ZONDAG 30
Vraag en antwoord 80, 81 en 82
Psalm 78 : 2
Psalm 73 : 13
Psalm 62 : 1,5
Psalm 86 : 6
Psalm 72 : 4
1 Kor. 11 : 17-34
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in het voorgelezen Schriftgedeelte, 1 Korinthe 11 : 28 - 30
Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.
Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.
Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.
Onze catechismus zondag 30, vraag en antwoord 80, 81 en 82
80. Vr. Wat onderscheid is er tussen het Avondmaal des Heeren en de paapse Mis?
Antw. Het Avondmaal des Heeren betuigt ons dat wij volkomen vergeving van al onze zonden hebben door de enige offerande van Jezus Christus, die Hij Zelf eenmaal aan het kruis volbracht heeft, en dat wij door den Heiligen Geest Christus worden ingelijfd, Die nu naar Zijn menselijke natuur niet op de aarde maar in den hemel is, ter rechterhand Gods Zijns Vaders, en daar van ons wil aangebeden zijn.
Maar de Mis leert dat de levenden en de doden niet door het lijden van Christus vergeving der zonden hebben, tenzij dat Christus nog dagelijks voor hen van de mispriesters geofferd worde, en dat Christus lichamelijk onder de gestalte des broods en wijns is, en daarom ook daarin moet aangebeden worden. En alzo is de Mis in den grond anders niet, dan een verloochening der enige offerande en des lijdens van Jezus Christus, en een vervloekte afgoderij.
81. Vr. Voor wie is het Avondmaal des Heeren ingesteld?
Antw. Voor degenen, die zichzelven vanwege hun zonden mishagen, en nochtans vertrouwen, dat deze hun om Christus' wil vergeven zijn, en dat ook de overblijvende zwakheid met Zijn lijden en sterven bedekt is; die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren. Maar de hypocrieten en die zich niet met waren harte tot God bekeren, die eten en drinken zichzelven een oordeel.
82. Vr. Zal men ook diegenen tot dit Avondmaal laten komen, die zich met hun belijdenis en hun leven als ongelovige en goddeloze mensen aanstellen?
Antw. Neen; want alzo wordt het verbond Gods ontheiligd, en Zijn toorn over de ganse gemeente verwekt. Daarom is de Christelijke Kerk schuldig, naar de ordening van Christus en Zijn apostelen, zulken, totdat zij betering huns levens bewijzen, door de sleutelen des hemelrijks uit te sluiten.
Er is een principieel verschil gemeente, tussen de dienst van de Roomse kerk in zijn geheel en de dienst van de kerken der Reformatie.
Als zondag 30 vraagt: Wat onderscheid is er tussen het Avondmaal des Heeren en de paapse Mis? Dan gaat het slechts over een onderdeel van de roomskatholieke ceremonie en een onderdeel van de reformatorische kerkdienst, namelijk over de pauselijke Mis en het Heilig Avondmaal. Er is niet alleen een principieel onderscheid in deze onderdelen, maar ook in het geheel.
Het is zo, dat er in Israël de tempeldienst was met zijn offers, met zijn ceremoniën, zijn priesters en ga zo maar door. Maar we zien in de tijd van het Nieuwe Testament, dat er ook synagogen zijn in Israël, waar niet geofferd wordt, waar geen ceremoniën plaatshebben, maar waar het volk onderwezen wordt. Dat is niet zo maar opgekomen in Israël.
We lezen al heel vroeg in de geschiedenis van Israël dat God dat Zelf had ingezet. Er moest onderwijs gegeven worden op vele plaatsen in Israël, want het volk moest onderwezen worden in Gods Woord. Het volk moest onderwezen worden in vrije genade en dat volk moest onderwezen worden in het geloof. Die lijnen vinden we in de Schrift. Het is helemaal niets nieuws geweest dat Luther gezegd heeft: sola fide, sola gratia en sola scriptura. Dat is een lijn, die door de Schrift getekend is als een rode draad in het Oude Testament.
We zien dan ook dat God daar een bedoeling mee had. Want die tempel en die ceremoniën, hoe schoon die plechtigheden ook waren, het was geen 'blijvertje'. Om het maar heel duidelijk te zeggen: het was vergankelijk. Er is een tijd gekomen dat die bediening opgehouden is. Het is niet onduidelijk, maar het is openbaar dat God verder gegaan is met Zijn bediening in de lijn van de synagoge.
