zult u ook niet kunnen zeggen: ik heb het niet geweten! Dan zal gezegd worden door de Grote Rechter: u hebt niet gezocht! Want Ik had het toch in Mijn Woord gezegd: zoekt en gij zult vinden? Klopt en u zal worden opengedaan? Of zetten we dat met onze rechtszinnige redenering die dus een grote leugen is tussen haakjes? Want dat kan ook dat het allemaal klopt als een algebrasom, helemaal leerstellig zuiver tot op de graad en dat het ondertussen wanneer het gaat over de beleving van de dingen één grote leugen is! Of bent u daar nooit aan ontdekt? Dat we alles bij elkaar harken om maar buiten schot te blijven en niet voor God te vallen! Ja maar dat gaat zomaar niet? Nee dat weet ik en dat kan een hele strijd zijn waar je nooit zonder kleerscheuren uitkomt. Ja maar er zal wat gekend moeten worden. Dat is waar. Maar als u al die waarheden aaneenrijgt als een grote lange ketting om uzelf te verontschuldigen, dan zijn alle kralen van die ketting leugens in de ogen van God! Zoekt u? Is het u wat waard om de Heere te zoeken? Is het jou wat waard om de Heere vroeg te zoeken? O maar dominee ik vind dat zo moeilijk omdat ik lang niet altijd de preken begrijp. Dat kan ik begrijpen. Toen ik 8 jaar was begreep ik ook veel van de preken niet. Maar ik kan je één ding vertellen. Er komen preken uit die tijd nog weleens terug en nu begin ik er iets van te begrijpen. Misschien zegt u: ja maar ik zit
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Tekst: Hebreeën 13 vers 14 Thema: Het leven: een pelgrimstocht
6
zo vast. Wat vroeger wel genoemd werd: ik kan mijn hart niet meekrijgen. Ik weet het allemaal verstandelijk zó goed. Maar nu de beleving van de dingen. Ik denk aan een heel erg gebeuren wat destijds diepe indruk op mij maakte. Ik had een hele goede vriend in de tijd dat ik in Leiden studeerde. En ik kwam één keer bij hen thuis. Hoe dat kwam weet ik niet want hij woonde met zijn ouders zelf in Leiden. De vader had een prachtige boekenkast, veel meer boeken dan mijn vader, met allemaal oude schrijvers. De meest bijzondere namen stonden ertussen, zelfs al namen die ik toen niet kende. En hij ging voor zijn kast staan en hij keek mij strak aan en zei: deze boeken houden mij uit de hemel. Wat bedoelde hij? Hij bedoelde: ik heb zoveel gelezen, ik weet het precies! Ik weet het zó precies dat ik het allemaal kan vertellen maar ik beleef het niet! En in wezen: arglistig is het hart hé? In wezen beschuldigde hij de Heere: Heere nu heb ik zoveel gelezen maar ik nu heb ik het nog niet! Wat zou het een zegen geweest zijn, en ik hoop dat het na die tijd gebeurd is, als je met al je kennis en al je letterknechterij helemaal aan de grond komt! En lege zakken, bedelarm wordt voor de Heere want de Heere heeft nog nooit gezegd wat vroeger in de stad Utrecht stond in het centrum: verboden te bedelen! Daar schaamden die hoge heren van de stad zich voor. In het Koninkrijk van God staat: zoekt! En vult u maar in: bedelt. Want het leven is toch maar even? Gebruik die tijd van de genade zoals de Heere dat in deze brief zo duidelijk zegt: nu is de dag van de zaligheid, nu is het het heden der genade! Heden indien gij Mijn stem hoort, zo verhard uw harten niet! Laat de tijd niet voorbijgaan maar zoek! Ja maar dominee als je nou niet kan zoeken? Vertel dat dan maar eerlijk aan de Heere en zeg maar: Heere ik heb een hart dat U niet kan zoeken. Misschien zelfs een hart waarvan u zegt: u moest eens weten wat voor boze gedachten over God daarin opborrelen. Want het hart is een fontein, de Heere Jezus heeft het gezegd: uit het hart komen voort.. Nou als je een beetje zelfkennis hebt dan weet je wel wat daar allemaal in voortkomt en uit voortkomt. Leg het maar voor Hem neer en dan heeft Hij het beloofd. En Die het beloofd heeft is getrouw, al wat u ontbreekt, schenk Ik het zo gij het smeekt. Hebt u een verbroken hart nodig? Het is bij Hem te vinden! Eén van de oude kerkvaders heeft gezegd dat Jezus stierf op Golgotha aan een gebroken hart om aan zondaren een verbroken hart over hun zonden te geven! Zegt u: ja maar ik ben zo blind in de dingen van de Heere? Ik zal de blinden leiden in een weg die ze niet gekend hebben, laat de Heere neerschrijven in de profetie van Jesaja. Zoekt u af te komen van de last van zonde en van schuld? Bij Hem is vergeving en Hij wil het zeggen en het in je hart toepassen door de machtige Zoon van God: Mijn zoon uw zonden zijn u vergeven! Ik ben zo bang dat ik mezelf bedrieg. Dat is waar, je kan niet voorzichtig genoeg zijn als je de woorden leest uit Jeremia 17: arglistig is het hart. Maar Hij Die oprecht was in al Zijn handel, in al Zijn wandel, in Zijn begeerte, in Zijn denken, volmaakt was, Hij wil dat bedrieglijk hart openleggen en je laten zien wat er allemaal aan mankeert! Maar vooral laten zien: Ik houd getrouw Mijn Woord! Is dat uw enige hoop geworden? Want als je een klein beetje ouder wordt of misschien wel heel veel ouder geworden bent, dan wordt de trouw van God tegenover onze bedriegelijkheid en onze ontrouw het grootste wonder. Heere wij zoeken U omdat U de Betrouwbare bent! Geen wonder dat juist in de brief aan de Hebreeën zoveel gezegd wordt over Gods verbond, over het nieuwe verbond, over wat God in de tijd van de Messias en daarna zal doen voor Zijn Kerk en heeft gedaan in Zijn Kerk.
