ZONDAG 41
Vraag en antwoord 108 en 109
Psalm 98 : 3
Psalm 99 : 8
Psalm 19 : 4,5
Psalm 119 : 5
Psalm 1 : 4
Éfeze 5
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in Éfeze 5 : 31 - 33
Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot één vlees wezen.
Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.
Zo dan ook gijlieden, elk in het bijzonder, een iegelijk hebbe zijn eigen vrouw, alzo lief als zichzelven; en de vrouw zie, dat zij den man vreze.
Onze catechismus zondag 41, vraag en antwoord 108 en 109
108. Vr. Wat leert ons het zevende gebod?
Antw. Dat alle onkuisheid van God vervloekt is, en dat wij daarom, haar van harte vijand zijnde, kuis en ingetogen leven moeten, hetzij in den heiligen huwelijken staat of daarbuiten.
109. Vr. Verbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en dergelijke schandelijkheden?
Antw. Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat den mens daartoe trekken kan.
In ieder gebod, geliefde gemeente, zit in de eerste plaats een stuk, een groot stuk goedheid van God, zodat er wat te danken valt voor de mens. Bij ieder gebod van God dat de mens leest of hoort, is er in de tweede plaats wel wat te belijden. En in de derde plaats is er bij ieder gebod heel wat te bidden. Opdat we verstand mochten krijgen van God en van goddelijke zaken om ons naar Zijn geboden te gedragen.
Het zevende gebod! Het is één van de meest realistische preken die in de kerk gehouden worden. Zo wordt het tenminste ervaren, zo op de grens van: kan dat wel, moeten zulke dingen wel in de kerk geleerd worden? Natuurlijk wel gemeente, want Gods Woord is heel realistisch.
Dat het zevende gebod zoveel spanningen oproept om er over te preken en om er naar te luisteren, dat zit hem hierin, dat het gaat om één van de heiligste dingen, die door de zonde het meest ontheiligd zijn.
De mens wordt door God geregeerd. Niet alleen in zijn geestelijke bestaan, maar ook in zijn lichamelijke bestaan.
Ik heb er bij het vijfde gebod, bij het eert uw vader en uw moeder al op gewezen, dat er een samenhang is met het zevende gebod. God heeft de mens geschapen als een eenheid van geest en lichaam. Het lichaam is niet minderwaardig aan de geest en de geest is niet minderwaardig aan het lichaam. God heeft ze beiden gemaakt.
En om de waarde aan te geven, zowel in zondag 1 als zondag 13 wordt er gesproken dat ik met lichaam en ziel beide, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers eigendom ben. Die mij, niet met goud of met zilver, maar met Zijn dierbaar bloed gekocht heeft. Lichaam èn ziel!
Is het niet juist de straf op de zonde, de bezoldiging der zonde, dat bij de dood de geest naar God gaat, om geoordeeld te worden, en dat de geest het lichaam moet verlaten? En is het voor de wedergeboren kerk niet juist het volkomen herstel, wanneer in de opwekking uit de doden, de geest weer met het lichaam verenigd zal worden?
Daarom moeten we nooit minderwaardig over het lichaam spreken, geliefde gemeente, ondanks de zonde. Er zijn zulke zonden mogelijk met het lichaam, dat juist op deze plaats de catechismus het woordje 'vervloekt' gebruikt tegen alle onkuisheid.
Het is ook zo, dat een mens niet maar niet 'een' lichaam heeft, ieder mens heeft zijn eigen lichaam. Dat is zo uniek, dat het voor mijn ziel onmogelijk zou zijn om in een ander lichaam te moeten leven. Men spreekt weleens van een zielsverhuizing, de zogenaamde rencarnatie, maar het zou niet mogelijk zijn om met uw ziel in een andermans lichaam door het leven te gaan.
Zo heeft God het Zelf gewild. God heeft niet alleen zielen geschapen, maar ook zichtbare, bruikbare lichamen. Dat is de schepping geweest, dat God de mens geschapen heeft tot Zijn eer. Het was de opdracht die er reeds lag in de schepping, God lief te hebben met ziel en lichaam en de naaste als onszelf. Adam Eva en Eva Adam.
De schepping is, dat God de eenzaamheid heeft doorbroken. God, Die volzalig was in Zichzelf heeft tòch de mens geschapen tot Zijn eer en tot Zijn gemeenschap. "Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis" (Gen.1:26). Zo heeft God Zijn schepsel geschapen en in het bijzonder de mens, tot de liefde. U kunt dit vinden op bijna iedere bladzijde van het Oude - en van het Nieuwe Testament.