We lezen immers dat ook Jezus in de synagoge van Kapérnaüm optrad. We lezen dat de eerste apostelen gebruik gemaakt hebben van de synagogen. En de lijn is niet onduidelijk, dat daarna eerst huisgemeenten ontstaan zijn en later de christelijke gemeenten, waar de christenen tezamen kwamen in de eredienst.
Twee lijnen: de roomskatholieke lijn houdt vast aan de tempeldienst en de lijn van de Reformatie ligt in het verlengde van de synagogedienst. Een synagogedienst, een Joodse eredienst, verschilt niet eens zoveel met onze eredienst. De Schrift staat daar in het middelpunt, zij het dan wel het onderwijs uit het Oude Testament. In de Roomse kerk worden alle ceremoniën uit het Oude Testament nog gehandhaafd, tot en met de priestergewaden, het wijwater en de hysopkwast, die mensen moet ontzondigen.
Ik ga daar niet te ver op in vanavond, ik wil er u alleen maar op wijzen dat er twee lijnen aan te wijzen zijn. De Roomse kerk volgt de lijn van de tempeldienst en de kerken van de Reformatie volgen de lijn van de synagogedienst.
Wat moeten we nu kiezen, zult u misschien vragen? Nu, dat is nogal duidelijk, geliefde gemeente. God heeft het werk van de tempeldienst afgebroken, God Zelf heeft het beëindigd en het zijn de mensen die het op eigen initiatief voortzetten.
Want wat is er gebeurd op Goede Vrijdag? Is toen niet het grootste mysterie onthuld en openbaar geworden, toen het voorhangsel gescheurd is van boven naar beneden? Heeft God toen Zelf niet de zaak geopend en aan het licht gebracht? Toen de verzoening volbracht was op Golgotha, toen de schaduwachtige bediening niet meer nodig was in het heiligdom. Toen was de verzoening niet langer een mysterie, maar een geopenbaarde zaak, opdat een iegelijk daar zijn hart aan op zou halen, "Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (Joh.3:15). Heerlijke zaak!
Er is nog een tweede punt geweest, waarin het zeer duidelijk is dat de tempeldienst is opgehouden. Niet alleen in de weg van de verwerving toen het voorhangsel gescheurd is, toen Jezus Christus geroepen heeft: "Het is volbracht".
Maar God heeft nòg een streep door de tempeldienst gehaald en wel op de Pinksterdag. Toen de Heilige Geest uitgestort is, niet over de ceremoniën, niet over het offer dat op het aardse altaar gebracht werd, maar de Heilige Geest is uitgestort over de prediking van Petrus. Wij lezen daar misschien gemakkelijk overheen, maar het is een zaak van zeer veel gewicht, dat op die dag veel priesteren het geloof gehoorzaam zijn geworden. Zij hebben het gezien, zij hebben het ervaren dat de verzoening een volbrachte zaak geworden was in de Heere Jezus Christus.
Wat onderscheid is er tussen het Avondmaal des Heeren en de paapse Mis? Laten we het zo maar zeggen: als ergens de zaak ernstig ligt, dan is dat wel op het verschil tussen Avondmaal en paapse Mis.
Er worden twee dingen van de paapse Mis gezegd. Het is een verloochening, dan moet je helemaal aan het einde van dat lange antwoord kijken. Het is een verloochening van de enige offerande en het lijden van Jezus Christus en een vervloekte afgoderij.
Om met dat laatste maar eerst te beginnen, waarom is de paapse Mis een vervloekte afgoderij? Dat houdt ten nauwste verband met de leer van de transsubstantiatie, alsof het brood waarlijk lichaam van Christus wordt en alsof de kelk met wijn waarlijk bloed van Christus wordt. Alsof daar waarlijk iets van Christus' lichaam staat of ligt, waar goddelijke eer aan bewezen wordt. Ook de Roomse kerk begint vrijzinnig te worden, het raakt een beetje in onbruik, maar het verandert de zaak niet.
Het is dus zo, dat men inderdaad goddelijke eer bewijst aan de hostie. Iedere Roomskatholiek, die zichzelf respecteert, neemt de hoed af als hij voorbij de kerk gaat. Waarom? Om eerbied aan die kerk te bewijzen? Nee, omdat er in die kerk een altaar is, in die kerk wordt de ouwel bewaard, daar wordt de heilige wijn bewaard, daar is lichaam en bloed van Christus. Mag dat, is dat dan niet eerbiedig om je hoed daar voor af te nemen? Het is een vervloekte afgoderij, zegt de catechismus.