Wij zoeken de stad die komt. Dat betekent ook dat Gods Kerk hier altijd onderweg is. Jaren geleden verscheen er een boekje met een prachtige titel, de inhoud is minder prachtig: Mens onderweg, over een christelijke mensvisie. Dat is nou trefzeker hé? De Bijbel tekent ons als mensen, vooral als mensen onderweg. En wat een genade
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Tekst: Hebreeën 13 vers 14 Thema: Het leven: een pelgrimstocht
7
als je onderweg mag zijn naar de Stad van de toekomst. Die Stad is er in zekere zin al gekomen door de komst van de Heere Jezus Christus hier op aarde. Ze is bezegeld met Zijn dierbaar bloed, gebouwd op een Fundament van bloed en van eeuwige zondaarsliefde! Maar die Stad is nog maar ten dele opgelicht voor de ogen van het geloof. Wij kennen ten dele, dat gaat ook over de kennis van Christus en de kennis van die Stad die eenmaal komen zal. Maar die Stad die nu al opgelicht is in de komst van de Heere Jezus, die zal straks in volle glorie uit de hemel neerdalen, schrijft het laatste Bijbelboek! Het nieuwe Jeruzalem met de paarlen poorten en de gouden straten! Het komt naar de strijdende Kerk hier op aarde toe. En wat betekent dat nou?
De zoektocht naar de nieuwe Stad:
Daar kan ik maar weinig over zeggen want anders kom ik aan het slot van de preek niet toe maar toch even. Dat betekent als je zó gaat leven, als je zoekt, als je klopt, als je worstelt om dat heil wat in Christus gekomen is en wat straks in volle heerlijkheid in de komende Stad zal stralen, dat betekent allereerst dat je een vreemdeling bent hier beneden. Het Boek aan de Hebreeën is ook wel genoemd: het Boek van de vreemdelingschap. En wat is nou vreemdeling zijn? Dat is niet dat je vreemd gaat doen, dat je wonderlijke dingen gaat vertellen die geen hout snijden. Dat is ook niet dat je je vreemd gaat gedragen. Vreemdeling zijn is dat je zegt: hier op aarde leef ik en hier op aarde vervul ik mijn taak en roeping, van Godswege zo trouw mogelijk maar mijn eigenlijke doel vind je hier op aarde niet. Wij hebben hier geen blijvende stad! Mijn levensdoel en mijn stervensdoel is de Stad, Paulus schrijft het zo prachtig in de brief aan de Filippenzen: onze wandel is in de hemelen. Letterlijk staat er zoiets als: ons burgerschap, ons burgerrecht, onze geboortewijzen die liggen in de hemel! Daar ben ik Thuis! Daar hoor ik. Ik ben wel een burger van een koninkrijk der Nederland of van een niet zo verenigd Europa misschien. Maar dat is maar tijdelijk, dat is maar even. Maar het diepste geheim van mijn leven is: ik zoek de rust elders, mijn burgerschap is daar. En dat stempelt je leven beneden gemeente. Dan wordt je een vreemdeling hier beneen, zoals we dat zingen met één van de Psalmen. En een vreemdeling hier beneen betekent dat je alle dingen gaat bekijken in het licht van de eeuwigheid. Calvijn heeft erover geschreven en dat noemt hij zijn ethiek. Als Calvijn het heeft over zijn ethiek, hoe moet een christen leven in deze tijd? Dan zegt hij: in de voortdurende overdenking van het toekomende leven. Hij legt geen wetjes neer: dit mag wel of dit mag niet. Dat vragen kinderen soms en het is goed dat je daar eerlijk antwoord op geeft. Maar het diepste geheim van de heiliging van het leven is dat je beseft dat wij onder de stolk van de eeuwigheid leven. Als je een beslissing neemt, hoe zit dat eigenlijk? Een opleiding kiest? Een baan kiest als je jong bent? Gaat verhuizen omdat je een betere betrekking krijgt aangeboden? Maar ja het is daar kerkelijk wel een beetje anders als dat ik zelf graag zou zien. En er wordt wel een ander soort voedsel vanaf de kansel geboden als ik nodig acht voor mijn kinderen. Wat geeft dan de doorslag? De eeuwigheid toch? Je eeuwige belangen toch? Want het is hier maar tijdelijk, maar even! Geen blijvende stad maar we zoeken de toekomende! Ja want wat is die toekomende Stad? Want we moeten ons haasten naar het slot van onze tekst.
