BEKERING OP PINKSTEREN Pinksterpreek Ds. A. van Heteren, Urk
Tekst: Handelingen 2: 41b “en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.”
Psalm 33:9 (1773)
Na de wet Psalm 143:10/ Na de geloofsbelijdenis Psalm 67:2
Lezen: Handelingen 2:22-41 (Statenvertaling)
Psalm 87: 2,3,4 en 5
Psalm 147:2
Psalm 145:2
Geliefde gemeente,
Bekering is noodzakelijk voor heidenen en kerkmensen. Onbekeerden zullen niet ingaan in het Koninkrijk van God. Onbekeerden blijven de zonde liefhebben. Zij blijven de zonde doen. Er is geen breken met de zonde. De zonde wordt niet bestreden. Er is geen haten van de zonde. Wij worden allen in zonde ontvangen en geboren. Dat betekent dat we onbekeerd zijn. We liggen onder de toorn van God. We zijn voorwerpen van Gods gramschap. We wandelen op de brede weg. We staan met onze rug naar de Heere toe. Al zijn we nette kerkgangers, dit is toch de werkelijkheid. Alleen door het wonder van de waarachtige bekering komt hier verandering in.
Bekering is noodzakelijk. Het leven is zo voorbij. De Bijbel zegt: Wij vliegen daarheen. Bekering kan geen uitstel lijden. Plotseling kan het sterven worden. Waar zullen we dan zijn in de eeuwigheid? Bekering is niet alleen noodzakelijk maar ook mogelijk. De eis tot bekering wordt gepreekt. Telkens opnieuw klinkt het: “Bekeert u toch, bekeert u toch, want waarom zoudt gij sterven?” Bekering is verworven door Christus in de weg van lijden en sterven. De ten hemel gevaren Zaligmaker werkt wonderen van bekering op aarde. We zien dat heel duidelijk op de Pinksterdag. De prediking wordt rijk gezegend. Velen worden er toegebracht. Velen worden er getrokken uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde.
De prediking op de Pinksterdag was eerlijk. Er werd niet gezwegen over de zonde. De ongerechtigheid werd duidelijk aangewezen. Concreet werd de zonde genoemd. Predikers dienen de hoorders eerlijk te behandelen. Een arts heeft ook die plicht. Als een patiënt ernstig ziek is en de dokter doet hier heel luchtig over, dan komt die patiënt daar bedrogen mee uit. Eerlijke behandeling is nodig. De patiënt dient overtuigd te worden van de ernst van de toestand. Dan zal hij de noodzaak van behandeling inzien en genezing gaan zoeken. Niet alleen artsen moeten eerlijk zijn, maar ook predikers. De zonden dienen aangewezen te worden opdat de noodzaak van bekering gezien zou worden en de bekering afgesmeekt zou worden. De bedoeling van een eerlijke, ontdekkende prediking is dat de waarachtige bekering werkelijkheid zal worden. In de zonde is veel kracht tot verdoemenis, maar in het bloed van Christus is meer kracht tot behoud.
Bekering is noodzakelijk. De Heere werkt die bekering naar Zijn welbehagen. Onze tekst spreekt ervan: ‘En er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen.’
