ZONDAG 15
Vraag en antwoord 38 en 39
Psalm 106 : 1
Psalm 106 : 2
Psalm 69 : 4,5
Psalm 18 : 15
Psalm 18 : vz,1
Matth. 27 : 11-26
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in 1 Timótheüs 6 : 13 - 16
Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft,
Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;
Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren;
Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen.
Onze catechismus voor vanavond is zondag 15 en daarvan vraag en antwoord 38 en 39
38. Vr. Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden?
Antw. Opdat Hij, onschuldig onder den wereldlijken rechter veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde.
39. Vr. Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware?
Antw. Ja het; want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking die op mij lag, op Zich geladen heeft; dewijl de dood des kruises van God vervloekt was.
De vorige maal, gemeente, hebben we gesproken over de vraag: Wat verstaat gij door het woordeken: Geleden?
Ditmaal nu zegt onze catechismus niet alleen dat Christus geleden heeft, maar dat Jezus geleden heeft onder Pontius Pilatus. Het is wel heel merkwaardig dat de naam van Pontius Pilatus in de twaalf Artikelen van onze geloofsbelijdenis staat. Want er staan maar twee namen in die twaalf Artikelen: de ene is de naam van Maria en de andere naam is die van Pontius Pilatus. Dat was een man die graag beroemd wilde worden en die ook zeer beroemd geworden is! Die heden ten dage nòg bekend is, zijn naam wordt nog dag aan dag genoemd in de hele wereld.
De twaalf Artikelen zeggen: Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven. In dat lijden in de eerste vraag van zondag 15, gaat het om de onuitsprekelijke diepte van het lijden, waarin die gezegende Zoon van God gekomen is. Een diepte, waarvan de catechismus zegt: dat Hij aan lichaam en ziel, den gansen tijd Zijns levens op de aarde, maar inzonderheid aan het einde Zijns levens, den toorn Gods tegen de zonde des gansen menselijken geslachts gedragen heeft, opdat Hij met Zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verloste, en ons Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven verwierf.
Nu de vraag: Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? Ik zou dat zo kunnen zeggen: de vorige maal ging het over de onuitsprekelijke diepte van het lijden. Opdat een mens die iets verstaat van zijn onuitsprekelijke schuld en verdoemelijkheid voor God, zich daarin zou vertroosten door het allerheiligst geloof. Een zalige zaak!
Ging het dan de vorige maal over de onuitsprekelijke diepte van dat lijden en de troost daarvan, ditmaal gaat het om de onweersprekelijke waarheid van het lijden van de Heere Jezus Christus. Wie dat navolgt, die volgt geen sprookje na, die volgt geen legende na, maar die volgt de waarheid na. En zulk één zal de waarheid verstaan in Jezus Christus, zoals de Heere Jezus Christus dat Zelf zo heerlijk heeft gezegd: "En gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken" (Joh.8:32). Dat betekent: Christus zal u vrijmaken, Die gezegd heeft "Ik ben de Waarheid" (Joh.14:6).
Het gaat dus over de onweersprekelijke waarheid van het lijden, dat het ècht gebeurd is, dat het werkelijkheid is, dat het een volbrachte zaak is. Door de val is het paradijs op slot gegaan, maar in Jezus Christus is er een weg naar de zaligheid geopend.
Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? Het is niet zo moeilijk, maar het is wel volle ernst.
Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? Opdat wij zouden weten dat het doodvonnis over Jezus werkelijkheid is gemeente, omdat bij ons de zonde en de verdoemelijkheid ook werkelijkheid is. Het is maar geen fabeltje en geen praatje, dat we gezondigd hebben en dat we de heerlijkheid Gods derven. God stelt de ene zekerheid tegenover de andere zekerheid.
Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? Historisch gezien, is er geen enkel weldenkend mens, die er aan twijfelt of de Heere Jezus geleden heeft. Het is net zo ongerijmd om de 80-jarige oorlog te ontkennen, historisch gezien, als het feit dat de Heere Jezus geleden heeft.
Maar waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? Omdat God in de hemel de zaak van schuld en zonde, van de verdoemelijkheid op een ordelijke manier verzoenen zou: gerechtelijk! Daarom is ook de aardse rechter, de hoogste aardse rechter Pontius Pilatus er bij betrokken geweest.