Die liefde is niet alleen voor het huwelijk, God heeft voor ieder van ons een roeping om lief te hebben binnen de levenskringen en binnen de levensverbanden, waarin God ons heeft geplaatst. God heeft een roeping voor ons indien wij gehuwd zijn, maar indien wij niet gehuwd zijn, heeft God óók Zijn bedoelingen met ons leven.
Zo worden we gewaarschuwd dat het huwelijk een heilige instelling is. Het zevende gebod eist de zuiverheid en de heiligheid van het huwelijk. Verboden is hoererij, overspel en echtbreuk.
Hoererij, daar zit het woordje huren in. Toch heeft men het niet genoemd hurerij maar hoererij, omdat het ten enenmale geen liefde is. Liefde is niet te koop, goddelijke liefde niet en menselijke liefde ook niet.
We lezen in het Hooglied: "Want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN. Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; Ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem ten enenmale verachten" (Hoogl.8:6-7).
Overspel. U weet wat een valsspeler is gemeente, dat is iemand die zijn eer onder de tafel gooit. Wat God als een eerlijk spel gegeven heeft, dat wordt vals bedreven. Dan worden Gods' spelregels overtreden en dat is overspel.
Echtbreuk. Wanneer we een breuk maken in wat eerlijk is en wat door God is ingesteld. Een breuk van onze eed, ons ja-woord dat we gegeven hebben voor Gods heilig aangezicht.
De mens is op communicatie aangelegd, omgang met elkaar. Zo heeft God niet alleen ieder mens geschapen als unicum, maar Hij heeft de mens ook geschapen, zoals we lezen in Genesis, als man en vrouw.
Het huwelijk is niet ieders roeping, maar het is wel zo, dat God doorgegaan is in deze wereld, scheppende vanuit het huwelijk en de Kerk onderhoudende uit het huwelijk. Wanneer onze roeping niet in het huwelijk ligt, heeft Paulus veel gezegd over de heerlijke zaak van de communicatie met de Heere (1 Kor.7:32-34). Hoe we als alleenstaande de Heere zullen vrezen en de Heere zullen dienen. Communicatie, ook wanneer de Heere ons in het leven eenzaam gelaten heeft of wanneer we eenzaam geworden zijn.
Want we moeten begrijpen dat het huwelijk relatief is, het is geen absolute grootheid. Het huwelijk wordt door de dood ontbonden en dan is er weer de eenzaamheid, zoals het ook was voor de tweezaamheid.
Dan is er veel kruis te dragen, er zijn ook veel tranen te vergieten, wanneer het leven niet brengt wat wij verwachten. Maar wanneer het leven ons brengt wat God ons toeschikt.
Het is een eeuwig wonder dat God de mens mannelijk en vrouwelijk heeft geschapen. Eerst heeft de Heere Adam geschapen. "En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed" (Gen.1:31). Dat is het uitgangspunt.
Toen is er een eenzaamheid in het leven van Adam gekomen. Dat lezen we zo schoon in Genesis 2:20: "Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds; maar voor den mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware".
Dan zeggen wij weleens heel oppervlakkig: "En toen heeft God Eva geschapen". Nee! De Schrift maakt een duidelijk onderscheid: "Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees. En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam" (Gen. 2:21-22).
Betekent het iets, dat God Eva bouwde uit een ribbe van Adam? Jazeker, gemeente, had dat betekenis. U weet wat bouwen is, denk maar aan de scheepsbouw. Menselijk gezegd betekent het, dat God al Zijn aandacht er aan geschonken heeft, om een geschikt voorwerp te maken voor Adam.
Zo heeft God alle dingen schoon gemaakt, ook toen Eva geschapen was. Goed, zeer goed! Ze leken zo veel op elkaar, Adam en Eva, ze waren beiden mens. Ik heb het eens zó gehoord: "Nooit zag een mens iets zo zeer aan zich verwant en toch zo vreemd".
Ik mag het toch wel vrijmoedig zeggen? God heeft verschil geschapen. In welk opzicht? De lichaamsbouw van de vrouw verschilt van de man. Ik ben vanavond niet van plan meer te zeggen dan de Schift zegt, maar ook niet minder, de volle werkelijkheid. Het was zo schoon toen ze voor Gods aangezicht stonden, ook in hun verschillendheid. Goed, zeer goed! Uiterlijk? Zeker, want God heeft Zijn schepping zeer schoon gemaakt.
In de tweede plaats verschillen zij innerlijk. De man tegenover de vrouw is meer ratio, de man is meer hoofd. God heeft ook de vrouw geschapen en zij is meer hart. Het is immers zo, dat de vrouw een rijker gevoelsleven heeft dan de man. Dat wist de duivel zelfs al in het paradijs. Eva is verleid geworden. Dat schone gevoelsleven, was ook meteen de zwakke kant. Eva is verleid geworden toen ze die boom aanzag en die vrucht aanzag.
