ZONDAG 51
Vraag en antwoord 126
Psalm 93 : 1
Psalm 93 : 4
Psalm 6 : 2,3,9
Psalm 32 : 1
Psalm 32 : 5,6
Lukas 7 : 36-50
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in Lukas 7 : 47 - 50
Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.
En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.
En die mede aanzaten, begonnen te zeggen bij zichzelven: Wie is Deze, Die ook de zonden vergeeft?
Maar Hij zeide tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.
Onze catechismus voor vanavond is de vijfde bede, zondag 51, vraag en antwoord 126
126. Vr. Welke is de vijfde bede?
Antw. Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
Dat is: Wil ons, armen zondaren, al onze misdaden, en ook de boosheid, die ons altijd aanhangt, om des bloeds van Christus wil niet toerekenen, gelijk wij ook dit getuigenis Uwer genade in ons bevinden, dat ons ganse voornemen is onzen naaste van harte te vergeven.
Geliefde gemeente, wat een wonderlijk gebed is het Onze Vader. Geef ons heden ons dagelijks brood en direct daarop volgend wordt gebeden: En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Dat is: Wil ons, armen zondaren, al onze misdaden, en ook de boosheid, die ons altijd aanhangt, om des bloeds van Christus wil niet toerekenen, gelijk wij ook dit getuigenis Uwer genade in ons bevinden, dat ons ganse voornemen is onzen naaste van harte te vergeven.
Wat een heerlijk gebed: Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden. Net alsof het er zo maar even terloops achteraan komt. Geef ons heden ons dagelijks brood is verbonden met: En vergeef ons onze schulden. O, wat een machtig gebed! Wat staat dat in tegenstelling tot wat we zelf zouden bedenken om te bidden.
Wat is het toch een eenvoudig gebed: Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Wat heerlijk eenvoudig! Eigenlijk net zo eenvoudig als het brood dat wij eten. Zo is ook de vergeving der zonden als brood, dat we niet kunnen missen, geen dag. Natuurlijk, zo zit dat in elkaar, dat we dat gebed niet één keer bidden en eindelijk eens uitgebeden zouden raken. Maar dit gebed is net zo noodzakelijk als ons dagelijks brood, opdat we steeds maar weer verootmoedigd zouden worden.
Wat mooi, zoals de catechismus dat zegt: Wil ons, arme zondaren, al onze misdaden, en ook de boosheid, die ons altijd aanhangt, om des bloeds van Christus wil niet toerekenen. O gemeente, dat betekent dat de tijd die er ligt tussen het ene brood en het andere brood, tussen de ene maaltijd en de andere maaltijd, vol is van boosheid en zo vol is van misdaden, dat we wel mogen vragen: Wil ons arme zondaren, al onze misdaden, en ook de boosheid, die ons altijd aanhangt, om des bloeds van Christus wil niet toerekenen.
Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. O zeker, het hart dat zelf vergeving kent is ook bereidwillig om de naaste te vergeven wat deze ons misdaan heeft. Daarin zit iets dat een getuigenis heeft in zichzelf. Gelijk wij ook dit getuigenis Uwer genade in ons bevinden, dat ons ganse voornemen is onzen naaste van harte te vergeven.
Nu moeten we niet de grote fout begaan, dat we van vergeven een gemakkelijke zaak maken. Iets wat zo eventjes tussen neus en lippen door gebeurt. Lukas 7 laat al zien dat het een weg is van veel geween, van veel tranen en van veel boetvaardigheid tussen God en mijn ziel en dan ook tussen mijn naaste en mijn ziel. We moeten oppassen dat we van de vergeving der zonden niet een makkelijke zaak maken.
Het gebed: En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren, betekent nog altijd dat we machteloos zijn om op een andere manier onze schulden te betalen.
Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Als er ergens mee geknoeid wordt, dan is het wel met dit gebed! Dan gaat men het zo vervlakken alsof het gaat om alvergeving. Er bestaat geen alverzoening, geliefde gemeente, en er bestaat ook geen alvergeving. Alsof God mij wel zal vergeven, wanneer ik mijn naaste maar vergeef en wanneer ik maar barmhartig ben, dan zal God mij ook wel barmhartig zijn. Alsof het een rekensommetje is!
Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Zo van: ik ben zo barmhartig, o Heere God wees Gij nu ook zo barmhartig jegens mij. Ik zie het door de vingers wat mijn naaste doet, wilt Gij het ook door de vingers zien wat ik doe. Dat is een horizontalisering van het Evangelie rondom dit gebed.
Alsof de mens op deze manier vrede met God zal kunnen stichten en een vrederijk met zijn naaste: hoe meer je maar vergeeft, hoe meer God ons zal vergeven. Zo krijgen we een goedkope, een zeer goedkope godsdienst!
Vergeven, dat wil zeggen zo ver gaan met geven, dat het geven volmaakt wordt. Dan pas kunnen we zeggen: het is vergeven, maar dat kan nooit goedkoop zijn.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Dat betekent helemaal niet: lief zijn voor elkaar of help uzelf zo helpt u God. Welnee, gemeente! Het gaat om zeer radicale dingen. Het gaat niet slechts om een stukje medemenselijkheid als pleitgrond voor God: En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. En dan het liefst onze schuldenaren op een grote afstand. O nee!
Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren, daarbij gaat het niet om een bepaalde veredeling van onze persoonlijkheid. Op de achtergrond van dit gebed staat het bloed van Jezus Christus Gods Zoon dat reinigt van alle zonden. Er is vergeving in een weg van verzoening door voldoening.
Het Evangelie stelt ons aan de kaak als geheel verdoemelijk voor God. Zover zijn wij gevallen, dat wij het van onze kant nooit meer goed kunnen maken. "Wees lankmoedig over mij, en ik zal u alles betalen" (Matt.18:29). Dat zal niet gaan, want het is niet meer uit te spreken hoe groot onze schuld is. Het is zelfs niet meer te voldoen op afbetaling, het is zelfs niet meer in eeuwigheidstermijnen te voldoen.
Vandaar de bede: En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Dat is niet goedkoop, want het gaat er diep door om die heel eenvoudige woorden na te leren zeggen: En vergeef ons onze schulden. In dat gebed tekenen wij onszelf in onze onmacht, dat we niet in staat zijn om ons eigen vuil op te ruimen, laat staan dat van een ander!
Dit gebed om vergeving moet noodzakelijkerwijs putten uit een andere Bron. Laten we het maar bij zijn naam noemen, uit Jezus Christus Die een Verzoening geworden is in een weg van voldoening. Jezus Christus Die de Verzoening geworden is voor Zijn Kerk, omdat Hij eerst de Vloek geworden is voor Zijn Kerk. Er staat immers geschreven: "En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving" (Hebr.9:22). Het gaat om de radicale zaak dat Jezus Christus heeft voldaan aan het recht des Vaders en daar ligt de ruimte om barmhartigheid te verkrijgen, om geholpen te worden ter bekwamer tijd. Omdat er vergeving en vrijspraak is in het bloed van Jezus Christus Gods Zoon dat reinigt van alle zonden.
Dit heeft iets te maken met zondag 23 over onze rechtvaardigmaking. Dit heeft iets te maken met zondag 1 over onze enige troost: gekocht te zijn, niet met goud of met zilver, maar door het dierbaar bloed van Christus.
Laat ik proberen die vraag te beantwoorden: wie bidt dit gebed nu eigenlijk? Nee, ik bedoel het niet als een gewoontegebaar, maar wie bidden dit gebed: En vergeef ons onze schulden in waarheid? Schuldigen bidden dit! Niet enigszins schuldigen, maar doodschuldigen, die Psalm 38 nazingen:
Want mijn hoofd is als bedolven
In de golven
Van mijn ongerechtigheên;
Zulk een last van zond' en plagen,
Niet te dragen,
Drukt mijn schouders naar beneên. (Ps.38:4 ber.).
En vergeef ons onze schulden, dat wil zeggen dat het doopwater onze schuld niet wegneemt. Ons jawoord bij onze geloofsbelijdenis neemt onze schuld niet weg. Het gaat hier om persoonlijke vergeving en radicale vergeving. Dat is meteen persoonlijke toepassing en radicale toepassing van het bloed van Jezus Christus Gods Zoon dat reinigt van alle zonden.
En vergeef ons onze schulden is een gebed wat gebeden wordt door een aan haar schuld ontdekte Kerk.