BEKERING OP PINKSTEREN 1.Door Wie 2. Hoe 3. Hoeveel
1.Door Wie
Jongens en meisjes, door wie werden er mensen bekeerd op de Pinksterdag? Wie heeft dat eigenlijk gedaan? Aan wie moet de bekering worden toegeschreven? Misschien antwoorden jullie: door Petrus. Petrus heeft immers gepreekt. Door die prediking kwamen er velen tot bekering. Door zijn prediking werden er velen toegebracht. Inderdaad heeft Petrus gepreekt. Petrus heeft vrijmoedig gesproken. Hij was niet bang dat zijn hoorders hem iets zouden aandoen. Hij was helemaal niet bevreesd voor hen. Wat een tegenstelling met de nacht waarin de Heere Jezus gevangen werd genomen. Toen sprak Petrus het tot driemaal toe uit Hem niet te kennen. Hij deed dit zelfs onder ede en zelfvervloeking. Petrus was bang voor zijn leven. Hij durfde er niet voor uit te komen dat Hij een discipel van de Heere Jezus was. Op de Pinksterdag is dit echter heel anders. Petrus is niet bang. Hij is niet bevreesd. Vrijmoedig spreekt hij tot vijanden. Petrus wordt hierin gesterkt door de Heere. Hij mag het ondervinden dat de Heere hem de woorden te spreken geeft. De Heere maakt Zijn belofte waar die Hij had gegeven op de dag van de hemelvaart: “En ziet, ik ben met ulieden, al de dagen tot de voleinding der wereld.” De Heere is met Petrus. De Heilige Geest geeft Petrus de woorden in de mond en de zaken in het hart. Petrus mag spreken met het hartelijke verlangen dat zondaren toegebracht zullen worden. Hij ziet uit naar de uitbreiding van Gods Koninkrijk. Hij ziet niets liever dan dat de werken van de duivel verbroken zullen worden. Het spreken van Petrus heeft vrucht afgeworpen. Er werden omtrent drie duizend zielen toegedaan. Er werden ongeveer drie duizend mensen bekeerd. Heeft Petrus al die mensen tot bekering gebracht? Mogen we het zo zien dat Petrus dit heeft gedaan? Dat de woorden van Petrus tot bekering hebben geleid?
Neen. Aan Petrus mag niet de eer van de bekering gegeven worden. Niet Petrus moet in het middelpunt staan. Op Petrus moet niet de aandacht gevestigd worden. Petrus was alleen maar een instrument in de Hand des Heeren tot bekering van zondaren. De Heere alleen dient de eer hiervan te ontvangen. Petrus heeft niemand bekeerd. Door Petrus werd er niemand toegevoegd tot de schare die zalig zou worden. Petrus kon geen enkele hoorder overtuigen van zonde en schuld. Petrus kon geen enkele hoorder de oren open. Petrus was niet in staat harde harten te verbreken. Petrus kon het hart niet openen voor het Woord van God. Petrus kon het Woord van God alleen tot aan het oor brengen, de Heere heeft het toegepast aan het hart.
Kinderen Gods, door wie bent u bekeerd? Als u de Heere mag vrezen, aan wie schrijft u dat toe? Komt dat door een bepaalde predikant? Door een welsprekende prediker? Door een begaafde dominee? Als u het zo zegt, zegt u het verkeerd. Het is de Heere Die predikanten gebruikt om zondaren te bekeren. Het is de Heere die hun prediking zegent. Zij zijn alleen maar instrumenten in Zijn Hand. Calvijn heeft in dit opzicht gesproken over predikanten als slijk aan Gods heilige vingers. De Heere dient de eer te krijgen van Zijn Eigen werk. De Heere geeft hen immers te spreken. De Heere geeft vrijmoedigheid om Zijn Woord uit te dragen. De Heere past door de werking van de Heilige Geest het Woord toe aan het hart.
Wie bracht zondaren op de Pinksterdag onder de prediking van Petrus? Dat was de Heere. Petrus kon de hoorders niet doen komen, de Heere alleen. Dat geldt altijd. Predikanten kunnen mensen niet onder de prediking brengen. De Heere doet dat. De Heere doet komen onder de prediking van Zijn Woord. Naar Gods welbehagen wordt het Woord toegepast aan zondaarsharten. De Heere leidt alles in Zijn voorzienigheid. De Almachtige opent het gesloten hart. Hij doet het geweten spreken, Hij werkt verslagenheid.
