VAN HET HEILIG AVONDMAAL ONZES HEEREN
ZONDAG 28
Vraag en antwoord 75, 76 en 77
Psalm 118 : 1
Psalm 118 : 2
Psalm 111 : 1,2,3
Psalm 56 : 5
Psalm 25 : 10
Matt. 26 : 17-46
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in Matthéüs 26 : 26 - 29
En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit;
Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.
En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijn Vaders.
Onze catechismus zondag 28, vraag en antwoord 75, 76 en 77
75. Vr. Hoe wordt gij in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd dat gij aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al Zijn goed gemeenschap hebt?
Antw. Alzo, dat Christus mij en allen gelovigen tot Zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van dezen drinkbeker te drinken bevolen heeft, en daarbij ook beloofd heeft: eerstelijk dat Zijn lichaam zo zekerlijk voor mij aan het kruis geofferd en gebroken en Zijn bloed voor mij vergoten is, als ik met de ogen zie dat het brood des Heeren mij gebroken en de drinkbeker mij medegedeeld wordt; en ten andere dat Hij Zelf mijn ziel met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed zo zekerlijk tot het eeuwige leven spijst en laaft, als ik het brood en den drinkbeker des Heeren (als zekere waartekenen des lichaams en bloeds van Christus) uit des dienaars hand ontvang en met den mond geniet.
76. Vr. Wat is dat te zeggen, het gekruisigd lichaam van Christus eten en Zijn vergoten bloed drinken?
Antw. Het is niet alleen met een gelovig hart het ganse lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving der zonden en het eeuwige leven verkrijgen, maar ook daarbenevens door den Heiligen Geest, Die èn in Christus èn in ons woont, alzo met Zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd worden, dat wij, al is het dat Christus in den hemel is en wij op aarde zijn, nochtans vlees van Zijn vlees en been van Zijn gebeente zijn, en dat wij door één Geest (gelijk de leden van een lichaam door één ziel) eeuwiglijk leven en geregeerd worden.
77. Vr. Waar heeft Christus beloofd dat Hij de gelovigen zo zekerlijk alzo met Zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven, als zij van dit gebroken brood eten en van dezen drinkbeker drinken?
Antw. In de inzetting des Avondmaals, welke alzo luidt: De Heere Jezus, in den nacht, in welken Hij verraden werd, nam het brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.
Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt. 1 Kor. 11:23-26.
Deze toezegging wordt ook herhaald door den heiligen Paulus, waar hij spreekt:
De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus?
Want één brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn. 1 Kor. 10:16,17.
Geliefde gemeente, er wordt in de catechismus drie zondagen achtereen over het Heilig Avondmaal gesproken.
De drie zondagen die hierover spreken zijn onderscheiden. Zondag 28 handelt over het Avondmaal zoals het ingesteld is door de Heere Jezus. Zondag 29 en zondag 30 spreken over de dwalingen die er ontstaan zijn, ten aanzien van het Heilig Avondmaal des Heeren.
Vanavond gaat het dus over de inzetting. Dan zijn er drie vragen en drie antwoorden, drie lange antwoorden mogen we wel zeggen.
Ik wil deze keer niet precies de catechismus volgen in zijn volgorde. Maar samenvattend willen we eerst de inhoud van vraag 77 en daarna van 75 en 76 nagaan. We zullen die antwoorden dus iets schikken.
Zoals op meerdere plaatsen in de catechismus zijn er in de antwoorden ook zaken, die later uitgebreider aan de orde komen en uitgebreider verklaard worden in zondag 29 of 30.
Het gaat deze keer dus over de instelling van het Heilig Avondmaal en dan voornamelijk over het laatste antwoord, waarin ook de instellingswoorden zijn opgenomen, zoals de Heere Jezus deze gesproken heeft en zoals Paulus daarvan geschreven heeft in zijn brief aan de Korinthiërs.
