ZONDAG 50
Vraag en antwoord 125
Psalm 121 : 1
Psalm 138 : 1
Psalm 104 : 7,8
Psalm 105 : 22
Psalm 105 : 24
Psalm 104
Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechismusonderwijs, vindt u in Psalm 104 : 13 - 15
Hij drenkt de bergen uit Zijn opperzalen; de aarde wordt verzadigd van de vrucht Uwer werken.
Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen.
En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.
Onze catechismus voor vanavond is zondag 50, vraag en antwoord 125, daar wordt gevraagd:
125. Vr. Welke is de vierde bede?
Antw. Geef ons heden ons dagelijks brood.
Dat is: Wil ons met alle nooddruft des lichaams verzorgen, opdat wij daardoor erkennen dat Gij de enige Oorsprong alles goeds zijt, en dat noch onze zorg en arbeid, noch Uw gaven, zonder Uw zegen ons gedijen, en dat wij derhalve ons vertrouwen van alle schepselen aftrekken en op U alleen stellen.
Het gaat dus vanavond, geliefde gemeente, over de bede om het dagelijks brood: Geef ons heden ons dagelijks brood. Het is heel belangrijk dat er staat ons dagelijks brood. We zouden zo overgeestelijk kunnen zijn, als de vertalers van de Vulgata die Matthéüs 6:11 vertaald hebben met: Geef ons heden ons bovennatuurlijk brood. Maar vergeestelijken is niet schriftuurlijk, want God zorgt niet alleen voor de ziel, maar God zorgt ook voor het lichaam. Dat is ook het broodnuchtere van onze catechismus en van de Reformatie, dat men in het lichaam niet iets minderwaardigs heeft gezien. Want we lezen het reeds in Zondag 1 dat de gelovige daar mag belijden, dat niet alleen zijn ziel maar ook zijn lichaam gekocht is door het dierbare bloed van de Zaligmaker.
De Bijbel leert ons nergens om het lichaam te minachten. "Of weet gij niet", zegt de apostel Paulus, "dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest" (1 Kor.6:19). Wat God samengevoegd heeft scheide de mens niet, lichaam en ziel horen toch immers bij elkaar. Want wat gebeurt er wanneer het lichaam van de ziel gescheiden wordt? Dan zijn we immers dood.
En zo vinden we in het volmaakte gebed de bede: Geef ons heden ons dagelijks brood. Dan is dat ook een volmaakte bede die de Heere Jezus ons leert bidden! Dat is volop geestelijk, gemeente. Deze bede staat naast het gebod: Gij zult niet stelen. Dit gebed staat naast de catechismusafdeling van Gods Vaderlijke voorzienigheid. Deze bede is meteen ook verbonden met onze vorige zondag die sprak over de derde bede: dat wij ons ambt en ons beroep zo gewillig en zo getrouw mogen bedienen en uitvoeren, als de engelen in de hemel doen. Dat is een heerlijke zaak! Het hoort bij elkaar: Geef ons heden ons dagelijks brood en de bede: Heere maak mij zo getrouw in mijn ambt of in mijn beroep als de engelen in de hemel.
Het is Gods wijsheid en het is Zijn voorzienigheid, dat God het brood niet rechtstreeks uit de hemel geeft. Als het nodig is zal Hij dat wel doen. Dan zal Hij het de kinderen Israëls uit de hemel doen nederdalen. Geen brood, maar de grondstof voor brood. Opdat de Israëlieten zelfs in de woestijn niet lui zouden worden, niet werkeloos zouden zijn. Zo geeft God de mens niet rechtstreeks brood, zelfs niet rechtstreeks meel, zelfs niet rechtstreeks broodkoren, maar God geeft de mens zaaikoren. Opdat het zweet van de arbeid vermengd zou worden met het zoete van de arbeid. Opdat de mens genadiglijk van God uit de hemel, zijn dagelijks brood zou mogen ontvangen in een weg van arbeid. De vierde bede: Heere, geef dat mijn handen wat te doen hebben, opdat ik zo mijn dagelijks brood zou mogen verdienen.