De verhoogde Zaligmaker werkt door Woord en Geest op deze aarde. Christus verricht Zijn kerkvergaderend werk door middel van de prediking van het Woord van God. We lezen dat duidelijk bij de profeet Jesaja. Er staat in Jesaja 53:10 “Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.” Na volbracht Borgwerk zal de verhoogde Christus zondaren bekeren. Door Zijn hand zal het welbehagen des HEEREN voortgaan. De duivel, de wereld en de zonde zullen dat niet kunnen tegenhouden. De Zaligmaker werkt door Woord en Geest wonderen in het hart.
Wat mensen niet kunnen, doet de Heere. Al waarschuwt een predikant nog zo ernstig, bewogen en liefdevol, al nodigt hij nog zo lieflijk en ruim, al dringt hij nog zo aan achter de hoorders, als de Heere het niet toepast aan het hart, gebeurt er niets. Dan treedt er verharding op. Dan wordt het Woord verworpen. Dan wordt er niet naar geluisterd. Men leeft gewoon door. Men blijft wandelen op de brede weg. Maar als de Heere de prediking toepast aan het hart wordt de waarachtige bekering gewerkt. Dan brengt de Heere over van de brede op de smalle weg.
2.Hoe
Hoe is het eigenlijk mogelijk dat zondaren bekeerd worden? Iedere zondaar wil toch vasthouden aan zijn zondige leven? Er is niemand die uit eigen beweging de brede weg wil verlaten en wil gaan wandelen op de smalle weg? Dat is waar. Wij zijn van nature gevallen mensenkinderen die niet naar God vragen, die Gods eer niet zoeken, die de Heere niet willen gehoorzamen. In Adam hebben wij God de rug en de nek toegekeerd om nooit meer tot Hem terug te keren. Door eigen schuld staan we vijandig tegenover de Heere. We bevinden ons op een weg al verder bij God vandaan. We zijn opstandelingen tegen God. Vanuit een verdorven hart willen we niet doen wat de Heere eist. We missen het doel waartoe we geschapen zijn. We denken, leven en spreken niet meer ter eer van God. Het verstand van de gevallen mens is verduisterd. Het hart is gesloten voor de Heere en voor Zijn Woord. De zondige wil weigert te luisteren naar wat de Heere voorschrijft en verbiedt. De levenswandel is zondig. We zijn vijanden van genade, van God en van Christus. Al gaat een mens naar de kerk, al leest hij uit de Bijbel, al vouwt hij de handen en al buigt hij de knieën, er is niemand die uit eigen beweging echt God bedoelt. De mens is dood in de zonden en de misdaden. Dit betekent niet dat de mens niets doet. Maar het houdt in dat hij alles doet als een vijand van God. Zijn spreken getuigt van vijandschap. De gevallen mens luistert graag naar de klanken van de wereld. Hij gaat op in de dingen van deze wereld. Hij kijkt graag naar zondige dingen. De gevallen mens is dood in de zonden en de misdaden.
Dat zien we duidelijk bij hen die het uitgeroepen hebben: “Kruis Hem, kruist Hem.” Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.” Spottend is het uitgeroepen: “Anderen heeft Hij verlost, Zichzelven kan Hij niet verlossen.” Wat een vijandschap spreekt uit deze woorden. Hoe kunnen zulke vijanden ooit toegedaan worden tot hen die zalig zullen worden? Hoe zullen zulke vijanden ooit voor God gaan buigen? Hoe zullen zij ooit neergeveld worden? Daartoe is geen mens in staat. Menselijke woorden alleen bewerken dit niet. Hiervan geldt: “Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden.”