De intocht in de eeuwige Stad:
Die eeuwige Stad, het wordt wel niet zo direct genoemd in onze tekst maar als je de brief aan de Hebreeën helemaal leest en ook andere gedeelten uit de Schrift daar naast legt, dan zeg je: ja dat is het nieuwe Jeruzalem! Kijk waarschijnlijk was het de
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Tekst: Hebreeën 13 vers 14 Thema: Het leven: een pelgrimstocht
8
tijd dat Jeruzalem nog niet verwoest was toen deze brief ontstaan is. Daar heeft het alle schijn van. Want het gaat over de eredienst in de tempel en dan wordt er in de tegenwoordige tijd gesproken. Die bestond dus nog. En voor een jood vandaag nog is de stad Jeruzalem hét centrum van de wereld. Jaren geleden waren we met studenten in Israël en daar hadden we een Nederlands sprekende gids, hij was ook in Nederland geboren, maar orthodox joods, zeer orthodox. En één van haar ontboezemingen was dat ze zei: als ik het kan betalen, als ik met pensioen ga dan koop ik een appartementje in Jeruzalem vlakbij de tempelberg. Want als de Messias komt dan komt Hij tot Zijn tempel en dan ben ik er vlakbij. Kijk dan krijg je een bijna afgodische verering van de stad Jeruzalem, waarvan de apostel hier zegt: je hebt hier geen blijvende stad. Zelfs Jeruzalem blijft niet. En het zal nog een paar jaar duren voordat Jeruzalem verwoest wordt. Niet één steen zal op de andere gelaten worden! Een bevestiging van wat hier staat hé? Want de geschiedenis kan op een bepaalde manier Het Woord bevestigen. Nee het gaat om het hemelse Jeruzalem! Niet dat deze aarde niet belangrijk is. God heeft ons hier geplaatst en geeft ons hier een roeping. Maar het eigenlijke levensdoel is: uitgaan, zoeken naar de Hemelstad. En dat kan betekenen, zo lezen we in de voorafgaande verzen, dat je hier op aarde smaadheid moet dragen. Want de apostel die de brief geschreven heeft die vergelijkt dat met een offerceremonie uit het Oude Testament. Denkt u maar aan de grote verzoendag. Dan werd het bloed opgevangen en dat werd binnenin het heiligdom gebracht en gesprengd voor de ark van het verbond en op het verzoendeksel. Maar het dode lichaam nee dat werd niet helemaal verbrand op het altaar zoals met andere offers gebeurde. Je mocht er ook niet van eten, dat gebeurde met dankoffers wel. Maar het werd buiten de legerplaats verbrand. Een teken van schande, uitgebannen, uitgeworpen! Zo was het met de Heere Jezus: Golgotha, buiten de stad de plaats van de terechtstelling. En in zekere zin mogen de kinderen van God daarin de voetstappen van de Meester drukken. Wij zoeken de Stad zelfs al gaat het ten koste van lijden, ten koste van strijd! Wij drukken de voetstappen van Hem Die als Hij gescholden werd niet wederschold en als Hij leed niet dreigde, maar gaf het over aan Hem Die rechtvaardig oordeelt. Kruis dragen achter Jezus, smaadheid dragen. Dat is niet makkelijk. Een mens wil niet graag bespot worden. We leven in 2016 en dan kun je in bepaalde kranten en bladen maar graag uitgescholden, bespot, gesmaad, door het slijk gehaald worden. Dat ligt ons niet, begrijpelijk ook. Maar van de apostelen lezen we dat ze het vreugde achtten om Zijns Naams wil smaadheid te dragen. Is dat je gebed: Heere ik zoek de zegen alleen bij U? En al kost het mij alles, mag ik dan Uw smaadheid dragen? Zoals die dichter uit het begin van de vorige eeuw het zei: laat nu in angst en pijn Meester mij niet alleen! Wie heb ik buiten U? Immers niet één. Het liefste wat jeugd mij gaf naamt ge mij, liefd en eer. Ik zweeg. Dat de dienaar niet twist met zijn Heer. Vordert Gij alles nu? Ik zwijg want ook dit is recht. Zijt Gij de Meester niet en ik de knecht? Maar blijf bij mij, blijf bij mij, blijf bij mij o mijn God! Maak niet Uw Woord te schande, maak niet Uw trouw ten spot! Zo reist de Kerk naar de eeuwige Stad.