Want u weet, dat er in die dagen één groot keizerrijk de wereld overheerste, dat was het Romeinse rijk. Ik wil er niet te veel op in gaan, maar dat betekende ook, dat het Romeinse rijk eigenlijk het meest rechtvaardige rijk was in de toenmalige wereld. De gerechtigheid was door de Romeinen in wetten vastgelegd op zo'n geweldige manier, dat de rechten en wetten waar wij onder leven in onze rechtsstaat, in zijn principes teruggaan tot het Romeinse recht, waarvan Pontius Pilatus een vertegenwoordiger was. Zodoende was Pontius Pilatus dus de hoogste rechter.
Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? We wisten toch immers uit het Oude Testament dat de Heere Sion door recht zou verlossen? (Jes.1:27). Opdat Hij, onschuldig onder den wereldlijken rechter veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde.
Dan moeten we goed opmerken dat, toen Adam gevallen is, de mens onder het vonnis is gekomen: "Ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven" (Gen.2:17). En nu is het niet zo, dat Jezus de een of andere dood gestorven is. Nee, het zou ten volle een gebeurtenis zijn, waarin het geloof direkt zou mogen herkennen: dit is van den Heere geschied! Want dat zegt Petrus ook in zijn rede in Handelingen 2: "Dezen hebt gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood", maar Petrus zegt erbij: "door den bepaalden raad en voorkennis Gods" (Hand. 2:23).
Want het is niet Gods weg geweest dat de Heere Jezus, met eerbied gesproken, zo maar ergens een of andere dood zou sterven, borgtochtelijk. Dat kan niet, gemeente. Het is ook niet zo maar een moord geweest. We lezen dat men Jezus in Nazareth van de steilte naar beneden wilde storten, maar er staat: "Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg" (Luk.4:30). We lezen uitdrukkelijk dat Jezus Zelf wist: "Mijn ure is nog niet gekomen" (Joh.2:4). En dat Hij het Zelf ook wist "dat Zijn ure gekomen was" (Joh.13:1). Het was niet zomaar een moord zondermeer, dat de Heere Jezus gekruisigd werd. Het was omdat Hij, onder den wereldlijken rechter, onschuldig veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde.
We kennen de geschiedenis, dat Jezus onschuldig geweest is van alles, waarvan zij Hem beschuldigd hebben. We weten dat zelfs Pilatus getuigde dat hij wist, dat ze Hem door nijdigheid hadden overgeleverd (Matt.27:18). Pilatus, die de hoogste rechter was heeft getuigd: "Ik vind geen schuld in dezen Mens" (Luk.23:4). De vrouw van Pilatus heeft aan zijn zijde gestaan met het betuigen van de onschuld van de Heere Jezus Christus. Had Pilatus getuigd: "Ik vind geen schuld in dezen Mens", de vrouw van Pilatus heeft getuigd: "Heb toch niet te doen met dien Rechtvaardige" (Matt.27:19). Dien Rechtvaardige, dat gaat nog iets verder dan dat we onschuldig zijn aan dat ene feit, waarvan we beticht worden. De vrouw van Pilatus heeft als het ware uitgesproken, dat Jezus Christus de Zondeloze was, "Heb toch niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil".
O, het was bekend dat Jezus onschuldig was. Nicodémus heeft niet bewilligd in de raad en Jozef van Arimathéa heeft ook niet bewilligd in de raad. Ze konden geen twee getuigen bij elkaar krijgen, die dezelfde beschuldiging in konden brengen tegen de Heere Jezus. Om maar kort te gaan, zelfs de moordenaar aan het kruis heeft getuigd en zelfs de krijgsknecht onder het kruis heeft getuigd. De aardbeving die geschied is heeft getuigd, maar ook de graven van de heiligen die geopend zijn hebben getuigd in deze wereld van de onschuld van de Heere Christus.
Nochtans de vraag: Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? We kennen allemaal de geschiedenis dat Pontius Pilatus zijn handen wast, we hebben het vanavond nog gelezen. Dat was ook een rechterlijke bezigheid, geliefde gemeente. Dat was niet zomaar een ceremonie, maar je vindt dat terug in de wetten van Mozes (Deut.21:1-9).