Petrus gaat eerlijk spreken over de zonde die bedreven is. Petrus brengt in zijn prediking onder de aandacht dat Jezus de Nazarener krachten, wonderen en tekenen heeft gedaan. Dat hebben zijn hoorders vernomen en misschien zelf wel gezien. Dat valt niet te ontkennen. Wat hebben de hoorders met deze Jezus gedaan? Wat hebben ze gedaan met Hem Die goed en goeddoende het land doorgegaan was? Dat lezen we in Hand. 2:23 “Dezen, door den bepaalden raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood.” Petrus spaart in zijn prediking de hoorders niet. Zijn prediking is eerlijk. Petrus legt de schuld bloot. Zijn woorden zijn vlijmscherp. Hij behandelt zijn hoorders eerlijk. Dat is ook vandaag nodig. De prediking mag de zonde niet toedekken. Het moet ook niet zo zijn dat er slechts terloops over de zonde wordt gesproken, zodat niemand zich eraan stoot of ergert. Eerlijk dient de ongerechtigheid blootgelegd te worden. Dat is de weg om de zonde te leren kennen en te gaan belijden. Zo’n prediking zegent de Heere tot waarachtige bekering.
In Hand. 2 vers 36 zegt Petrus “dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” In die woorden wordt het volk veroordeeld en worden de leidslieden van het volk schuldig gesteld. Al zijn de hoorders nog zo godsdienstig, al nemen zij alle uitwendige plichten waar, in het wezen van de zaak zijn zij vijanden.
Dan lezen we in Hand. 2:37 “en als zij dit hoorden.” Ze waren blijven luisteren. Ze hebben het oor niet afgewend. Hun hart werd niet vervuld met afkeer. Zij namen geen stenen op om Petrus te stenigen zoals later bij Stefanus wel zou gebeuren. Dat is op zichzelf al een groot wonder. Wij mensen houden er niet van als ons eerlijk de waarheid wordt gezegd. We worden liever gevleid dan bestraft. We worden liever opgebouwd dan afgebroken.
Daarom zou het te begrijpen zijn geweest als er zou staan: als zij dit hoorden grepen zij Petrus vast en voerden hem weg. Het zou te begrijpen zijn als er zou staan: en als zij dit hoorden vielen zij op Petrus aan om hem de mond te snoeren. De vijandschap van gevallen zondaren is zo groot dat zij in staat zijn predikers van het woord te doden. De Heere verhindert dat dit gebeurt. De Heere zorgt ervoor dat zij verslagen worden in het hart. De Heilige Geest doet hen echt luisteren.
Hoe is dat me ons? Blijven wij luisteren naar een prediking waarin de zonde eerlijk wordt getekend? Misschien zegt u: ik blijf naar zo’n prediking luisteren. Ik blijf niet weg uit de kerk als de ongerechtigheid eerlijk aan de orde wordt gesteld. Het is mogelijk uitwendig te komen, onze plaats in de bank in te nemen en toch inwendig ons oor toe te sluiten voor de prediking. Het kan zijn dat we te godsdienstig zijn om onze plaats leeg te laten. De vraag moet gesteld worden: kent u ook die verslagenheid van hart, waar Handelingen 2 van spreekt? Daar komt het op aan.
We lezen: “En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart.” Letterlijk staat er: werden zij doorstoken in het hart. Als je met een zwaard door iemands hart steekt, betekent dat zijn dood. De Heilige Geest doorsteekt de oude mens, de zondige mens, het vlees, met het zwaard van het Woord. De ongerechtigheid krijgt de doodsteek en de eigengerechtigheid krijgt de doodsteek. Zij werden bedroefd vanwege hun zonden. Hun hart werd verbroken en hun geest verslagen. Calvijn wijst op Kaïn en Judas die de echte zondekennis misten, die door wanhoop niet tot God vluchtten. Zij kenden alleen vrees en schrik. De verslagenen op de Pinksterdag wendden zich tot Petrus om raad, zij namen de toevlucht tot de Heere. Zij zochten hulp en verlossing bij de Heere.