En vergeef ons onze schulden, dat wordt gebeden als de rekening gepresenteerd wordt in ons leven, als de rekening thuisgebracht wordt, als we het bedrag van onze schuld zien, als de levensrekening gepresenteerd wordt. Dan gaat het nog niet eens, begrijp me goed, om véél schuld, want dan zijn we allemaal wel bereid om te betalen. Want hoeveel bidders zijn er niet, ik hoop dat u het begrijpt als ik het zo zeg, voor wie het bidden een voortdurend vragen is om uitstel van betaling. Maar het gaat om een faillissement, waardoor we gaan vragen: En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Dat houdt in: erfschuld, erfsmet, dadelijke zonden en zonden van ongeloof. En vergeef ons onze schulden.
Is de rekening al eens aan u gepresenteerd? Heeft het u al eens benauwd? Mijn zus had een wanbetaler onder haar klanten. Telkens als zij die persoon tegenkwam maakte ze eventjes zo'n gebaar met haar duim en wijsvinger, totdat het zo'n onhoudbare toestand werd, dat er betaling kwam.
Ook David zong: "Mijn zonde zie 'k mij steeds voor ogen zweven" (Ps.51:2 Ber.). En Efraim sprak: "Nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden" (Jer.31:19). Schuld als realiteit!
En waarom benadruk ik dit, schuld als realiteit? Waarom zegt u misschien: weer die schuld en waarom altijd die schuld? Hierom, opdat we de genade des te meer zouden verstaan. Genade wordt alleen uit de schuld verstaan, anders heeft het woord genade geen inhoud, dan is de genade gedevalueerd.
Er is een voorbeeld in de geschiedenis van Oldenbarneveldt, deze was ter dood veroordeeld. Men had Oldenbarneveldt vanwege de verdienste voor ons vaderland heel graag gratie willen verlenen. Maar hij zei: als ik gratie vraag, dan beken ik daarmee schuldig te zijn. Zo is het gebeurd dat Oldenbarneveldt toch onthoofd is. Gratie vragen dat is ten diepste ook: je kop er af, onthoofd te worden. Dat is eerloos worden voor God, schuld bekennen.
Wat zijn we dan nog bezig met ons bidden "heb geduld en ik zal U alles betalen". Wat? Hoeveel zonden heeft een mens? Weten jullie het catechisanten? Tien, vanwege de tien geboden? Nee! De wet is eigenlijk elf geboden lang, want het God-onterend ongeloof hoort ook nog bij de zonden tegen de geboden. Want daarvan lezen we in de Schrift: "En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus" (1 Joh. 3:23).
Vergeef ons onze schulden is het gebed van hopeloze gevallen. Dat is het gebed van een ontblote bidder zoals we lezen in Psalm 102. Iemand die geheel ontledigd is, tot niets geworden is voor Gods aangezicht. Iemand die schuldig is en schuldig blijft. Iemand die beleeft dat hij onbekeerd is en nog erger, onbekeerlijk, hopeloos, radicaal verloren is.
Daar tegenover staat het gebed: En vergeef ons onze schulden. Dat is de makkelijkste manier, zegt u? Nee! Dat is de allermoeilijkste manier, omdat ik er een smekeling voor moet worden. Dat heeft het bloed van Jezus Christus gekost om alle schulden te betalen. Want vergeving is niet, dat het door de vingers gezien wordt. Er is vergeving omdat de Vader de schuld bezocht heeft aan Zijn eigen Zoon, wat Hij anders aan al Zijn uitverkorenen persoonlijk had moeten bezoeken. O, dat kruis op Golgotha gemeente, daar hadden miljoenen kruisen moeten staan, één voor ieder mens die op deze wereld geboren is. Op Één na, Jezus Christus. Verzoening door voldoening betekent dat er één kruis heeft gestaan.
En vergeef ons onze schulden. Wil ons, arme zondaren, al onze misdaden, en ook de boosheid vergeven, om des bloeds van Christus wil. O gemeente, de verzoening door Jezus Christus is zo radicaal en daarom is er ook zo'n radicale weg tot vrede met God. Radicaal in de vergeving der zonden. Waarom? Omdat de voldoening van Jezus Christus zo radicaal is geweest. Jezus Christus is niet verwond zonder meer, maar Hij heeft Zijn bloed gegeven tot de laatste druppel.