Is dat niet overdreven? Nee gemeente, want dan hebben we de zaak van de twee naturen van Christus niet begrepen. Het gaat over de goddelijke eer die ook de Christelijke Kerk toebrengt aan Christus, maar nooit aan Zijn menselijke natuur gemeente, vergeet dat niet. De menselijke natuur van Christus wordt niet aangebeden en zal ook niet aangebeden worden. God zal aangebeden worden en de goddelijke natuur in Christus zal aangebeden worden. Dat is een zaak van gewicht.
Het wordt hier een vervloekte afgoderij genoemd, wanneer we de menselijke natuur van Jezus Christus en nog veel erger, de wijn en de ouwel goddelijke eer gaan bewijzen, als we dat gaan aanbidden. O, gemeente, dat wordt genoemd: een vervloekte afgoderij.
Dat is niet Christus vereren, maar dat is de levende Christus te schande maken, Die naar Zijn menselijke natuur niet op de aarde is, Die naar Zijn menselijke natuur niet bewaard wordt in het roomse heiligdom, maar naar Zijn menselijke natuur opgevaren is in de hemel. Dat zijn dingen van zeer veel gewicht, gemeente. Daarmee is in het geding dat Jezus Christus echt mens geworden is, de broederen in alles gelijk geworden is, uitgenomen de zonde. Jezus Christus is mens geworden, ontvangen weliswaar van de Heilige Geest, maar zo concreet mens geworden, dat Hij is geboren uit de schoot van Maria en opgevaren naar de hemel.
Vervloekte afgoderij! Wanneer er immers een produkt van de bakker, ik zeg het in alle eerbied, aangebeden wordt alsof dat de Christus zou zijn, alsof dat God of goddelijk zou zijn: een vervloekte afgoderij!
Christus is in de hemel. Daar zal onze troost liggen gemeente, zoals we dat geleerd hebben uit de catechismus over de hemelvaart van onze Heiland en Zaligmaker Jezus Christus. Naar Zijn menselijke natuur is Hij niet meer op aarde; maar naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons. Maar naar Zijn menselijke natuur is Hij werkelijk opgevaren naar de hemel.
Het wordt ook genoemd: een verloochening van de enige offerande van het lijden van Christus. Wat mij aangaat, hadden ze daar het woordje vervloekt ook wel voor mogen zetten, een vervloekte verloochening van de enige offerande en het lijden van Jezus Christus.
Want waar gaat het om, geliefde gemeente? Het gaat om niet minder in het doen, in het handelen en in het sterven van Jezus Christus, dan om een volbrachte zaak. "Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft", die in Zijn volbrachte werk gelooft, "niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe".
In de Schrift wordt dat zo mooi beschreven door de apostel Johannes, die zelf met Jezus gewandeld had en die het lijden zo nabij meegemaakt had: "En ik zag, en ziet, een Lam, staande als geslacht" (Openb.5:6). Jezus Christus, Die in één offerande verzoening heeft aangebracht. Dan is het toch immers een dwaling, een grote dwaling, een vervloekte verloochening van dat lijden van Jezus Christus, als wij zouden denken dat het nog moest gebeuren of nog herhaald zou moeten worden.
Het gaat om iets geweldigs, gemeente. Er is een Kerk aan het zalig worden, een schare die niemand tellen kan, uit alle natie, en geslachten, en volken. Die Kerk is op weg naar het eeuwige Koninkrijk, op grond van het eenmalige offer van Jezus Christus, Die uitgeroepen heeft aan het kruis: "Het is volbracht". Dat is eigenlijk maar een gebrekkig nederlands woord: "Het is volbracht", want dat betekent dan ook, dat het totaal en finaal volbracht is, dat ieder er zich op verlaten kan. Dat is de rijkdom!
Zo maar even tussendoor: als het werkelijk nodig was dat Christus nog steeds geofferd moest worden en er waren geen priesters meer en er was geen ouwel meer. O, hoe moesten we dan zalig worden? Laten we God danken dat het niet zo is, dat de zaligheid verankerd ligt, niet in wat nog gebeuren moet, maar in dat wat gebeurd ìs. Waaraan de Vader Zijn welbehagen betoond heeft in het opwekken van Zijn Zoon.