U kent vast die spreuk wel, die we hierboven zouden kunnen plaatsen: ora et labora, dat betekent: bid en werk. Zo is er een verbinding tussen vraag en antwoord 124: Uw wil geschiede gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde en vraag en antwoord 125: Geef ons heden ons dagelijks brood. Het brood dat wij snijden, het brood dat wij eten, dat hele gewone brood en niet dat bovennatuurlijke brood waaruit later bij de Roomse kerk het gebruik van de hostie is ontstaan, dat de priesters uitreiken. Het gaat niet om geestelijk bovennatuurlijk brood, maar het gaat om het dagelijks brood en dat is niet minder geestelijk, want dat is er ook door de verdienste van de Heere Jezus Christus.
Ik zou daarom willen zeggen, dat dagelijks brood heeft drie eigenschappen: het is gekregen brood, het is gezegend brood en het is ook gebeden brood. Dus:
Ten eerste: Gekregen brood.
Ten tweede: Gezegend brood.
Ten derde: Gebeden brood.
Ons dagelijks brood is gekregen brood. Het zal er om gaan dat wij bij alle werk in deze wereld van zaaien, van maaien, van dorsen, van malen, van bakken en van eten toch goed zullen blijven beseffen dat het God is, Die ons onderhoudt. Zoals we gelezen hebben in Psalm 104 is het God, Die er achter staat met Zijn milde hand. God, Die alles groeien doet.
Dat we er toch besef van zullen hebben, ook in onze dagen, dat er zonder God geen enkele korenhalm groeien zou. Dan moet je eens naar de vogels kijken, zoals de raven en de mussen. Simpele vogels, maar wat staat er van in de Schrift? "Die het vee zijn voeder geeft; aan de jonge raven, als zij roepen" (Ps.147:9). En de Heere Jezus zegt: "Worden niet vijf musjes verkocht voor twee penningskens? En niet één van die is voor God vergeten" (Luk.12:6). Wel, moet het dan nog een probleem voor ons zijn of het nodig is dat we bidden en danken voor ons eten? De raven doen het toch ook? Ook zij roepen immers tot God?
Geef ons heden ons dagelijks brood. Wij zouden eigenlijk net zoveel behoren te danken als te bidden. Met elkaar de dankbare erkentenis uitspreken, ondanks het feit dat wij nooit zo getrouw zijn als de engelen in de hemel, dat aan Gods zegen alles is gelegen.
God bezoekt de aarde ook weleens met een misoogst. Dan beschikken wij hier in het westen altijd nog wel over genoeg geld om het op een andere plaats weg te kopen. Maar het is ook maar één wenk van Gods alvermogen om eens een complete misoogst over deze gehele aarde te zenden. Waar zouden wij blijven, waar zouden wij dan blijven? Die God, Die deze aarde eenmaal zoveel water gegeven heeft door de zondvloed, Die God zou ook deze aarde weleens kunnen laten verdrogen en verschroeien. Het zou op één wenk van God kunnen gebeuren dat deze hele aarde één grote misoogst zou worden.
West Europa, overvloed! Maar hoe grote delen zijn er niet in deze wereld waar armoede en dood heerst. Waar de kinderen gelukkig zouden zijn, als ze uit onze vuilnisbak zouden kunnen eten, uit het overschot van de westerse wereld!
Geef ons heden ons dagelijks brood. Dat is in ieder geval wel zó geestelijk dat we daarover niet de minister van landbouw aanspreken, niet de wereldgroten, maar Onze Vader Die in de hemelen is: Geef ons heden ons dagelijks brood.
We leren zo ook weer eens, en dat is misschien wel hard nodig, te bidden en te danken. Bidden en danken opdat wij daardoor Gods zorg zouden erkennen. Dat zouden we zo kunnen zeggen: opdat we daardoor belijden, ook op school tussen je vrienden en vriendinnen, opdat we daardoor belijden, dat God de enige Oorsprong, de Vader van alle goeds is.