Het Heilig Avondmaal is een instelling van de Heere Jezus Christus Zelf voor de gelovige Kerk. De Nederlandse geloofsbelijdenis spreekt in artikel 35: Wij geloven en belijden, dat onze Zaligmaker Jezus Christus het Sacrament des Heiligen Avondmaals verordend en ingesteld heeft, om te voeden en te onderhouden degenen, die Hij alrede wedergeboren, en in Zijn huisgezin, hetwelk is Zijn Kerk, ingelijfd heeft.
Het is een heerlijk Sacrament, waarin Christus Zich betoont de Bruidegom, de getrouwe Bruidegom te zijn. En waarin de Kerk vermaand wordt een getrouwe Bruid van Jezus Christus te zijn. Van die heilige verbintenis, tussen Jezus Christus als het Hoofd en Zijn Bruid, is het Avondmaal een heerlijk beeld.
Het was in vroeger tijden zo dat, wanneer er een liefdeband was, zoals de band tussen een bruidegom en zijn bruid, men elkander een pand en waarteken gaf. Dat woord wordt ook in deze catechismus weer gebruikt: de zekere waartekenen van de liefde die er is tussen de Bruidegom en Zijn Bruid. Wat voor waarteken was dat? In vroeger tijd was het in het Oosten nog gebruikelijk dat een bruid gekocht werd met goud. En het pand en waarteken van de liefde was een gouden munt die men doorbrak, waarvan de bruidegom het ene deel had en waarvan de bruid het andere deel had. En dat was nóóit meer te verwisselen, zo'n half goudstuk met een ander half goudstuk. Dat was het pand en dat was het waarteken van de liefde tussen bruid en bruidegom.
Wanneer zijn zulke panden nu het meeste waard, gemeente? Niet als je bij elkaar bent. Maar juist als je elkaar missen moet, dan is zo'n pand en waarteken dat je van je geliefde hebt, het meeste waard.
Goed, wij weten dat ook de Heere Jezus Christus Zijn Bruid gekocht heeft, niet met goud of met zilver, maar met Zijn dierbaar bloed. Zo komt dat ook tot uitdrukking in het teken, het pand en waarteken dat de Heere Jezus Christus gegeven heeft aan Zijn Bruidskerk. Het is het tegenbeeld van Zijn lichaam en van Zijn bloed: brood en wijn.
We lezen reeds in de eerste zondag van de catechismus dat Jezus Christus Zijn Bruid gekocht heeft, niet met goud of met zilver, maar met Zijn dierbaar bloed.
Het is dan ook heel opmerkelijk, dat de Heere Jezus Christus dit Avondmaal niet heeft ingezet bij het begin van Zijn optreden, maar in de nacht, in welke Hij verraden werd, toen Hij Zijn Bruid metterdaad ging kopen. Er is een onlosmakelijke band, ik heb het u voorgelezen in Matthéüs 26, tussen het Avondmaal dat Jezus gehouden heeft met Zijn discipelen en de worsteling in Gethsémané. Daar heeft de Heere Jezus geworsteld met Zijn Vader: "Indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan!" (Matt.26:39).
Had de Heere ook een ander teken van Zijn liefde kunnen geven? Jazeker, gemeente, God is daar vrij in. Hij had Zijn Kerk ook kunnen verplichten om een zeer bittere maaltijd te houden, zodat er tranen vergoten zouden moeten worden aan de tafel vanwege de tekenen. Maar hierin blinkt wel de liefde van God, dat Hij als teken gegeven heeft voor de nieuwtestamentische Kerk, niet de bittere kruiden uit het Oude Testament, maar brood en wijn. Dat zijn twee essentiële dingen voor het dagelijkse leven en in het Sacrament zijn het essentiële dingen voor het geestelijke leven.
In de nacht, in welke Hij verraden werd, heeft Jezus er bij gezegd: "Doet dat tot Mijn gedachtenis" (Luk.22:19). De Kerk is dus niet vrij ten opzichte van de Sacramenten, alsof het naar haar eigen goeddunken zou zijn om het te doen of om het na te laten. Jezus heeft gezegd: "Doet dat tot Mijn gedachtenis". En de Kerk die bij de Sacramenten leeft, zal zich laten regeren door de liefde.