Dat blijkt uit de woorden die vervolgens worden uitgesproken: “Wat zullen wij doen, mannen broeders?” Wat zullen Petrus en de andere apostelen verblijd zijn geweest dat zij deze woorden hoorden. Wat zullen zij er verwonderd over geweest zijn. Zij zullen in hun hart de Heere aanbeden hebben. Het is de Heere Die wonderen werkt in het hart van hoorders. Het is de Heere Die vijanden neerwerpt. Het is de Heere Die zondaren bekeert.
In de woorden: “wat zullen wij doen mannen broeders?” klinkt door dat zij straf verdiend hebben. In de kanttekening bij deze woorden staat: “Namelijk om de verdiende straf te ontvlieden, vergeving van onze zonden te verkrijgen en zalig te worden.” Deze hoorders van het Woord onderschrijven hun vonnis. Zij belijden schuldig te staan. Zij ontkennen niet wat zij misdaan hebben. Zij erkennen Christus verworpen te hebben. Zij belijden dat Christus op een onrechtvaardige wijze is overgeleverd en gedood. Zij zien hun bloedschuld. Zij beleven de toorn van God verdiend te hebben. Zij kunnen niet buiten vergeving van zonden. Zij begeren zalig te worden. Zij begeren met de zonde, de duivel en de wereld te breken en te leven tot eer van God. Zij willen hier de Heere al gaan dienen om dat eenmaal eeuwig en volmaakt te mogen doen.
Radelozen vragen om raad. In eigen waarneming is het buiten hoop. Zij hebben het rechtvaardig oordeel verdiend. Zij zien geen uitkomst. Het is een verloren zaak voor hen. Herkent u dat in uw leven? Mag jij daar iets van weten? Heeft een eerlijke, schuldig stellende prediking u doorstoken en tot de vraag gebracht: “wat zullen wij doen?” Is het een verloren zaak geworden? Hebt u het geleerd het oordeel verdiend te hebben? Hebt u om genade leren smeken? Is het uw begeerte zalig te worden? Juist in die weg werkt de Heere behoud. Hoor maar wat tot deze verslagen hoorders wordt gezegd: ‘Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want u komt de belofte toe en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal.”
Ze worden opgeroepen tot bekering. Bekering van de gehele mens. Bekering in alle opzichten. De Heidelberger Catechismus spreekt over de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. De afsterving van de oude mens is een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, en die hoe langer hoe meer haten en vlieden. De opstanding van de nieuwe mens is een hartelijke vreugde in God door Christus, en een ernstige lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven. Goed werken komen voort uit een waar geloof, zijn in overeenstemming met de wet van God en het gaat in de goede werken om de eer van God. De waarachtige bekering brengt vruchten voort. Een onbegrijpelijk groot wonder dit te mogen kennen. Calvijn zegt dat Petrus gesproken heeft over de kracht en het karakter van de bekering. Bekering en vergeving der zonden heeft Petrus gepredikt. Er is alleen vergeving van zonden door het bloed van Christus. Ook het werk van Christus wordt hen gepredikt. Christus heeft de vergeving der zonden verworven.
De gave des Heiligen Geestes zullen zij ontvangen (vs. 38). De Heilige Geest doet geloven en de naam van Christus belijden. De Heilige Geest doet delen in de rijkdom van Christus en geeft kracht in de strijd tegen de satan, de wereld en de zonde. We lezen in Hand. 2: 39 “Want u komt de belofte toe en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal.” Joden en heidenen delen in de belofte van de zaligheid. Het wordt de schuldverslagen hoorders door Petrus toegeroepen: “Wordt behouden van dit verkeerd geslacht.” Zij moeten zich afkeren van de geestelijke leidslieden van hun tijd. Die leidslieden worden een verkeerd geslacht genoemd. Het waren immers vijanden van Christus. De Heere geeft geloof om te geloven. Het geloof is immers een gave van God. De Heere geeft dat de prediking gaarne wordt aangenomen. De prediking van zonde en genade. De prediking van veroordeling en vrijspraak. De prediking van We en Evangelie. De prediking van de enige Naam gegeven tot zaligheid. Deze hoorders mochten door genade de prediking gaarne, gewillig, aannemen en gedoopt worden. Zij mochten ondervinden:
Hij heelt gebrokenen van harte En Hij verbindt z’in hunne smarte Die in hun zonden en ellenden Tot Hem zich ter genezing wenden (Psalm 147:2)
3.hoeveel
Omtrent drieduizend zielen werden er toegebracht. Dat waren allemaal mensen die het natuurlijke leven uit de hand des Heeren ontvangen hadden. Zij waren tot op dat moment door de Heere in het leven gelaten. Zij waren door de Heere onder het Woord gebracht. Zij hadden de prediking mogen horen. Zij mochten delen in het wonder van de wedergeboorte en de waarachtige bekering. Het geestelijke leven werd hen geschonken. De Heere zal dat geestelijke leven ook in stand houden. Zij zullen zalig worden. Wat de Heere begint, zal Hij immers voortzetten en voltooien.