Ik wil u er aan herinneren wat Johannes schrijft: "Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit" (Joh.19:34). Daarom hoeft de Kerk niet te twijfelen aan de prijs, die is volkomen betaald. God is met God tevreden. Daarom mag een arme zondaar voor het eerst of driemaal daags, even dikwijls als hij bidt: Geef ons heden ons dagelijks brood, ook bidden: En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Er is er Eén Die radicaal voldoening heeft geschonken aan de Vader zodat de toorn volkomen is gestild. God is met Christus tevreden, God is met een zondaar tevreden. "Overgeleverd om onze zonden", Golgotha, "opgewekt tot onze rechtvaardigmaking", Arimathéa!
Omdat de voldoening zo radicaal is, is ook de verzoening zo radicaal. Zo radicaal, dat God ons hele leven nodig heeft om ons eigen ik er tussen uit te krijgen. Zo radicaal omdat het zalig worden ligt in de vergeving der zonden en in de vergeving der zonden ligt het zalig worden.
Verzoening door voldoening. Ik haak in op een eerdere preek, de Zoon heeft de wil van de Vader volbracht en de gerechtigheid volkomen vervuld. Daarin is de barmhartigheid opengegaan bij God, daar is genade door recht. In de wonde van Jezus Christus wordt Sion door recht verlost.
Vergeef ons onze schulden. Genade door recht, barmhartigheid door het kruis van Jezus Christus. Men heeft weleens aan Kohlbrugge gevraagd: waar zijt gij bekeerd en waar zijt gij gerechtvaardigd en waar hebt u vergeving der zonden ontvangen? Kohlbrugge heeft gezegd: op Golgotha! Kunt u dat nazeggen? Hebt u zo Christus weleens gezien en Christus verdienste ingezien, het recht des Vaders gezien en het recht des Vaders ingezien, de barmhartigheid des Vaders gezien en de barmhartigheid des Vaders ingezien?
Dan is er niet alleen de plaats Golgotha waar de vergeving verworven is, maar dan is er ook een plaats in ons leven waar het een levend gebed geworden is: Vergeef ons onze schulden. Dat de Vader zondaren vrijspreekt hier op aarde is een radicale zaak, maar ook een reële.
Is schuldvergeving reëel of ideëel? In de Schrift bleven zondaren niet in het ongewisse. Ik zou er velen op kunnen noemen, maar ik beperk me tot de zondares uit Lukas 7. Zij is niet in het ongewisse gebleven of haar zonden wel of niet vergeven waren. Ook David heeft getuigenis gekregen door de mond van Nathan: "De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen" (2 Sam.12:13). De vrouw uit Lukas 7 heeft het uit de mond van de Heiland Zelf gehoord en de Kerk van onze dagen wordt toegesproken uit het Woord door de Heilige Geest.
O gemeente, ik moet er toch even de nadruk op leggen, dat we ons vaak schuldig maken aan veel grootspraak zonder vrijspraak. Het is een heerlijke zaak dat er vrijspraak is. Zoals God een zondaar leert bidden: En vergeef ons onze schulden, zo is er een God die Zijn Kerk vrijspreekt, een schuldige Kerk vrijspreekt.
Waar klinkt dat woord van de vrijspraak? Waar? In het Woord, geliefde gemeente, maar evengoed in het hart. Weet u wat heel belangrijk is? De gestalte! Die vrouw uit Lukas 7, een zondares, kon niet zonder Jezus, ze had liefde voor Jezus en is aan Zijn voeten terecht gekomen. Dan lezen we, dat de schuldvergevende liefde van Christus kenmerken heeft. Want de Heere Jezus gaat aan Simon vragen: "Ziet gij deze vrouw?". Als er iemand is die veel schuldig is en iemand die weinig schuldig is en zij ontvangen beide vergeving, wie zal dan meer liefhebben? Zo is de vergeving der zonden getekend in die knielende vrouw die zalf op de voeten van Christus heeft uitgestort. Die de voeten van de Heere Jezus Christus nat gemaakt heeft met haar tranen en de voeten van de Heere Jezus heeft afgedroogd met haar haren.