Er is met name aan het Sacrament van het Heilig Avondmaal nog een extra belofte verbonden. Want toen Jezus in de nacht, in welke Hij verraden werd, het brood heeft verbroken en tezamen met Zijn discipelen gegeten heeft en de wijn heeft vergoten en tezamen met Zijn discipelen gedronken heeft, toen heeft Hij zo'n kostelijke belofte nagelaten. Dat lezen we in Matthéüs 26 vers 29, daarin ligt de trouwbelofte van de Kerk: "En Ik zeg u", zegt de Heere Jezus, "dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders".
Wat een heerlijk liefdeteken, gemeente, wat een heerlijk teken van trouw van de Heere Christus! Zo heeft de Heere Jezus het ingezet: "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten" (Luk.22:15).
Met wie eigenlijk? Met de discipelen, met zondaren! Met een man als Petrus, zelfs nog voordat hij bitterlijk zijn zonde had beweend. "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten". Met zondaren, die in feitelijkheid nog voor het kruis stonden! "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten". O, wat straalt daar een liefde uit, geliefde gemeente.
Er is dus nòg een kant aan het Sacrament van het Heilig Avondmaal. Want als het goed is, dan wordt niet alleen de Kerk verkwikt door brood en wijn, maar dan wordt ook Jezus Christus, de hemelse Bruidegom verkwikt, zo dikwijls als dat gedaan zal worden tot Zijn gedachtenis.
Het Heilig Avondmaal wordt Avondmaal genoemd en het wordt ook weleens de tafel des Heeren genoemd. Maar meestal wordt het Avondmaal genoemd, want het is ook in een avondstond ingesteld. "In den nacht", zegt de Schrift, "in welken Hij verraden werd". Maar er zit niet alleen een tijdsaanduiding in het woordje Avondmaal. Het avondmaal in het Oosten was gemeenschapsmaal. Bij een goede maaltijd, zeker bij het Avondmaal, gaat het niet alleen om spijs en drank, maar gaat het om de kostelijke gemeenschap die met elkaar geoefend wordt aan de tafel, bij brood en wijn.
Als de Heere Jezus Christus zegt: "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten", dan staat de Heere Jezus Zelf nog voor Zijn lijden. Hoe heeft de Zoon van God begeerd om gemeenschap te hebben met zondige mensen. O, hoe zou dan een zondig mens niet begeren, door het geloof, gemeenschap te hebben met de Heere Jezus Christus. "Doet dat tot Mijn gedachtenis", "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten".
Wanneer de Kerk heel vrijmoedig is, dan mag zij het zó uitspreken, dat het de wens geweest is van haar stervende Broeder, Die gezegd heeft: "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten".
Maar het is ook ten goede van de Kerk ingesteld, van de levende Kerk, van de wedergeboren Kerk zoals artikel 35 van de Nederlandse geloofsbelijdenis zegt. Dan tekent de Nederlandse geloofsbelijdenis het ook aan, dat de ware gelovige twee levens heeft: een natuurlijk leven van vlees en bloed, dat onderhouden wordt door dagelijks brood en door de wijn van het dagelijks leven. Maar de ware gelovige heeft ook nog een geestelijk leven.
Zo onderhoudt het Heilig Avondmaal het geestelijk leven door die twee tekenen, die twee essentiële dingen die een mens broodnodig heeft: brood en wijn. Brood, het dagelijkse voedsel in het Oosten en wijn, de dagelijkse versterkende drank in het Oosten. Zo heeft de gelovige het voor zijn geestelijk leven ook nodig om gevoed te worden met geestelijk brood en geestelijke wijn.
