ZONDAG 48
Vraag en antwoord 123
Psalm 25 : 2
Psalm 138 : 2
GDH : 3,6,9
Psalm 145 : 5
Psalm 98 : 4
1 Korinthe 15
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in 1 Korinthe 15 : 22 - 24
Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.
Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.
Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht.
Onze catechismus voor vanavond is zondag 48, vraag en antwoord 123
123. Vr. Welke is de tweede bede?
Antw. Uw Koninkrijk kome.
Dat is: Regeer ons alzo door Uw Woord en Uw Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen; bewaar en vermeerder Uw Kerk; verstoor de werken des duivels en alle heerschappij, welke zich tegen U verheft, mitsgaders alle boze raadslagen, die tegen Uw heilig Woord bedacht worden; totdat de volkomenheid Uws Rijks kome, waarin Gij alles zult zijn in allen.
We zijn dus, geliefde gemeente, bezig met het Onze Vader. Daarin zijn verschillende zaken te onderscheiden. Ik zou het zó kunnen zeggen: drie keer worden we geroepen om van ons af te bidden. Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Daarna mogen we drie keer naar ons toe bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Om dan tenslotte te mogen eindigen in aanbidding: Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Van dat slot komt ook al iets openbaar in de bede: Uw Koninkrijk kome. Dat wordt in dit kostelijke gebed niet alleen gebeden, maar ook geproclameerd: Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Het gaat om het alles of niets in ons persoonlijke leven. Maar dat persoonlijke leven staat op de achtergrond vanavond, want op de voorgrond staat: Want Uw is het Koninkrijk. In gebedsvorm: Uw Koninkrijk kome.
Wat zal daarmee bedoeld worden? In ieder geval niet die dingen die men ons beloofd heeft maar die nooit zijn gekomen: koninkrijken van welvaart, koninkrijken van welzijn, zoals het sociaal messianisme ons beloofde. Maar ook geen duizendjarig rijk.
Uw Koninkrijk kome. Dat is voor de goddeloze een vreselijk gebed. Toch is het ten diepste een heerlijk gebed. De eerste bede: Uw Naam worde geheiligd, ging over de Naam van God, ging over de deugden van God. In de tweede bede gaat het over de komst van God. De vervulling met Zichzelf, tot God zal zijn alles en in allen.
Uw Koninkrijk kome. De meest logische vraag om eerst te beantwoorden luidt: wat is dat Koninkrijk eigenlijk? Dat Koninkrijk heeft een begin en dat Koninkrijk heeft een volkomenheid. De volkomenheid ligt in de eeuwigheid, wanneer dat Koninkrijk volmaakt en volkomen zal zijn. Maar het begin van dat Koninkrijk is hier en nu op de aarde, waar het hijgt naar de volmaaktheid in de eeuwigheid.
Uw Koninkrijk kome, dan moeten we er zelf aan. Zoals het is met de bede: Uw Naam worde geheiligd, dat onze naam er aan moet. Zo is het ook bij de bede: Uw Koninkrijk kome, dat ons koninkrijk er aan moet.
Uw Koninkrijk kome. Wat is dat Koninkrijk eigenlijk precies? Wat houdt dat Koninkrijk in, hier en nu in deze wereld? Kun je er iets van zien? Kun je er iets van merken? Wordt Gods Naam niet veelmeer gelasterd, in plaats van geheiligd? Wordt Gods Koninkrijk niet vernietigd in plaats dat het komt?
Waar is dat Koninkrijk? Dat is heel eenvoudig te beantwoorden: Gods Koninkrijk is daar waar de Koning is. Kun je er iets van zien, kun je er iets van merken? Jazeker! Als de Koning er is! Daar merk je des te meer van, naarmate je zelf meer en meer vernederd wordt. Dan krijgt dat Godsrijk meer en meer gestalte. Waar de mens steeds kleiner wordt, daar wordt God steeds groter. Het geldt ook van dat Koninkrijk: "Hij moet wassen, maar ik minder worden" (Joh.3:30).