Het gaat niet over kennen met het verstand, maar over erkennen en dat gaat nog iets verder, dat wil zeggen: belijden. Dat ons dagelijks gebed voor ons brood een geloofsbelijdenis zou zijn, dat al wat goed is, afdaalt van de Vader der lichten, dus ook ons dagelijks brood. Het gaat niet om een minderwaardige of een ondergeschikte zaak, maar het gaat om een primaire zaak. Het is God, Die de jonge raven voedt als zij roepen en het is God, Die deze ondankbare wereld nochtans te eten geeft.
Ik spreek niet zo gemakkelijk over het bloed van Christus en de zegen daarvan op ons dagelijkse leven. Daar spreek ik niet zo makkelijk over, want het gaat in het bloed van Jezus Christus om het zoenoffer voor de zonde. Maar ik wil er uw aandacht op wijzen dat er op deze aarde, op deze door onze zonden vervloekte aarde, een kruis heeft gestaan van Jezus Christus. Op deze, om onze zonden vervloekte aarde, bevindt zich een hof van Gethsémané, waar het bloed en zweet van Jezus Christus deze aarde borgtochtiglijk doordrenkt heeft. Stel dat naast de vloek uit het Paradijs: het zweet voor de man en de smart voor de vrouw.
Ons dagelijks brood, laten wij daar niet te gering over denken gemeente, groeit in de aarde waarop het bloed van Jezus Christus gevloeid is. Was dat niet gebeurd, dan zou niet slechts de wereld onvruchtbaar zijn, maar ik meen dat de hele wereld dan reeds verdoemd zou zijn.
Zo leert ons de catechismus God te belijden als de Oorsprong van alle goeds. Het komt uit God. O, we kunnen wel beweren dat het uit de aarde komt. Maar als God het de wasdom onthoudt, als God de paradijsvloek niet had getemperd, dan zou de hele wereld overwoekerd zijn door doornen en door distelen. Wat is het dan een voorrecht dat er niet alleen doornen en dat er niet alleen distelen groeien, maar dat God nog zo zegent, dat er ook koren groeit.
Geef ons heden ons dagelijks brood. Dat is je hand ophouden, dat is weer een beetje besef krijgen van de juiste verhoudingen.
Geef ons heden ons dagelijks brood, is dat nog iets méér dan brood? Ja, dat is alle nooddruft des lichaams. Daar mag de Kerk om bidden, daar mag ze om bidden in het meervoud, in verbondenheid met de naaste.
Geef ons heden ons dagelijks brood. Daarin wordt de Kerk een taak op de schouders gelegd, daarmee wordt ook ieder christen een taak op de schouders gelegd.
Geef ons heden ons dagelijks brood houdt ook een plicht in, een taak ten opzichte van onze naaste. Dan is het een prachtige zaak dat degenen die werken kunnen, ook werken zullen voor degenen die niet werken kunnen. Dan is het een goddelijke opdracht dat de jeugd ook zal werken voor de ouderen. Maar wat zegt Maléachi? Is dat misschien ook van toepassing op het socialisme dat de pan uitgerezen is? "En Ik zal uw zegeningen vervloeken: ja, Ik heb ook alrede elkeen derzelve vervloekt" (Mal.2:2).
Wanneer het niet meer zo is dat de jongeren werken voor de ouderen, en degenen die kunnen werken, voor degenen die niet kunnen werken, maar wanneer de vlijtigen moeten werken voor de luien, dan geloof ik toch dat we een omkeerpunt bereikt hebben. Ik wil hier niet teveel van zeggen, maar ik wil er ook niet aan voorbijgaan. We zijn in een goddeloze ontaarding terechtgekomen wat betreft de bede: geef mij heden mijn dagelijks brood met mijn beleg en wat er bijkomt. God leert ons barmhartigheid, maar géén goddeloze ontaarding van socialisme in groepsegoïsme.