Het gaat ook nu weer om het alles of niets gemeente. Om het alles of niets van de volmaakte gehoorzaamheid van Christus. De volmaakte lijdelijke gehoorzaamheid en de volmaakte dadelijke gehoorzaamheid van Jezus Christus.
Wanneer er dan mensen zijn die méér begeren, die nog een offertje, een misoffertje misschien, begeren, dan geldt daar dit woord van Jezus Christus Zelf van: "Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet", waarmee Christus Zelf Zijn werk aanduidt, "Want gelijk Jonas drie dagen en drie nachten was in den buik van den walvis, alzo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten wezen in het hart der aarde" (Matt.12:39-40).
Het gaat om de volmaaktheid van het offer van Jezus Christus. Laten we daar niet op afdingen, gemeente. Naar de waardij van de verwerving is dat ene offer zo groot geweest, dat arme zondaars de toevlucht mogen nemen tot deze Jezus. Neem de toevlucht tot dat offer, neem toch de toevlucht tot Christus' bloed! Dat is van zo'n waardij geweest, al zou er maar één mens zalig worden in deze hele wereld, dan had er niets van het lijden af gekund. Maar al zouden er nog duizend werelden zalig moeten worden, dan is dat lijden van Jezus Christus ook genoegzaam.
Het gaat om het zalige alles of niets van het lijden van de Heere Jezus Christus, om de uitwerking van Zijn bloed op een zondaarshart. Al waren alle zonden van Adams nakroost saâmgebonden, dat bloed van Jezus Christus Gods Zoon, wast alle zonden uit! Wat ligt daar een ruimte in, geliefde gemeente.
God verhoede het, dat u eenmaal verloren zult gaan, o God verhoede het, dat er iemand verloren zal gaan. Maar er zal nooit iemand verloren gaan, omdat er geen genade genoeg was in dat ene offer. Het offer van Jezus Christus is niet te klein geweest, dat het herhaald zou moeten worden. O, al zouden er nog duizend werelden zalig moeten worden, dan zou dat offer niet herhaald behoeven te worden, het was volmaakt.
Het gaat om dat offer waarvan Kohlbrugge gezegd heeft op de vraag: waar ben je bekeerd? Op Golgotha. Dat is het geweldige, dat Jezus Christus Zich een Kerk gekocht heeft, niet met goud of met zilver, maar met Zijn dierbaar bloed. Niet op afbetaling zodat er nog dagelijks op vele plaatsen iets aan dat offer zou moeten worden toegevoegd.
Maar laat ik het met eerbied mogen zeggen, dat offer, die betaling van Jezus Christus was zo'n zalige betaling, het was een vooruitbetaling. Daarvan getuigt ook Paulus. Daar zit toch immers het wonder in voor zijn ziel, niet alleen voor Paulus, maar ook voor iedere ziel die verstaat wat het is: gekocht te zijn door het bloed en door de wonden van Jezus Christus. Daar zit toch immers het wonder in, dat "Christus, als wij nog krachteloos waren, te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven is". "Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren" (Rom.5:6,8).
Gemeente, laten wij oppassen, dat wij ook niet gaan werken met een protestantse versie van de paapse Mis. In de bekering komt er toch immers niets van de mens bij, ook van ons niet. Laten we maar afstappen van die paapse Mis. Laat het ons maar toepassen op ons eigen leven.
Ik weet heel goed wat u bedoelt, als ik u hoor zuchten: mocht de Heere Jezus nog maar eens in mijn hart geboren worden. Of: mocht dat sterven van Jezus Christus maar eens in mijn hart plaats hebben. Ik weet heel goed wat u dan bedoelt hoor, gemeente. Maar hoe goed het ook bedoeld wordt, het is onjuist. De heilsweldaden vloeien voort uit de heilsfeiten van Jezus Christus. Uit die eenmalige gebeurtenis dat Jezus Christus het welbehagen des Vaders heeft volbracht. Dat Hij in een dadelijke gehoorzaamheid en in een lijdelijke gehoorzaamheid het vredeverbond ten uitvoer heeft gebracht in deze wereld, op drie plaatsen met een G: Golgotha, Gábbatha, Gethsémané.
Het gaat er om dat het des Vaders welbehagen is, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft, "opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe". Zo is dit het welbehagen des Vaders om zondaren zalig te maken, dat Hij Jezus Christus in deze wereld gezonden heeft en dat deze aarde Zijn bloed en Zijn tranen opgevangen heeft. Dat Hij een volkomen verzoening teweeg heeft gebracht. Dat Hij drievoudig gebeden, gestreden en geleden heeft in de hof: "Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan! Mijn Vader! Indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede!" (Matt.26:39,42). Daar is de Kerk zalig geweend, niet door een misdienaar maar door Jezus Christus Zelf. "En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen" (Luk.22:44).