En wat die eeuwige Stad is? Dat is allereerst: blijf bij mij! Gemeenschap met God, altijd bij Hem zijn. Nooit Hem meer bedroeven door de zonde of door uit te glijden of door onbedachtzaamheid of door niet te willen waken. Blijf bij mij. En dan begrijp je het als een kind van God op zijn sterfbed, of misschien wel voor zijn sterven iets zegt: Heere hoef ik dan nooit meer te zondigen? Hoef ik dan nooit meer van U af te dwalen? En dan zegt de Heere: nee want in de toekomende Stad woont alleen de vrede! Daar is alles licht, daar zijn geen tranen meer, geen dood meer, geen ziekte meer, geen zonde meer! Zoekt u die Stad? Zult u straks door die poorten ingaan?
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Tekst: Hebreeën 13 vers 14 Thema: Het leven: een pelgrimstocht
9
Dan zult u iets moeten beleven van onze tekst: wij hebben hier geen blijvende stad! Ik denk aan één van de aller-beroemdste mannen die op deze wereld geleefd heeft: Alexander de Grote in de 4de eeuw voor Christus. In de Nederlandse vertaling luid zijn levensbeschrijvingtitel: een jongeling verovert de wereld. Dat klopt. 18 jaar was hij toen hij begon met zijn veldtocht tegen dat enorme Perzische rijk en hij heeft de Perzen beslissend verslagen. Van Griekenland heeft hij uiteindelijk gestaan aan de oevers van de Indes en in zijn dagen voeren de mensen al rondom de Kaap van het zuiden van Afrika. Helemaal om Afrika heen. Zo machtig was hij. En hij was een jaar of 33 en hij werd vreselijk ziek. Wat het geweest is is nog steeds een raadsel. Werd hij vergiftigd? Had hij een hele erge kwaal? Niemand weet het. Maar één van onze dichters heeft daar een gedicht over gemaakt: laatste wens van Alexander. En dat ene couplet dat spreekt boekdelen. Dan zegt Alexander tijdens zijn ziekte volgens dat gedicht: dan als ik tuimel in de kist, doodsoverwonnen en bezweken, laat bei mijn handen zijn ontbloot en uit de baar naar buiten steken. Hij stierf met lege handen. De wereld veroverd, zijn naam wordt nog iedere maand wel een keer overal op de wereld genoemd. Maar hij moest alles verlaten. Wat is dat erg hé als je met lege handen moet sterven! En vooral als je met een leeg hart moet sterven! Maar wat een genade als je met alle knikkende knieën en struikelen en dwalen en dwaasheden van het hart toch mag zeggen: ik zoek de zegen alleen bij U! Maar wij zoeken de toekomende met alle krachten! Heere laat niet varen het werk van Uw handen! Maak het echt en hecht in mijn leven. En weet je wat je dan gaat ontdekken tijdens je leven al? Maar zeker straks in de eeuwigheid: dat Hij het was Die je trok en Hij het was Die je zocht en Hij het is Die steeds weer Zijn Woord waarmaakt! Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was! en dan weet je het straks voorgoed: ik weet hoe het vast gebouw van Uw Stad, van Uwe gunstbewijzen, naar Uw gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen! En dan heeft die oude dominee toch gelijk: voor ieder die de Heere vreest: leven het is maar even. Sterven, het is toch erven. Want wij verwachten een Stad die fundamenten heeft!
AMEN
Zingen Psalm 89 vers 1
Dankgebed
Zingen Psalm 69 vers 14
Zegen des Heeren