Omtrent drieduizend mensen leefden eerst voort op de brede weg. Zij waren diep ongelukkig. Het ergste hiervan was dat zij dit niet eens beleefden. De gevallen mens heeft geen enkel besef van zijn verlorenheid. Hij beleeft het niet een voorwerp te zijn van Gods toorn. Hij ziet niet dat hij op weg is naar de eeuwige rampzaligheid. De mens denkt immers gelukkig te zijn op de brede weg. Hij denkt dat het goed met hem gaat als hij maar keurig godsdienstig leeft. De gevallen mens is blind voor zijn eigen ongeluk. Hij denkt vrij te zijn, terwijl hij in werkelijkheid een slaaf van de duivel, de wereld en de zonde is.
De Heere heeft dit grote aantal mensen de blinde ogen geopend. Zij werden overgebracht op de smalle weg. Zij lagen voor eigen rekening, zij wandelden in de duisternis. Nu liggen zij voor rekening van God en Christus. Nu mogen zij op de smalle weg wandelen. Zij mogen in beginsel leven, denken en spreken tot eer van God. Zij mogen hun leven gaan wijden aan God. Zij mogen gaan strijden tegen de duivel, de wereld en de zonde. Maar zij mogen ook delen in het onderwijs dat de Heere geeft door Woord en Geest. Zij zullen beschermd worden door de Heere. Alles wat de satan tegen hen uitdenkt zal niet gelukken. De Bijbel zegt dit zo dat de poorten der hel hen niet zullen overweldigen. Wat voor plannen de duivel ook uitdenkt tegen Gods kinderen, wat voor geweld de duivel ook tegen hen gebruikt, het zal tevergeefs zijn. Hoe er ook aan hen gerukt zal worden, de Heere zorgt voor hen en beveiligt hen. Niemand zal ze uit de hand des Heeren rukken. Het eeuwige leven zal hen gegeven worden. Als Hogepriester blijft de ten hemel gevaren Zaligmaker voor hen bidden. Hij blijft hen zegenen. Door de werking van de Heilige Geest mogen zij dit verstaan en er troost uit putten. Zij hoeven niet te vrezen, want zij behoren door genade tot dat kleine kuddeke dat naar het welbehagen des Vaders het Koninkrijk gegeven zal worden.
Een allesomvattende verandering heeft bij deze omtrent drie duizend hoorders plaatsgevonden. Zij waren vijanden van God en Christus en zijn nu tot volgelingen geworden. Zij zijn een vriend en metgezel geworden van allen die de Heere mogen vrezen en leven naar Zijn goddelijk bevel. Zij waren zelfbedoelers en werden Godzoekers. Zij verwierpen Christus en mogen nu de zaligheid in Hem zoeken en vinden. Zij haatten Christus en mogen Hem nu beminnen. Zij hadden Zijn Bloed vergoten en mogen nu delen in de reinigende kracht van dat Bloed. Het is een wonder dit alles te mogen kennen. Mag u, mag jij het kennen? Zijn dit geen vreemde zaken? Weten we van dat wonder? Heeft de Heilige Geest ook in onze harten wonderen gedaan?