Wanneer wij bekeerd willen worden, geliefde gemeente, dan zal het voor ons en voor ons geloof een volbrachte zaak van de Vader moeten zijn, wat reeds geschied is in de tijd. En het ongeloof waarin we veroordeeld liggen, dat is dat wij God tot een leugenaar gemaakt hebben in de heilsfeiten.
Johannes schrijft in zijn kostelijke Evangelie: "En die het gezien heeft, die heeft het getuigd". Die eenmalige zaak: Gethsémané, Gábbatha en Golgotha. "En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt" (Joh.19:35).
Er zijn twee zaken in het welbehagen van de Vader. De eerste zaak is, dat Hij Zijn Zoon Jezus Christus in deze wereld gezonden heeft, opdat Jezus Christus een volkomen zoenoffer zou zijn voor de zonden. De andere zaak is de uitstorting van de Heilige Geest in deze wereld, opdat zondaren begiftigd zouden worden met de Geest des geloofs om de zaak van Jezus Christus aan het hart te klemmen, in geloof, in hoop en in liefde. Een andere weg van zalig worden is er niet.
Het gaat niet om dingen die veel weg hebben van tovenarij van, met eerbied gesproken, omgetoverd brood te eten en omgesproken wijn te drinken. Maar het gaat hierom, dat Jezus Christus gezegd heeft: "Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is" (Joh.6:51). Dat het geloof gemeente, niet de tekenen zou omhelzen, maar de zaak: Jezus Christus en Dien gekruisigd.
Twee zaken in het welbehagen Gods. Dat Hij Jezus Christus in deze wereld gezonden heeft om van het vredeverbond een volbrachte zaak te maken, naar de verwerving van de zaligheid. En de Heilige Geest, Die van de Vader en de Zoon is uitgegaan, om de zaak die geschied is, toe te passen aan onze harten.
Dan is dit het geloof, gemeente, dit is het geloof dat er geen nieuwe tekenen van de hemel geschieden. Zoals de Farizeërs het gevraagd hebben: "Wat teken doet Gij dan?" (Joh.6:30). Maar dit is de zaak en dàt troost mijn geweten: 't is al voor mij geschied!
Als het er dan vanavond ook om gaat, wie er ten Avondmaal zullen gaan, o, dan is eigenlijk die zaak al opgelost, geliefde gemeente. Moede kom ik, arm en naakt, tot mijn God, Die zalig maakt! Mochten wij verwaardigd worden om te komen tot Christus, Die God in de wereld gezonden heeft. Tot het werk dat Jezus Christus in deze wereld volbracht heeft.
Het gaat om drie dingen die nodig zijn om tot het Sacrament te kunnen komen: stervende in onszelf, maar ook hopende gemaakt te zijn op Jezus Christus. En ten derde dat wij er iets van doorvoelen en van doorleven, dat God het waard is om voor eeuwig, voor eeuwig lief te hebben. Dit trooste mijn geweten: 't is al voor mij geschied!
Wat waren de tekenen ook al weer in het Avondmaal? Brood, ja, gebroken brood. Wat was het andere teken? Wijn, ja, vergoten wijn. Dat tekent ook de zondaar, gemeente. Dat Jezus Christus vlees heeft aangenomen, bloed heeft aangenomen. "Het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond" (Joh.1:14).
We weten het allemaal wel, dat Jezus Christus vlees en bloed heeft aangenomen. Maar waar het nu om gaat, dat is dat het geloof er weet van heeft dat Jezus Christus mijn vlees en mijn bloed heeft aangenomen. En daarin, gemeente, wordt Hij mijn Borg, mijn Middelaar, mijn Zaligmaker, mijn Alles. Dat is het geloof, dat Jezus Christus mijn vlees en mijn bloed heeft aangenomen. Dat Hij mijn zonden gedragen heeft op het hout. Dat Hij mijn vloek geworden is. Dàt troost mijn geweten!
O, dat zalige woordje mijn, zegt Luther. Daar gaat het om in het persoonlijke geloof. Dat wij de noodzakelijkheid van de verbreking van het lichaam van Christus in onszelf zien liggen. Dat we de oorzaak van het uitstorten van Zijn ziel in de dood, in onszelf zien liggen.