O, het is zo'n mooi beeld wanneer artikel 35 zegt dat de gelovige twee levens heeft. Hoe is dat in het natuurlijk leven? Wanneer eten en drinken we eigenlijk, gemeente? Wanneer er een leegheid is in het lichaam, wanneer de honger ons gaat kwellen en wanneer de dorst ons gaat kwellen. Waar zou dit geestelijke voedsel dan voor zijn? Zou het niet zijn om de leegheid van de gelovige te vervullen, de honger en kommer, de dorst van onze zielen?
De Heere Jezus heeft ons in het Sacrament brood en wijn geschonken. Twee zeer aangename tekenen. Het woord teken dat wil zeggen: er staat een betekenende zaak op de achtergrond. Zoals het water in de doop wijst op het bloed van Jezus Christus Gods' Zoon, dat reinigt van alle zonden. Zo wijzen de tekenen van het Heilig Avondmaal op het offer van Christus.
Het valt bijzonder op wanneer wij zondag 28, 29 en zondag 30 lezen, dat juist in dit gedeelte van de catechismus het woord offer veelvuldig wordt gebruikt. Er wordt niet alleen gesproken over het offer, maar er wordt ook gesproken over de enige offerande van Jezus Christus aan het kruis volbracht: Zijn vlees en bloed tot verzoening van de zonden.
Offer, het wijst ons op de enige offerande. Dat wil dan zeggen gemeente, dat er ook nergens anders behoudenis te vinden is, dat er nergens voedsel te vinden is voor onze zielen dan in het enige offer: Jezus Christus. Dan staat op de achtergrond Zijn verbroken lichaam en Zijn vergoten bloed. De wrekende gerechtigheid in Jezus Christus, is de toegerekende gerechtigheid geworden in Jezus Christus, naar zondag 23.
En dat wordt ons voorgesteld in een teken dat je kunt zien. De Doop is zelfs iets, dat je voelen kunt. Het Heilig Avondmaal is zelfs iets, dat je proeven en smaken kunt. Daarmee komt de Heere Jezus ook het kleine geloof, het zwakke geloof tegemoet om te kunnen proeven en smaken dat Jezus Christus goed is en dat Hij zoet is.
Wat een geweldig wonder, geliefde gemeente! Wij leven nu ongeveer tweeduizend jaar na de kruisiging van de Heere Jezus Christus. Als kind heb ik zo vaak gedacht: ik zou een aanschouwer willen zijn van het kruis. O, wat zou ik het graag gezien hebben. Dwaas hoor! Want er is geen andere gemeenschap aan de Heere Christus, dan door het geloof.
Nu geeft God in Zijn goedheid aan de Kerk van alle tijden, Zijn tekenen in handen om te proeven en te smaken. Zodat we niet slechts aanschouwers zouden zijn, maar wanneer er een beetje geloof komt bij de tekenen, dan mogen we zelfs proeven en smaken hoe goed en hoe zoet Jezus Christus is voor zondaren.
Onze catechismus spreekt over vermaand en verzekerd worden. Zoals die twee woorden ook gebruikt werden bij de leer van de Heilige Doop. Zo heeft de Heere Jezus het ingesteld om verzekerd te worden uit het lijden van de Heere Christus, "Gij zijt duur gekocht" (1 Kor.7:23). De Bruidegom, Die nog weer eens laat zien in de tekenen en Die nog weer eens laat proeven en smaken: "Gij zijt duur gekocht", niet met goud of met zilver, maar door Mijn dierbaar bloed.
Dan gebeurt het telkens maar weer, dat het Evangelie niet alleen hoorbaar gepreekt wordt, maar ook zichtbaar. Het Evangelie van de goede Herder, Die Zijn leven stelt voor de schapen en gesproken heeft: "Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan" (Joh.18:8). Een Bruidegom, de Man, Die Zijn leven geeft voor Zijn Bruid.