Wanneer er iemand gevonden werd, een slachtoffer van moord, en deze werd gevonden in een bepaald gebied, dan moest er als het ware een akte van onschuld opgemaakt worden over zo'n dode. Om te betuigen dat de oudsten van die plaats niet stiekem een politieke moord of een roofmoord gepleegd hadden. Dan schrijven de wetten van Mozes voor, dat men de handen ritueel moest wassen in onschuld, in water en dat men dan rondom Gods altaar moest gaan. Alles bij elkaar was dat ten diepste een zeer godvruchtige en een zeer godvrezende betuiging dat men onschuldig was. Kent u die Psalm waarin het gaat om de tedere Godsvreze? Daar zingt de Kerk:
Ik was, aan U verpand,
In onschuld mijne hand.
Dat is een godzalig gebeuren, geliefde gemeente, je zou er haast over gaan preken!
Ik was, aan U verpand,
In onschuld mijne hand.
Mijn hart springt in mij op, o HEER,
Wanneer ik, met Uw scharen,
Verschijn voor Uw altaren,
En U met offergaven eer.
Daar wordt Uw lof verbreid,
O Oppermajesteit,
Door mij, die U bemin en acht; (Ps.26:6-7 ber.).
Pontius Pilatus heeft dat geweten en heeft daarom zijn handen gewassen, nadat hij gewaarschuwd is door zijn vrouw. Hij heeft zijn handen gewassen met de bedoeling om de schuld volledig terug te leggen op het religieuze Israël, op de raad. Hij heeft gezegd: "Gijlieden moogt toezien". En zij hebben geroepen: "kruist Hem", "Zijn bloed kome over ons, en over onze kinderen" (Matt.27:24-25).
Als het nu alleen een menselijke zaak was, dan zou dit juìst een klassiek voorbeeld zijn van een politieke moord. Want ze hadden gezegd tegen Pontius Pilatus: "Indien gij Dezen loslaat, zo zijt gij des keizers vriend niet" (Joh.19:12). En waar het nu om gaat is dit: wanneer een rechter recht spreekt, dan onderzoekt hij eerst de zaak. In de tweede plaats stelt hij de waarheid vast: ik vind geen schuld in Hem. En in de derde plaats spreekt hij het vonnis uit en dat hád moeten zijn: laat deze Onschuldige, laat deze Rechtvaardige onmiddellijk vrij.
Waarom heeft Hij nochtans onder den rechter Pontius Pilatus geleden? Aan de ene kant opdat we zouden weten van Zijn onschuld, dat Jezus: "als een lam ter slachting werd geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders" (Jes.53:7). Dat wij het zouden weten, dat Hij het volkomen Lam is geweest, het volkomen Zoenoffer voor onze zonden. De Onschuldige, "Die geen onrecht gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog geweest is" (Jes.53:9).
Want wat moesten we beginnen, als er iets aan dat offer mank zou zijn geweest, als er iets aan dat offer zou ontbreken of mankeren, geliefde gemeente. Toch immers niets? Aan de ene kant dus de onschuld van de Heere Jezus Christus, maar aan de andere kant ook het recht Gods waardoor Sion verlost zal worden.
Tòch heeft het God in Zijn onbegrijpelijke wijsheid behaagd, om Zijn lieve Zoon over te geven, aan die met bloed bevlekte handen van Pontius Pilatus. Zodat er op aarde, menselijk gezien, het grootste onrecht is gebeurd. Opdat er, begrijp me goed, een mogelijkheid zou komen, ook voor het grootste onrecht. Een mogelijkheid dat verdoemelingen gerechtvaardigd zouden worden. Begrijp me goed hoor gemeente, maak geen misbruik van mijn gebrekkige woorden. Zo is Jezus Christus door de rechter Pontius Pilatus veroordeeld, opdat het voor een zondaar mogelijk zou zijn, niet maar op een of andere sluiperige of stiekeme manier de hemel in te kruipen. Maar opdat het mogelijk zou zijn dat we in het geloof voor God als onze hoogste Rechter zouden kunnen verschijnen, op grond van de onschuld van de Heere Jezus Christus.
En waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? Dan is het waar dat Jezus onschuldig was, want als Pilatus in zijn ongeloof naar Jezus gekeken had, dan had hij niet anders gezien dan een onschuldig Lam.
Maar nu de andere kant, het geloof, God Zèlf zag dat dit Lam zo onschuldig niet was! De schuld kleefde dat Lam niet in, maar was dat Lam opgelegd. Toen heeft Johannes de Doper al verwonderd uitgeroepen: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!" (Joh.1:29). En zo heeft Jezus onder de rechter Pontius Pilatus Zijn lijden volbracht, opdat Hij onschuldig, nochtans dat Offerlam zou zijn, de Zoon Gods, Die de ganse last van de toorn Gods, op Zijn rug droeg.
Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden? Opdat er zo'n geweldige vrijheid voor het geloof zou zijn, zo'n machtige bron van vertroosting. Omdat Hij, onschuldig onder den wereldlijken rechter veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde.
Dan is het zo'n heerlijke zaak gemeente, omdat nu Die Ene onschuldig als een Lam ter slachting is gevoerd, omdat nu die Ene voor een aardse rechter, voor de allerhoogste rechter heeft gestaan: onschuldig, en nochtans veroordeeld om te sterven. Daarom kan er een schare die niemand tellen kan, uit alle geslachten, natiën en volkeren voor de allerhoogste Rechter van hemel en aarde, zonder verschrikken verschijnen. Dat is dat geweldige, wat het doopformulier zegt, waar je wel eens moed uit kan putten. Dat ik dit leven dat toch niet anders is dan een gestadige dood, om Zijnentwil, eenmaal getroost zou mogen verlaten en ten laatsten dage voor de rechterstoel van Christus, zonder verschrikken zou mogen verschijnen. Om dan in het eeuwige leven onbevlekt gesteld te worden.
Begrijpt u er iets van hoe gewichtig zondag 15 is? Omdat Hij onschuldig onder de wereldlijke rechter... O mens, als je dat peilt voor je ziel dan, inderdaad, dan peil je ook iets van die vrijheid die er is in Christus. Nooit buiten Christus, maar ìn Christus. Om ten laatsten dage zonder verschrikken, metterdaad, voor Gods rechterstoel te mogen verschijnen. Omdat Hij ons van het strenge oordeel Gods, wat over ons gaan zou, bevrijdde.
Dan moet u eens nagaan, dat Pontius Pilatus heeft moeten zeggen: Ik vind geen schuld in Hem en dat het vonnis nochtans was: kruist Hem. Daar staat tegenover dat als wij voor onze hemelse Rechter zullen verschijnen, wij niet onschuldig zullen bevonden worden. Hoe moet ik dat nu uitdrukken, gemeente? Hoeveel zonden kleven u aan? Hoeveel ongerechtigheden kleven mij aan? Hoeveel oorzaken geeft een zondaar in zijn leven om verdoemd te worden? Niet één keertje dacht ik, geen honderd keer en ook geen duizend keer. Maar we kunnen wel zeggen dat onze zonden méér zijn, dan de haren van ons hoofd en iedere zonde die wij hebben bedreven, verdient de eeuwige verdoemenis.
Dan zal dit het wonder zijn, dat er op aarde 'nee' gezegd is, toen het 'ja' moest zijn, daarom zal het ook een keer 'ja' zijn, als het 'nee' moet zijn voor een iegelijk, die voor God zal verschijnen in Sion. Niet in zijn eigen gerechtigheid, niet in roekeloosheid, gemeente, niet in lichtzinnigheid, maar door dat allerkostelijkste geloof. Door die allerkostelijkste liefde waardoor we Christus meedragen hier in het leven. Waardoor we Christus eenmaal mee zullen dragen in het gericht, niet hebbende onze gerechtigheid, die er toch niet is, maar de gerechtigheid van Christus Jezus alleen.
Laat ik nog iets mogen zeggen van die volgende vraag, gemeente. Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware? Ja het; zegt de catechismus, want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking die op mij lag, op Zich geladen heeft; dewijl de dood des kruises van God vervloekt was. Laat ik het u heel kort mogen zeggen: wanneer we iets leren kennen van onze schuld en onze verdoemelijkheid, dan weet u ook wel dat we niet alleen verdiend hebben om te sterven aan een hartinfarct of aan een andere menselijke dood. Nee gemeente, dan hebben we verdiend dat God elk van ons persoonlijk, dood zou tuchtigen. Heeft u daar weleens aan gedacht? Dat dan het vonnis van Pontius Pilatus op ons terecht zou komen, als God ons ging vonnissen, naar wat wij gedaan hadden.
Dan zou voor ieder van ons het allerzwaarste vonnis nog niet zwaar genoeg zijn! Dat zwaarste vonnis was in de Schrift om veroordeeld te worden tot de kruisdood. Want wat betekende het om een gekruisigde te zijn? Nog eventjes nadenken met elkaar: wat betekende het om een gekruisigde te zijn? Ontzaglijk smartelijk, als je vastgespijkerd werd. Reken maar dat het een vreselijke smartelijke dood was om gekruisigd te worden.