De bekering van omtrent drieduizend hoorders is een bemoediging geweest voor Petrus en de andere apostelen. Zij hebben daarin mogen ervaren dat de Heere Zijn belofte vervult. Christus had het immers gezegd voordat Hij ten hemel voer met hen te zullen zijn al de dagen tot de voleinding der wereld. Zegenend was Hij ten hemel gevaren. De discipelen zijn onder de zegen des Heeren achtergebleven op deze aarde. In die zegenende handen lag opgesloten dat de Heere hun prediking zou zegenen. De waarheid daarvan bleek op de Pinksterdag. De Heilige Geest paste het Woord toe in de harten van omtrent drieduizend hoorders.
Totdat de laatste zal zijn toegebracht zal de Heere doorgaan met het bekeren van zondaren. Zolang de zon en de maan aan de hemel staan zal de vreze Gods immers voortgeplant worden van kind tot kind. Dat lezen we in Psalm 72:17 “Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen.” Dat geeft hoop voor onze tijd. Dat geeft verwachting in het hart van predikanten, zendelingen en evangelisten. Dat doet Gods kinderen de knieën buigen en bidden: Uw Koninkrijk kome. De Heere gaat door met het verrichten van wonderen. Uit ieder volk zullen er toegebracht worden. Het zal worden een ontelbare schare.
Wat zal er een blijdschap in de hemel zijn geweest op de Pinksterdag. Het werk van Christus is niet vruchteloos. Omtrent drieduizend werden er toegebracht. Zo is er blijdschap in de hemel als er ook in onze tijd zondaren bekeerd worden. Er is blijdschap in de hemel en op aarde als de werken van de duivel verbroken worden. Er is vreugde als het Koninkrijk van God wordt uitgebreid.
Deze omtrent drieduizend die bekeerd werden, zullen niet ineens alles verstaan hebben. De Heilige Geest heeft hen in de loop van de tijd al meer onderwijs gegeven. Al dieper zijn zij eigen onreinheid gaan beleven en al meer hebben zij ook mogen zien en geloven dat er vergeving en reiniging is door het bloed van Christus. Ook vergeving voor het overblijvende kwaad.
Misschien stelt u zichzelf de vraag: hoeveel zondaren zullen er op deze Pinksterdagen toegebracht worden? Dat is geen onbelangrijke vraag. Maar als u alleen maar om u heen kijkt, dreigt er wel het gevaar dat u zichzelf voorbij ziet. De belangrijkste vraag is of u zelf al mag delen in het wonder van wedergeboorte en bekering. Wat heeft de prediking bij u al of niet uitgewerkt? Calvijn schrijft dat door één prediking een grote menigte tot God bekeerd is terwijl honderd preken in zijn tijd maar enkele mensen tot bekering brengen. Is het vandaag anders? Is het niet beschamend? Smeekt u om bekering, om de uitbreiding van Gods Koninkrijk door de prediking van het Woord van God?
Bekering is noodzakelijk. Bekering is onmogelijk vanuit de mens. Een mens kan zichzelf niet bekeren en predikers kunnen mensen niet bekeren. Wat onmogelijk is bij de mensen is mogelijk bij God. De Heere werkt wonderen naar Zijn welbehagen. Van die wonderen van bekering geldt: Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden. Door de Heilige Geest Die op Pinksteren is uitgestort, vinden er wonderen plaats.
Het is ontzettend onbekeerd te leven en onbekeerd te sterven. Hoe vaak hebt u of heb jij al een preek gehoord? Hoeveel keren hebben we de Pinksterprediking al beluisterd? Heeft het nog geen vrucht afgeworpen? Hebben we de prediking naast ons neergelegd? Haast u om uws levens wil. Smeek: Leer mij alzo mijn dagen tellen dat ik een wijs hart bekome. Smeek om toepassing van de prediking aan het hart.