Uw Koninkrijk kome. Is dat Koninkrijk er reeds geweest en is het er reeds ongeschonden geweest? Jazeker, in het paradijs. Toen had alles zijn orde van God gekregen. God was Koning en de mens was onderkoning. God heerste over Zijn schepsel en het schepsel was onderkoning bij de gratie Gods over de dieren. Maar er is nogal wat gebeurd. Wij hebben de Koning van Zijn troon gestoten en daarom is de mens ook van zijn troon gestoten. De mens wilde als God zijn, kennende het goed en het kwaad. Dat is er niet beter op geworden, maar dat is steeds erger geworden. Nog maar enkele bladzijden na de val van de mens, zien we dat de mens plannen maakt opdat zijn koninkrijk kome. Ze beginnen een stad te bouwen: Babel. En dat gaat door, door de tijden heen. Geslachten later zegt Nebukadnézar: "Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter ere mijner heerlijkheid!" (Dan.4:30).
Ook onze tijd heeft zijn Babylon gebouwd. Ten slotte houdt de bede: Uw Koninkrijk kome ook in dat God af gaat rekenen met ons Babel, met ons koninkrijk. Waar ten diepste niet ons 'ik' de heerschappij voert, maar de duivel. Je leest het in Jesaja: "Babel is gevallen, zij is gevallen!" (Jes.21:9). Je leest het ook op de laatste bladzijden van de Schrift: "Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon" (Openb.18:2). Alles zal vallen, wat vallen moet! We lezen niet voor niets in de Schrift dat er een steen afgehouwen werd zonder handen, u weet wel, in de geschiedenissen van Nebukadnézar, een steen die alle koninkrijken dezer wereld vermorzelde, opdat er één Koninkrijk zou zijn. Wat niet van dàt Koninkrijk is, dat is Babel en dat zal met Babel buitengeworpen worden.
Welke is de tweede bede? Het gaat over vier zaken in het antwoord van de catechismus. Daar wordt gesproken over de burgers van het Koninkrijk: Regeer ons alzo door Uw Woord en Uw Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen. Dan gaat het ook over de bidders van dat Koninkrijk: bewaar en vermeerder Uw kerk. Daarna gaat het over de vijandschap tegen dat Koninkrijk: verstoor de werken des duivels en alle heerschappij, welke zich tegen U verheft, mitsgaders alle boze raadslagen, die tegen Uw heilig Woord bedacht worden. Maar dan gaat het tenslotte ook over het Koningschap over dat Koninkrijk: totdat de volkomenheid Uws Rijks kome, waarin Gij alles zult zijn in allen. Zoals we ook gelezen hebben in 1 Korinthe 15.
De catechismus onderwijst ons dus in vier zaken:
Ten eerste: De burgers van dat Koninkrijk.
Ten tweede: De bidders van dat Koninkrijk.
Ten derde : De vijandschap tegen dat Koninkrijk.
Ten vierde: Het Koningschap over dat Koninkrijk.
Wat is de catechismus toch een leerzaam boek. Het spreekt over de burgers van dat Koninkrijk. De vraag welt direct al op: bent u of ben jij al een burger van dat Koninkrijk? Beleeft u iets van die heerlijke verwachting: Uw Koninkrijk kome? Of is het soms zo, o zondaar, dat u moet bidden: laat dat Koninkrijk nog maar even wegblijven?
Uw Koninkrijk kome. Kun je dat Koninkrijk dan gaan zoeken? Kun je het ergens vinden? Dat is een belangrijke vraag. Weet u het antwoord al? Laten we eerst eens gaan zoeken in de Schrift, gemeente. En dan zegt de Schrift: "Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen", die dingen waar wij ons druk over maken totdat de dood er op volgt, totdat we verloren gaan, al deze dingen, "zullen u toegeworpen worden" (Matt.6:33).
Er zit daarom ook een ernstige waarschuwing in, dat het niet zo zal gaan: zoek eerst al die andere dingen en als je dan sterft, zal dat Koninkrijk je wel toegeworpen worden omdat je kerkelijk leefde. Nee! "Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid". Daarin wordt de klem op ons gelegd, de klem op onze eigen verantwoordelijkheid.