Wat betekende het nog meer? Dit, dat er totaal niets van je deugde, dat onze voeten vastgespijkerd moesten worden, omdat onze voeten snel zijn om bloed te vergieten. Dat onze handen, waar zoveel goddeloosheid mee bedreven is, vastgenageld zouden worden. Dat òns hoofd, waar zoveel goddeloosheid in ontsproten is, gekroond zou worden met een doornenkroon. En dat ons hart, waar zoveel boze bedenkselen uit voortgekomen zijn, zo'n stroom van ongerechtigheden, dat dàt hart doorstoken zou worden.
Als er in het Oude Testament bijzondere goddelozen waren, dan werden zulke goddelozen gedood en soms nog gehangen, tentoongesteld. De Romeinen hebben de kruisiging ingevoerd. En wat ik u weleens eerder gezegd heb over de plaag van de melaatsheid, wanneer een mens door God bezocht was met die plaag, dat hij dan ook niet moest hopen op behoudenis, dat was bij de kruisiging helemaal zeker. Wanneer je iemand ziet sterven, geliefde gemeente, dan sta je daar soms met zo'n zee van gedachten. Je denkt: zou die man behouden worden of zou die vriend verloren gaan? Als je bij een sterfbed staat denk je soms: zou die zuster wel goed aankomen, of zou ze zich vergist hebben?
Maar gekruisigd worden dat was zo afschuwelijk, dat mocht Israël alleen doen in het uiterste geval, als ze zeker wisten dat God Zijn vloek uitgesproken had over een dergelijk leven. Zodoende lees je het niet eens vaak in de Schrift, dat iemand gehangen werd. De Heere Zelf had voorgeschreven in de wetten: "Want een opgehangene is Gode een vloek" (Deut.21:23).
Probeer eens even met mij mee te denken: wanneer je dan in Jeruzalem woonde gemeente, en je zag daar iemand door je straatje gaan met een kruis op zijn rug, wat hijzelf nog moest dragen. Wat dacht je dan bij je zelf? Dan dacht je niet alleen: die man gaat sterven, wat al vreselijk is, maar dan wist je zeker, hier komt de hel voorbij. Hier gaat iemand voorbij die binnen de kortste keren voor eeuwig, voor eeuwig verloren is. Dàt was de kruisdood. En daarom was het zo smadelijk voor die Simon van Cyréne. Och, hij had misschien best wel wat willen doen voor een arm mens, voor een lijder. Hij had misschien wel 100 kilo stenen op zijn rug willen nemen, liever dan dat hij 10 kilo kruis droeg. Want dat betekende, dat je ten smaad door de straten van Jeruzalem ging. Daarin is de mens getekend. Want wanneer God gerechtigheid zou oefenen in onze levens, dan stierf géén van ons een gewone dood. Dan zouden we allen gekruisigd moeten worden, want de gehangene, de gekruisigde, is Gode een vloek.
Als je dan die kruisen zag staan, met de kruiselingen er aan, dan kon je vaak wel horen ook, dat ze verloren gingen. De grootste godslasteringen werden uitgebraakt vanaf het kruis. Daar lezen we ook iets van in het heilig Evangelie. Dan wist men het: hier is de poort naar de rampzaligheid, wie hier naar binnengaat, laat alle hoop maar varen.
Men huiverde, de haren rezen als het ware ten berge van de schrik, bij de reiziger die langs kwam, als hij een kruiseling zag. Wanneer je langs die kruisen kwam, dan hing er een bordje boven hun hoofd met de beschuldiging. Weet je wat er dan eigenlijk boven het hoofd van een gekruisigde te lezen viel? Dit is een van God gevloekte.
We lezen het in Galaten, dat Paulus het zo heeft gezien. Als Paulus het niet gezegd had en ik zou het zeggen, dan zou u het mij misschien kwalijk nemen, dat ik het zo gewaagd zou durven te zeggen. Want dan zegt Paulus: "Jezus Christus, een vloek geworden zijnde voor ons" (Gal.3:13), "Opdat een iegelijk die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe" (Joh.6:40). Misschien hebt u die tekst vele malen gehoord, geliefde gemeente, maar hoor hem nu eens klinken in het Golgotha van uw hart, bij dat opschrift: 'vervloekt'. "Opdat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe".