Gezegend brood is het, als we het eten mogen in Gods gunst, gemeente! Als ons dagelijks brood in de beleving weer werkelijk genadebrood wordt. Vroeger sprak men weleens over zegen uit Gods rechterhand of zegen uit Gods linkerhand. Zegeningen uit Gods linkerhand ontvangen is soms realiteit.
Laten we het maar eens nagaan in ons leven of al die dingen die wij zegeningen noemen, dat ook werkelijk zijn. Of dat het zulke zegeningen zijn, zulke wormstekige zegeningen, dat de Schrift daarvan moet zeggen: "Ik heb ook alrede elkeen derzelve vervloekt". Het is een reële zaak dat er onderscheid gemaakt wordt tussen zegeningen uit Gods rechterhand en zegeningen uit Zijn linkerhand.
Er zit een stukje symboliek in. Want als het dan zegeningen zijn, zegeningen uit Gods linkerhand, laten we maar bij de Schrift blijven, dan kon het weleens zijn zoals Jakobus zegt: "Gij hebt lekkerlijk geleefd op de aarde, en wellusten gevolgd; gij hebt uw harten gevoed als in een dag der slachting" (Jak.5:5).
Waarom zou het zo nodig zijn, geliefde gemeente, dat we onze zegeningen onderzoeken? Staan we werkelijk met ons gebed om dagelijks brood nog in de rechte verhouding tot Onze Vader, Die we aanspreken in dat gebed? Of het dan veel is of weinig, dat doet er niet toe. Maar het gaat er om dat ons gekregen brood ook werkelijk gezegend brood mag zijn.
Wanneer we mogen weten dat wij het uit Gods hand mochten ontvangen als gebeden brood, dan is het gezegend brood.
O, wat wordt het ons dan fijntjes geleerd hoe wij bidden moeten: Geef ons heden ons dagelijks brood. Dan gaat het er ook om dat we bewaard moeten worden voor overmatige zorg, voor bezorgdheid. Geef ons heden, dat wil zeggen dat we bewaard worden voor de zorgen op lange termijn. Och, hoe kan het ook anders. Hoe meer kinderlijke vreze wij gaan beoefenen in ons leven en hoe meer wij leren te leven uit Gods Vaderhand, hoe meer wij in het heden gaan staan. Daar is een beetje geloof voor nodig, maar dan durven we het God wel te laten beheren op lange termijn. Dan gaan we onze gebeden wel inperken tot: Geef ons heden ons dagelijks brood. Daar zit ook een les in om ons bescheiden te maken, zoals de bedezang voor het eten dat vraagt:
Leer ons voor overdaad ons wachten.
Dat w' ons gedragen als 't behoort!
Geef ons heden ons dagelijks brood, wil ook zeggen: "armoede geef mij niet", want dan kom je in de verzoeking van het gebod: Gij zult niet stelen. Maar Agur zegt ook: "rijkdom geef mij niet, opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de HEERE?" (Spr.30:8-9). Wat moest ieder sneetje brood ons meer aan God verbinden.
Geef ons heden ons dagelijks brood wil zeggen: niet het vele Heere, ook niet het weinige, voed mij met het brood mijns bescheiden deels. Dat betekent niet, dat het persé weinig moet zijn, alsof armoede ons aan God verbonden zou houden. Nee! Agur bidt om het bescheiden deel, dat deel dat God over hem bescheiden, over hem beschikt heeft.
Geef ons heden ons dagelijks brood. Dan mogen we ons weleens bezinnen waar we mee bezig zijn in het dagelijks leven. Wanneer er echt zorgen zijn, wanneer er echt moeite is wat betreft ons dagelijks brood, wat kan God dan mild voor de dag komen. Wat is onze God dan ook een God van wonderen, gemeente!
Geef ons heden ons dagelijks brood. Als het echt nodig is, zal God er voor zorgen dat het desnoods 's morgens op ons straatje voor de deur ligt. Als het werkelijk nodig is zal Hij het desnoods uit de hemel laten regenen. Wanneer we ervaring hebben in de omgang met God, misschien ook een beetje ervaring hebben in armoedige tijden, dan zou ik zeggen: kom eens op en getuig er eens van hoe God uw nood vervuld heeft.