Hoe worden we dan burgers van dat Koninkrijk? Door ons zoeken? Door het zoeken zelf is nog nooit iemand behouden geworden gemeente. Maar weet u wat het wonder is voor de ware zoeker? Dat God Zich laat vinden in een weg van wedergeboorte!
Burgers van dat Koninkrijk. Dan wordt er gesproken: Regeer ons alzo door Uw Woord en Uw Geest, dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen. Dan gaat het over de waarachtige wedergeboorte waardoor wij burgers van dat Koninkrijk gemaakt worden. Er wordt hier ook gezegd: door Woord en door Geest. Dat is een heel persoonlijke zaak. Zoals ieder die geboren is in de burgerlijke stand wordt ingeschreven, zo houdt God er met eerbied gesproken ook een burgerlijke stand op na. Zoals Psalm 87 zegt: "De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren" (Ps.87:6).
Misschien moet ik nog iets zeggen over de wedergeboorte. Ik zal niet treden buiten de oevers van de catechismus, maar dan zien we toch dat de catechismus ook hier enigszins een onderscheid maakt, tussen de eerste wedergeboorte en de doorgaande wedergeboorte, de levendmaking en de heiligmaking. De eeuwigheid zal eenmaal de voltooide wedergeboorte zijn van het ganse schepsel dat nu nog als in barensnood zucht.
Als ik dan nu in dit verband iets moet zeggen wat wedergeboorte is, dan houdt dat in dat we door Woord en Geest bearbeid worden. Dat we zover teruggebracht worden, zover verlaagd en vernederd worden, als wij door onze val zijn opgeklommen. Wedergeboorte, dat is van groot weer klein te worden, nietwaar? Burgers van dat Koninkrijk worden geboren in de laagte, in het stof en in de as van onze vergruizelde persoonlijke Babels. Wanneer wij van ons voetstuk vallen en terecht komen aan de voetbank van Gods voeten. De voeten van de overwinnende Koning worden gekust en daardoor worden wij burgers van de Overwinnaar, de Triomfator Jezus Christus. Paulus zegt dat vijanden met God verzoend worden. Wij zijn geen neutrale dode zondaren, maar vijandige schepselen geworden door onze val!
Nu gaat het er om dat we door Woord en Geest een eerste wedergeboorte moeten kennen: de levendmaking. Zodat we van dood levend zullen worden en dat het in de burgerlijke stand Gods opgetekend wordt: "Die en die is daarin geboren" (Ps.87:5).
Maar dan is er ook nog een doorgang in het leven, een doorgaande wedergeboorte waarvan we lezen in Artikel 24, het onder ons door misbruik beroemde Artikel 24 van de Nederlandse geloofsbelijdenis. Een doorgaande wedergeboorte die je ook een doorgaande heiligmaking zou kunnen noemen. Wat is dat? Daar spreekt de catechismus van: dat wij ons hoe langer hoe meer aan U onderwerpen. Dat het vernieuwende werk doorgaat in onze levens. Ja, laat ik het zo mogen zeggen: Uw Koninkrijk kome, dat houdt in dat het vernederende werk Gods doorgang heeft in onze levens. Dat we steeds meer leren om dieper te buigen en armer te worden.
Doorgaande wedergeboorte is ten diepste de doorgaande werking van Woord en Heilige Geest. Ontdekkend en armmakend, wil het ooit nog eens vervullend en vertroostend zijn. Doorgaande wedergeboorte betekent dat we onze eigen stand en ons eigen koninkrijk gaan verliezen. Dat ook het koninkrijkje van mijn bekering er aan moet, het koninkrijkje van mijn bevinding. Zodat Paulus het tenslotte zover gebracht heeft, dat hij kan zeggen: "Hoewel ik niets ben" (2.Kor.12:11). U moet goed begrijpen dat ik dat niet zeg alsof ik een vijand zou zijn van bevinding. Welnee! Hadden we maar méér bevinding en hoorden we daar maar meer van. Maar de bevinding is de grond niet, gemeente. De doorgaande wedergeboorte is net als de eerste wedergeboorte: van groot weer klein te worden. Dan is doorgaande wedergeboorte van klein tot niets te worden voor Gods aangezicht!