Hoe zegt de catechismus dat? Heeft dat iets meer in, dat Jezus gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware? O ja, ware Jezus gestorven zoals eenmaal Lazarus stierf, wij zouden onze tranen van liefde om Hem kunnen vergieten. Ons hart zou breken bij het graf, als Hij was gestorven zoals Lazarus gestorven is.
Maar houdt de kruisiging nog iets meer in? Dat vers zingt er van:
Mijn Verlosser hangt aan 't kruis,
Hangt ten spot van snode smaders.
Zoon des Vaders...
Houdt dat nog meer in? Dat houdt dit in, dat wanneer we een kruimel geloof hebben in dat kostelijke Borgwerk van de Heere Christus, we de ogen uit ons hoofd zouden moeten wenen. Niet zoals bij Lazarus' graf, maar over onze zonden, die op dat Godslam geladen zijn.
Op dat Godslam rust mijn ziel,
Vol verwondering bid ik aan,
Gij hebt door Uw dierbaar zoenbloed,
Al mijn zonden weg gedaan.
Dat bloed was zoenbloed omdat het kruisbloed was.
Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is? Ja, daar zal het geloof de Heere Jezus Christus nu voor eeuwig om liefhebben. Omdat Hij maar niet gestorven is, omdat Hij maar niet de allervreselijkste dood gestorven is, maar omdat Hij de meest gevloekte dood, de kruisdood gestorven is.
Als ik dan een Borg heb, geliefde gemeente, dan wil ik ook weten dat Zijn kapitaal het mijne dekt, misschien begrijpt u dat wel. Dan moet ik een Borg hebben, Waar ik de ruimte in heb, zodat ik niet meer behoef te vragen of Hij misschien alles wel voor mij wil betalen, misschien alles wel voor mij wil betekenen. Misschien... maar stelt u voor, dat er nog één doorn ontbrak, dat er nog één nagel ontbrak, ik zou niet kunnen zalig worden.
Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware? Ja het: want daardoor ben ik zeker... en dat is de èchte zekerheid van de Heilige Geest, door het geloof: "In Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte" (Ef.1:13). Ja het; want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking die op mij lag... We moeten niet alleen van de straf verlost worden, van de slagen en de helse folteringen. Want wat zou dat zijn, om wel van de straf verlost te zijn tot in der eeuwigheid, maar niet van de vervloeking. Dat zou betekenen dat wij nooit het verzoende aangezicht des Vaders konden aanschouwen. Nooit vrede door het bloed des kruises, wel enige rust.
Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware? Ja het, want nu ben ik zeker, dat Hij de vervloeking die op mij lag, op Zich geladen heeft. Zodat ik onder de vloek uìt ben en dat ik onder het doemvonnis uìt ben, zodat ik gekomen ben onder de zegen. Want de dood des kruises was een van God vervloekte dood.
O gemeente, hier ligt de zaligheid, hier ligt de zaligheid compleet! Wanneer er nu enig betrouwen in uw hart is, wanneer er enig geloof is gewerkt door de Heilige Geest, zie dan niet alleen op het Borgwerk van de Heere Christus, maar zie op het volmaakte van het Borgwerk van Jezus Christus. Opdat gij ook volmaakt moge worden in uw geloof, door de Heere Christus, Die de goede belijdenis onder Pontius Pilatus betuigd heeft.
Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware? Ja het, want dit brengt vrede in de ziel. Zo heeft Paulus het gezien en zo ziet het geloof het ook, naar de mate des geloofs. Die een vloek voor ons geworden is, want de dood des kruises was van God vervloekt. Want daardoor ben ik zeker...
Laat ik nog één ding mogen zeggen, geliefde gemeente, wat zoeken we graag en dikwijls de verzekering van ons geloof. En dat is een reële zaak hoor, dat ons geloof verzekerd mag worden en dat ons aandeel verzekerd mag worden. Zeker, we hebben er naar te staan! "Want het is tot eer van Gods' naam en tot troost der godvruchtige zielen" (D.L.5:15)
Maar wat wijst de catechismus ons vanavond ook heel fijntjes de weg waarin we verzekerd zullen worden. Namelijk in meer en meer toe te nemen in de kennis en in de genade van onze Heere Jezus Christus. Méér Zijn lijden te peilen, méér de diepte van Zijn Borgwerk en de hoogte van Zijn Middelaarswerk te peilen, opdat onze ziel zich daarin zou verzekeren, dat Hij de vervloeking die op mij lag, op Zich geladen heeft. AMEN.