Ik wil deze avond ook de aandacht vestigen op het woordje vermanen. Er zit ook een vermaning in, Christus Zelf vermaant. Wie? Er wordt gesproken over alle gelovigen. Alle gelovigen worden vermaand om op deze tekenen acht te slaan, geliefde gemeente. Want heeft de Heere Jezus Zelf tegen de schare, die een teken wilde hebben opdat zij geloven zouden, niet gezegd: "Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet" (Matt.12:39).
Wanneer ons hart een teken zoekt in ongeloof gemeente, dan zal ons ongeloof de levende Christus voorbij gaan. Maar wanneer wij een teken zoeken in het geloof, dan is hier het teken door de Heere Jezus Christus Zelf ingesteld: brood en wijn. En het geloof, dat is als het ware de mond om het brood tot voeding te ontvangen en om de wijn te drinken tot verzadiging.
Wanneer er een beetje geloof is, dan betekent het Sacrament dat het geloof nieuwe kracht ontvangt uit deze hemelse spijs. Zoals een afgemat lichaam, dat lange tijd geen eten gehad heeft weer spankracht krijgt, weer moed krijgt, wanneer het verzadigd wordt door dagelijks brood. Zoals het uitgedroogde lichaam dat lange tijd zijn dorst niet heeft kunnen lessen, hijgt naar levend water, zo geeft Christus Jezus wijn, opdat het geloof nieuwe kracht zou ontvangen, opdat het gesterkt zou worden door hemelse drank voor het geestelijke leven. Zoals de Heere in de woestijn van het leven, in de woestijn voor Israël, het manna heeft laten regenen zodat ze dagelijks werden begenadigd, met hemels manna rijk verzadigd.
Zo heeft God in Zijn goedheid ook de nieuwtestamentische Kerk haar Manna gegeven, haar Steenrots gegeven, opdat zij door het geloof zou eten, opdat zij door het geloof zou drinken, opdat zij versterkt zou worden door de liefde van Christus.
Ik heb het al meerdere keren gezegd, dat het Avondmaal niet aan een bepaalde stand van het geestelijke leven is gebonden, gemeente. Maar het is wèl gebonden aan de wedergeboorte, het is gebonden aan het geloof.
Zoals het lichaam door brood weer groei ontvangt, weer spankracht ontvangt en zoals ook het dagelijks leven versterkt wordt door de wijn, zo is er ook in het Avondmaal iets dat gedijen mag ten eeuwigen leven.
Er is in dat Sacrament iets weggelegd, wanneer het geloof beoefend mag worden, van opwassen en toenemen in de kennis en in de genade van de Heere Jezus Christus.
Door het Heilig Avondmaal worden wij vermaand om het ganse lijden en sterven van de Heere Christus, door het geloof, ons toe te eigenen, opdat wij meer en meer zullen groeien door dat hemelse manna in het Heilig Avondmaal. Dat wij op zullen wassen en toe zullen nemen in de kennis en in de genade van onze Heere Jezus Christus. Zo wordt de Kerk verzekerd en vermaand uit de kruisverdienste van Jezus Christus, om op te wassen, om op te leven, uit de tekenen die Hij geeft, uit de zaak van Zijn kruisverdienste.
In vraag en antwoord 75 vinden we de zaak, de inhoud van het Heilig Avondmaal en in vraag en antwoord 76 vinden we de weldaden van het Heilig Avondmaal iets meer omschreven. De weldaden, dat wij door de Heilige Geest met Zijn heilig lichaam, hoe langer en hoe meer verenigd worden. Dan wordt ook de geestelijke kracht, de geestelijke wasdom beschreven in het antwoord op vraag 76: de vergeving van zonden te ontvangen en het eeuwige leven te verkrijgen.
U weet gemeente, dat er in de hof niet alleen een boom stond waaraan Adam zich bezondigd heeft, de boom der kennis des goeds en des kwaads, maar daar stond ook de boom des levens. De boom, die het eeuwige leven voortgebracht zou hebben. Hier in het Sacrament zien wij Jezus Christus als de Boom des levens in het nieuwe paradijs, Die ons het eeuwige leven schenkt.