Toch maakt het verschil niet minderwaardig, de man als het hoofd, de vrouw als het hart, maar het is een kostelijke aanvulling. Zo heeft de Heere ze ook beiden een aparte eigen plaats gegeven met een eigen aparte taak. Het is niet minderwaardig naar het gevoelsleven van de vrouw toe, maar zo komt het dat Paulus het noemt en zegt: "Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij" (1 Tim.2:12). Zo heeft God twee verschillen gelegd in de mens.
Maar er is nog een derde verschil, gemeente. Dat komt openbaar in het dagelijkse leven, bij iedere stap die een mens zet, bij iedere aanblik van zijn ogen. Dat behoort ook tot het zevende gebod: de kleding van de mens.
God heeft de mens goed geschapen. We moeten wel weten dat het huwelijk uit het paradijs komt, de omgang van de man met de vrouw, de vrouw met de man, is een paradijsgave. Maar het bederf van het beste is het slechtste. Wat is er juist op dat gebied veel te koop!
Nu zegt de Schift en de catechismus spreekt het na, dat wij het menselijk lichaam zouden eerbiedigen. Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij, de Heere God, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren.
Wat kan dat een problemen meebrengen voor een kind. Kinderen zijn nog ongeveer net zoals Adam en Eva vóór de zondeval: zij schaamden zich niet. O, dan slaapt dat als het ware nog in ons leven, dan sluimert dat nog. Maar dan komt er een tijd in ons leven, een tijd van ontwaken.
Dan leert ons de catechismus en dat leert ons ook Gods Woord, dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest en beslist geen speelgoed. Psalm 119 leert het ons en zo mogen wij het onze kinderen ook wel leren, om op te groeien in het gebed, in volhardend gebed om op het pad van Gods geboden te wandelen. Ook ten aanzien van onze lichamelijkheid. Als je het gaat merken dat je bloed vloeibaar ijzer kan zijn in je aderen.
Ik wil over dit onderwerp praktisch zijn, wat zal er veel gebeden moeten worden catechisanten, juist wanneer we volwassen worden, of de Heere onze weg wil leiden hetzij in het eenzame, hetzij in het tweezame. Wat zal alles wat we zèlf denken te doen en dan denk ik aan verloving en huwelijk, wat zal het biddend gedaan moeten worden om bewaring door God. Bewaring: leid Gij mij Heere, iedere stap. Waarbij we het heus niet overgeestelijk moeten doen hoor. Want als God ons een levenspartner geeft, dan werkt Hij dat door middel van ons hart en door middel van onze genegenheden. Daar moeten jullie ook maar om vragen, kinders. Daarom kan het juist zo moeilijk worden, hoe ons gedragspatroon moet zijn.
Toch is de Schrift zo moeilijk niet hoor, we lezen immers in Psalm 119: "Alleen door Uw bevelen krijgt mijn geest verstand van God en Goddelijke zaken" (Ps.119:52 ber.). De Schrift is echt zo moeilijk niet. God heeft jongens als jongens geschapen en meisjes als meisjes. De Schrift leert ons dat we ons daarvoor als zodanig niet hoeven te schamen.
We mogen onszelf zijn in ons doen en in ons laten, in onze kleding en in ons optreden. Leert de Schrift zelf niet dat de vrouwen zich in eerbaarheid en matigheid mogen versieren? (1 Tim.2:9).
Ik kan het wel heel gewoon zo zeggen: het gaat er om dat we geen takkenbossen moeten zijn, dat vraagt God niet van ons, maar ook geen opgetuigde kerstbomen. Nu spreek ik voornamelijk de meisjes aan. Laat iedereen het maar kunnen zien in je levenshouding, in je kleding, dat je geen meisje bent van een paar dubbeltjes, zeer goedkoop. Daar houdt ook de brief aan die van Korinthe verband mee, u weet wel, waar Paulus spreekt over hoofdbedekking en haar. (1 Kor.11:1-16).
Het moet ons maar goed voor ogen staan dat God, zoals Hij de mens geschapen heeft, ook van de schoonheid van de man en de schoonheid van de vrouw gezegd heeft: "Goed, zeer goed".