Dan kunnen we van harte meezingen, al heeft het bij ons geen veertig jaar geduurd, maar dan kunnen we het van harte meezingen:
Zij werden daag'lijks begenadigd:
Met manna, hemels brood, verzadigd.
Dat deed God op een bijzondere wijze. Maar als er nu nooit op zo'n bijzondere wijze in ons leven gezorgd is, omdat we nooit zo arm geweest zijn dat we dat letterlijk hebben moeten bidden: Heere, geef ons heden ons dagelijks brood. Wanneer we dan toch leren buigen onder de Oorsprong van alle goeds, dan zingen we het straks ook mee. Dan gaan we heel goed beseffen, dat het niet gaat over wat ik verdiend heb, maar dan is gebeden brood ook genadebrood uit de verdienste van Christus.
We moeten de verbinding vasthouden tussen de derde bede en de vierde bede: Uw wil geschiede gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde. Dat is dat we in ons ambt en beroep zo getrouw mogen zijn als de engelen in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood, dat wil ook niet altijd zeggen dat het letterlijk alleen om een boterham gaat. Nee, dat omvat alles, ons gehele leven en onze werksfeer. Dat betekent ook: Heere, geef mij werk als ik zonder werk ben. En dat wil zeggen als ik werk heb, dat ik iedere dag weer opnieuw moet bidden: o God, maak mij getrouw als de engelen in de hemel die niet lui zijn, maar ook nooit overspannen worden. Dat betekent ook, wanneer de Heere ons toebedeeld heeft dat we helemaal niet kunnen werken, dat we ook daarin getrouw zullen zijn als de engelen in de hemel. Dat we dan ook eerlijk mogen bidden: Heere, geef ook mij heden mijn dagelijks brood.
Wat een heerlijk gebed, want het sluit het gehele leven in: Geef ons heden ons dagelijks brood. Dan te weten dat de Heere Jezus ons dat gebed heeft voorgezegd. Dat houdt ook in te weten dat het een Gode welgevallig gebed is. Het is niet slechts een verzinsel van een mens, maar het is de Heere Jezus Zelf Die wij naspreken, Die aan Zijn discipelen geleerd heeft om ook de nooddruft van het lichaam aan God voor te leggen.
Geef ons heden ons dagelijks brood. De discipelen hadden al wel enige ervaring in de beproeving. Ze waren Jezus gevolgd en ze hadden letterlijk alles prijs gegeven. Sommige discipelen waren nog getrouwd bovendien. En dan hoor ik Petrus vragen: Heere, wat moet er van mij terechtkomen en wat moet er van mijn gezin terechtkomen? "Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd" (Mark.10:28). Dan laat de Heere iets van Zijn almacht zien. "En Jezus, antwoordende, zeide; Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil. Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven" (Mark.10:29-30).
Laten we niet te gering over God denken, niet te karig. Houdt voor ogen gemeente, dat als er één ziel in nood is, God die ene ziel helpt. Maar zouden er vierduizend tegelijk in nood zijn, dan helpt Hij er vierduizend. En zouden er vijfduizend in nood zijn, dan helpt Hij er vijfduizend, ook ten aanzien van het dagelijkse brood. Hebt u nooit gelezen van die wonderbare spijziging waarbij Jezus de schare gespijzigd heeft? "Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood" (Joh.6:34). De vragers werden terechtgewezen door de Heere Jezus Christus.
Ook wij moeten beseffen dat het dus niet gaat over dat bovennatuurlijke brood, maar dat Jezus gezegd heeft: "Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld" (Joh.6:51). We zullen vanwege de nooddruft van ons lichaam, de nooddruft van onze ziel niet vergeten. Wat moesten we juist bij ons dagelijks brood vaker denken aan het Brood dat uit de hemel is nedergedaald.