De Schrift spreekt ook van die doorgaande wedergeboorte. Dat lees ik in Ezechiël: "Dan" als de Heere Israël hersteld heeft, staat er geschreven: "Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen" (Ezech. 36:31). Wanneer? Als een voorwaarde om door God aangenomen te worden? Nee, maar als een zalig gevolg van die vernederende bekering en die bekerende vernedering die we allemaal zo noodzakelijk moeten ondergaan.
Hoe langer hoe meer. O gemeente, dat is een weg van afbraak en van doorgaande afbraak. Ik moet het er maar bij zeggen: het houdt zelfs geen halt bij ons zieleleven, o nee! De Kerk des Heeren, de burgers van dat Koninkrijk zullen zelfs afgebroken worden in materiële zin, in het graf. Opdat we vernederd worden zover we maar vernederd kunnen worden. En wanneer een zondaar zover vernederd is, met eerbied gesproken, dat hij niet verder meer vernederd kan worden, dan is hij geschikt voor de zaligheid. En zelfs als dat lichaam zover vernederd zal zijn, dat het niet verder meer vernederd kan worden, wanneer aarde tot aarde, stof tot stof, as tot as is geworden, dan alleen kan het opgericht worden door God.
Wat wordt bedoeld met bidders van dat Koninkrijk? Hun gebed is: Bewaar en vermeerder Uw Kerk. Wordt die Kerk niet bewaard als wij niet bidden? Is het echt nodig, dat die Kerk vermeerderd wordt? Heerlijk Evangelie, geliefde gemeente! Het is de Schrift die spreekt, ik meen in Spreuken: "In de menigte des volks is des konings heerlijkheid" (Spr.14:28).
Wanneer er dan gebeden wordt: Uw Koninkrijk kome, dan is dat: bewaar Uw Kerk, maar het betekent ook: vermeerder Uw Kerk. Weet u wat nu zo nuttig is? Als God eerst dat Koninkrijk in ons eigen hart goed door laat werken, zal er ook een grondige doorgaande wedergeboorte in ons plaats hebben. Laat ik het maar gewoon bij zijn naam noemen, het wordt zo hoog tijd dat we ook nog eens tot die verzekerde Kerk mogen gaan behoren. Dat is zo ontzaglijk profijtelijk voor dat Koninkrijk. Wie zichzelf waarlijk kent die zal nooit afbekeerd zijn. Maar naarmate we meer geloofskennis en geloofsgenade hebben verkregen, naar die mate moet nu ook de Kerk verlost worden van zichzelf, ook in het gebed.
Uw Koninkrijk kome is ook een stukje verlossing van mezelf. Een beetje gunnend te worden voor mijn naaste, ook wat betreft Gods Koninkrijk.
Bewaar en vermeerder Uw Kerk. Een Kerk die louter met zichzelf bezig is en met de zaligheid van zichzelf, die is arm! Dan heeft de Schrift ons veel te leren. Op de Pinksterdag, als de discipelen verzegeld en bezegeld worden in het geloof, zien we de Kerk in de kracht van de Heilige Geest. De Kerk die beoefenen mag: bewaar en vermeerder Uw Kerk. Dan gebeuren er wonderen, dan worden er duizenden toegebracht op één dag.
Nu is eigenlijk mijn klemmende vraag: is er al eens één ziel toegebracht door u? De Pinksterkerk, die door Woord en Geest vervulde Kerk, bad volhardend en het is een kostelijk gebed: Heere, bekeer mij. Daar zal de levende Kerk ook nooit boven uitkomen, maar zij roept het ook anderen toe: "Bekeert u! En wordt behouden van dit verkeerd geslacht!" (Hand.2:38-40).
Wanneer de Kerk haar knieën mag buigen of er nog nieuwe burgers geboren mogen worden in dat hemelse Koninkrijk, dan is de Kerk vruchtbaar. Zo is het ook in het Onze Vader. Dezelfde Kerk die bidt: Uw Koninkrijk kome, bewaar en vermeerder Uw Kerk, diezelfde Kerk komt er niet bovenuit om straks ook nog te bidden: En vergeef ons onze schulden. Maar deze bede: Uw Koninkrijk kome, gaat voorop.