Op welk een wijze? Door meer en meer verenigd te worden met de eeuwig levende opgestane Heere Jezus Christus. Zodat de catechismus niet schroomt om het zelfs zo uit te drukken, dat wij vlees van Zijn vlees en been van Zijn gebeente zouden worden.
O, we hebben het u al vaker gezegd, één plant te worden met Jezus Christus, Zijn dood gelijkvormig wordende. Maar dat is het einddoel niet waarvoor de Heere Jezus Christus in deze wereld gekomen is. Hij was het Leven en Hij is gekomen om het eeuwige leven te verwerven en om het eeuwige leven mede te delen.
Vraag en antwoord 76 van onze catechismus wijst er op dat er door het Sacrament, door de oefening van het geloof, een groeien is. Door het geloof meer en meer, één plant te worden, niet alleen ten dode, niet alleen Jezus Christus in Zijn dood gelijkvormig te worden, maar door de dood heen naar het eeuwige leven. Dat is het doel dat God gesteld heeft, dat Jezus Christus zou zijn een reuke des levens ten leven. Hij, Die Zelf de ware Levensboom is, dat we één plant zouden worden met die Levensboom ten eeuwigen leven.
Dan schroomt de catechismus niet om te spreken over het vlees van Christus en over het gebeente van Jezus Christus. Om de nauwe vereniging aan te duiden van Bruid en Bruidegom. Maar er wordt ook gesproken over de Geest van de Heere Christus, dat wij hoe langer hoe meer geestelijk met Hem verenigd zouden worden.
Op een andere plaats wordt dat uitgebreider behandeld, geliefde gemeente. Maar het mag hier al gezegd worden, dat méér omgang met Jezus Christus ons méér gelijkvormig aan Hem zal maken. Dan wordt er dit mee bedoeld, om het maar in de sfeer te houden van bruid en bruidegom, dat als je erg lang en erg veel van elkaar houdt, je op den duur ook op elkaar gaat lijken. Dan ga je elkaars geest indrinken, in het natuurlijk leven al, dan word je elkaars geest gelijkvormig.
Zo wordt hier geschreven over Jezus Christus. Wanneer we Zijn Geest maar gelijkvormig worden, dan wordt ook die Bruidskerk verheerlijkt, die Koningsdochter wordt geheel verheerlijkt inwendig en uitwendig, vlees en gebeente, ook door de Geest ten eeuwigen leven, zegt de catechismus.
Waar is dat alles nu op gericht, gemeente? Dat Jezus Christus Bruidegom is en dat de Kerk Bruid is, dat kan nooit het einddoel zijn. Het einddoel is dat de Kerk eenmaal met Christus verenigd zal zijn, op dezelfde plaats als Christus zal zijn, in het huis des Vaders met de vele woningen.
Dan lezen we ook aan het einde van antwoord 76 over het geregeerd worden. Christus zal de Kerk regeren, dan zal de Godsregering ingaan, om nooit meer te eindigen tot in der eeuwigheid. Een regering, niet in tirannie gemeente, maar in hartelijke trouw en in hartelijke liefde. Ik hoop dat u dat begrepen hebt.
Een onderpand! Wanneer wordt een onderpand het meest gewaardeerd? Wanneer de liefde elkaar het meest moet missen, dan wordt het zegel en pand het meest gewaardeerd.
Het houdt ook in, dat het pand en teken, eenmaal in die zin, niet meer nodig zal zijn, want het geloof zal overgaan in aanschouwen. Er ligt nog een vaste belofte: "En Ik zeg u", dat wordt gezegd tot de gemeente die hier leeft bij de tekenen: "En Ik zeg U, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks".
Dat is een heerlijke verborgen afspraak van de Bruidegom met Zijn Bruid, "tot op dien dag", op die heerlijke dag, de dag dat de verhouding Bruid en Bruidegom bekroond zal worden met eeuwige aanwezigheid, "tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders". AMEN.