O gemeente, groot geloof, klein geloof of een bepaalde stand. Och, al is het slechts met een toevluchtnemend geloof. Moede kom ik, arm en naakt, tot mijn God, Die zalig maakt.
Zo gaat het de eerste keer, zo moet het de tweede keer en zo alleen kan het iedere keer weer. Eigenlijk kunnen we nooit anders komen. Hij heeft mijn vlees, mijn bloed aangenomen. "De straf, die ons den vrede aanbrengt". O, dat maakt de ziel dan soms nog persoonlijker: "De straf, die mij den vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is mij genezing geworden" (Jes.53:5).
O gemeente, moet ik nog verklaren voor wie het Avondmaal des Heeren niet is ingesteld? In de eerste plaats niet voor hen die dwalen in de leer, zij zullen geweerd worden. Zij die dwalen in het leven, waarin de liefde dus geen vruchten draagt, is het niet vanzelfsprekend dat ook zij geweerd zullen worden? Omdat er anders een smet en een vloek op de gemeente zal vallen.
In de derde plaats wordt er gesproken over de hypocriet, moet die ook geweerd worden? Die kan niet geweerd worden. Dat is de man, die niet herkenbaar is en dat is de vrouw, die niet herkenbaar is. Een Ananias en Saffira, die in de apostolische tijd nog dood vielen, die blijven onder ons in leven. Maar wat de gemeente weet aan dwaling in leer of dwaling in leven, dat moet ook wettig behandeld worden. Daar spreekt de catechismus straks over. Maar de ongrijpbare zal God oordelen, die eet en drinkt zichzelf een oordeel.
O dat kostelijke Sacrament: brood en wijn voor het geloof. Jezus Christus mìjn vlees en mìjn bloed aangenomen, dat is het grote wonder. Zondag 23 krijgt dan gestalte in het Sacrament. Voor God te staan, niet in eigen gerechtigheid, maar in de gerechtigheid van Jezus Christus. Evenals had ik zelf alle gerechtigheid volbracht. Wat een zalige zaak!
De paapse Mis, ik zeg er niks meer van, het mishaagt me. Want het geloof, geliefde gemeente, heeft pijlers, die liggen niet in deze wereld, maar die liggen in die wereld, waarin Jezus Christus heeft geleefd. Zijn bloed en Zijn tranen worden dierbaar in onze ogen. Zijn bloed, dat werkelijk gevloeid heeft, niet sacramenteel, Zijn tranen die werkelijk gevloeid hebben. In Gethsémané daar breken onze harten, in Gábbatha daar breken onze zielen en op Golgotha daar breekt mijn eigen ik.
Dan schiet er maar één zaak over: Jezus Christus, en Dien gekruisigd. "Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u", zegt Paulus, "dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd" (1 Kor.2:2). Dat is de zalige zaak, dat is de volbrachte zaak. Als we daar geloof voor hebben, dan is dat genoeg ook. Dan fluistert ons hart: het is zo wel goed Heere, het is zo wel genoeg Heere. U bent het waard om eeuwig lief te hebben, om eeuwig te danken, om eeuwig te loven, om wat Gij hebt gedaan.
Wat een zalig voorrecht: toen ik nog niet van Hem wist, ik hoop dat u mij begrijpt, toen wist Hij reeds van mij. Toen Hij de zaak volbracht heeft, toen heeft Hij uitgeroepen, ook reeds over mijn leven: "Het is volbracht". En de Vader heeft in de hof van Arimathéa uitgeroepen: "Het is volbracht". Dat is dan zo volmaakt, dat is dan zo volkomen, dan wensen ook wij niets meer te weten, dan Jezus Christus en Dien gekruisigd.
Dan spreekt Paulus dikwijls zo dierbaar over de Gekruisigde, de Man van smarten, Die alles gedaan heeft. De Kerk wordt zalig door een goddelijk voldongen feit. God de Vader verkiest en doet naderen om te wonen in de voorhoven, waar wij getrokken worden naar de volbrachte zaak op Golgotha, naar Jezus Christus.
Zo is er een volmaaktheid in de zaak van Jezus Christus. En het heilig Sacrament is ons gegeven om ons geloof, dat nog met zoveel zwakheid te kampen heeft, te versterken in Christus Jezus. Opdat ook ons geloof volmaakt zou worden voor het aangezicht Gods. AMEN.