Bewaar en vermeerder Uw Kerk, dat is in geestelijke zin: "Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus" (Gal.6:2). Dat heeft ook iets te maken met die kostelijke belijdenis: Ik geloof de gemeenschap der heiligen.
Bewaar en vermeerder Uw Kerk. Dat is vruchtbaarheid van een worstelende Kerk op de knieën. Een Kerk waar de liefdesband reëel aanwezig is. Waar waarlijk iets beleefd wordt van wat beloofd wordt: Uw Koninkrijk kome. O, daar is de Kerk ook zo'n gunnende Kerk! Die Kerk bidt niet alleen: bewaar Uw Kerk, maar ook: vermeerder Uw Kerk. Zo wordt de Kerk vruchtbaar in het gebed. Zo worden er ook voorzeker burgers wedergeboren in dat Koninkrijk, door de bidders, de bouwers van dat Koninkrijk. Zo heeft God het in Zijn welbehagen gewild, door het gebed. Zo heeft Jezus het gewild, zo heeft de Vader het gewild, dat de Kerk een Pinksterkerk zal zijn, een evangelische Kerk. Een Kerk die nog gelooft in het wonder van de vruchtbaarheid.
Bewaar en vermeerder Uw Kerk, dat is een reëel gebed! Dat is bidden om een wonder, maar ook durven hopen op een wonder. Omdat het voor onszelf zo'n wonder is om een burger van dat Koninkrijk gemaakt te zijn. Dan zit daar een ruimte in dat je het iedereen wel zou willen geven, dat je het iedereen wel zou gunnen.
Uw Koninkrijk kome. Wat is dat ook een royaal gebed! Wat zijn we dikwijls bezig of er nog eens één ziel mocht zalig worden. En wat zou het een eeuwig wonder zijn, als ik zou mogen horen dat er een zondaar bekeerd is. Maar wat leert de Heere Jezus ons royaal te bidden, niet slechts geloof te beoefenen in het gebed, maar ook een gróót geloof te beoefenen in het gebed.
Uw Koninkrijk kome. Bewaar en vermeerder Uw Kerk. Daar zit iets royaals in dat zijn grond toch immers heeft in het Woord. Wordt er in Gods Woord niet gesproken, dat het Koninkrijk dat straks volmaakt zal zijn, een schare is die niemand tellen kan? Wat zit er een ruimte in: Uw Koninkrijk kome. Als je dat indenkt, dat er straks een Koninkrijk zal zijn "vol van de kennis des HEEREN, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken" (Jes.11:9). Wat geweldig als je dat leest in de Psalmen: "Hij zal heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde" (Ps.72:8). Dan past het ons toch immers niet om het gebed: Uw Koninkrijk kome op een benepen manier te bidden. Dat we zouden doen alsof we bang zijn dat straks dat Koninkrijk te klein zou zijn om alle burgers te kunnen bevatten.
Uw Koninkrijk kome. Dan ligt er nog zoveel ruimte in, dat héél Driebergen makkelijk zalig kan worden. Op de Pinksterdag drieduizend in één dienst. Ik zit weleens te denken dat er misschien wel zo weinig gebeurt, omdat we zo weinig geloof hebben. Want wat zal het juist op het geloof aankomen in het gebed: Uw Koninkrijk kome. Daar zal geloofskracht in moeten zitten, een stuwing: Uw Koninkrijk kome. Dan moet het geen napraten zijn, niet slechts nazeggen van wat Christus ons geleerd heeft, maar laat ik met eerbied mogen zeggen, dan gaat er iets van Christus over in ons, iets van dat gunnende.
Uw Koninkrijk kome, bewaar en vermeerder Uw Kerk. Daar zit de mogelijkheid in, maar het is geen menselijke mogelijkheid. De mogelijkheid zit in Gods almacht en in Gods vrijmacht. De mogelijkheid zit in het bloed van Jezus Christus Gods Zoon, dat op deze aarde gevloeid is en dat zondaren zalig kan maken. De mogelijkheid zit in de Heilige Geest, Die op deze aarde is uitgestort, waarvan geprofeteerd is: "Ik zal Mijn Geest uitgieten over alle vlees" (Joël 2:28).