Geef ons heden ons dagelijks brood. We leven in een tijd dat veel mensen al niet eens meer weten hoe dat dagelijks brood smaakt. Wij schrikken als we door het beleg heen bijten. Jezus Zelf wist wat hongerlijden was. Hij wist wat dorstlijden was. Want tijdens de verzoeking in de woestijn werd Hij aangepord, "Zeg, dat deze stenen broden worden" (Matt.4:3). Daar is de koopprijs betaald, de koopprijs voor ons dagelijks brood. Waar Jezus gehongerd en gedorst heeft. Nooit, in de armoede van Zijn aardse bestaan, in de aanvechtingen in de woestijn, nooit, heeft Hij iets gedaan Zichzelf ten goede. Opdat Hij alles zou kunnen doen, zondaren ten goede.
Geef ons heden ons dagelijks brood. Dan gaat het er toch ook om dat wij ons vertrouwen van alle schepselen aftrekken en op God alleen stellen, om alles van Hem te verwachten. Maar dezelfde Schrift die zegt dat wij zo getrouw als de engelen in de hemel behoren te arbeiden voor ons dagelijkse brood, diezelfde Schrift zegt: "Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven" (Joh.6:27).
Goed, we werken misschien twaalf uur per dag voor de spijs die vergaat. Ik wil u vragen: werkt u ook twaalf minuten voor de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven? Of is mijn schatting soms te hoog? Twaalf uur voor het dagelijks brood, twaalf minuten voor het hemels brood. Of is dat al te veel? Jezus heeft gezegd: "Ik ben het Brood des levens" (Joh.6:48).
Gekregen brood, gezegend brood en gebeden brood. O dan wil de Heere Jezus in dat gebed ons leren, dat we met alle nooddruft tot de Vader zouden gaan.
Wat heeft God ons bevolen van Hem te bidden? Alle nooddruft voor het lichaam en alle nooddruft voor de ziel. Dan wil ik u er op wijzen, dat God zo royaal geeft, dat ieder van ons het zou moeten erkennen: het is waar, het is God Die ons brood geeft. Wat zal het vreselijk zijn wanneer we driemaal per dag bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood en we hebben geen weet van dat levende Brood, dat uit de hemel is nedergedaald.
Geef ons heden ons dagelijks brood staat ingeklemd in het geheel van ons bestaan als zondaren, met een ziel en een lichaam. Dan moet het toch de vraag zijn: gaat het nu alleen om het dagelijkse brood in uw leven? Of gaat het ook om dat geestelijke brood: Jezus Christus, Die uit de hemel is nedergedaald?
Dat dagelijkse brood waarvoor we leren te bidden is dan gebeden brood, maar dat is ook brood van dankzegging. Is zo dat Brood, dat uit de hemel is nedergedaald, voor ons ook weleens geworden Brood van dankzegging? Want Jezus Christus is in de wereld gekomen om de honger en kommer van onze zielen te verzadigen. "Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden" (Matt.5:6).
Wat zal het vreselijk zijn om God alleen te kennen in Zijn milde dagelijkse gaven, maar God te miskennen in Zijn hemelse Gave, Jezus Christus. We zullen ook eenmaal voor onze hemelse Rechter komen ter verantwoording van ons dagelijks brood. We zullen boven alles ook eenmaal voor onze hemelse Rechter komen ter verantwoording van dat eeuwige Brood.
We werken wat af voor ons dagelijks brood. We lezen in het Oude Testament: "De bloedzuiger heeft twee dochters: Geef geef!" (Spr. 30:15). Als je dat in het Hebreeuws leest, dan staat er: "De bloedzuiger heeft twee dochters: Hap, hap!" O, wat een begeerte is er in deze wereld naar het dagelijkse brood en naar het beleg.
Is er ook een begeerte in ons leven gekomen, naar iets dat boven dat dagelijkse bestaan uitstijgt, iets dat boven dat dagelijkse brood uitstijgt, naar het Onvergankelijke, naar Jezus Christus Zelf?
Onderzoek uw hart of Jezus Christus voor u al noodzakelijk geworden is, als Brood des levens om de honger en de kommer van uw ziel te stillen. AMEN.