Misschien werpt iemand tegen dat hij geen spotter is. We lezen van spotters in Hand. 2: 13. De rijke jongeling was ook geen spotter. Maar hij miste het wonder van de wedergeboorte, hij was niet echt bekeerd. Waarachtige bekering is noodzakelijk.
Een ander zegt weleens ernstig te hebben nagedacht over de bekering. Een plotseling sterfgeval of een wonderlijke uitredding was daar de aanleiding voor. Toen leefde het van binnen: als ik was weggenomen uit dit leven, zou het niet goed zijn geweest. Maar deze indrukken zijn weer overgegaan. Het gewone leven heeft zijn gang weer hernomen. Bedenk het dat er buiten het wonder van de wedergeboorte en de waarachtige bekering geen ingang zal zijn in het Koninkrijk der hemelen.
Weer anderen vertrouwen op hun nette leven, op hun kerkgang, op hun deugden en plichten. Zij weten niet wat het is verslagen te zijn in het hart. Smeek dat u die verslagenheid mag leren kennen. Alleen verslagenen hebben het Borgwerk van Christus nodig en zullen daarin ook delen.
Een grote schare kreeg de verlorenheid gepredikt. Omtrent drieduizend hoorden door genade met hun hart deze eerlijke, schuldig stellende prediking. Het werd hen eerlijk voorgehouden dat zij vijanden waren. Het werd hen gepredikt dat zij het bloed van Christus vergoten hadden. Zij haalden de schouders niet op. Zij keerden zich niet geërgerd af van zo’n prediking. Zij moesten het uitroepen: “Wat zullen wij doen, mannen broeders?” De Heilige Geest wekte een heilige radeloosheid. Voor deze radelozen was er raad. “Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want u komt de belofte toe en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal.” Zij mochten de zaligheid gaan zoeken en vinden in Christus. Het werd waar in hun leven: Maar op deze zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest en die voor Mijn Woord beeft.
Is het uw vraag: zou het voor mij nog kunnen? Zou ik nog bekeerd kunnen worden? Hebt u al veel preken gehoord? Bent u nog onbekeerd? De Heere is de Almachtige. Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er. Hij werkt wonderen tot eer van Zijn Naam. Hij hoort als er gesmeekt wordt: “o God, wees mij zondaar genadig.” De Heere maakt het waar: Hij slaat toch schoon oneindig hoog, op hen het oog, die need’rig knielen. De Heere maakt waar: Bid en u zal gegeven worden.
Wat moeten we ervan denken als iemand tot bekering komt op zijn sterfbed? Daar moeten we in het algemeen gesproken voorzichtig mee zijn. De bekende Matthew Henry zegt: Echt berouw is nooit te laat, maar laat berouw is zelden echt. De Heere zegt in Zijn Woord: Gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen. Aan het vroeg zoeken van de Heere, aan het op jonge leeftijd Hem zoeken, verbindt de Heere een rijke belofte: “Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.” De Heere heeft recht op ieder moment van ons leven. Is dat al gaan spreken? Doet het u pijn dat u al zoveel tijd hebt misbruikt in de dienst van de zonde? Val de Heere te voet en smeek: Neig mijn hart, en voeg het saâm tot de vrees van Uwen Naam.
Het goede werk dat de Heere begint, zet Hij voort. Wat Gods kinderen ook mee moeten maken op deze aarde, de Heere zorgt voor hen in alle opzichten. Hij waakt over hen. Op Zijn tijd worden ze door Hem opgenomen in heerlijkheid. Daar zullen zij eeuwig zingen van Gods goedertierenheên. Daar zullen zij eeuwig en volmaakt God bedoelen. Daar zullen zij eeuwig de Heere loven.
Amen.