Uw Koninkrijk kome, is een wereldwijd gebed. Dat is ten diepste een gebed om Gods regering. Dat er alleen maar vreze Gods zal zijn en dat alle vijandschap die zich tegen Hem verheft vernietigd mag worden.
De vijandschap tegen dat Koninkrijk, daar spreekt de catechismus ook over: verstoor de werken des duivels. Ook dit is anders dan de latere bede: Verlos ons van den boze. Het heeft iets héél persoonlijks wanneer de gelovige bidt: Verlos ons van den boze. Hier gaat het om verstoring van alle werken des duivels. Het gaat om een wereldwijde dimensie zouden we kunnen zeggen, gemeente! Het gaat om de eer van God, want de eer van God gaat voorop.
Verstoor de werken des duivels en alle heerschappij welke zich tegen U verheft. Het gaat er om dat de vijandschap te niet gedaan zal worden, zoals we ook in 1 Korinthe 15 lezen, dat alle vijanden van Christus te niet gedaan zullen worden tot en met de laatste vijand, de dood.
Uw Koninkrijk kome. Hier wordt gesproken over de werken des duivels, die zich richten tegen de burgers van dat Koninkrijk. Ja, ook wel een beetje. Maar in de eerste plaats richt die vijandschap zich vooral tegen de Koning van dat Koninkrijk, tegen de Heere Jezus Christus.
Uw Koninkrijk kome is eigenlijk een gebed, of er maar een bladzijde omgeslagen mag worden van de Openbaring. Dat die vijand van het eerste uur, die vijand van het laatste uur, die vijand van het levende Kind, van Jezus Christus, verstoord mag worden.
In de Bijbel zijn de werken des duivels beschreven. Deze ondergaan ook een geweldige ontwikkeling in de tijd. Ik wil er uw aandacht op vestigen dat in de eerste hoofdstukken van de Schrift gesproken wordt over de duivel als een slang. In Jesaja 27 lezen we van de duivel als een draak, die in de zee is. In Openbaring is het een grote rode draak geworden, een beest dat gereed staat voor de vrouw, voor de Kerk om het levende Kind te verslinden. Het gaat om de ontzaglijke grimmigheid en gramschap van de satan tegen Christus en tegen de Kerk. Tegen de Koning van het Koninkrijk en ook tegen de burgers van het Koninkrijk.
Uw Koninkrijk kome is tenslotte niet onze strijd, maar dat is de strijd van Christus, Die de overwinning zal behalen. De Ruiter op het witte paard Die gekomen is, overwinnende en opdat Hij overwon.
In dat kostelijke gebed: Uw Koninkrijk kome, roept de Kerk als het ware haar Koning toe. We lezen in geschiedenisboeken over gladiatoren die een gevecht moesten leveren voor het aangezicht van de keizer. Wanneer zij de arena binnentraden dan liepen zij langs de keizer om hem te groeten: Avé Caesar, morituri te salutant. Heil u, keizer, die gaan sterven, groeten u.
Uw Koninkrijk kome. Christus is gestorven, de Onoverwinnelijke in de strijd. Hij strijdt de strijd alleen. Maar wat zal het bemoedigend zijn wanneer de Kerk verwaardigd wordt om haar gebed te bidden: Uw Koninkrijk kome. "Gord Uw zwaard aan de heup, o Held! Uw Majesteit en Uw heerlijkheid. En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren. Uw pijlen zijn scherp; volken zullen onder U vallen; zij treffen in het hart van des Konings vijanden" (Ps.45:4-6).
Uw Koninkrijk kome. Zal dat Koninkrijk dan niet komen als wij er niet om bidden? Nou gemeente, het zal geen seconde achterblijven als dit gebed niet gebeden zal worden. Maar het is Gods welbehagen, zowel in het persoonlijke komen van dat Koninkrijk in ons leven, als in het komen van het Koninkrijk in deze wereld, dat het gebed van de Kerk de stuwkracht zal zijn van de goddelijke daden.