O, dan gaan we ontwaken. Dan kun je soms verschrikken, wanneer er iets nieuws in je leven komt, maar wordt maar niet bang. Wèl bang voor de zonde, maar niet bang voor die zaak als zodanig. We lezen toch in de Schrift dat er ook een eerlijke begeerte kwam bij Adam. Hij zag de leeuw met de leeuwin en ga zo maar door, toen keek hij rond maar hij zelf moest een hulpe missen. Het was Gods weg zoals Hij in Adam werkte, om eerst een gemis ook in zijn lichamelijke leven te wekken en daarna de vervulling te geven in Eva.
Laat ons bang zijn voor de zonde gemeente, maar een meisje hoeft niet bang te zijn om 'meisje' te zijn en een jongen om 'jongen' te zijn.
Het tiende gebod wil niet zeggen dat een man geen vrouw begeren mag en dat een vrouw geen man begeren mag. Maar "gij zult niet begeren uws naasten vrouw".
O, wat is er toch veel gebed nodig, geliefde gemeente. Als God ons dan bij elkaar brengt jongelui, catechisanten, probeer dan maar naar de Schrift te leven. Adam vond Eva mooi en Eva vond Adam mooi.
Maar, dat kunnen we ook lezen in de Schrift, eigenlijk kunnen we beter zeggen, dat kunnen we lezen in hetgeen er nìet staat: dat Adam en Eva elkaar ook moesten leren kennen. Dan gaat het hierom, dat de geest aan het vlees vooraf gaat. Dat God een eigenheid schenkt: een eigenheid, waarvan Agur zegt dat het voor hem wonderlijk is, iets wat hij eigenlijk niet begrijpt: "de weg eens mans bij een maagd" (Spr.30:19). De weg van het hart van een jongen naar het hart van een meisje.
Laat er voor alle dingen een geestelijke lijn mogen zijn. Verkering is verkering, dat ga ik niet vergeestelijken. Maar ik ga wel vragen: is het een zaak die in het gebed geborgen is? Is het een zaak die de toets van het Woord kan doorstaan?
Bij Adam en Eva is het ook niet direkt geweest: ziezo, nu heb ik je. We lezen heel duidelijk, dat ze naar elkaar toe zijn gegroeid. We lezen pas in het vierde hoofdstuk van Genesis dat ze gemeenschap met elkaar hadden. Hoe is dat gegaan? Ze zijn eerst geestelijk naar elkaar toe gegroeid. het is nog steeds noodzakelijk wil liefde 'liefde' wezen, dat we geestelijk naar elkaar toegroeien. Toen is er ook een toegroeien geweest naar elkaar, lichamelijk.
Dan is het heel merkwaardig, dat we eerst Adam en Eva in hun zielsdroefheid de hof uit zien gaan. Dan zie ik in gedachten de arm van Adam om de schouders van Eva. Pas daarna lezen we: "En Adam bekende Eva" (Gen.4:1). Bekennen, dat is zo'n prachtig woord, daar zit geen grofheid in. Dat kun je zo vertalen: Adam had Eva lief. Bekennen, dat is dat je je armen vol ontferming om de ander heenslaat in een hartelijke liefde.
Bekennen, dat betekent ook dat je elkaar kent. Wat een aanfluiting gemeente, om elkaar duizend keer bekend te hebben en elkaar niet echt te kennen. Dat is de kern, dat we elkaar kennen zullen.
Dat woordje bekennen is precies hetzelfde als kennen. Dat is niet het kennen uit een boekje, hoe een vrouw er uit ziet. Ik waarschuw jullie jongelui, voor die vieze blaadjes, die goddeloze lektuur.
Kennen, dat is in bijbeltaal ook niet iets van het hoofd, maar van het hart. We lezen: "En Adam bekende Eva, zijn huisvrouw". Dan heeft het iets teders, iets van ontferming. Dan is het niet van: halen wat er te halen is. Dan zit er een stukje zelfverloochening in, waar God Getuige van mag zijn. Als het dan zo mag zijn, dan is dat ook heilig. "Het huwelijk is eerlijk onder allen", zegt de apostel, en heel realistisch: "en het bed onbevlekt; maar hoereerders en overspelers zal God oordelen" (Hebr.13:4).
Dan heeft de Heere iets gegeven in het huwelijk, dat beschermd zal moeten worden door het gebed. In het zesde gebod ging het over de bescherming van ons leven en in het zevende gebod gaat het om de bescherming van ons lieven.
O gemeente, het is tere materie. De Bijbel jongelui, dat is het allerbeste voorlichtingsboek. Daar leren we hoe we ons naar Gods bevelen behoren te gedragen.
Ik denk dat ik het nu zo ongeveer wel gezegd heb. Het gaat er om, dat we beslist niet gefrustreerd door het leven behoeven te gaan. Wat is gefrustreerd? Dat we zouden denken dat, zoals God de mens geschapen heeft in het huwelijk en de huwelijksgemeenschap geschonken heeft, dit zonde zou zijn. God heeft het huwelijk eerlijk ingesteld in het paradijs en Hij heeft het eerlijk gehouden.