Jezus gebruikt dit als kenmerken ten opzichte van Simon. "Simon, ziet gij deze vrouw?" Maar ook de vrouw zelf had het zo nodig dat, wat er ook gebeurde, Jezus Zich om zou wenden om tot haar te spreken: "Uw zonden zijn u vergeven". O, het gaat niet buiten het hart om, het gaat dwars door het hart heen.
Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Nu vraagt u misschien: wat heeft dat laatste er nu mee te maken, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren? De catechismus zegt dat dit een kostelijk getuigenis is. Gelijk wij ook dit getuigenis Uwer genade in ons bevinden, dat ons ganse voornemen is onzen naaste van harte te vergeven. Waar gaat het dan om in de bede: Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren? Het gaat er om dat de vergeving der zonden gestalte krijgt in de gemeenschap der heiligen.
Ik wil u herinneren aan de behandeling van de twaalf Artikelen, waar de volgorde aldus is: Ik geloof een heilige, algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden. De vergeving der zonden is niet goedkoop, maar is verworven door het bloed van Jezus Christus Gods Zoon dat reinigt van alle zonden. O, dat is zo'n heerlijke zaak. God is barmhartiger dan de mensen. Onze vergevingsgezindheid zal dan in de eerste plaats functioneren in de gemeenschap der heiligen. Waar God onze schuld vergeeft, daar worden wij ook vergevensgezind. Als God ons onze zonden vergeeft, zal de Kerk ons niet meer aanwijzen of nawijzen.
Want als we waarlijk leren bidden: En vergeef ons onze schulden, als we waarlijk verlegen worden om schuldvergeving bij God, dan zoekt ons hart ook vergeving bij onze naaste. Of niet? Soms niet, maar dan twijfel ik aan de echtheid van de vergeving. Wanneer er werkelijk zonden liggen in ons leven, ook tegen onze naaste bedreven, dan gaan we niet alleen bidden: Heere, vergeef ons onze zonden. Maar dan zullen we ook leren om te knielen voor onze naaste en te vragen: vergeef ons onze schulden. Zo zal de gemeenschap der heiligen, hier op aarde al iets van de zaligheid gestalte geven. Wanneer God de zonden van een zondaar wegwerpt in de zee van eeuwige vergetelheid, zal ook zijn naaste de zonden niet meer ophalen.
Laat ik kort zijn en nog één voorbeeld mogen geven. Als Christus Zelf Petrus herstelt na zijn verloochening, opent ook de Kerk de armen voor Petrus. Wanneer Jezus Christus Petrus hersteld heeft, ontvangt de Kerk Petrus ook. Zo zien we dat ook in Lukas 7.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Simon de Farizeër leefde zelf niet uit de vergeving der zonden en hij gunde dat leven ook niet aan deze vrouw. Maar het gaat er om, dat waar God de zonden vergeeft en niet meer gedenkt, de vergeving ook door zal werken in de gemeenschap der heiligen. Dat gaat altijd in een weg van boetvaardigheid, gemeente!
Wanneer één van de discipelen vraagt: "Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven?" (Matt. 18:21). Dan moeten wij ook werkelijk de vergeving zelf niet laten devalueren, want het gaat in een weg van boetvaardigheid. Maar dan zegt de Heere Jezus Christus: Gij zult niet eenmaal vergeven: "Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zevenmaal" (Matt. 18:22). Begrijpt u het nu een beetje?
Geef ons heden ons dagelijks brood. En zoals er dagelijks brood is, zo moge er ook de dagelijkse begeerte zijn: vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Dat moge ook maar dagelijks werk zijn. Het is een zaak tussen God en een zondaar, maar ook tussen een zondaar en God. Maar het is ook een zaak van de gemeenschap der heiligen. Dan zijn er zoete vruchten, die hier getuigenis genoemd worden: gelijk wij ook dit getuigenis Uwer genade in ons bevinden, dat ons ganse voornemen is onzen naaste van harte te vergeven.
Die veel vergeven is, vergeeft zelf ook gemakkelijk, maar niet goedkoop. Het gaat in een weg van boetvaardigheid.
Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Daar zijn de twee verhoudingen mee getekend: God en een arme zondaar, maar ook die arme zondaar tegenover zijn naaste. Opdat ik door mijn godzalige wandel mijn naaste voor Christus zou mogen gewinnen.
Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven;
Die van de straf voor eeuwig is ontheven (Ps.32:1 ber.)
AMEN.