Uw Koninkrijk kome. Wat is dat een heerlijk gebed, het gebed als stuwkracht van het Koninkrijk. Dan ook te mogen weten dat het gebed verhoord wordt. Het zal niet falen, het Koninkrijk zàl komen. Daarom houden we niet op, maar gaan we er des te meer om bidden: Uw Koninkrijk kome. Waarom? Als het goed ligt in ons hart, dan zal er in de Kerk waar Christus de Koning geworden is, ook een uitzien zijn naar dat Koninkrijk, totdat de volkomenheid Uw Rijks kome, waarin Gij alles zult zijn en in allen.
Dat spreekt van het Koningschap over dat Koninkrijk. Waar gaat het dan om? Er is een eerste wedergeboorte heb ik u gezegd, wanneer God ons van dood levend maakt. Er is een voortgaande wedergeboorte: de heiligmaking. Maar ook het ganse schepsel, van God uit gezien, zal wedergeboren worden aan het einde der tijden. Dat lezen we in Romeinen 8. Door de zonde zijn er niet alleen individuen verloren gegaan gemeente, maar door de zonde zucht het ganse schepsel en is in barensnood tot nu toe. Onderworpen aan de ijdelheid, door wie? Door de gevallen mens, de mens die gezondigd heeft.
Wij worden onderwezen in Romeinen 8 dat het ganse schepsel zucht, maar ook de Geest zucht en die de eerstelingen des Geestes hebben zuchten ook. Waarom? Om de wederoprichting aller dingen, opdat God Zijn schepping in zijn geheel weer terug zal krijgen. Waarmee ik niet zeg, dat alles zalig zal worden, waarmee ik niet zeg dat ieder zalig zal worden. Maak geen misbruik van mijn woorden. Maar God gaat het herstellen: "Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde" (Jes.65:17).
In de val is God niets uit handen gevallen. Maar het zal hersteld worden in de weg, niet van het werkverbond der mens, maar in de weg van het genadeverbond door de Heere Jezus Christus.
Als er nu gesproken wordt over de volmaking van dat Koninkrijk, dan gaat het hier om wat we lezen in 1 Korinthe 15, dat Jezus Christus eenmaal Zijn werk voltooid zal hebben. In die zin, wanneer de laatste uitverkorene zal zijn toegebracht, dan zal ook alles bijeen gebracht worden in een vernieuwde schepping. Die schepping waarvan we gelezen hebben dat het verderfelijke onverderfelijkheid aangedaan zal hebben en dat het sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan zal hebben. En dan lezen we dat Christus Zijn werk, Zijn werk in z'n geheel, die ganse schare die niemand tellen kan, tezamen met de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, zal aanbieden aan God en de Vader. Dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden, Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft.
Het gaat om het herstel, het herstel van de schepping in een weg van genade, in een weg van het bloed van Jezus Christus Gods Zoon dat reinigt van alle zonden. Daar gaat het naar toe met de burgers van dat Koninkrijk! Door alle beproevingen heen, door alle verdrukkingen heen. Ten laatsten dage dan zal ook deze aarde gelouterd worden door vuur, de ganse zaak des Heeren zal dan doorlouterd worden. En dan zal Jezus Christus de nieuwe schepping aanbieden aan God en de Vader, Wiens zij de kracht en de heerlijkheid tot in der eeuwigheid.
Dan zal het zo zijn, dat die schepping die Christus Zijn Vader aan zal bieden, nooit meer zondigen kan, nooit meer vallen kan. O, dat is een Kerk, dat is een Koninkrijk, dat is een schare, waarvan gevraagd wordt: "Wie zijn zij, en van waar zijn zij gekomen? Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen" (Openb.7:13-14). Gekomen uit de oven der beproeving. De wereld gelouterd door het vuur en iedere gelovige ook gelouterd door het vuur van zijn persoonlijke beproevingen.
Het nut daarvan zal zijn dat Gods' werk vuurvast zal zijn, vuurvast door de wereldbrand van deze kosmos. Door de brand van de heiligende beproevingen Gods vuurvast geworden om aan God gegeven te worden door de Zoon, de Heere Jezus Christus. Aan de Vader aangeboden te worden om nooit meer te vallen, maar om voor eeuwig staande te blijven, in de kracht Gods, in Jezus Christus, voor het aangezicht des Vaders. AMEN.