Het heeft nòg een gewichtige kant gemeente, het zevende gebod is met het vijfde gebod verbonden. In het huwelijk, in de omgang met elkaar, kan een scheppende kracht liggen van nieuw leven. Daarom wordt hoererij, echtbreuk en overspel, samengevat: alle onkuisheid, van God vervloekt. Opdat in de heiligheid van het huwelijk ook geborgen zou zijn, de zekerheid van het kind, als het huwelijk vruchtbaar zou mogen zijn. Dan heeft de Heere daarin waarborgen geschapen voor het kind dat geboren zal worden. Dat is een heel praktisch gegeven. Geboren te worden uit de liefde, maar ook geborgen te zijn in die liefde. Dan voelen we heel goed wanneer het zevende gebod overtreden wordt, dat wie in één zal struikelen, die schuldig is geworden aan allen.
Ik wil u waarschuwen voor de zonde, geliefde gemeente. Het is ook een zonde die gevolgen kan hebben, meest voor de kinderen die uit deze zonde geboren worden. We lezen er van bij David, zijn zonde was vergeven, maar wat zegt God? "Het zwaard zal van uw huis niet afwijken tot in eeuwigheid, daarom dat gij Mij veracht hebt, en de huisvrouw van Uría, den Hethiet, genomen hebt, dat zij u ter vrouwe zij" (2 Sam.12:10).
'Vervloekt' zegt de catechismus. Wie zal er niet van de vergevende liefde Gods moeten leven? "Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden" (Ps.99:8).
O gemeente, gehuwd of niet gehuwd, zorgen om kinderen of zorgen om geen kinderen. We behoeven niet gefrustreerd te zijn over ons leven binnen het heilige huwelijk of daarbuiten. Dan valt het ook op wat we gelezen hebben dat de apostel zegt: "Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus" (Ef.5:20), Die het alles zo wonderlijk heeft gemaakt. Laat het dan ons gebed maar mogen zijn, dat Hij het wonderlijk wil leiden in onze levens opdat God verheerlijkt mag worden.
We hoeven niet gefrustreerd te zijn, ik wil het gerust nog eens duidelijk zeggen, alsof tòch het huwelijk en de omgang binnen het huwelijk in de sfeer van de zonde zou liggen. Nee gemeente, het huwelijk is eerlijk, dat ìs de zonde niet. Maar het is wel zo, dat er juist met betrekking tot het zevende gebod zo vreselijk veel mogelijkheden voor vreselijke vuile en vreselijke vieze zonden liggen.
Weet u wat we moeten leren? Om ook die dingen heel gewoon in het gebed te brengen.
Catechisanten, als je bloed door je aderen jaagt: bidden! Waar moeten we dan om bidden en waar mogen we dan om bidden? Dat God ons laat versterven? Helemaal niet, want God zag Adam en ziet het was zeer goed. En God zag Eva: en ziet het was zeer goed. Als jongens en meisjes elkaar gevonden hebben, dan geldt ondanks de zonde, van de instelling van het huwelijk als zodanig nog steeds: het is zeer goed.
Weet u waar we dan veel om moeten bidden, catechisanten? Niet dat de liefde verminderen mag, dat is dwaas. Alles moet onderhouden worden door het gebed, lieve kinderen. Daarom moeten we leren zoals we voor ons brood bidden, ook rustig te bidden voor onze liefde. Dat kan. Hoe dat kan? Wanneer we leren te bidden: Heere geef me bijzonder veel liefde binnen de grenzen van Uw wil en van Uw wet.
En als je dat samen kunt doen en als dat samen je leven mag zijn, dan zit er iets troostrijks in te midden van de moeiten van het dagelijks leven.
Díe mens is niet een heilige, die zichzelf het meest heeft gedresseerd. Dan gaat het niet om overdrevenheid, maar wel om ingetogenheid. Het is beslist geen heiligheid om onszelf te dresseren en te reduceren. Als er iets gevaarlijk is, ik spreek nu tot mensen die het verstaan, dan is het juìst om met dorst in de wereld rond te gaan.
Het zevende gebod. Het is nodig dat we daarin zeer nuchter worden en dat het een gebedszaak mag zijn.
Als er dan staat: "Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest?" (1 Kor.6:19). Dan zit daar iets intiems in, waar een ander niets mee nodig heeft. Maar dan zit er ook iets eerlijks in: een tempel van de Heilige Geest, dan mag God het zien en dan mag God het weten. AMEN.